Aanhef
De Gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch,
in zijn vergadering van 13 november 2025,
gezien het voorstel van het college d.d 30 september 2025, met reg.nr. 17958943;
gelet op de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van een belasting op honden 2026.
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven terzake van het houden van een hond binnen de gemeente.
Artikel 2 Belastingplicht
1Belastingplichtig is de houder van een hond.
2Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.
3Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.
4Hij die bij een ander inwoont zonder tot het huishouden te behoren is persoonlijk belastingplichtig.
Artikel 3 Vrijstellingen
1In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.
2De belasting wordt niet geheven terzake van honden:
a.die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden of verblijven bij een gastgezin al dan niet in afwachting van een plaatsing;
b.die zijn opgeleid tot en dienen als hulp- of assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig worden gehouden of verblijven bij een gastgezin al dan niet in afwachting van een plaatsing;
c.die verblijven in een hondenasiel;
d.die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;
e.die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tesamen met de moederhond worden gehouden;
f.waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging.
Artikel 4 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.
Artikel 5 Belastingtarief
1De belasting bedraagt per belastingjaar:
a.voor een eerste hond €108,00
b.voor een tweede hond €162,36
c.voor een derde en volgende hond €217,44
2In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in een kennel, per belastingjaar, per kennel € 326,04. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kennel verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren, bestemd en gebruikt voor het fokken van honden voor de verkoop of aflevering van nakomelingen.
3Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige verzoekt de verschuldigde belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.
Artikel 6 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.
2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting terzake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder bedraagt dan € 5.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen.
4Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing en is het tweede lid niet van toepassing.
Artikel 10 Kwijtschelding
Bij de invordering van de hondenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel
1De "Verordening hondenbelasting 2025", vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch d.d. 13 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
3De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening hondenbelasting 2026".