Artikel 1
In deze overeenkomst wordt verstaan onder:
•Wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones
•Bedrijveninvesteringszone: het bij de Verordening vast te stellen gebied
•BIZ-bijdrage: hetgeen daaronder in de Wet wordt volstaan
•BIZ-subsidie: de op basis van de Verordening en de Wet te verlenen subsidie
•Aanvraag: de aanvraag voor de BIZ-subsidie
•Beschikking: de beschikking waarbij de BIZ-subsidie wordt verleend
•BIZ-plan: bijlage 2 bij deze overeenkomst
•Jaarplan BIZ: vaststelling van de in het komend jaar door de BIZ-vereniging uit te voeren activiteiten en daarmee samenhangende kosten
•Verordening: de gemeentelijke verordening waarbij de BIZ-bijdrage wordt ingesteld
•Statuten: de in bijlage 3 bij deze overeenkomst neergelegde statuten van de vereniging.
Artikel 2
De vereniging staat ervoor in dat zij voldoet en zal blijven voldoen aan de eisen van de Wet en de Verordening, met name aan de vereisten, neergelegd in de artikelen 7 en 8 van de Wet, en dat zij geen andere activiteiten zal ontplooien dan in artikel 5 vermeld.
Artikel 3
1De gemeente int jaarlijks onder de bijdrageplichtigen in de Bedrijveninvesteringszone de BIZ-bijdrage volgens de verordening en keert de opbrengst verminderd met 2,1% perceptiekosten (zijnde de administratieve kosten van het aanslaan en invorderen van de BIZ-bijdrage) als BIZ-subsidie uit aan de BIZ-vereniging.
2Het college verleent de vereniging jaarlijks een voorschot op de subsidie. Het voorschot bedraagt 90% van het voor dat jaar verleende subsidiebedrag. Dit subsidiebedrag wordt jaarlijks bepaald op basis van de op te leggen aanslagen. Jaarlijkse vaststelling vindt plaats op tenminste 90% van de verleende subsidie. Indien door de gemeente meer wordt ontvangen dan 90% zal dit (jaarlijks) aan de vereniging worden uitbetaald.
3Het college is bevoegd de subsidieverlening in te trekken of ten nadele van de vereniging te wijzigen, voor zover het verleende subsidiebedrag met de opbrengst van de BIZ-bijdragen niet kan worden gedekt.
Artikel 4
De vereniging bericht de gemeente onverwijld over voorgenomen wijzigingen in haar Statuten en reglementen en in het BIZ-plan. Dergelijke wijzigingen behoeven de voorafgaande schriftelijke toestemming van de gemeente.
Artikel 5
1De vereniging staat ervoor in dat de BIZ-subsidie wordt aangewend – en uitsluitend wordt aangewend – voor de volgende activiteiten - voor zover die activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven in overeenstemming zijn met de Wet, de Verordening, de Beschikking en de Statuten:
Thema Schoon, Heel & Veilig
Winkelstraatschouw
Graffiti- en posterverwijdering
Keurmerk Veilig Ondernemen
Aanpak overlast meeuwen door huisvuil en bedrijfsafval
Aanpak zwerf fietsen
Aanpak wegdek Maliestraat en Jagerstraat
Stimuleren aanpak achterstallig onderhoud panden
Thema Uitstraling, Attractiviteit & Branchering
Sfeer- en feestverlichting
Leegstandbestrijding & branchering
Aanpak etalages leegstaande panden
Vlaggen en banieren
Thema Marketing, Promotie & Evenementen
Beheer website/social media
Evenementen
Optimaal gebruik van gratis wifi in openbare ruimte
Pilot smart shopping
Thema Organisatie, Interne Communicatie & Samenwerking
Digitale nieuwsbrieven
Structureel overleg met gemeente, vastgoedeigenaren en andere actoren
Overleg ter bevordering samenwerking omliggende winkelgebieden
Ondersteuning Buurtmanager/ Winkelstraatmanager bij uitvoer activiteiten
Thema Duurzaamheid, Bereikbaarheid & Overig
Bereikbaarheid
Mobiliteitsprojecten/parkeer problematiek
Parkeermogelijkheid bussen op Lange Voorhout
Geldautomaat in de omgeving realiseren
Werving sponsoring uit sociaal-maatschappelijke hoek
2De vereniging is verplicht deze activiteiten daadwerkelijk uit te voeren over de looptijd van de BIZ-periode. Indien de vereniging niet aan haar verplichtingen voldoet, kan de Verordening worden ingetrokken, onverminderd de overige voor de gemeente uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten.
3Het bestuur van de BIZ-vereniging is mede op grond van de artikelen 7 en 8 van de BIZ-wet gehouden alle verenigingsleden te betrekken bij de besluitvorming en andere bijdrageplichtigen van alle nodige informatie te voorzien die voor een goede oordeelsvorming over het BIZ-beleid nodig is.
Artikel 6
1De BIZ-wet verplicht de gemeente en BIZ-vereniging afspraken te maken (Service Level Agreement) die voorkomen dat er bestaande taken op de BIZ worden afgewenteld. Mede daarom wordt de volgende afspraak gemaakt over het minimale serviceniveau van de gemeente:
2Ten behoeve van een goede uitgangspositie voor het verbeteren van de openbare ruimte door de vereniging verplicht de gemeente zich om tijdens de duur van deze overeenkomst en gedurende tenminste 80% van de tijd de kwaliteit van het schoonhouden te handhaven op het niveau Hofstadkwaliteit (niveau A), zoals in Bijlage 4 met behulp van normstellende foto’s is weergegeven. De tijdelijke afwijking van het niveau mag overigens niet verder gaan dan één niveau. Deze verplichting geldt uitsluitend voor de periodes waarover BIZ-subsidie wordt verleend. Bij deze verplichting wordt het uitdrukkelijke voorbehoud gemaakt, dat er gewichtige redenen, zoals budget neutrale systeemwijzigingen of door de Raad gesanctioneerde bezuinigingen kunnen zijn, waarom de gemeente gedurende deze overeenkomst het niveau niet kan handhaven. In zo’n geval is de gemeente verplicht dat vooraf aan de vereniging te melden.
3Indien de BIZ-vereniging dat wenst is het gedurende de looptijd van de BIZ mogelijk om aanvullende afspraken te maken tussen de vereniging en de gemeente over de (al of niet gedeelde) verantwoordelijkheid voor de inzet van het gemeentelijk budget met betrekking tot het beheer van de openbare ruimte in combinatie met de daarvoor beschikbare middelen uit het BIZ-budget.
4Zo spoedig mogelijk na het besluit van het College van burgemeester en wethouders tot inwerkingtreding van de Verordening zal op initiatief van de gemeente een schouw, gericht op achterstallig onderhoud, worden uitgevoerd met als resultaat een beschrijving van de punten die op korte termijn c.q. op langere termijn door de gemeente opgelost worden en vaststelling van zaken, die niet de verantwoordelijkheid van de gemeente betreffen.
5Vertegenwoordigers van de gemeente en de vereniging houden minimaal een maal per jaar samen een schouw, waarbij getoetst wordt of het niveau in voldoende mate wordt gehaald en naar aanleiding waarvan partijen afspraken zullen maken over het herstel van eventuele tekortkomingen. De vereniging kan tussentijds bij de gemeente afwijkingen aanmelden, die als dit gerechtvaardigde klachten blijken te zijn binnen gerede termijn worden opgelost. Bij de schouwen zullen partijen mede aandacht besteden aan andere relevante aspecten van beheer en onderhoud van de openbare ruimte, zoals de staat van wegverhardingen en mogelijke schades aan straatmeubilair en dergelijke.
Artikel 7
1De vereniging stelt onmiddellijk na het besluit van het College van burgemeester en wethouders tot inwerkingtreding van de Verordening op basis van onderstaande planning van inkomsten en uitgaven een “Jaarplan BIZ” vast en herhaalt dat telkens vóór 1 november voorafgaand aan het volgend jaar, waarvoor naar verwachting BIZ-subsidie zal worden verleend. Dit jaarplan maakt duidelijk welke activiteiten de vereniging het komend jaar zal verrichten en welke kosten daarvoor begroot worden. Het jaarplan behoeft goedkeuring van de gemeente. De gemeente toetst het jaarplan aan het BIZ-plan van de vereniging, aan de Wet, aan het gemeentelijk beleid en aan deze overeenkomst, waarbij in het bijzonder erop wordt gelet of de verdeling van de uitgaven in voldoende mate gericht is op het behalen van de inhoudelijke ambities voor de gehele looptijd van de BIZ.
Eindplanning BIZ Buurtschap Centrum 2005
Totaal 2015 – 2019
Inkomsten
Schatting BIZ-subsidie
100%
Subsidies
p.m.
Sponsoring / Donateurs
p.m.
Te verwachten inkomsten
100%
Uitgaven
Thema Schoon, Heel & Veilig
1,1 %
Thema Uitstraling, Attractiviteit & Branchering
13,4 %
Thema Marketing, Promotie & Evenementen
41,1 %
Thema Organisatie, Interne Communicatie & Samenwerking
22,4 %
Thema Duurzaamheid, Bereikbaarheid & Overig
1,3 %
Organisatie- & Administratiekosten
10,6 %
Reservemarge
10,0 %
Resultaat
0%
2Het is in beperkte mate toegestaan om tussen de kostenposten van de activiteiten te schuiven. Indien de kostenposten niet meer dan 10% afwijken van de begrote kosten is de BIZ-vereniging daartoe gerechtigd. Grotere afwijkingen zijn alleen mogelijk na expliciete instemming van de gemeente.
3De vereniging legt jaarlijks uiterlijk op 1 april verantwoording af over het voorafgaande BIZ-jaar aan de gemeente door het overleggen van een jaarrekening, alsmede van een verslag van de uitgevoerde activiteiten. Op basis hiervan wordt de eindbeschikking vastgesteld. De vereniging geeft de gemeente desgevraagd alle inlichtingen die voor de beoordeling van de uitvoering van deze overeenkomst van belang kunnen zijn, en stelt de gemeente uit eigen beweging onverwijld op de hoogte van bijzondere ontwikkelingen en onvoorziene knelpunten, die relevant zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst. De gemeente toetst deze verslaglegging aan het BIZ-plan van de vereniging, aan het jaarplan, aan de Wet, aan het gemeentelijk beleid en aan deze overeenkomst. Daarbij is de algemene beoordelingsgrond of het beleid in overeenstemming is met het halen van de gestelde doelen voor de gehele BIZ-periode.
Artikel 8
1Indien aan het eind van een subsidiejaar een deel van de op die periode betrekking hebbende BIZ-subsidie niet is besteed, kan de gemeente toestemming geven dat deel te verschuiven naar het volgende jaar.
2Indien de lopende uitvoeringsovereenkomst van de BIZ niet aansluitend wordt opgevolgd door een nieuwe uitvoeringsovereenkomst mag de vereniging de lopende zaken, zoals activiteiten waarover reeds is besloten, in het eerstvolgende jaar nog uitvoeren en afronden en moet het resterende budget na aftrek van alle door de gemeente goedgekeurde kosten aan de gemeente worden terugbetaald. De gemeente zal dit bedrag naar rato terugbetalen aan de bijdrageplichtigen die voor het laatste subsidiejaar de BIZ-bijdrage hebben betaald.
3Indien de lopende uitvoeringsovereenkomst wel aansluitend wordt opgevolgd door een nieuwe uitvoeringsovereenkomst kunnen de niet bestede of verplichte bedragen overgeheveld worden ter financiering van de nieuwe uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 9
Deze overeenkomst is rechtens afdwingbaar, en wordt – behoudens verplichtingen die naar hun aard eerder aanvangen - aangegaan onder de opschortende voorwaarden dat de Verordening wordt vastgesteld en in werking is getreden en de Aanvraag en de Beschikking tot stand komen.
Artikel 10
Deze overeenkomst eindigt, behoudens schriftelijke verlenging, na afwikkeling van alle rechten en verplichtingen van partijen na afloop van de laatste subsidieperiode.
Artikel 11
(Afhankelijk van de afgesproken definitie van de bedrijveninvesteringszone)
De vereniging stemt ermee in dat in de Verordening het artikel 1 lid 4 van de Wet wordt toegepast, hetgeen betekent dat, indien een onroerende zaak bij het begin van een kalenderjaar niet in gebruik is, de BIZ-bijdrage wordt geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft.
Artikel 12
1Deze overeenkomst laat onverlet het omtrent subsidies bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. De gemeente erkent dat door het ontwikkelen van de BIZ-activiteiten, de vereniging in het betreffende gebied geen afstand doet van mogelijke subsidies waarop zonder BIZ-subsidie ook aanspraak mogelijk zou zijn, onverminderd het bepaalde in artikel 5.
2De BIZ-vereniging zal de extra subsidies apart boeken en verantwoorden om de besteding van de BIZ-subsidie volstrekt helder te houden.
12.3 Op de genoemde subsidies zal de subsidietitel van de Awb van toepassing zijn. Tevens zal deze overeenkomst van overeenkomstige toepassing zijn; in zoverre geldt deze uitvoeringsovereenkomst mutatis mutandis tevens als uitvoeringsovereenkomst ten aanzien van de desbetreffende subsidies.
Artikel 13
Deze overeenkomst wordt aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de (nieuwe) Wet op de bedrijveninvesteringszones in werking is getreden.
BIZ Buurtschap Centrum 2005:
Gemeente Den Haag:
_____________________________
_____________________________
Door: de heer L.R.E. Braaksma
Door: de heer drs. K.P. Klein
Op: ____ - 10 – 2014
Op: ____ - 10 - 2014
Plaats: Den Haag
Plaats: Den Haag