Aanhef
De raad van de gemeente Schiermonnikoog,
gezien het voorstel van het college van 11 januari 2007;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988;
besluit :
vast te stellen de volgende:
Monumentenverordening Schiermonnikoog
Artikel 1. Begripsbepalingen
Deze verordening verstaat onder:
a.monument:
1zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;
2terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;
b.gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2;
c.beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;
d.monumentencommissie: de op basis van art.15, lid 1 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid.
e.bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.
Artikel 2. Het gebruik van het monument
Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument.
Artikel 3. Vergunning voor beschermd rijksmonument
1Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument aan de monumentencommissie.
2De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.
3Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben.
Artikel 4. Schadevergoeding
1Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:
a.de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen;
b.voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10; schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5. Toezichthouders
1Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de ambtenaren genoemd in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering.
2Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.
Artikel 6. Inwerkingtreding
1Voor zover deze verordening betrekking heeft op beschermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988.
2De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 24 januari 1995, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het eerste lid toepassing vindt.
3Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede lid ingetrokken verordening.
Artikel 7. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening 2007 Gemeente Schiermonnikoog'.