Gemeentelijke regelgeving

Verordening geldelijke voorzieningen leden bijzondere commissies 2007

Gemeente 's-Hertogenbosch · geldt sinds 2 oktober 2007

Aanhef

De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 18 maart 2008;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 februari 2008,

regnr. 08.0143;

gelet op de Gemeentewet en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;

Besluit

1De artikelen 2 en 3 van de “Verordening geldelijke voorzieningen leden bijzondere commissies ’s-Hertogenbosch 2007” te wijzigen.

2Te bepalen dat deze wijziging met terugwerkende kracht tot en met 2 oktober 2007 in werking treedt.

Hoofdstuk I Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.bijzondere commissie: Rekenkamercommissie, Adviescommissie Wet Werk en Bijstand, Ombudscommissie,Commissie van advies voor de bezwaarschriften of Commissie van advies voor bezwaarschriften personele aangelegenheden;

b.Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244;

c.Regeling rechtspositie wethouders: de ministeriële regeling van 20 februari 2001, Stcrt. 41 als bedoeld in artikel 23 van het Rechtspositiebesluit wethouders;

d.raadslid: lid van de gemeenteraad; en e. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de gemeentewet.

Hoofdstuk 2 Voorzieningen voor leden bijzondere commissies

Artikel 2

Vergoedingen voor het bijwonen van vergaderingen en voor de overige werkzaamheden

1Het lid van een bijzondere commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een bijzondere commissie en haar subcommissies een vergoeding die gelijk is aan tweemaal het bedrag, vermeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien.

2Het lid van een bijzondere commissie ontvangt voor onderzoekswerkzaamheden uit hoofde van het commissielidmaatschap; het vertegenwoordigen van de bijzondere commissie in overlegsituaties en andere werkzaamheden, voortvloeiende uit het lidmaatschap van de bijzondere commissie, per activiteit, een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dit bedrag jaarlijks door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt herzien. De bijzondere commissie stelt nadere regelen ten aanzien van de activiteiten, die voor vergoeding in aanmerking komen.

3Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is niet van toepassing op degene die als lid van een bijzondere commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.

4Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een bijzondere commissie

a.als raadslid of wethouder;

b.uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;

c.als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.

5Uitbetaling van de vergoedingen voor het bijwonen van vergaderingen en voor de overige werkzaamheden en eventuele reis- en verblijfkosten, bedoeld in artikel 3, vindt plaats aan rechthebbende.

Artikel 3

Reis- en verblijfkosten

1Aan het lid van een bijzondere commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de bijzondere commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de bijzondere commissie en de overige reiskosten voortvloeiende uit het commissielidmaatschap vergoed.

De vergoeding betreft:

a.bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;

b.bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders.

2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen binnen en buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.

Hoofdstuk 3 De procedure van declaratie

Artikel 4

Betaling van kosten

Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door:

a.betaling uit eigen middelen; of

b.rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente.

Artikel 5

Declaratie van vooruitbetaalde kosten

1Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 3, wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model vanwege het college door het hoofd van de afdeling Personeelsbeheer is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald.

2Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend. Het commissielid dient het declaratieformulier binnen 2 maanden bij de griffier onder bijvoeging van de originele bewijsstukken.

Hoofdstuk 4 Citeertitel en inwerkingtreding

Artikel 6

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt onmiddellijk in werking.

Artikel 7

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening geldelijke voorzieningen leden bijzondere commissies ’s-Hertogenbosch 2007”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.