Aanhef
Toelichting:
Begin november 2020 is de Verordening hondenbelasting Den Haag 2021 vastgesteld waarin aan het college de bevoegdheid is toegekend nadere regels te stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van binnenhavenbelasting. Deze regeling geeft hier uitvoering aan.
Besluitvorming
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag;
gelet op:
-de artikelen 6, 7 en 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verbinding met artikel 231, tweede lid, onderdeel a en b en derde lid en artikel 237 van de Gemeentewet;
-artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
-artikel 11 van de Verordening hondenbelasting Den Haag 2021; en
-artikel 3:17, tweede lid van de Organisatieregeling Gemeente Den Haag 2019 in verbinding met het Uitvoeringsbesluit Gemeentebelastingen Den Haag 2020;
besluit:
Tekst
-vast te stellen de Uitvoeringsregeling hondenbelasting Den Haag 2021:
Artikel 1Aangifte
Degene die belastingplichtig wordt, alsmede de belastingplichtige die meer honden is gaan houden dan waarvoor hij aangifte heeft gedaan of is aangeslagen, is gehouden binnen zes weken nadat de genoemde omstandigheid zich heeft voorgedaan bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar schriftelijk of via het daarvoor bestemde webformulier van de gemeente aangifte te doen.
Artikel 2Intrekking
De Uitvoeringsregeling hondenbelasting 2011 wordt ingetrokken met dien verstande dat de bepalingen van die regeling van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.
Artikel 3Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 4Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling hondenbelasting Den Haag 2021.
Den Haag, 1 december 2020
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Ilma Merx
de burgemeester,
Jan van Zanen