Aanhef
De raad van de gemeente Schiedam;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders,
gelezen de circulaire ARZ/205455 van het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
gelet op de circulaires van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, kenmerk BW92/U1813 en kenmerk BW93/U689;
gelet op de artikelen 23 en 25 van het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994
betreffende het vaststellen van de Verordening inzake verstrekking onkostenvergoeding aan de wethouders in de gemeente Schiedam
besluit de:
Verordening inzake verstrekking onkostenvergoeding aan de wethouders in de gemeente Schiedam
vast te stellen:
Artikel I
1Aan de wethouder wordt een vaste vergoeding verleend voor de kosten, verbonden aan de uitoefening van zijn ambt.
2De hoogte van deze vergoeding komt overeen met de door de Minister van Binnenlandse Zaken bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen maximumbedrag voor gemeenten waartoe Schiedam behoort.
Artikel II
Naast de in artikel I vermelde vergoeding wordt een maandelijkse vergoeding verstrekt voor reis- en verblijfkosten die niet vallen onder woon/werkverkeer, conform het Reisbesluit binnenland. Deze vergoeding zal ingaande 1 mei 1995 uitsluitend op declaratiebasis betaalbaar worden gesteld.
Artikel III
De vergoeding, zoals bedoeld in de artikelen I en II, wordt maandelijks via de salarisadministratie uitbetaald.
Artikel IV
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de bekendmaking heeft plaatsgehad en heeft een terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1993.