Aanhef
UITVOERINGSBESLUIT
ARTIKEL 5:41 ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING VOOR DE GEMEENTE DEN HAAG
WINDSURFEN EN SURFEN
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS,
gelet op:
-het besluit van 31 maart 1998, aangevuld bij besluit van 17 oktober 2003, waarbij op basis van artikel 34 van de Algemene Politieverordening voor ’s-Gravenhage 1982 plaatsen, tijden en vaartuigen zijn aangewezen waarvoor het verbod uit artikel 34, eerste lid, van de APV niet geldt, en
-de wijziging van de APV, waardoor artikel 34 van de Algemene Politieverordening voor ’s-Gravenhage 1982 is vervangen door artikel 5:41 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag, en
-artikel 5:41 tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag.
Besluit:
I.
aan te wijzen als categorie van vaartuigen, waarmede het is toegestaan zich in zee tussen de golfbrekers (ook wel aangeduid als strandhoofden of Delflandse Hoofden) te bevinden - dan wel deze op het strand te hebben of te brengen -:
de windsurfplank, waaronder dient te worden verstaan:
"een niet van een motor voorzien klein zeilvaartuig, waarvan de mast door middel van spierkracht in een min of meer verticale stand pleegt te worden gehouden";
de surfplank, waaronder dient te worden verstaan:
"een niet van een motor of zeil voorzien klein vaartuig, waarop men zich al staand pleegt voort te bewegen op de golfbeweging van de zee”;
de kitesurfplank, waaronder dient te worden verstaan:
''een niet van een motor of zeil voorzien klein vaartuig, waarop men zich al staand pleegt voort te bewegen met behulp van een vlieger'';
de kano, waaronder dient te worden verstaan:
''een smalle boot, die met in de hand gehouden peddel met spierkracht wordt voortbewogen".
II.
te bepalen, dat de onder punt I. bedoelde bevoegdheid slechts geldt:
a.tussen zonsopgang en zonsondergang;
b.buiten een afstand van 20 meter van de golfbrekers en;
c.buiten de monding van de Scheveningse Haven en;
d.buiten het gebied onder de Scheveningse pier.
III.
te bepalen dat, in de periode van 1 juni t/m 31 augustus en op 1 januari, de onder punt I. bedoelde bevoegdheid slechts geldt:
-tussen de golfbrekers 23 en 24, kitesurflesgebied;
-tussen de golfbrekers 24 en 25, wind- enkitesurfen;
-tussen de golfbrekers 35 en 36, golfsurfen;
-250 meter aan weerszijden van de golfbreker 37, kitesurfles;
-tussen het noordelijk havenhoofd en golfbreker 42, golfsurfen en individueel kanoen;
-tussen golfbreker 39 en het zuidelijk havenhoofd ("de Zuid");
-tussen golfbreker 42 en een punt gelegen op 250 meter ten noordoosten daarvan (t/o de vuurtoren en monument "de Naald"), wind- en kitesurfen;
IV.
te bepalen dat, de onder punt I. bedoelde bevoegdheid slechts geldt onder de volgende voorschriften:
1de windsurfplank dient voorzien te zijn van een deugdelijke mastplank-verbinding;
2men is verplicht een zwemvest of zwemvest-trapeze te dragen voorzien van een opvallende kleur;
3de in zee bevindende baders en zwemmers mogen niet worden gehinderd of in gevaar worden gebracht;
4de in het belang van de openbare orde en veiligheid door de politie gegeven bevelen dienen te allen tijde te worden opgevolgd;
V.
dat dit besluit in werking treedt met ingang van 15 april 2009;
VI.
in te trekken het besluit van 17 februari 2009, kenmerk/2009.170, waarbij regels zijn gegeven m.b.t. windsurfen en surfen;
VII.
te bepalen dat dit besluit wordt gepubliceerd in de Posthoorn van week 17 van 2009, m.i.v. 23 april 2009 terug te vinden zal zijn op de site http://zbs.denhaag.nl/internet onder risnummer 162952.