Aanhef
Besluit:
1Het Standplaatsenbeleid Schagen 2026 vast te stellen;
2Het Standplaatsenbeleid 2024 gelijktijdig in te trekken;
3De Raadsinformatiememo Standplaatsenbeleid Schagen 2026 vast te stellen en aan te bieden aan de Raad.
5.1 Vaste standplaatsen
•Winkelpleintje Keinsmerweg
•Dorpsstraat t.h.v. nr. 154
•Veluweweg t.h.v. nr. 16 - 18
•Dorpsstraat t.h.v. nr. 9C
•Dorpsstraat 38
•Parkeerterrein Veersloot
•Nieuwstraat
•Vomar-gebied Langestraat
•Plein 1945
•Iepenlaan/Platanenweg/Wilgenlaan
•Groeneweg
-’t Zand
-Warmenhuizen
-Waarland
-Sint Maarten
-Tuitjenhorn
-Dirkshorn
-Schagen
-Schagen
-Petten
-Schagen
-Schagen
5.2 Tijdelijke standplaatsen (maximaal 6 maanden per kalenderjaar)
De volgende locaties zijn aangewezen voor tijdelijke standplaatsen.
•Nieuwstraat 10A (permanent) en 10B (tijdelijk 1-1-27)
•Gedempte Gracht 14
•Westerweg 2 (Eigen terrein)
•Witte Paal/Parkeerterrein Gamma (Eigen terrein)
•Wilgenlaan 1A
•Oostwal 21
•Willem ’t Hartplein 7
•Sportweg 5
•Dorpsstraat 106
•Dorpsplein
•Parkeerterrein Voordijk
•Strandslag 17
•Cornelius de Vriesweg nr. 8 (Eigen terrein)
•Parkeerplaats Duinweg
-Schagen
-Schagen
-Schagen
-Schagen
-Schagen
-Tuitjenhorn
-’t Zand
-Petten
-Warmenhuizen
-Callantsoog
-Callantsoog
-Petten
-Dirkshorn
-Groote Keeten
5.3 Ideële standplaatsen
Ideële standplaatsen worden niet als schaars aangemerkt. Voor ideële activiteiten worden geen vaste locaties aangewezen. Het college beoordeelt per aanvraag of de locatie geschikt is, geen onevenredige hinder ontstaat, geen strijd bestaat met evenementen of openbare orde.
5.4 Nieuwe initiatieven
Een verzoek tot aanwijzing van een nieuwe standplaatslocatie kan door een belanghebbende worden ingediend bij het college. Het college beoordeelt of de voorgestelde locatie en activiteit vanuit ruimtelijk, verkeerskundig, maatschappelijk en beleidsmatig oogpunt wenselijk zijn.
Indien het college besluit een nieuwe locatie aan te wijzen, wordt deze toegevoegd aan de lijst van aangewezen standplaatslocaties en openbaar bekendgemaakt. Indien de locatie wordt toegevoegd aan de lijst van de artikelen 5.1 en 5.2, wordt de locatie vervolgens overeenkomstig hoofdstuk 8 opengesteld voor mededinging.
6.1 Maximale duur
De maximale vergunningsduur bedraagt 12 jaar voor vaste en tijdelijke standplaatsen. Voor jaarlijks terugkerende (seizoens)activiteiten, zoals de verkoop van oliebollen of kerstbomen, bedraagt de vergunningsduur maximaal vijf jaar.
Voor nieuwe initiatieven bedoeld onder 5.4 kan het college een vergunning verlenen voor maximaal één jaar. Na evaluatie kan worden besloten de vergunning te verlengen, de locatie aan te wijzen als reguliere standplaatslocatie of de activiteit te beëindigen.
6.2 Bestaande vergunningen
•Lopende vergunningen met een einddatum blijven geldig tot die datum.
•Bestaande vergunningen voor onbepaalde tijd worden binnen een redelijke overgangstermijn herzien overeenkomstig dit beleid.
•Standplaatshouders worden hierover schriftelijk geïnformeerd.
7.1 Uitgangspunt
Per locatie geldt een maximumaantal branches om een divers en leefbaar aanbod te garanderen en overconcentratie te voorkomen. Branchering wordt uitsluitend toegepast vanuit ruimtelijke ordening, veiligheid, gezondheid, leefbaarheid en het voorkomen van hinder (zoals geur, geluid en verkeersdruk). Branchering is niet bedoeld als economische regulering of concurrentiebeperking.
7.3 Systematiek
•Onder een branche wordt verstaan: verkoop of dienstverlening met een vergelijkbaar productaanbod en een vergelijkbare mate van ruimtelijke, geur- of geluidshinder.
•Het college stelt de branchering per locatie vast (vis – snacks/frites – kip – ijs – bloemen/planten – noten – brood/banket – maaltijden/internationele keuken – overig).
•De categorie ‘overig’ is uitsluitend bedoeld voor nieuwe of afwijkende concepten die niet eenduidig onder de aangewezen branches vallen.
•Per standplaatslocatie kan het college een maximum vaststellen voor het aantal toegestane branches.
•Indien een branche reeds structureel aanwezig is op een locatie of binnen een dorpskern, kan het college besluiten om aanvragen voor diezelfde branche voor andere dagen of tijdstippen te weigeren zonder toepassing van de vergelijkende selectieprocedure uit artikel 8.
•Toelating binnen de categorie ‘overig’ leidt niet automatisch tot uitbreiding of aanpassing van de aangewezen branches en schept geen precedentwerking.
8.1 Procedure
•Vrijkomende standplaatslocaties worden vanaf drie maanden voordat de locatie beschikbaar komt, gepubliceerd via het digitale standplaatsen-dashboard van de gemeente Schagen: www.schagen.nl/standplaats.
•Bij de bekendmaking wordt vermeld: de locatie, de beschikbare periode en de eventuele branchering.
•Geïnteresseerden kunnen zich vanaf de datum van publicatie binnen twee weken via de website aanmelden voor de vrijgekomen standplaatslocatie.
•Aanmeldingen die zijn ingediend buiten de termijn van twee weken worden buiten behandeling gelaten.
•Aanmeldingen worden ingediend via een door het college vastgesteld aanmeldingsformulier. Een aanmelding bevat in ieder geval gegevens over de aanvrager, de gewenste locatie, de gewenste exploitatieperiode, de aard van de activiteiten en de afmetingen van de standplaats. Het college kan aanvullende gegevens verlangen.
•Indien meerdere aanmeldingen voor dezelfde locatie: vergelijkende selectie op basis van de selectiecriteria in 8.2 en de daaraan toebedeelde punten.
•Na afronding van de verdelingsprocedure dient de geselecteerde gegadigde binnen twee weken na de toewijzing een volledige vergunningaanvraag in. Het college neemt de aanvraag in behandeling en beoordeelt deze aanvraag aan de hand van de Apv, dit beleid en overige relevante wet- en regelgeving.
8.2 Selectiecriteria (objectief en toetsbaar)
Objectieve criteria zijn:
1Ruimtelijke en technische geschiktheid van de standplaatswagen; (20 punten)
Beoordeeld wordt in hoeverre de standplaatswagen past binnen de beschikbare ruimte, geen belemmering vormt voor verkeer en voldoet aan geldende ruimtelijke randvoorwaarden. Daarbij wordt mede beoordeeld of de standplaatswagen, kraam of verkoopinrichting verzorgd oogt en qua uitstraling passend is binnen de omgeving en de ruimtelijke kwaliteit van de locatie.
2Geluid en geur (incl. apparatuur); (15 punten)
Mate waarin geluid en geur worden beperkt, inclusief gebruik van stille apparatuur en effectieve ontgeuringsmaatregelen.
3Brandveiligheid; (15 punten)
Voldoen aan brandveiligheidseisen, waaronder minimale afstand van 5 meter tot gevels en veilige opstelling van installaties.
4Duurzaamheid (15 punten)
Gebruik van duurzame energiebronnen, beperking van afval, emissies, aggregaten en houtskool.
5Leefbaarheid & hinderbeperking; (15 punten)
Maatregelen om overlast voor omwonenden te beperken, waaronder openingstijden, positionering en omgang met bezoekersstromen.
6Netheid & bedrijfsvoering; (10 punten)
Plan voor schoonhouden van de standplaats en directe omgeving, inclusief afvalafvoer en gladheidsbestrijding.
7Handhavingshistorie (gemeente Schagen); (10 punten)
Beoordeeld wordt of binnen de gemeente Schagen sprake is geweest van onherroepelijke handhavingssancties. Bij ernstige of herhaalde overtredingen kunnen punten worden afgetrokken of kan de aanvraag buiten beschouwing worden gelaten. Handhavingshistorie wordt uitsluitend betrokken voor zover deze betrekking heeft op onherroepelijke sancties binnen de gemeente Schagen. Deze informatie wordt niet onderling gedeeld tussen ondernemers, maar leidt tot een toets ‘voldoet / voldoet niet’.
8.3 Beoordelingscommissie
•Een ambtelijke beoordelingscommissie bestaande uit diverse afdelingen kent per criterium punten toe.
•De puntentoekenning per criterium wordt vooraf inzichtelijk gemaakt in een beoordelingskader dat wordt gepubliceerd via het digitale standplaatsendashboard.
•Per criterium wordt beschreven welke objectieve indicatoren leiden tot een hogere of lagere score.
•Indien twee of meer aanvragen een gelijke totaalscore behalen, vindt toewijzing plaats door middel van loting.
•De beoordelingscommissie brengt een gemotiveerd advies uit.
9.1 Schoonhouden / gladheidsbestrijding
•Standplaatshouders zijn verantwoordelijk voor het schoonhouden van de standplaats en de directe omgeving daarvan. Onder directe omgeving wordt verstaan een straal van ten minste 10 meter rondom de standplaats, voor zover de vervuiling redelijkerwijs aan de exploitatie van de standplaats kan worden toegerekend. Onder het schoonhouden wordt in ieder geval verstaan:
o afval,
o vetresten,
o olie,
o gladheidsbestrijding: de standplaatshouder draagt zorg voor een veilige en toegankelijke standplaats en houdt de directe loopruimte naar en rondom de standplaats vrij van obstakels en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, van gladheid.
9.2 Elektriciteit
•De gemeente verstrekt geen gratis stroom.
•Op standplaatslocaties waar een gemeentelijke stroomvoorziening aanwezig is, kan het college het elektriciteitsverbruik schatten op basis van het opgegeven vermogen van de gebruikte apparatuur, de gebruiksduur en het aantal exploitatiedagen. Het college kan bepalen dat een tussenmeter wordt geplaatst indien dit noodzakelijk wordt geacht voor een juiste verrekening van de energiekosten.
•Nieuwe standplaatslocaties worden niet aangewezen voordat een stroomvoorziening beschikbaar is.
9.3 Warmte, geur en veiligheid
•Ontgeuringsinstallaties of andere geurbeperkende maatregelen kunnen worden voorgeschreven indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van geurhinder.
•Warme bereidingen zijn niet toegestaan binnen 5 meter van gebouwen. Gasinstallaties, frituurinstallaties en andere warmtebronnen dienen daarnaast te voldoen aan de geldende brandveiligheidsvoorschriften en keuringseisen.
•Gasinstallaties, frituurinstallaties en andere warmtebronnen dienen te voldoen aan de geldende veiligheidsvoorschriften en keuringseisen.
•Indien op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of andere milieuregelgeving een melding, vergunning of andere toestemming vereist is, is de vergunninghouder verantwoordelijk voor het voldoen aan deze verplichtingen.
De vergunninghouder dient gedurende de gehele looptijd van de vergunning adequaat verzekerd te zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid voor schade aan derden.
Indien gebruik wordt gemaakt van elektrische installaties, gasinstallaties, aggregaten of bak- en braadapparatuur dient tevens een passende bedrijfs- en inventarisverzekering aanwezig te zijn. Het college kan verzoeken een geldig verzekeringsbewijs te overleggen.
9.4 Weigerings- en intrekkingsgronden
Naast de gronden in de Apv (o.a. art. 1:6, 1:8 en 5:18) kan een vergunning worden geweigerd of ingetrokken indien:
•De standplaats in strijd is met het geldende omgevingsplan en de benodigde planologische toestemming ontbreekt;
•structureel niet wordt voldaan aan de eisen uit dit beleid;
•betalingsverplichtingen (zoals elektriciteit) niet worden nagekomen;
•ernstige of herhaalde overtredingen plaatsvinden die de leefbaarheid of veiligheid aantasten;
•geen geldige aansprakelijkheidsverzekering aanwezig is indien deze op grond van dit beleid verplicht is gesteld;
•van vergunninghouders wordt verwacht dat zij de vergunde standplaats regelmatig innemen. Indien gedurende een aaneengesloten periode van 2 maanden geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning zonder geldige reden, kan het college overgaan tot heroverweging of intrekking van de vergunning.
9.5 Vervallen van standplaatslocaties
Indien een standplaatslocatie definitief vervalt door herinrichting, bouw of zwaarwegende publieke belangen, wordt, indien mogelijk, een alternatieve locatie aangeboden. Indien geen alternatief beschikbaar is, bestaat geen automatisch recht op schadevergoeding.
9.6 Toezicht en handhaving
De vergunninghouder is verplicht medewerking te verlenen aan toezicht op de naleving van de vergunningvoorschriften en dit beleid. Bij overtreding kan het college handhavend optreden overeenkomstig de Apv en de Algemene wet bestuursrecht.
9.7 Terrassen en Alcohol
Het ter plaatse nuttigen van consumpties is uitsluitend toegestaan indien dit onderdeel uitmaakt van de verleende vergunning. Het plaatsen van tafels, stoelen, statafels of andere voorzieningen ten behoeve van verblijf van bezoekers is uitsluitend toegestaan met toestemming van het college. Het college kan nadere voorschriften stellen ter voorkoming van hinder, verkeersonveilige situaties en onevenredig gebruik van de openbare ruimte.
Het verstrekken van alcoholhoudende dranken is uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de Alcoholwet en de daarvoor vereiste vergunningen of ontheffingen zijn verleend.
10.1 Redenen
•Evenementen inclusief op- en afbouw, tenzij er een afspraak wordt gemaakt met de organisator van het betreffende evenement en er ruimte is om te blijven staan.
•Brandveiligheid / openbare orde.
•Tijdelijke werkzaamheden in de openbare ruimte (zoals kabelwerk, wegonderhoud of reconstructies)
•Structurele herinrichting of herontwikkeling van de openbare ruimte (zoals herprofilering, herinrichting van pleinen of gebiedsontwikkeling)
10.2 Afspraken
•Bij tijdelijke verplaatsing vindt tijdig overleg plaats met de betrokken standplaatshouder.
•Het college maakt per situatie een zorgvuldige belangenafweging, waarbij zowel het publieke belang als het belang van de vergunninghouder wordt betrokken.
•Indien redelijkerwijs mogelijk wordt een passende alternatieve locatie aangeboden.
•Een alternatieve locatie wordt aangemerkt als passend indien:
o Deze zich in de nabijheid van de oorspronkelijke standplaatslocatie bevindt;
o Voldoende fysieke ruimte aanwezig is voor een veilige opstelling;
o Technische voorzieningen (zoals elektriciteit) beschikbaar of realiseerbaar zijn;
o Geen onevenredige hinder voor verkeer, omwonenden of ondernemers ontstaat.
•Indien redelijkerwijs geen passende alternatieve locatie beschikbaar is, bestaat geen recht op schadevergoeding of vervangende exploitatiemogelijkheid.