Gemeentelijke regelgeving

Verordening bedrijveninvesteringszone Buurtschap Centrum 2005 Den Haag 2025

Gemeente 's-Gravenhage · geldt sinds 1 januari 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Den Haag,

gezien het voorstel van het college van 3 december 2024,

gelet op:

-artikel 1, eerste en tweede lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, en

-de tussen de gemeente Den Haag en de vereniging BIZ Buurtschap Centrum 2005 gesloten Uitvoeringsovereenkomst 2025-2026,

besluit vast te stellen de Verordening bedrijveninvesteringszone Buurtschap Centrum 2005 Den Haag 2025:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

-

bedrijveninvesteringszone Buurtschap Centrum 2005 :

het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het gebied omvat de volgende straten en huisnummers:

Denneweg, Hooistraat, Hooikade, Jagerstraat 4 en 7a, Kazernestraat 106 t/m 148, Lange Voorhout 56 en 58B, Maliestraat, Mauritskade 89, 91 en 95/97, Spekstraat en Vos in Tuinstraat;

-

college:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;

-

perceptiekosten:

kosten die de gemeente moet maken voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage;

-

uitvoeringsovereenkomst:

tussen de gemeente Den Haag en de vereniging BIZ Buurtschap Centrum 2005 gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;

-

vereniging:

vereniging BIZ Buurtschap Centrum 2005;

-

wet:

Wet op de bedrijveninvesteringszones;

-

WOZ:

Wet waardering onroerende zaken.

Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen

Artikel 2 Aard van de belasting

Onder de naam BIZ-bijdrage wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid of veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht

1De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van twee jaar jaarlijks geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en in gebruik zijnde als horecagelegenheid of winkel en niet in gebruik zijn als: kantoor, atelier, werkplaats, opslagruimte, trafohuisje, schouwburg, expositieruimte, besloten sportaccommodatie.

2De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken.

3Voor de toepassing van het tweede lid wordt:

a.gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven. Degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;

b.het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld. Degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.

4Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 4 Belastingobject

1Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

2Als een onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de WOZ, die niet in hoofdzaak tot woning dient.

3Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning, indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de WOZ is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak, die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

4In afwijking van het bepaalde in het eerste lid worden twee of meer onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en die kenbaar naar buiten als één geheel door dezelfde gebruiker worden gebruikt, als één onroerende zaak aangemerkt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per onroerende zaak.

Artikel 6 Belastingtarief

De BIZ-bijdrage per jaar bedraagt per onroerende zaak € 400,-.

Artikel 7 Wijze van heffing

De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 8 Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2In afwijking van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 9 Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.

Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen

Artikel 10 Algemeen

1De vereniging BIZ Buurtschap Centrum 2005 wordt aangewezen als de vereniging als bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.

2Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 niet van toepassing.

Artikel 11 Subsidieverlening

1Het college verleent jaarlijks aan de vereniging subsidie voor de uitvoering van de activiteiten, die zijn opgenomen in de met deze vereniging gesloten uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld gaat van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

2De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten. Deze perceptiekosten bedragen 2,1% van de (begrote) opbrengst.

Artikel 12 Voorschot

Het college verleent de vereniging jaarlijks een voorschot op de subsidie. Het voorschot bedraagt 90% van het voor dat jaar te verlenen subsidiebedrag.

Artikel 13 Subsidievaststelling

1De vereniging is verplicht jaarlijks uiterlijk 1 april na afloop van het hieraan voorafgaande subsidiejaar, de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken te overleggen.

2Het college stelt de subsidie jaarlijks vast, uiterlijk 12 weken na ontvangst van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

Artikel 14 Melding van relevante wijzigingen

1De vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie.

2De vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van een wijziging of beëindiging van de activiteiten.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel

1De Verordening Bedrijveninvesteringszone Buurtschap Centrum 2005 Den Haag 2020 wordt op 1 januari 2025 ingetrokken, met dien verstande dat de bepalingen van die verordening van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

2Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025, nadat van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet, is gebleken.

3De datum van ingang van de heffing op grond van deze verordening is 1 januari 2025.

4Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bedrijveninvesteringszone Buurtschap Centrum 2005 Den Haag 2025.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.