Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot de nummering

Gemeente 's-Gravenhage · geldt sinds 25 februari 2010

Artikel 1 Nummering van adresseerbare objecten.

1De wijze van toekenning van de nummeraanduidingen gebeurt overeenkomstig systeem A uit de Nederlandse norm NEN 1773, uitgave 1983. Afwijkende situaties komen voor wanneer het gebieden betreft die in het verleden aan andere gemeenten hebben toebehoord. Deze gebieden hebben groten-deels hun historische wijze van nummering behouden. In voorkomende gevallen is het wenselijk om, bij de toekenning van nieuwe nummeraanduidingen in deze gebieden, dezelfde historische wijze van nummering toe te passen.

2Voor elk adresseerbaar object wordt minimaal één nummeraanduiding vastgesteld. Dit gebeurt zodra de bouwvergunning is verleend dan wel wanneer een stand- of ligplaats conform de daarvoor geldende regelgeving is aangewezen;

3De rechthebbende stelt de gebruiker(s) op de hoogte;

4De rechthebbende is verantwoordelijk voor het, vanaf de openbare weg/openbare ruimte zichtbaar, aanbrengen van nummerbord(en), verzamel- en verwijsborden; dit conform de door het college vastgestelde systemen;

5De nummering in Den Haag vindt traditioneel plaats vanuit het oude stadhuis aan de Groenmarkt;

6De nummeraanduidingen worden zoveel mogelijk aaneensluitend toegekend;

7Voor ruimten tussen gebouwen, die in de toekomst mogelijk bebouwd worden, dienen maximaal te verwachten nummeraanduidingen in reserve te worden gehouden; dit om zoveel mogelijk te voorkomen dat moet worden hernummerd;

8De algemene nummering is: even nummers aan de linker en oneven nummers aan de rechterzijde van de straat;

9De straatnaamgrens / de begrenzing van openbare ruimte is bepalend voor het toekennen van een nummeraanduiding aan een adresseerbaar object.

10Bij doodlopende wegen/straten begint de nummering vanaf de aangrenzende weg/straat/laan (= niet doodlopende gedeelte);

11Een plein wordt doorlopend en tegen de wijzers van de klok in genummerd;

12Bij het gebruik van een letter in een nummeraanduiding worden de letters i en o niet gebruikt;

13Aan elk adresseerbaar object waar een nummeraanduiding aan is toegekend kunnen één of meer nevenadressen worden toegekend; dit om zonodige neventoegangen te kunnen aanduiden;

14Alleen in uiterste noodzaak kan worden besloten om tot wijziging van nummers over te gaan. Alsdan worden de volgende uitgangspunten in acht genomen:

•objecten moeten logisch genummerd en vindbaar blijven;

•belanghebbenden dienen zo min mogelijk last van de hernummering te ondervinden;

•met de wensen van belanghebbenden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden.

Artikel 2 Plaatsing van de nummerdragers

Nummerdragers worden aangebracht overeenkomstig het gestelde in de Nederlandse norm NEN 1773 uitgave 1983.

Artikel 3 Afmetingen en vormgeving nummerdragers

1Nummerdragers moeten voldoen aan het gestelde inzake afmetingen en vormgeving in de Nederlandse norm 1774, uitgave 1959.

2Indien niet kan worden voldaan aan het voorschrift van het eerste lid, hebben de nummerdragers een mate van leesbaarheid die ten minste gelijkwaardig is aan wat beoogd wordt met het eerste lid. Artikel 4 Materiaalkeuze voor de nummerdragers

Het materiaal dat wordt toegepast voor de vervaardiging van al dan niet verlichte nummerdragers, is in overeenstemming met het over de uitvoering van de dragers gestelde in de Nederlandse norm 1774 uitgave 1959.

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Posthoorn van week 7 van 2010, m.i.v. 18 februari 2010 tevens terug te vinden zal zijn op de site http://zbs.denhaag.nl/internet onder risnummer 170471 en in werking treedt op 25 februari 2010.

Den Haag, 9 februari 2010

Het college van burgemeester en wethouders,

de locosecretaris, de burgemeester,

S. Broers J.J. van Aartsen

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.