Aanhef
Besluit van de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland tot vaststelling van de Verordening gemeentelijke rekenkamer Schouwen-Duiveland 2024 (Verordening gemeentelijke Rekenkamer Schouwen-Duiveland 2024)
De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland;
gelezen het voorstel van het presidium van 17 mei 2023;
gelet op de artikelen 81k, en 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening gemeentelijke rekenkamer Schouwen-Duiveland 2024
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
-college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland;
-rekenkamer: gemeentelijke rekenkamer als bedoeld in artikel 81a van de wet;
-voorzitter: voorzitter van de rekenkamer;
-griffie: de griffie van de gemeente Schouwen-Duiveland;
-klankbordgroep: vertegenwoordiging vanuit de raad die namens de raad contact onderhoud met de rekenkamer;
-presidium; het presidium zoals vastgelegd in artikel 2 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Schouwen-Duiveland.
-wet: de Gemeentewet.
Artikel 2. Rekenkamer
1Er is een rekenkamer.
2De rekenkamer bestaat uit drie personen, inclusief de voorzitter.
3De rekenkamer heeft tot taak onderzoek te doen als bedoeld in artikel 182 van de wet.
Artikel 3. Klankbordgroep
1Er is een klankbordgroep voor de rekenkamer.
2De klankbordgroep bestaat bij voorkeur uit 4 raadsleden, 2 raadsleden uit de coalitie en 2 raadsleden uit de oppositie. Voor fracties die bestaan uit 1 of 2 raadsleden is het mogelijk om deel te nemen aan de klankbordgroep met een burgercommissielid.
3Het presidium benoemt de leden van de klankbordgroep.
4De klankbordgroep kiest uit hun midden een voorzitter.
5De klankbordgroep wordt ondersteund door de griffier of diens plaatsvervanger.
6De klankbordgroep overlegt minimaal 2 keer per jaar met de rekenkamer over de werkzaamheden van de rekenkamer. In het overleg komt onder andere aan de orde:
a.de contacten tussen en ontwikkelingen van de rekenkamer en de raad;
b.de afstemming tussen rekenkamer, college en ambtelijke organisatie;
c.de onderwerpselectie van toekomstige onderzoeken.
7Indien nodig vindt er tussentijds overleg plaats tussen de voorzitter van de klankbordgroep, de voorzitter van de rekenkamer en de griffier.
8De klankbordgroep verstrekt de raad en de rekenkamer jaarlijks een overzicht van de aan de raad gedane voorstellen van de rekenkamer, welke door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf of door de raad en het college gezamenlijk, moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven.
9De klankbordgroep beveelt kandidaten aan voor het lidmaatschap van de rekenkamer.
Artikel 4. Herbenoeming
1De leden van de rekenkamer, waaronder de voorzitter, kunnen maximaal 1 keer voor een periode van zes jaar worden herbenoemd.
Artikel 5. Ambtelijke ondersteuning
1De rekenkamer heeft een ambtelijk secretaris.
2De ambtelijk secretaris van de rekenkamer is organisatorisch ondergebracht bij de griffie.
3De ambtelijk secretaris wordt functioneel aangestuurd door de voorzitter van de rekenkamer.
4De ambtelijk secretaris staat de rekenkamer bij de uitvoering van haar taken terzijde.
Artikel 6. Vergoeding en tegemoetkoming in kosten
1De voorzitter en de leden van de rekenkamer ontvangen een maandelijkse vergoeding van respectievelijk €360 en €300 voor hun reguliere werkzaamheden. De vergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd met dezelfde indexering die geldt voor de vergoeding voor raadsleden.
2Tot de reguliere werkzaamheden behoren:
a.voorbereiden en bijwonen vergaderingen rekenkamer;
b.verzorgen jaarverslag en opstellen jaarplan;
c.communicatie met gemeenteraad;
d.begeleiden onderzoek.
3Indien leden van de rekenkamer op basis van een expliciet besluit van de rekenkamer zelf onderzoekwerkzaamheden verrichten ontvangen zij daarvoor een vergoeding per uur die gelijk is aan 80% van de vergoeding voor commissieleden zoals is vastgelegd in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het bedrag wordt jaarlijks per 1 januari aangepast overeenkomstig de indexering van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.4.1, derde lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
4De leden ontvangen een vergoeding voor de door hen noodzakelijk gemaakte reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen en voor reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de gemeente als daarbuiten, gemaakt voor de uitoefening van de functie.
5De reiskosten wordt vergoed op basis van:
a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b.bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt;
c.bij gebruik van een eigen auto worden tevens de eventuele parkeer-, veer- en tolkosten vergoed;
d.boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
6De verblijfkosten worden vergoed op basis van de bepalingen hieromtrent die in de CAO Rijk, artikel 10.2 Dienstreizen binnenland, zijn vastgelegd.
7Alle vergoedingen en kosten worden uitbetaald op basis van een gespecificeerde declaratie en bewijsstukken. Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 3 maanden na factuurdatum of betaling ingediend.
8De betaling vindt plaats binnen 1 maand na het indienen van de declaratie.
Artikel 7. Budget
1De rekenkamer is bevoegd binnen het bij de begroting beschikbaar gestelde budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van zijn taken.
2Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:
a.de vergoeding en tegemoetkoming in kosten als bedoeld in artikel 6;
b.de inhuur van externe onderzoekers die door de rekenkamer zijn ingeschakeld;
c.mogelijke overige uitgaven die de rekenkamer nodig oordeelt voor de goede uitoefening van zijn taak.
3De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorige begrotingsjaar in het jaarverslag, bedoeld in artikel 185 van de Gemeentewet.
4Indien in enig jaar een wezenlijke onderschrijding op het budget wordt voorzien informeert de rekenkamer de raad tussentijds. Eventuele onderbesteding van het jaarbudget kan jaarlijks via het jaarrekeningsaldo worden meegenomen naar het volgende begrotingsjaar tot een maximumbedrag van het jaarbudget, dit teneinde jaarlijkse fluctuaties in de onderzoekuitgaven op te kunnen vangen.
5In het Reglement van Orde regelt de rekenkamer de interne verdeling van de financiële taken en verantwoordelijkheden.
Artikel 8. Slotbepalingen
1Besluiten, genomen krachtens Verordening nadere inrichting Rekenkamer gemeente Schouwen- Duiveland 2020, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
2De Verordening nadere inrichting rekenkamer gemeente Schouwen-Duiveland 2020 wordt ingetrokken.
3Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.
4Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke rekenkamer Schouwen-Duiveland 2024.