Gemeentelijke regelgeving

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2026

Gemeente 's-Hertogenbosch · geldt sinds 29 november 2025

Aanhef

De Gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch,

in zijn vergadering van 13 november 2025,

gezien het voorstel van het college d.d. 30 september 2025, met reg.nr. 17958943;

gelet op de Gemeentewet;

besluit vast te stellen:

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch, houdende regels betreffende de heffing en de invordering van reinigingsheffingen 2026

Hoofdstuk 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Inleidende bepaling

Krachtens deze verordening worden geheven:

a.een afvalstoffenheffing;

b.reinigingsrechten.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken” in hoofdstuk II. Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.

Hoofdstuk II. AFVALSTOFFENHEFFING

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

1Voorwerp van de belasting is een perceel.

2Als perceel wordt aangemerkt;

a.De onroerende zaak, bedoeld in artikel 16 onder a,c,d en f van de Wet waardering onroerende zaken;

b.De roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is;

c.Een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;

d.Een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken f in obderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigeheden beoordeeld, bij elkaar behoren;

e.Het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoelde gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4 Aard van de belasting en belastbaar feit

1Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 5 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene, die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 6 Maatstaf van heffing en belastingtarief

1De belasting bedraagt voor het verwijderen van afvalstoffen, niet afkomstig uit een bedrijfspand, per jaar per perceel:

a.indien het perceel wordt gebruikt door één persoon

€265,68

b.indien het perceel wordt gebruikt door twee of meer personen

€334,32

2.

de belasting als bedoeld in lid1 a en b wordt vermeerderd, voor het in bruikleen hebben van een extra grijze container, per container met

€240,00

3.

de belasting als bedoeld in lid 1 a en b wordt vermeerderd, voor het in bruikleen hebben van een extra groene container, per container met

€120,00

4.

De belasting als bedoeld in lid 1 a en b wordt vermeerderd met € 0,50 per extra storting in een ondergrondse container met een maximum van 30 extra stortingen per jaar.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

1De belasting als bedoeld in artikel 6 lid1 a en b wordt geheven bij wege van aanslag.

2De belasting als bedoeld in artikel 6 lid 2, 3 en 4 wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsbelang

1De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar een ander perceel feitelijk in gebruik neemt.

Artikel 10 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder bedraagt dan € 5.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De belasting bedoeld in artikel 6, lid 2,3 en 4 wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden voldaan op het tijdstip waarop de extra container of extra storting wordt aangevraagd.

4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden genoemde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting bedoeld in artikel 6 lid 2, 3 en 4 wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Vrijstelling medisch afval

De belastingplichtige die als gevolg van een chronische ziekte of handicap noodgedwongen extra afvalstoffen aanbiedt, kan vrijstelling krijgen voor de kosten van een extra 240 liter grijze container.

Hoofdstuk III. REINIGINGSRECHTEN

Artikel 14 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen, gebruik maakt.

Artikel 15 Maatstaf van heffing en belastingtarief jaarlijkse tarieven

1Het recht voor het verwijderen van afvalstoffen afkomstig uit een bedrijfspand, bedraagt per jaar:

a.

indien gebruik wordt gemaakt van een restafvalcontainer met een inhoud van 240 liter

€ 395,40

b.

indien bij gebruik van een ondergrondse afvalcontainer gemiddeld niet meer dan twee stortingen per week worden gedaan

€ 395,40

c.

indien bij gebruik van een ondergrondse afvalcontainer gemiddeld meer dan twee doch niet meer dan gemiddeld vier stortingen per week worden gedaan

€ 791,05

d.

indien bij gebruik van een ondergrondse afvalcontainer gemiddeld meer dan vier doch niet meer dan gemiddeld tien stortingen per week worden gedaan

€1.978,20

e.

indien bij gebruik van een ondergrondse afvalcontainer gemiddeld meer dan tien doch niet meer dan gemiddeld vijftien stortingen per week worden gedaan

€2.967,85

f.

indien bij gebruik van een ondergrondse afvalcontainer gemiddeld meer dan vijftien doch niet meer dan gemiddeld twintig stortingen per week worden gedaan

€3.956,40

g.

indien bij gebruik van een ondergrondse afvalcontainer meer dan 20 stortingen per week worden gedaan

€3.956,40

plús een bedrag van € 4,80 voor elke storting boven de 20 stortingen per week.

2Het ophalen van papier uit bedrijfspanden bij gebruik van een ondergrondse container voor uitsluitend papier en karton in de binnenstad:

a.bij minder dan 50 kg papier per maand € 8,60 per maand

b.bij 50 kg of meer per maand € 15,80 per maand

3De tarieven in lid 1 en 2 zijn exclusief BTW.

Artikel 16 Maatstaf van heffing en belastingtarief overige tarieven

Het recht bedraagt voor:

1het op verzoek verwijderen van huishoudelijke afvalstoffen en grof huisvuil bij particuliere huishoudens: een vast bedrag van € 17,00 vermeerderd met € 0,17 per kilogram;

2het door particuliere huishoudens, die aantoonbaar woonachtig zijn in de gemeente ’s-Hertogenbosch, achterlaten van de zogenaamde betaalde huishoudelijke afvalstoffen (puin, grof huisvuil, restafval, hout en grond (waaronder graszoden)) op de daarvoor aangewezen gemeentelijke milieustations: € 0,17 per kilogram;

3het door overige particuliere bezoekers achterlaten van zogenaamde betaalde huishoudelijke afvalstoffen (puin, grof huisvuil, restafval, hout en grond (waaronder graszoden) op de daarvoor aangewezen gemeentelijke milieustations: € 0,29 per kilogram (inclusief BTW-hoog);

4Voor het achterlaten door particuliere huishoudens op de daarvoor aangewezen gemeentelijke milieustations van de volgende huishoudelijke afvalstoffen: asbest, KCA, elektrische en elektronische apparaten (velgloze) autobanden, papier, snoeihout, metalen, aluminium, lood, piepschuim (tempex) textiel, schoenen, glas, glasplaten, plastic verpakkingsafval en composteerbaar tuinafval, worden geen rechten geheven;

5Het op verzoek ledigen en doorzoeken van de inhoud van een ondergrondse container in verband met een verloren voorwerp: € 100,-.

Artikel 17 Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 18 Wijze van heffing en tijdstip van betaling

1De rechten, bedoeld in de artikelen 15 en 16 worden geheven door middel van een kennisgeving in de vorm van een bon, nota of andere schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

2De rechten, bedoeld in artikel 15 moeten worden voldaan binnen dertig dagen na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.

3De rechten, als bedoeld in artikel 16 moeten worden betaald op het tijdstip van uitreiking van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.

Artikel 19 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De rechten bedoeld in artikel 15 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten bedoeld in artikel 15 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de rechten bedoeld in artikel 15 aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.

5De rechten bedoeld in artikel 16 zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.

Hoofdstuk IV. AANVULLENDE BEPALINGEN

Artikel 20 Kwijtschelding

Bij de invordering van de reinigingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel

1De "Verordening reinigingsheffingen 2025", vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch d.d. 13 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reinigingsheffingen 2026".

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.