Aanhef
De burgemeester van Schiermonnikoog;
gelet op artikel 13b Opiumwet, artikel 3:40 en artikel 3:42 van de AMvB;
[De verwijzing naar de AMvB betreft een kennelijke verschrijving. Hier wordt Awb bedoeld.]
besluit:
Op basis van artikel 13b Opiumwet het gevoerde nulbeleid ten aanzien van de exploitatie van coffeeshops in de gemeente Schiermonnikoog te formaliseren door de beleidsnota 'Nulbeleid coffeeshops gemeente Schiermonnikoog' vast te stellen.
3. De nul-optie
3.2. Overwegingen tot het voeren van een nulbeleid
3.2.1. Aanzuigende werking op personen buiten de gemeente en criminaliteit
Het vestigen van een coffeeshop binnen de gemeente Schiermonnikoog zal leiden tot een aantrekkende werking van klanten van buiten de gemeente, drugstoerisme en criminaliteit. Gelet op het feit dat er in de regio, de andere Waddeneilanden en Noardeast-Fryslan, geen coffeeshops aanwezig zijn wordt een zuigende werking verwacht. Daarnaast zal de hiermee gepaard gaande overlast en de aanzuigende werking van criminaliteit, sprake van gevoelens van sociale onveiligheid creëren. Ook als deze gevoelens wellicht ten dele een subjectief karakter hebben, blijkt hieruit zondermeer een aantasting van het woon- en leefklimaat.
3.2.2. Een coffeeshop past niet bij het karakter van Schiermonnikoog
Gezien het concentreren van coffeeshops in meer stedelijke gebieden, kan ook worden gesteld dat een coffeeshop niet passend is bij het karakter van het eiland als plek van rust en toerisme. Daarnaast voorziet de gemeente Schiermonnikoog met 970 inwoners geen voorzieningsbehoefte voor coffeeshops.
3.2.3. Bescherming van de jeugd
Jongeren zijn een kwetsbare groep waarvan de gevolgen van alcohol- en drugsgebruik ver strekkende gevolgen kunnen hebben op zowel de (geestelijke) gezondheid als op het sociale leven. Het nulbeleid beoogt een drempel op te werpen, zodat jongeren niet direct de gelegenheid wordt geboden om met softdrugs in aanraking te komen. Uitgaande van een vraag door minderjarigen, betekent ieder extra handelspunt een risico op een toename van jongeren die in aanraking komen met drugs. Ook kan de zeer onwenselijke situatie ontstaan dat in de nabijheid van een coffeeshop de drugs aan minderjarigen worden doorverkocht, zogenoemde straathandel.
De gemeente investeert om het middelengebruik bij jongeren te verminderen en bewustwording over de schade die middelengebruik met zich meebrengt te vergroten. Een coffeeshop past niet binnen deze visie.
4. Handhaving nulbeleid
4.2. Bestuurlijke handhaving van een nulbeleid
4.2.1. Verzoek tot vestiging van een coffeeshop
De burgemeester kan op basis van het nulbeleid de toestemming tot vestiging van een coffeeshop weigeren of een bestaand verkooppunt sluiten. De burgemeester beroept zich bij zijn besluit op de weigeringsgronden die in het nulbeleid staan gemotiveerd. Dit blijkt onder meer uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State naar aanleiding van de sluiting van een coffeeshop door de burgemeester van Naaldwijk wegens strijd met het nulbeleid (Raad van State 22 mei 1997). In deze uitspraak overweegt de Afdeling dat aan de burgemeester in beginsel de vrijheid toekomt om ter bescherming van het woon- en leefklimaat dan wel de openbare orde geen enkele coffeeshop toe te staan.
4.2.2. Illegale vestiging van een coffeeshop
De burgemeester kan overgaan tot sluiting van een lokaal, wanneer ondanks het nulbeleid toch een coffeeshop (verkooppunt van drugs) zich vestigt, dan wel aanwezig is. De burgemeester gebruikt hiervoor artikel 13b van de Opiumwet. Dit artikel geeft de mogelijkheid om een pand waar drugshandel plaatsvindt voor (on)bepaalde tijd te sluiten.