Aanhef
De raad van de gemeente Rucphen;
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 juni 2006
overwegende dat het wenselijk is dat (toekomstig) gewezen wethouders de mogelijkheid hebben ten laste van de gemeente outplacementfaciliteiten te ontvangen;
gelet op artikel 147 van de Gemeentewet;
gehoord de commissie Algemeen Bestuur en Middelen d.d. ;
B E S L U I T :
vast te stellen de navolgende "Verordening outplacement gewezen wethouders 2006".
RAADSBESLUIT
Artikel 1 Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder:
1belanghebbende: hij die ophoudt wethouder te zijn en in het genot is van een uitkering op grond van artikel 131 tot en met 136 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers;
2outplacementbureau: bureau of organisatie bij voorkeur aangesloten bij een brancheorganisatie voor outplacement en loopbaanbegeleiding.
Artikel 2 toekenning outplacementfaciliteiten
1Burgemeester en wethouders besluiten op aanvragen omtrent de toekenning van outplacementfaciliteiten.
2De kosten van de outplacementfaciliteiten komen voor rekening van de gemeente. Burgemeester en wethouders sluiten daartoe een schriftelijke overeenkomst met het outplacementbureau.
3Eventuele reis-, verblijf- en wervingskosten komen voor rekening van belanghebbende.
Artikel 3 Maximale toekenningsduur
De outplacementfaciliteiten worden toegekend voor de periode van ten hoogste één jaar.
Artikel 4 Uitleg regeling
In de gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet zijn burgemeester en wethouders bevoegd een voorziening te treffen.
Artikel 5 Slotbepalingen
Deze regeling kan worden aangehaald als "Verordening outplacement gewezen wethouders 2006" en treedt in werking op de dag van vaststelling.