Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In het kader van deze verordening wordt verstaan onder:
a.
Begeleidingsorganisatie:
de organisatie die verantwoordelijk is voor de begeleiding van Wsw- geïndiceerden op de werkplek bij de werkgever;
b.
College:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
c.
de Wet:
de Wet sociale werkvoorziening;
d.
Periodieke subsidie:
de loonkostensubsidie;
e.
Persoonsgebonden budget:
budget dat is opgebouwd uit periodieke subsidie, vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten voor aanpassing van de werkplek en vergoeding begeleidingsorganisatie minus de uitvoeringskosten voor de subsidieverlening van de gemeente.
f.
Werkgever:
publiekrechtelijke rechtspersonen, privaatrechtelijke rechtspersonen, een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid
Artikel 2.Invulling voorwaarden adequate werkplek
1Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-geïndiceerde die daar recht op doet gelden een persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, indien werkgever en begeleidingsorganisatie er zorg voor dragen dat de arbeidsplaats voor de sw-geïndiceerde adequaat wordt ingevuld.
2De werkgever voldoet tenminste aan de volgende vereisten:
a.de onderneming staat, met uitzondering van publiekrechteljike rechtspersonen, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
b.de aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op de indicatiestelling en mogelijkheden van de sw-geïndiceerde, als passend aan te merken;
c.er werken meer werknemers in loondienst;
d.de duur van het dienstverband bedraagt tenminste zes maanden, met een mogelijkheid tot verlenging;
e.de werkplek en werkomstandigheden voldoen aan de arbonormen.
3De begeleidingsorganisatie voldoet aan de volgende vereisten:
a.de begeleidingsorganisatie, met uitzondering van gemeentelijke Sw-bedrijven, is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel;
b.de begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn gekwalificeerd voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de sw-geïndiceerde voor wie het persoonsgebonden budget is bestemd;
c.de begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis van en ervaring met het werkveld van de wet sociale werkvoorziening.
Artikel 3. Indienen van de aanvraag
1Het verzoek om verlening van een persoonsgebonden budget wordt door de Wsw-geïndiceerde ingediend door middel van een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend door werkgever en de begeleidingsorganisatie.
2Het college stelt ten behoeve van de aanvraag een aanvraagformulier vast.
Artikel 4. Beslistermijn
1Het college besluit over de aanvraag binnen zes weken na ontvangst van alle benodigde gegevens.
2Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 5. Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie
Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder geval:
a.de berekeningsmethodiek met een maximumbedrag van de periodieke subsidie;
b.wijze van bevoorschotting van de subsidie;
c.de verplichtingen van de werkgever.
Artikel 6. Het vaststellen van de periodieke subsidie
1De werkgever verzoekt binnen vier weken na afloop van het kalenderjaar aan het college om de periodieke subsidie vast te stellen.
2De werkgever voegt bij het in lid 1 genoemde verzoek een schriftelijke opgave van het door hem in het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-geïndiceerde, vermeerderd met alle werkgeverslasten.
3Het college stelt de periodieke subsidie binnen vier weken na ontvangst van deze opgave vast.
Artikel 7. Verplichtingen van de werkgever
1De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie.
2De werkgever bewaart alle bewijsstukken die aan de subsidieverstrekking ten grondslag liggen tenminste drie jaren na de vaststelling van de subsidie en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het college voor controledoeleinden.
3De werkgever houdt een administratie van aan de arbeidsplaats verbonden uitgaven en inkomsten bij.
4De werkgever is verplicht vóór de subsidievaststelling de gegevens en bescheiden teverstrekken die noodzakelijk zijn om de periodieke subsidie zorgvuldig te kunnen vaststellen.
5De werkgever is verplicht aan de accountant van de gemeente Den Haag medewerking teverlenen op zodanige wijze dat de accountant het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover op zorgvuldige wijze kan controleren.
Artikel 8. De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de werkgever
1Het college stelt de hoogte van de subsidie aan de werkgever jaarlijks vast met inachtneming van artikel 7, tweede lid van de wet.
2Ingeval een verzoek tot vaststelling van de loonkostensubsidie niet hoger is dan 40% van het bruto loon van de Wsw-geïndiceerde, wordt de loonkostensubsidie door het college op dat bedrag vastgesteld;
3Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking van het vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de hoogte van de loonkostensubsidie wordt vastgesteld. Daarbij kan een externe deskundige worden ingeschakeld.
4In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de voorgestelde hoogte voor een loonkostensubsidie hoger is dan het percentage genoemd in lid 2.
Artikel 9. De vergoeding aan de begeleidingsorganisatie
1Ten behoeve van de inschakeling van een begeleidingsorganisatie voor de begeleiding van een Wsw- geïndiceerde wordt een overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de begeleidingsorganisatie.
2Het aantal uren aan begeleiding dat door het college wordt vergoed bedraagt maximaal 15% van het aantal uren dat door de Wsw-geïndiceerde bij de werkgever wordt gewerkt.
3De kosten van een begeleidingsorganisatie in verband met het zoeken van een begeleid werkenplaats komen alleen voor vergoeding in aanmerking als dit leidt tot het totstandkomen van een arbeidsovereenkomst.
Artikel 10. Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht
1Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van aanpassing van deomstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als aantoonbaar is dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten door de werkgever worden gedragen.
2Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten voortvloeiend uit arbowetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet in aanmerking voor vergoeding door het college.
3Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een dienstverband van minimaal zes maanden.
4Bij aanpassingen waarvan de kosten niet in verhouding staan tot de loonkosten zal door middel van een nader onderzoek moeten worden vastgesteld of de aanpassing leidt tot een passende arbeidsplaats.
5Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding.
Artikel 11. De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten
Het college stelt elk jaar vóór 31 december de hoogte vast van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten voor elk te verstrekken persoonsgebonden budget voor het daarop volgende kalenderjaar.
Artikel 12. Afwijken van bepalingen
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening.
Artikel 13. Citeertitel en inwerkingtreding
1Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Persoonsgebonden budget Wsw.
2Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008.