Aanhef
Voorwoord van het college
Kinderopvang speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. In Scherpenzeel vinden wij het belangrijk dat kinderen opgroeien in een veilige, gezonde en stimulerende omgeving.
Met deze beleidsregels geven wij invulling aan onze verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving binnen de kinderopvang. Wij richten ons daarbij niet alleen op het herstellen van overtredingen, maar ook op het voorkomen daarvan. Goede samenwerking met kinderopvangorganisaties is hierin essentieel.
Wij vertrouwen op de inzet en professionaliteit van houders en spreken hen aan op hun eigen verantwoordelijkheid. Tegelijk treden wij daadkrachtig op wanneer de kwaliteit tekortschiet. Het belang van kinderen staat daarbij altijd voorop.
Met deze beleidsregels maken wij inzichtelijk hoe wij deze verantwoordelijkheid ingeven.
Het college van burgemeester en wethouders van Scherpenzeel
5. Handhaving: Gericht op structureel herstel
5.6 Handhavingsmiddelen
5.6.1 De aanwijzing
Met de aanwijzing zet het college in op structurele verbetering. Dat betekent dat de overtreding niet alleen moet worden gestopt, maar dat een houder ook maatregelen moet nemen om te voorkomen dat hij de overtreding opnieuw maakt. In de aanwijzing staat welke maatregelen de houder, binnen welke termijn, moet nemen om aan de wet te voldoen. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.
De aanwijzing is vaak de meest passende handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken. Met de aanwijzing maakt het college aan een overtreder duidelijk dat die altijd aan het opgenomen voorschrift moet voldoen. Daarmee is de aanwijzing ook de minst ingrijpende handhavingsmaatregel waarvan het college gebruik kan maken.
5.6.2 De last onder dwangsom
Als een aanwijzing niet heeft geleid tot structureel herstel van een overtreding, kan het college een last onder dwangsom opleggen. Het college kan ook direct een last onder dwangsom opleggen, zonder eerst een aanwijzing te geven.
Met een last onder dwangsom verplicht het college de houder om binnen een vastgestelde termijn maatregelen te nemen om de overtreding te herstellen. Als de houder de overtreding binnen deze termijn herstelt en niet opnieuw maakt, hoeft geen dwangsom te worden betaald.
Wanneer de overtreding niet op tijd is hersteld of opnieuw wordt vastgesteld, verbeurt de houder een dwangsom. Een last onder dwangsom kan ook worden ingezet bij herhaalde overtredingen. Daarom wordt een maximumbedrag vastgesteld dat aan dwangsommen kan worden verbeurd.
Het college kan daarnaast een last onder dwangsom opleggen wanneer binnen drie jaar na een eerder opgelegde aanwijzing opnieuw een overtreding van dezelfde kwaliteitseis wordt vastgesteld. Dit geldt ook als die kwaliteitseis in de tussenliggende periode is beoordeeld zonder dat daarbij een overtreding is geconstateerd.
De last onder dwangsom is meestal het meest passende handhavingsinstrument wanneer een aanwijzing onvoldoende resultaat heeft gehad en sluiting van de opvang nog niet proportioneel is. Met de financiële prikkel van een dwangsom wordt de houder gestimuleerd om de overtreding duurzaam te herstellen, terwijl de opvang in principe open kan blijven.
5.6.3 Verlengen van een bevel
Als de toezichthouder een schriftelijk bevel heeft opgelegd en de overtreding(en) zijn naar het oordeel van de toezichthouder niet of onvoldoende hersteld, dan verlengt het college het bevel met minimaal 7 dagen en zolang de houder nodig heeft om de overtreding(en), naar het oordeel van de toezichthouder, structureel te herstellen.
5.6.4 Sluiting van de kinderopvang: het exploitatieverbod8Art. 1.65 Wet kinderopvang
Zodra uit een inspectieonderzoek blijkt dat geen sprake (meer) is van verantwoorde kinderopvang sluit het college de kinderopvang tijdelijk. Ook kan de kinderopvang gesloten worden zolang de houder een bevel van de toezichthouder of aanwijzing niet opvolgt.
Daarnaast gaat het college over tot tijdelijke sluiting bij locaties waar de kwaliteit structureel ondermaats is. Eerdere minder zware handhavingsmaatregelen hebben dan niet tot (structureel) herstel geleid. Bij deze tijdelijke sluiting moet de kinderopvang gesloten blijven, zolang niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan. Pas als de houder aantoont dat de kwaliteit verbeterd is en blijft, mag de kinderopvang weer open. De toezichthouder beoordeelt dit tijdens een inspectieonderzoek.
Het sluiten van een locatie voor kinderopvang is een ingrijpende maatregel die niet alleen gevolgen heeft voor de houder maar ook voor diens personeel, ouders en kinderen. In de hiervoor beschreven situaties is sluiting van een locatie noodzakelijk. Het belang van ouders en kinderen bij kwalitatief goede kinderopvang weegt altijd zwaarder dan het belang van continuïteit van opvang of een financieel belang. Met een gesloten locatie kan de houder zich samen met het personeel volledig richten op herstel van de kwaliteit van opvang zonder dat (emotionele) veiligheid en/of gezondheid van de opgevangen kinderen nog langer in het geding is.
Bij een gastouder kan het college sneller over gaan tot sluiting van de opvangvoorziening bij ernstige overtredingen. De kwaliteit van de opvang is namelijk onlosmakelijk verbonden aan de betreffende gastouder en het college kan daarom minder snel verbetering na herhaling van overtredingen verwachten.
Als het college een kinderopvanglocatie sluit, moet de houder de ouders zelf informeren over deze sluiting. Daarnaast publiceert het college de (tijdelijke) sluiting.
5.6.5 Intrekken toestemming
Lukt het de houder na sluiting van een locatie niet om (binnen redelijke termijn) de overtredingen structureel op te heffen dan kan het college de toestemming tot exploitatie intrekken. Ook als een houder de kwaliteitseisen structureel niet volgt, na verbetering opnieuw overtredingen begaat, veel en/of ernstige overtredingen of overtredingen die redelijkerwijs niet kunnen worden hersteld, sluit het college de kinderopvang definitief. Dit doet zij door de toestemming tot exploitatie in te trekken en de voorziening te verwijderen uit het LRK.
Een onvermijdelijke ingreep als de houder voldoende gelegenheid heeft gehad om de kwaliteit van opvang te herstellen en dit, naar het oordeel van de toezichthouder, niet is gelukt.
Het college kan de toestemming ook direct intrekken bijvoorbeeld als:
-niet langer wordt voldaan aan de definitie van kinderopvang, ouderparticipatiecrèche, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau;
-het gaat om (een) overtreding(en) die, naar het oordeel van de toezichthouder, niet hersteld kan (kunnen) worden.
5.6.6 De last onder bestuursdwang
De manier waarop de houder de kinderopvang wil vormgeven is aan de houder. Bij een last onder bestuursdwang neemt het college bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis te stoppen. Dat maakt dat de last onder bestuursdwang meestal geen geschikt handhavingsmiddel is. Dit handhavingsmiddel is bijvoorbeeld wel geschikt om een kinderopvangvoorziening te sluiten en gesloten te houden bij overtreding van een exploitatieverbod. Alle kosten die gemaakt worden bij de last onder bestuursdwang zijn voor rekening van de houder.
5.6.7 Bestuurlijke boete9Art. 1.72a t/m 1.72g Wet kinderopvang
Naast de handhaving met het doel herstel maakt het college ook gebruik van de mogelijkheid bestuurlijke boetes op te leggen. Bij elk besluit weegt het college af welk handhavingsmiddel geschikt, noodzakelijk en proportioneel is. De hoogte van de boete bedraagt maximaal het bedrag dat is vastgesteld in artikel 1.72 van de Wet kinderopvang.
Voor enkele ernstige overtredingen kan het college direct een boete opleggen, ook als de houder maatregelen neemt om herhaling of het doorgaan van een overtreding te voorkomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het niet opvolgen van een aanwijzing of bevel van de toezichthouder of niet meewerken aan een onderzoek als de toezichthouder daarom vraagt. Van de boete gaat, naar verwachting, ook een preventieve werking uit.
Elke overtreding beoordeelt en bestraft het college afzonderlijk ook als één kwaliteitseis verschillende keren is overtreden. Daarnaast kan het college een boete opleggen als een houder na een aanwijzing geen maatregelen heeft genomen om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Zodra één kwaliteitseis verschillende keren is overtreden, beoordeelt het college of het totale boetebedrag dat wordt opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van opvang negatief werd beïnvloed.
Een boete heeft altijd financiële gevolgen voor de overtreder. De draagkracht van een overtreder speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van een boete. Deze draagkracht is voor het college moeilijk vast te stellen. Een boete raakt niet elke overtreder even zwaar. De boete mag niet onevenredig zijn en het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, als de belanghebbende aannemelijk maakt dat de boeteoplegging onevenredig is op grond van:
-de ernst van de overtreding,
-de mate van verwijtbaarheid,
-de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of
-de omstandigheden waarin de overtreder verkeert.
Als de overtreder kan aantonen dat hij een boete niet in één keer kan betalen zonder dat het voortbestaan van de opvang in gevaar komt, dan is dat in beginsel geen reden om een boete te matigen of van het opleggen van een boete af te zien. Wel kan dit reden zijn om een betalingsregeling toe te staan.
Het (vrijwillig) sluiten van een locatie is ook geen reden om van het opleggen van een boete af te zien. Overtredingen van de in het afwegingsmodel genoemde voorschriften kunnen zulke ernstige gevolgen hebben dat kinderen deze levenslang met zich mee kunnen dragen. Dit zijn dan ook zeer ernstige overtredingen, in beginsel legt het college hiervoor altijd een boete op.
Wanneer een organisatie het niet eens is met de opgelegde maatregel, kan zij op vanuit de Awb bezwaar maken en, als het nodig is, beroep aantekenen bij de rechter. Dit biedt kinderopvangorganisaties de mogelijkheid om juridische bescherming te zoeken tegen maatregelen die zij als onterecht ervaren.
5.6.8 Gastouderopvang
De eerder beschreven werkwijze geldt ook voorde gastouderopvang. Daarbij houdt het college wel rekening met de aard van de gastouderopvang. Ook de gastouderopvang moet een veilige en gezonde omgeving zijn voor kinderen.
Bij de handhaving op de gastouderopvang, zijn de volgende zaken belangrijk:
-Lagere boetes en dwangsommen voor de gastouder: door de beperkte omvang heeft een gastouder ook minder opbrengst uit de kinderopvang. Het college houdt hier rekening mee bij de vaststelling van de bedragen voor boetes en dwangsommen.
-Boetes voor niet gemelde wijzigingen: gastouderbureaus zijn medeverantwoordelijk voor het toezicht op de gastouderopvang en de toezichthouder doet alleen steekproefsgewijs onderzoek. Daarom is het belangrijk dat goed zicht is op de opvang: hoe is het geregeld, waar is wel en geen opvang en wie kan daarvoor worden aangesproken. Het college kan direct boetes opleggen voor het niet melden van een uitbreiding, het niet melden van de start of beëindiging van bemiddelingsrelaties en het niet melden van de beëindiging van de exploitatie van de voorziening. Boetes worden opgelegd aan het gastouderbureau, zij moeten wijzigingen op tijd melden.
-Snellere sluiting: bij een gastouder gaat het college sneller over tot sluiting (exploitatieverbod) van de opvangvoorziening en intrekking van de toestemming. De kwaliteit van de opvang is namelijk onlosmakelijk verbonden aan de gastouder en het college verwacht daarom geen verbetering na herhaling van overtredingen.
-Signaal naar andere gemeenten: als het college handhavingsmaatregelen inzet bij een gastouderbureau in een andere gemeente, informeert zij het betreffende college.
-Personenregister kinderopvang: Het gastouderbureau is verantwoordelijk voor registratie en wijzigingen in het personenregister kinderopvang. Hiervoor is het gastouderbureau afhankelijk van informatie van de gastouder. Het gastouderbureau moet ervoor te zorgen dat zij op tijd de juiste informatie van hun gastouders ontvangen. Het ontbreken van informatie over wijzigingen in het huishouden van gastouders of in de groepssamenstelling bij bemiddeling van een gastouder door meerdere gastouderbureaus ligt in de risicosfeer van het gastouderbureau. Het is aan een gastouderbureau om aan te tonen dat zij er alles aan hebben gedaan om overtredingen te voorkomen.
-Handhaving bij een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente: De toezichthouder kan bij een onderzoek bij een voorziening voor gastouderopvang binnen onze gemeente een overtreding vaststellen, begaan door een gastouderbureau gevestigd buiten onze gemeente. Aan gastouderbureaus gevestigd buiten onze gemeente mag het college geen aanwijzing opleggen. Ook het opleggen van een last onder dwangsom is in dit geval geen passend handhavingsmiddel. Want het college is meestal niet zelf verantwoordelijk voor het toezicht op deze bureaus. Een last onder dwangsom is alleen een effectief handhavingsmiddel als deze ook wordt ingevorderd bij herhaling van een overtreding. Nu het college hierop buiten haar gemeentegrenzen geen toezicht kan houden, vervalt de werkzaamheid van dit handhavingsmiddel. Het enige handhavingsmiddel dat passend en daarmee noodzakelijk voor handhaving bij deze bureaus is het opleggen van een bestuurlijke boete.
5.6.9 Voorschoolse educatie (VE)
Als het gaat om een overtreding van de wettelijke basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie, kan de toezichthouder ook voor de ve specifieke eisen een herstelaanbod geven.
Het college verstrekt subsidie aan kinderdagverblijven met voorschoolse educatie om een aanvullend kwaliteitsniveau te bereiken. Als de toezichthouder een overtreding vaststelt van de wettelijke kwaliteitseisen voorschoolse educatie, zet het college de handhavingsmiddelen in die hiervoor zijn beschreven. Als een aanwijzing niet is opgevolgd, treedt het college eerst op binnen de subsidierelatie. Overtredingen kunnen reden zijn voor het weigeren van een subsidieaanvraag of leiden tot lagere subsidievaststelling. Bij overtredingen van de aanvullende gemeentelijke kwaliteitseisen treedt het college direct op binnen de subsidierelatie.
5.6.10 Publicatie van handhavingsbesluiten10 Art. 1.81 Wet kinderopvang
Het college maakt een handhavingsbesluit openbaar in het LRK zodra deze definitief is. Een handhavingsbesluit is definitief zodra alle bezwaar- en beroepsprocedures tegen het besluit zijn afgerond. In het besluit staat hoe in bezwaar en/of beroep kan worden gegaan.
Bijlage: Afwegingsmodel
Handhaving samengevat
Het college treedt handhavend op als de toezichthouder een overtreding vaststelt op een kinderopvangvoorziening. In het afwegingsmodel geeft het college aan welke bedragen het uitgangspunt zijn bij de inzet van handhavingsmiddelen.
De toezichthouder kan een houder van een kinderopvangvoorziening de kans bieden om vastgestelde overtredingen nog tijdens de onderzoeksperiode op te heffen (het herstelaanbod). Als de houder de overtreding al heeft hersteld of redelijkerwijs snel zal herstellen, kan het college besluiten af te zien van handhaving gericht op herstel.
Het college kan bij herstellende handhaving kiezen voor de aanwijzing, daarin staat welke maatregelen moeten worden genomen om de overtreding te herstellen. Een aanwijzing kan ook een concretisering van wettelijke regels bevatten voor de specifieke situatie.
Het college kan bij herstellende handhaving ook kiezen voor de last onder dwangsom. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de aanwijzing niet tot herstel van de overtreding heeft geleid.
Als ook de last onder dwangsom en de invordering daarvan niet leiden tot structureel herstel kan het college de locatie (tijdelijk) sluiten met een exploitatieverbod. Als een houder geen verantwoorde kinderopvang aanbiedt kan het college een kinderopvanglocatie direct sluiten.
Blijkt na (tijdelijke) sluiting de kwaliteit van opvang alsnog niet structureel hersteld dan trekt het college de toestemming in. Het college kan de toestemming ook direct intrekken.
Voor bepaalde overtredingen kan het college een boete opleggen voor het niet opvolgen van een aanwijzing. De bedragen gelden per overtreding van een voorschrift. Voor de bedragen sluit het college aan bij de categorieën genoemd in artikel 23 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht . Gezien de ernst van het niet aanbieden van kinderopvang die voldoet aan de minimale kwaliteitseisen is vooral aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. Een financiële boete is nooit lager dan het genoemde bedrag uit de eerste categorie. Voor de gastouderopvang, met uitzondering van de gastouderbureaus, en de ouderparticipatiecrèches wordt hierop een uitzondering gemaakt. Daar gelden andere bedragen. In de tabel is het maximum boetebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive kan het college dit maximum verdubbelen.
Hersteltermijnen
Overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel direct of binnen maximaal 7 dagen worden beëindigd.
Overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen maximaal 14 dagen worden hersteld.
Overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang moeten in beginsel binnen een gemiddelde termijn van maximaal 21 dagen worden hersteld.
Voor elke overtreding beoordeelt het college welk hersteltermijn passend en geboden is.
Evaluatie van handhavingsbeleid
Het handhavingsbeleid is dynamisch en wordt regelmatig geëvalueerd. De gemeente voert periodieke evaluaties uit van het handhavingsbeleid en stuurt waar nodig bij. Dit gebeurt op basis van de resultaten van de uitgevoerde inspecties, nieuwe wetgeving, en feedback van kinderopvangorganisaties en ouders. Deze evaluaties dragen bij aan een continue verbetering van het toezicht en de handhaving, zodat het beleid altijd is afgestemd op de actuele eisen en omstandigheden.
Dwangsommen Kindercentrum
11Het gaat hier om maximale bedragen. Een dwangsom moet in verhouding staan tot de ernst van de overtreding en de zwaarte van het geschonden belang.
Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving
Administratie
de derde categorie
Maatregelen aanpak A-ziekten
de derde categorie
Overtredingen in het domein Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving hebben grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch beleid
de derde categorie
Pedagogische praktijk
de derde categorie
Voorschoolse educatie
de derde categorie
Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie
de derde categorie
Overtredingen in het domein pedagogisch klimaat hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van kinderopvang.
Personeel en groepen
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
de derde categorie
Opleidingseisen
de derde categorie
Aantal beroepskrachten
de derde categorie
Eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en Stagiairs
de derde categorie
Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
de tweede categorie
Stabiliteit van de opvang voor kinderen
de tweede categorie
Voertaal
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Personeel en groepen hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van kinderopvang.
Veiligheid en gezondheid
Veiligheids- en gezondheidsbeleid
de tweede categorie
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
de tweede categorie
Meld- overleg- en aangifteplicht
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van kinderopvang.
Accommodatie
Eisen aan ruimtes
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Accommodatie hebben, bij het ontbreken van een acute situatie, gemiddelde gevolgen voor de kwaliteit van kinderopvang. Bij acute situaties hebben overtredingen grote gevolgen voor de kwaliteit van kinderopvang.
Ouderrecht
Informatie
de tweede categorie
Oudercommissie
de tweede categorie
Klachten en geschillen
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben lichte tot matige gevolgen voor de kwaliteit van kinderopvang.
Dwangsommen Gastouderbureau
Personeel
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
de derde categorie per ontbrekende VOG, inschrijving en/of koppeling
Personeelsformatie per gastouder
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Personeel hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van opvang.
Veiligheid en gezondheid
Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
de tweede categorie
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
de tweede categorie
Meld- overleg- en aangifteplicht
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Veiligheid en gezondheid hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van opvang.
Ouderrecht
Informatie
de tweede categorie
Oudercommissie
de tweede categorie
Klachten en geschillen
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Ouderrecht hebben lichte tot matige gevolgen voor de kwaliteit van kinderopvang.
Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht
Kwaliteitscriteria
de tweede categorie
Administratie gastouderbureau
de tweede categorie
Overtredingen in het domein Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van opvang.
Dwangsommen Gastouder
Het maximum dwangsombedrag voor een voorziening voor gastouderopvang is gelijk aan het bedrag genoemd bij de eerste categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.
Dwangsommen Ouderparticipatieopvang
Het maximum dwangsombedrag voor een ouderparticipatiecrèche is gelijk aan het bedrag genoemd bij de tweede categorie artikel 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht en bij recidive het dubbele daarvan.
Bestuurlijke boete
Per overtreding van het voorschrift. Voor enkele overtredingen kan het college ervoor kiezen om, naast een herstelmaatregel, een boete op te leggen. Deze overtredingen staan in de tabel: ‘Directe boete'. Voor de andere overtredingen kan naast een herstelmaatregel ook een boete worden opgelegd. In de tabel is het maximum boetebedrag bij een eerste overtreding van het voorschrift opgenomen. Bij recidive verdubbelt het college het maximum boetebedrag.
Bij het opleggen van een bestuurlijke boete stemt het college de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt het college rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gemaakt. Om tot matiging over te gaan, verwacht het college een actieve houding van de overtreder. Het is belangrijk dat een houder niet alleen stelt dat bepaalde (bijzondere) omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar dat de houder dit ook aantoont.
Als met 1 feitelijke gedraging 2 of meer overtredingen zijn gemaakt, legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag. Daarnaast matigt het college een boete aan de hand van de omvang van de organisatie
Directe boete (indien gewenst)
algemeen
kindercentrum en GOB
gastouders
Exploitatie zonder toestemming college
de vierde categorie
de derde categorie
Aanbieden kinderopvang zonder schriftelijke overeenkomst
de derde categorie
Schenden medewerkingsplicht
de derde categorie
de tweede categorie
Niet opvolgen bevel
de vierde categorie
de derde categorie
Overtreden exploitatieverbod
de vierde categorie
de tweede categorie
Niet (op tijd) melden wijzigingen
de tweede categorie
Personeel en groepen
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
de derde categorie
Opleidingseisen
de derde categorie
Aantal beroepskrachten
de derde categorie
Eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en Stagiairs
de derde categorie
Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
de tweede categorie
Stabiliteit van de opvang voor kinderen
de tweede categorie
Voertaal
de tweede categorie
Gastouders - Personeel en groepen
Verklaring omtrent Gedrag (VOG)
de eerste categorie per ontbrekende VOG
Groepsgrootte en groepssamenstelling
de eerste categorie per overtreding
Kwalificatie
Het benodigde diploma, certificaat, enz.
de eerste categorie per ontbrekende kwalificatie
Kwaliteit gastouderbureau
Pedagogische praktijk
Begeleiding en ondersteuning van de Gastouder:
Uitvoering pedagogisch beleid door gastouders leidt tot verantwoorde gastouderopvang.
de tweede categorie per VGO waar onvoldoende is toegezien op de kwaliteit van opvang en/of de begeleiding tekortschiet
Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht:
De samenstelling van de groep kinderen bij de gastouder
de tweede categorie per VGO waar de groepsgrootte en/of samenstelling niet voldoet
Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang:
Inschrijving en koppeling gastouder, huisgenoten en structureel aanwezigen
de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling
Inschrijving en koppeling gastouder, huisgenoten en structureel aanwezigen
Veiligheid en gezondheid:
Inventarisatie van risico’s voorzieningen voor gastouderopvang
de tweede categorie
Hiervoor kan een boete worden opgelegd
Overige kwaliteitseisen
Niet opvolgen aanwijzing
de derde categorie, voor gastouder tweede categorie
Eisen ruimtes gastouderopvang:
De houder van een gastouderbureau toetst aantoonbaar jaarlijks op naleving van deze eisen
de tweede categorie per VGO waar niet is voldaan aan deze kwaliteitseisen en niet aantoonbaar is getoetst op de naleving
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
de tweede categorie per gastouder waar de kennis en het gebruik van de handelwijze uit de meldcode niet is bevorderd
Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
de derde categorie