Gemeentelijke regelgeving

Beleidsuitvoeringskader VTH voor de Wet kwaliteitsborging (Wkb)

Gemeente 's-Hertogenbosch · geldt sinds 11 juli 2023

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch,

In zijn vergadering van 11 juli 2023,

Gezien het voorstel met reg.nr. 15200333,

Besluit vast te stellen

Het Beleidsuitvoeringskader voor de toepassing van de Wet kwaliteitsborging

2. Gefaseerde invoering van de wet

2.1 Gevolgklasse 1

De nieuwe wet wordt niet meteen voor alle bouwwerken ingevoerd maar gaat als eerste gelden voor bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Dit zijn bijvoorbeeld grondgebonden woningen en kleinere bedrijfspanden. Maar ook de vergunningplichtige verbouwactiviteiten van deze bouwwerken vallen hieronder. Er gelden ook uitzonderingen op deze regel. Als er sprake is van bouwwerkzaamheden aan een monument, een melding brandveilig gebruik nodig is of er sprake is van een gelijkwaardige oplossing m.b.t. constructieve- of brandveiligheid dan valt het initiatief niet in gevolgklasse 1 en is de Wkb niet van toepassing. Voor een volledig overzicht van bouwwerken welke vallen onder gevolgklasse 1 verwijzen wij naar bijlage 1.

2.2 Gevolgklasse 2 en 3

Afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie van de Wkb op gevolgklasse 1, volgen vanaf 2029 (al dan niet gelijktijdig) de bouwwerken in hogere risicoklassen. Dit zijn bijvoorbeeld bibliotheken en onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en voetbalstadions en ziekenhuizen (gevolgklasse 3). Hierdoor kunnen bouwbedrijven en gemeenten stap voor stap ervaring opdoen met het nieuwe stelsel van toetsen en toezicht in de bouw. De periode tot en met de evaluatie is erg belangrijk om een goed beeld te krijgen welke problemen we in de praktijk tegen komen en of het beoogde doel van de nieuwe wet: de kwaliteit van bouwen verhogen bereikt wordt.

Voor vergunningplichtige bouwwerken die onder gevolgklasse 2 en 3 vallen, geldt de komende jaren nog dat net als nu dat de vergunningen zowel ruimtelijk als technisch door de gemeente worden getoetst en op wordt toegezien. Soms is er ook sprake van vergunningvrije of meldingsplichtige bouwactiviteiten. In dit voorstel gaan we alleen in op de meldingsplichtige activiteiten die onder de Wkb vallen, zie figuur 2.

Figuur 2: Verdeling van taken, kwaliteitsborger en bevoegd gezag

3. Een andere rol

3.1 Bouwmelding

Een belangrijke plek in het bouwproces gaat ingenomen worden door de Bouwmelding en de Gereedmelding. De initiatiefnemer dient beide meldingen in en heeft hiervoor documenten van de kwaliteitsborger nodig. De gemeente controleert op de volledigheid van de aanleverde stukken en niet langer inhoudelijk. Wel controleert de gemeente of de bijzondere lokale omstandigheden in de risicobeoordeling en het borgingsplan zijn opgenomen. De gemeente kan extra gegevens opvragen over specifieke bouwwerkzaamheden en de momenten waarop deze worden uitgevoerd als dit bijzonder is aangewezen met het oog op het voorkomen en of beperken van risico’s die van invloed kunnen zijn op het voldoen aan de regels voor de bouwactiviteit. De gemeente zal als er sprake is van bijzondere lokale omstandigheden van deze bevoegdheid gebruik maken. De gemeente blijft het bevoegd gezag, beoordeelt de bouwmelding zoals hierboven beschreven en geven een inhoudelijke reactie richting de aanvrager. Zie ook figuur 2.

3.2 Gereedmelding

Als het bouwwerk technisch klaar is, dient de initiatiefnemer een Gereedmelding in (uiterlijk 2 weken voor ingebruikname). In deze melding zit naast de ‘as built’ tekeningen ook de verklaring van de kwaliteitsborger met de mededeling dat de kwaliteitsborger het gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat het bouwwerk voldoet aan het Bbl. De gemeente controleert deze melding op volledigheid en toetst steekproefsgewijs de kwaliteit van de stukken. Zie het geschetste proces in figuur 3 hieronder:

Figuur 3: Proces bouwtechnische activiteit en omgevingsplanactiviteit.

5. Diepgang toetsen en toezichthouden

5.1 Beleidskeuze risico gestuurd / steekproefsgewijs toetsen en toezicht houden

VTH voert risicogestuurd haar toetsende en toezichthoudende rol onder de Wkb uit (optie 2).

Waarom?

De Wkb is voor alle partijen nieuw. De reguliere processen veranderen en iedere partij moet wennen aan zijn nieuwe rol. Wij willen de wet met vertrouwen uitvoeren. Om ervoor te zorgen dat zo snel mogelijk deze nieuwe rollen begrepen worden, wil de gemeente risicogericht met de kwaliteitsborger meekijken. De initiatiefnemers, ondernemers, marktpartijen en de gemeente willen ervaring opdoen met de Wkb. De verwachting is dat veel afstemming gezocht wordt met de gemeente en dat veel vragen over de Wkb door alle stakeholders aan de gemeente gesteld worden. Door optie 2 te kiezen wordt bovenstaande het snelst bereikt.

De gemeente wil bij keuze 2 steekproefsgewijs meekijken met de kwaliteitsborger. Leren hoe de beschikbare instrumenten werken en hoe de borgingsplannen opgesteld/gelezen moeten worden. Daarnaast wordt ervaring opgedaan hoe toezicht het beste vorm gegeven kan worden. Wat doet de kwaliteitsborger zelf en wat moet de aannemer doen. Hoe voorkomt de gemeente dat de toezichthouder op de stoel van de kwaliteitsborger gaat zitten. De gemeente wil ervaren hoe communicatielijnen lopen tijdens het bouwproces en kunnen ingrijpen waar nodig. De gemeente voert steekproefsgewijs toezicht uit t.a.v. specifieke onderwerpen op basis van een risico inschatting. De steekproef kan op verschillende manieren worden bepaald: bijvoorbeeld aan de hand van signalen over instrumenten (toetsingsprotocollen) van kwaliteitsborgers, op basis van ontvangen klachten/verzoeken om handhaving of op basis van eigen constateringen door de gemeente.

Op dit moment is de verwachting dat als VTH meekijkt of conform de Wkb gewerkt wordt bij zelfbouwers en bouwbedrijven die veel samenwerken met extern personeel dit handhaving achteraf zal voorkomen. Of er aanleiding bestaat voor toezicht en handhaving kan worden bepaald op basis van eigen waarnemingen bijv. tijdens controle bouw/sloopveiligheid, bij controle van de omgevingsplanactiviteit of op basis van informatie van de kwaliteitsborger of derden. Met deze informatie- en toezichtmomenten kan de gemeente steekproefsgewijs en risicogestuurd de bouwkwaliteit toetsen. De gemeente blijft bevoegd voor het ruimtelijke toezicht. Hierover worden in hoofdstuk 6 keuzes voorgelegd.

Toezicht kan gehouden worden aan de hand van eigen constateringen of op basis van ontvangen klachten/verzoeken om handhaving. Door deze constateringen en ontvangen verzoeken wordt een goed beeld van de kwaliteit van het stelsel verkregen, kan er gericht toezicht op thema’s uitgevoerd worden en kan indien nodig, handhavend worden opgetreden of zelfs handhaving worden voorkomen. Als uit deze steekproeven blijkt dat het stelsel goed functioneert en zorgt voor voldoende kwaliteit, dan kan de frequentie van deze steekproeven worden aangepast.

Als optie 3 gekozen wordt, werken we niet volgens het nieuwe stelsel. Werkzaamheden worden dubbel uitgevoerd en het is de duurste optie. Op deze wijze wordt onvoldoende ervaring opgedaan hoe het stelsel werkt omdat de gemeente alles ook zelf blijft doen.

7. Taken die VTH steekproefsgewijs uitvoert

7.1 Beoordeling en toezicht houden op lokale omgevingsrisico’s

Naast de keuze om risico gestuurd toezicht te houden en te handhaven worden in het beleid ook de gebiedsspecifieke risico’s, locatie gebonden risico’s en project gerelateerde risico’s vastgesteld.

De inhoudelijke beoordeling en het toezicht vindt risicogestuurd plaats.

Een inhoudelijke beoordeling van de risicoanalyse die is opgenomen in bouwmelding/gereedmelding en controlemoment op de bouwplaats volgt als er sprake is van:

1bijzondere lokale omstandigheden die vooraf zijn meegegeven aan de kwaliteitsborger. Het gaat dan om bijzondere gebiedsaspecten uit het omgevingsplan;

2themacontroles (bijvoorbeeld breedplaatvloeren, uitkragende galerijen/balkons of door het Rijk aangedragen thema’s);

3specifieke omgevingsrisico’s (veiligheidsplan). Bijvoorbeeld de aanleg van een fietsbrug, of bouwactiviteiten waarbij ook gevolgen kunnen ontstaan voor belendende percelen.

7.2 Informatieplicht begin bouwwerkzaamheden (2 dagen voor starten bouwwerkzaamheden)

VTH toetst of de bouwmelding niet langer dan 12 maanden geleden voor akkoord is afgegeven. Als de melding niet akkoord is of na meer dan 12 maanden nadat de melding is gedaan gestart wordt met de bouwwerkzaamheden zal er gehandhaafd worden. Bij een ‘verlopen’ melding, maar er is wel een kwaliteitsborger betrokken, dan krijgt de initiatiefnemer nog de mogelijkheid om binnen 2 weken een nieuwe bouwmelding in te dienen (dit kan dezelfde melding zijn).

Was er eerder nog geen bouwmelding akkoord afgegeven dan worden de bouwwerkzaamheden stilgelegd totdat er een bouwmelding akkoord is afgegeven.

7.3 Bouwen zonder bouwmelding/kwaliteitsborger

Als bouwactiviteiten plaatsvinden zonder bouwmelding of als er geen kwaliteitsborger is aangesteld, legt VTH de bouwwerkzaamheden per direct stil (bouwstop).

8. Toepassen Landelijke Handhavingsstrategie (LHS)

1. Gereedmelding is onvolledig: de stukken zijn onvolledig

De initiatiefnemer doet een gereedmelding die niet volledig is. Toezichthouder controleert of het bouwwerk in gebruik is genomen.

a.Is dit niet het geval volgt een schriftelijke reactie met het verzoek een nieuwe gereedmelding in te dienen, met daarin besluit verbod op ingebruikname conform LHS.

b.Is het bouwwerk in gebruik genomen dan volgt een voornemen last onder dwangsom. De initiatiefnemer krijgt de mogelijkheid om binnen een vastgestelde termijn alsnog een volledige gereedmelding in te dienen. De opgelegde termijn hangt samen met de risico’s bij het in gebruik hebben van het bouwwerk.

c.Als er geen sprake is van gevaarzetting en het volledig maken van het dossier kan alleen plaatsvinden door onevenredige aanpassingen aan het bouwwerk dan zal de gemeente per geval beoordelen om niet actief gebruik te maken van haar handhavingsbevoegdheid.

De gemeente moet in de praktijk ervaring gaan opdoen wanneer afwijkingen ontoelaatbaar zijn en ingebruikname niet kan worden toegestaan. Elke situatie daartussen is grijs gebied en wordt van geval tot geval beoordeeld. Hierbij wordt vastgelegd hoe de situatie is afgehandeld. Met als doel vergelijkbare situaties ook gelijkwaardig te behandelen (gelijkheidsbeginsel).

2. Strijdigheid Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl)

Toezicht beoordeelt de situatie. Afhankelijk van de situatie kan er bemiddelend worden opgetreden tussen aannemer en kwaliteitsborger. Er wordt een brief gestuurd waarin gevraagd wordt hoe de initiatienemer van plan is de strijdigheid op te lossen. Maar, als (al direct) blijkt dat er sprake is van een onherstelbaar feit, dan wordt dit in de brief aangegeven of op de strijdigheid wordt gehandhaafd. Op onherstelbare feiten waarbij constructieve veiligheid of de brandveiligheid in het geding is, zal worden gehandhaafd. Alleen wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden kan van deze lijn afgeweken worden.

3. Twijfels over de kwaliteit

Bij concrete twijfels over de prestatie van de kwaliteitsborger doen we een melding bij de instrumentaanbieder (dit is de eerstelijns toezichthouder op de kwaliteitsborger). Als daar onvoldoende respons uit volgt, doen we een melding bij de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw. Als er concrete twijfels bestaan over de kwaliteit van de bouw, dan vragen we in eerste instantie per brief extra informatie op bij de initiatiefnemer. Dit mag de gemeente doen op basis van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 2.20 van het Bbl.

Bijlage 1 Overzicht Bouwwerken in gevolgklasse 1

Bouwwerken in gevolgklasse 1

•Grondgebonden eengezinswoningen, inclusief nevenfuncties (garage, kantoor aan huis)

•Woonboten

•Vakantiewoningen

•Bedrijfspanden (industriefunctie) van maximaal 2 bouwlagen, inclusief een klein kantoor / kantine

•Aanbouwen aan overige gebruiksfuncties van maximaal 2 bouwlagen voor opslag en dergelijke

•Kleine fiets- en voetgangersbruggen (niet over rijks- of provinciale wegen), maximaal 20 meter overspanning

•Overige bouwwerken geen gebouw zijnde tot maximaal 20 meter hoog (masten, antennes, etc.)

Vooralsnog vallen de volgende gevallen niet onder kwaliteitsborging

•Monumenten (rijks en gemeentelijk)

•Bouwactiviteiten aan bouwwerken waarbij voor het gebruik een milieuvergunning nodig is

•Bouwactiviteiten aan bouwwerken waarbij voor het gebruik een vergunning of melding brandveilig gebruik nodig is

•Bouwactiviteiten waarbij er sprake is van een gelijkwaardige oplossing voor brand- of constructieve veiligheid, inclusief de toepassing van NEN 6060 en 6079

Voor een volledig overzicht zie artikel 2.17 Bbl

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.