Gemeentelijke regelgeving

Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026

Gemeente 's-Hertogenbosch · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch

In zijn vergadering van 28 oktober 2025,

Gezien het voorstel met reg.nr. 18525036

Besluit

1De beleidsregels en het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026 vast te stellen.

2De Beleidsregels en het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2025 in te trekken.

Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

1Kleinschalig wooninitiatief: een woonsituatie op basis van een particulier initiatief waarbij minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet ontvangen voor ondersteuning en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de ondersteuning inkopen, én waarbij de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten.

2Verordening: de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch.

3Beleidsregels: de geldende Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch.

4Alle begrippen die in dit Besluit nadere regels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Algemene wet bestuursrecht en de Verordening.

Hoofdstuk 2 Persoonsgebonden budget

Paragraaf 1 Controle en verantwoording persoonsgebonden budget

Artikel 2.1 Verantwoording en controle

1Iedere inwoner legt verantwoording af over (de besteding van) het persoonsgebonden budget (pgb).

2De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de pgb-budgethouder aan het college kan steekproefsgewijs plaatsvinden na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.

3De controle richt zich op de besteding van het doel van het persoonsgebonden budget. Er kan controle plaatsvinden of het aantal geïndiceerde uren ook overeenstemt met het aantal door de pgb-budgethouder ingekochte zorguren. Indien uit de gegevens van de Sociale Verzekeringsbank blijkt dat binnen een half jaar geen besteding heeft plaatsgevonden, vindt in overleg met de belanghebbende inwoner beëindiging of omzetting naar zorg in natura plaats. De gemeente controleert het gebruik van het persoonsgebonden budget per kalenderjaar. Bij onderbesteding van meer dan 25% volgt een overleg met de pgb-budgethouder naar de oorzaak van de onderbesteding.

4Budget dat niet besteed wordt, kan niet meegenomen worden naar het volgende kalenderjaar.

Paragraaf 2 Voeren van een huishouden

Artikel 2.2 Persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden

1De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld in uren per week.

2De actuele bedragen staan op de gemeentelijke website

1https://www.s-hertogenbosch.nl/inwoner/ondersteuning-en-zorg/persoonsgebonden-budget

. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Paragraaf 3 Het hebben van zelfregie over het dagelijkse leven, het hebben van dagstructuur en het ontlasten van mantelzorgers

Artikel 2.3 Persoonsgebonden budget begeleiding

1De omvang van het persoonsgebonden budget voor begeleiding basis en begeleiding extra wordt vastgesteld in uren per week.

2Het maximum wordt vastgesteld op 25 uur in de week.

3Indien de pgb-budgethouder een aanbieder inkoopt, is het vertrekpunt het tarief voor een micro-aanbieder. Tenzij het een aanbieder betreft die is gecontracteerd en waarvoor het reguliere tarief geldt. Of als de pgb-budgethouder aantoont in het pgb-plan dat het een reguliere aanbieder is

2Een aanbieder is een reguliere aanbieder als twee van de volgende drie voorwaarden van toepassing zijn: de jaaromzet is hoger dan € 700.000,-, het balanstotaal is hoger dan € 350.000,- en er staan meer dan 10 fte op de loonlijst.

.

4De actuele bedragen staan op de gemeentelijke website. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 2.4 Persoonsgebonden budget groepsbegeleiding en vervoer

1De omvang van het persoonsgebonden budget voor groepsbegeleiding basis en groepsbegeleiding extra wordt vastgesteld in dagdelen per week.

2Het maximum wordt vastgesteld op 9 dagdelen groepsbegeleiding per week.

3Indien de pgb-budgethouder een aanbieder inkoopt, is het vertrekpunt het tarief voor een micro-aanbieder. Tenzij het een aanbieder betreft die is gecontracteerd en waarvoor het reguliere tarief geldt. Of als de pgb-budgethouder aantoont in het pgb-plan dat het een reguliere aanbieder is.

4De omvang van het persoonsgebonden budget voor regulier vervoer en rolstoelvervoer van en naar de dagbesteding wordt vastgesteld in dagen per week.

5De actuele bedragen staan op de gemeentelijke website. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 2.5 Persoonsgebonden budget kortdurend verblijf

1De omvang van het persoonsgebonden budget voor kortdurend verblijf wordt vastgesteld in etmalen.

2Het maximum wordt vastgesteld op 52 etmalen per kalenderjaar.

3Indien de pgb-budgethouder een aanbieder inkoopt, is het vertrekpunt het tarief voor een micro-aanbieder. Tenzij het een aanbieder betreft die is gecontracteerd en waarvoor het reguliere tarief geldt. Of als de pgb-budgethouder aantoont in het pgb-plan dat het een reguliere aanbieder is.

4De actuele bedragen staan op de gemeentelijke website. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 2.6 Tarieven voor niet gecontracteerde aanbieder of zzp'er

De tarieven uit deze paragraaf, paragraaf 8 en de gemeentelijke website gelden ook voor een niet gecontracteerde aanbieder of zzp’er als die via een buitencontractuele opdracht gevraagd wordt een maatwerkvoorziening te leveren.

Paragraaf 4 Normaal gebruik van de woning

Artikel 2.7 Persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen

1Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de prijs van de goedkoopst passende voorziening, inclusief kosten van onderhoud, verzekering en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier betaald zou worden.

2Het bedrag voor de financiële tegemoetkomingen voor woonvoorzieningen is terug te vinden in artikel 5.1 van dit Besluit.

Paragraaf 5 Verplaatsen in en om de woning

Artikel 2.8 Rolstoelen

1Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel is maximaal gelijk aan het gemiddelde bedrag dat het college zou moeten betalen voor een naturaverstrekking via de gecontracteerde leverancier. Op de gemeentelijke website staan de bedragen voor de verschillende voorzieningen.

2De inwoner is zelf verantwoordelijk om hiervoor een passende voorziening aan te schaffen en dient een offerte bij het pgb-plan te voegen waarin de kosten genoemd in lid 1 zijn weergegeven.

3Het middel dient aangeschaft te worden bij een met, ten minste, het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen (NKH) erkend bedrijf en mag niet ouder zijn dan drie jaar.

4Aanvullend op het persoonsgebonden budget uit bovenstaand lid is een te verstrekken persoonsgebonden budget van 12 % bestemd voor aanpassing, onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening. Dit budget is eenmalig en op basis van het gehele bedrag van de voorziening. De termijn van dit budget is op basis van de economische afschrijvingstermijn van de voorziening. De economische afschrijvingstermijn is te vinden op de gemeentelijke website.

5Noodzakelijke individuele aanpassingen worden volledig vergoed.

Paragraaf 6 Lokaal verplaatsen per vervoersmiddel

Artikel 2.9 Persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening

1Het persoonsgebonden budget voor een vervoersmiddel is maximaal gelijk aan het gemiddelde bedrag dat het college zou moeten betalen voor een naturaverstrekking via de gecontracteerde leverancier. Op de gemeentelijke website staan de bedragen voor de verschillende voorzieningen.

2De inwoner is zelf verantwoordelijk om hiervoor een passende voorziening aan te schaffen en dient een offerte bij het pgb-plan te voegen waarin de kosten genoemd in lid 1 zijn weergegeven.

3Het middel dient aangeschaft te worden bij een met, ten minste, het Nationaal Keurmerk Hulpmiddelen (NKH) erkend bedrijf en mag niet ouder zijn dan drie jaar.

4Aanvullend op het persoonsgebonden budget uit bovenstaand lid is een te verstrekken persoonsgebonden budget van 12 % bestemd voor aanpassing, onderhoud, reparatie en verzekering van de voorziening.

5Noodzakelijke individuele aanpassingen worden volledig vergoed. Het bedrag voor de financiële tegemoetkomingen – in afwijking van lid 1 – zijn terug te vinden in artikel 5.1 van dit Besluit.

Paragraaf 7 Onderhouden van sociale contacten

Artikel 2.10 Sportvoorziening

Via de hulpmiddelenleverancier (Uniek Sporten Uitleen) kan een inwoner gratis een half jaar een sporthulpmiddel proberen. Daarna kan via een persoonsgebonden budget een sportvoorziening worden gekocht.

Dit budget is voor aanschaf, onderhoud, verzekering en reparatie van de sportvoorziening voor een periode van drie jaar. In bijzondere situaties kan van dit bedrag afgeweken worden. De sportvoorziening kan ook een aanpassing van een normale sportvoorziening zijn. De inwoner maakt aantoonbaar wat de extra kosten voor hem zijn. De inwoner is verantwoordelijk voor de aankoop van algemeen gebruikelijke zaken die nodig zijn bij sportbeoefening.

Het actuele bedrag voor de sportrolstoel staat op de gemeentelijke website1. Als de gevraagde sportvoorziening niet voorkomt op de pgb-tarievenlijst, dienen er minimaal twee offertes te worden opgevraagd. De goedkoopste variant wordt betaald.

Paragraaf 8 Beschermd wonen

Artikel 2.11 Beschermd wonen

1De omvang van het persoonsgebonden budget voor de producten kleinschalig thuis, zelfstandig thuis en dagbesteding beschermd wonen wordt vastgesteld in bedragen per maand.

2Bij een persoonsgebonden budget voor de producten kleinschalig thuis en zelfstandig thuis moet een minimaal aantal uren begeleiding per week worden ingezet:

•Kleinschalig thuis basis: minimaal 6 uur per week

•Kleinschalig thuis intensief: minimaal 10 uur per week

•Zelfstandig thuis basis: minimaal 4 uur per week

•Zelfstandig thuis intensief: minimaal 8 uur per week

3Als er geen sprake is van een gemeenschappelijke ruimte bij de vorm kleinschalig thuis informeel, dient het persoonsgebonden budget verlaagd te worden met € 220,-.

4De actuele bedragen staan op de gemeentelijke website. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Hoofdstuk 4 Mantelzorgwaardering en -ondersteuning

Artikel 4.1 Jaarlijkse blijk van waardering mantelzorgers

De waardering voor mantelzorgers vindt plaats door:

1Een individuele blijk van waardering in de vorm van een waardebon van € 50,00 en een collectieve blijk van waardering aan mantelzorgers tijdens de jaarlijkse nationale Dag van de Mantelzorg.

2De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de individuele blijk van waardering zijn opgenomen in de geldende Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente ’s-Hertogenbosch.

Hoofdstuk 5 Indexering

Artikel 5.1 Hoogte financiële tegemoetkoming

1Bij het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.8 van verordening voor:

a.verhuis- en inrichtingskosten geldt een forfaitair bedrag. Het bedrag voor de financiële tegemoetkoming verhuiskosten en herinrichtingskosten bedraagt € 2.500,-;

b.kosten voor het bezoek maken van de woonruimte geldt een forfaitair bedrag. Het bedrag voor de financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woonruimte bedraagt € 2.300,-;

c.de kosten voor vervoer per eigen auto, rolstoeltaxi of bruikleenauto. De hoogte is gebaseerd op de kilometerprijs van het Nibud en het uitgangspunt dat de client 2000 km per jaar binnen de eigen leef- en woonomgeving moet kunnen reizen. Het betreft een bedrag van €620,00 per jaar.

d.de kosten voor woningsanering: bedrag is gebaseerd op de gangbare prijs op sociaal woningbouwniveau. Voor woningsanering gelden de volgende afschrijvingstermijnen:

•Is een artikel nieuwer dan 2 jaar, 100% vergoeding;

•Is een artikel 2-4 jaar oud, 75 % vergoeding;

•Is een artikel 4-6 jaar oud, 50 % vergoeding;

•Is een artikel 6-8 jaar oud, 25 % vergoeding;

•Is een artikel 8 jaar oud of ouder, geen vergoeding.

e.De hoogte van de financiële tegemoetkoming ten aanzien van de huurderving wordt vastgesteld op de werkelijke kosten per maand, doch maximaal op het bedrag van de maximale subsidiabele huur op grond van de Wet op de huurtoeslag.

Hoofdstuk 6 Slotbepaling

Artikel 6.1 Overgangsrecht

•Het Besluit nadere regels 2025 wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van dit geactualiseerde Besluit;

•Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de in het eerste lid genoemde Besluit totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.

•Aanvragen die zijn ingediend onder de in het eerste lid genoemde Besluit en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van dit Besluit, worden afgehandeld met inachtneming van de bepalingen in dit Besluit.

Artikel 6.2 Inwerkingtreding

Dit Besluit treedt met ingang van 1 januari 2026 in werking.

Artikel 6.3 Citeertitel

Dit Besluit wordt aangehaald als “Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026”.

Artikel 6.4 Samenhang

Bij dit Besluit horen de Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026 en de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026.

Het college voornoemd,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.