Aanhef
Intitulé
Treasurystatuut Rucphen 2023
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen;
Gelet op de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen;
artikel 212 van de Gemeentewet, tweede lid, aanhef en onder c;
artikel 14 uit de Financiële verordening Rucphen 2018;
Besluit:
Vast te stellen het navolgende ‘Treasurystatuut Rucphen 2023’.
Artikel 1 Doelstellingen van de treasuryfunctie
1Het verkrijgen en handhaven van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele voorwaarden zodat te allen tijde in de behoefte aan financiële middelen kan worden voorzien;
2Het beheersbaar houden van financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, (interne) liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s;
3Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden en binnen de bepalingen van dit treasurystatuut;
5Het realiseren van de informatiestromen ter ondersteuning van de opstelling van het treasurybeleid, de uitvoering van het beleid en de verantwoording daarvan.
Artikel 2. Randvoorwaarden treasurybeleid
1Bij de uitvoering van de treasuryfunctie dienen de regels en bepalingen van het wettelijk kader en het Treasurystatuut 2023 in acht te worden genomen;
2De treasuryfunctie wordt alleen uitgeoefend in het kader van de door de raad geformuleerde publieke taken in lijn met artikel 2, eerste lid van de Wet financiering decentrale overheden;
3Het aantrekken van financieringen met het enkele doel de aangetrokken gelden tegen een hoger rendement uit te zetten is niet toegestaan, zoals bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden.
Artikel 3: Uitgangspunten risicobeheer
Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
1De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
2Er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden;
3Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van deelnemingen in rechtspersonen, maatschappen en verenigingen, zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet, is alleen toegestaan op basis van een besluit van het college. Voordat het college een definitief besluit neemt, moet de raad in de gelegenheid worden gesteld om wensen en bedenkingen te uiten;
4De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury-activiteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitsprognose (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitsplanning die aansluit op het meerjaren investeringsprogramma. De op basis van bovenstaande gegevens berekende financieringsbehoefte maakt onderdeel uit van de paragraaf Financiering van de programmabegroting;
5Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s.
Artikel 4: Renterisicobeheer
1Het renterisico op de netto vlottende schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid van de Wet financiering decentrale overheden;
2Het renterisico op de vaste schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet financiering decentrale overheden;
3De raad van de gemeente Rucphen stelt jaarlijks in de programmabegroting een rentevisie vast gebaseerd op de rentevisie van de Bank Nederlandse Gemeenten;
4Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de liquiditeitsprognose en de rentevisie.
Artikel 5: Koersrisicobeheer
1De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury door daarbij uitsluitend de volgende producten te hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s, obligaties en garantieproducten die tenminste 100% van de hoofdsom uitkeren;
2Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitsplanning.
Artikel 6: Kredietrisicobeheer
1Het risico op uitzettingen conform artikel 2a tweede lid van de Wet financiering decentrale overheden wordt beperkt door slechts middelen uit te zetten bij financiële instellingen die:
a.gevestigd zijn in Nederland die ten minste beschikt over een AA-rating afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; en;
b.voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze ten minste over een A-rating beschikken, afgegeven door ten minste twee ratingbureaus;
2Het eerste lid is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt;
3Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist.
Artikel 7: Leningen en garanties
1Het verstrekken van leningen of garanties is op basis van artikel 160 lid 1 onder e van de Gemeentewet voorbehouden aan het college van de gemeente Rucphen;
2Het college mag leningen of garanties uitsluitend uit hoofde van de publieke taak verstrekken aan derde partijen, tegen acceptabele voorwaarden, waarbij de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij vooraf gecontroleerd worden;
3Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden;
4Indien de gemeente met het verstrekken van een lening of garantie risico loopt, wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter grootte van dat risico;
5Voor nadere richtlijnen en voorwaarden voor de verstrekking van leningen en garanties wordt verwezen naar bijlage 2;
Artikel 8: Financiering
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de uitgangspunten:
1Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;
2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne liquiditeiten te gebruiken teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren;
3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn onderhandse leningen;
4De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten, alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
Artikel 9: Uitzetten overtollige middelen
1Overtollige middelen mogen, met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel en artikel 2 derde en vierde lid van de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) uitsluitend worden aangehouden in ’s Rijks schatkist;
2Uitgezonderd van de verplichting om overtollige liquide middelen bij de schatkist onder te brengen zijn opgenomen in artikel 7 van de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
3In afwijking van het eerste lid mogen overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uitgezet worden bij andere decentrale overheden, met dien verstande dat de gemeente geen leningen mag verstrekken aan de toezichthoudende provincie.
Artikel 10: Langlopende uitzettingen
Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten:
1Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 3, 4, 5, 6, 7 en 9 genoemde voorwaarden;
2De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee instellingen, waaronder de Bank Nederlandse Gemeenten, voordat een langlopende uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
Artikel 11: Relatiebeheer
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
1Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6;
2Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht (Europese Economische Ruimte) te vallen, zoals De Nederlandse Bank en de Verzekeringskamer;
3Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben verkregen.
Artikel 12: Geldstromenbeheer
Voor het geldstromenbeheer gelden de volgende uitgangspunten:
1De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij haar huisbankier;
2Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier;
3Uitgangspunt is dat de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) de huisbankier is. Indien de condities van de BNG niet meer marktconform zijn of de dienstverlening niet meer naar wens verloopt zal een offerteronde ten aanzien van het huisbankierschap uitgevoerd worden;
4Contante geldstromen worden zoveel mogelijk beperkt.
Artikel 13: Saldo- en liquiditeitenbeheer
Bij het aantrekken en uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode korter dan een jaar gelden voor het saldobeheer en het liquiditeitsbeheer de volgende specifieke richtlijnen:
1De gemeente Rucphen heeft voor onbeperkte duur een rekening courant overeenkomst afgesloten bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Voor het saldo- en liquiditeitenbeheer maakt de gemeente Rucphen primair gebruik van deze overeenkomst;
2Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet, conform artikel 4 lid 1, niet overschreden;
3Toegestane financieringsinstrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maanden zijn daggeldleningen en kasgeldleningen;
4Toegestane financieringsinstrumenten bij het extern uitzetten van gelden voor een periode kleiner of gelijk aan twaalf maanden zijn daggeldleningen aan derden, deposito’s, spaarrekeningen en krediet in rekening courant;
5De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes op alvorens middelen worden uitgezet met een looptijd korter dan één jaar. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
Artikel 14: Administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasury-activiteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
2Bevoegdheden kunnen verder gemandateerd worden. Dit mandaat wordt schriftelijk vastgelegd;
3Bij de uit te voeren treasury-activiteiten inclusief de gemandateerde activiteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
a.minimaal twee functionarissen autoriseren iedere transactie (het vier ogenprincipe);
b.de uitvoering en controle gebeurt door afzonderlijke functionarissen;
c.de uitvoering en registratie in de financiële administratie gebeurt door afzonderlijke functionarissen.
Artikel 15: Verantwoordelijkheden treasuryfunctie
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.
Functie
Verantwoordelijkheden
Gemeenteraad
* Het vaststellen van het treasurybeleid door middel van de financiële verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet;
* Het stellen van kaders voor en het houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid aan de hand van de paragraaf Financiering in de programmabegroting en de programmaverantwoording als onderdeel van de planning en control cyclus.
College
* Het vaststellen van de beleidskaders en limieten voor de treasuryfunctie in een treasurystatuut (afgestemd op de financiële verordening);
* Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);
* Het rapporteren aan de Gemeenteraad bij de planning en control cyclus over de uitvoering van het treasurybeleid in de financieringsparagraaf (o.a. kasgeldlimiet en renterisiconorm).
Treasurer
* Het uitvoeren van de aan hem/haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf Financiering;
* Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform het treasurystatuut en de paragraaf Financiering in de begroting worden uitgevoerd;
* Het aantrekken en uitzetten van gelden voor het saldo- en liquiditeitsbeheer;
* Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen;
* Het schriftelijk vastleggen van de treasury-transacties, inclusief meerdere offertes;
* Het zorgdragen voor de liquiditeitenplanning;
* Het rapporteren en het afleggen van verantwoording aan het college over de uitvoering van het treasury-beheer.
Budgethouders en kredietbeheerders
* Het zorg dragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling Bedrijfsvoering met het oog op de liquiditeitsplanning.
Afdelingsmanager Bedrijfsvoering
* Het uitvoeren van de aan hem of haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf Financiering.
Administrateur
* Het uitvoeren van de aan hem of haar opgedragen treasury-activiteiten conform het treasurystatuut en de paragraaf Financiering;
* Het autoriseren van betalingsvoorstellen.
Kassier
* Het beheren van de geldstromen;
* Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen;
* Het afhandelen van het betalingsverkeer;
* Het incasseren van openstaande vorderingen.
Financieel adviseurs
* Het adviseren van de budgethouders en kredietbeheerders over de financiële gevolgen/geldstromen van hun activiteiten en projecten.
Financiële administratie
* Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie.
Afdeling Concerncontrol
* Het controleren van de volledigheid, betrouwbaarheid en de rechtmatigheid van treasury-activiteiten en hierover rapporteren aan betrokkenen.
Accountant
* In het kader van haar reguliere controletaak adviseren over en controleren van treasury-aangelegenheden.
Artikel 16: Bevoegdheden
De bevoegdheden, alsmede de daarbij behorende autorisatie, met betrekking tot treasury-activiteiten zijn opgenomen in onderstaande tabel.
Activiteit
Uitvoering
Autorisatie
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer tot één jaar
Het extern uitzetten van middelen via daggeldleningen aan derden, deposito’s, spaarrekeningen en krediet in rekening courant;
Treasurer
Administrateur
Het aantrekken van middelen via daggeldleningen en kasgeldleningen;
Treasurer
Administrateur
Het voorbereiden en versturen van betalingsopdrachten.
Kassier
Administrateur
Bankrelatiebeheer
Het openen, sluiten en wijzigen van bankrekeningen;
Kassier
Afdelingsmanager Bedrijfsvoering/ College
Het afspreken van bankcondities en tarieven.
Treasurer
College
Risicobeheer
Het afsluiten van derivatentransacties.
Treasurer
College
Financiering en uitzetting (looptijd langer dan 1 jaar)
Het aantrekken van middelen via onderhandse geldleningen;
Treasurer
College
Het uitzetten van langlopende middelen;
Treasurer
College
Het beleggen van middelen in garantieproducten;
Treasurer
College
Het aan- en verkopen van obligaties;
College
Gemeenteraad
Het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
Treasurer
College
Artikel: 17 Informatievoorziening
Om de uitvoering van het treasurybeleid en de daarbij behorende transparantie te optimaliseren moeten de betrokkenen de informatie juist en tijdig aanleveren.
De beheersmatige informatievoorziening richten wij hiervoor in op basis van het navolgende schema.
Omschrijving
Frequentie
Informatie verstrekker
Informatie
ontvanger
Gegevens voor toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitsplanning (korte- en lange termijn)
Jaarlijks ( tussentijds bij afwijkingen)
Kredietbeheerders / Budgethouders
Treasurer
(Meerjaren)liquiditeitsprognose
Programmabegroting
Kadernota
Treasurer / College
Gemeenteraad
Opstellen van de paragraaf Financiering bij de programmabegroting
Programmabegroting
Treasurer / College
Gemeenteraad
Afwijkingen op treasury-activiteiten uit de paragraaf Financiering van de programmabegroting
Bestuursrapportages
Treasurer / College
Gemeenteraad
Verantwoording treasury-activiteiten in paragraaf Financiering van de programmarekening
Programmarekening
Treasurer / College
Gemeenteraad
Rapportage debiteurenpositie en invorderingsbeleid
Bestuursrapportages Programmarekening
Kassier / Treasurer / College
Gemeenteraad
Informatie voor derden (IV3) volgend uit de treasury
Per kwartaal
Financieel Adviseur
CBS
Artikel 18: Inwerkingtreding
1Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang is 1 januari 2023;
3Het ‘Treasurystatuut 2017 gemeente Rucphen’, vastgesteld bij collegebesluit van 22 augustus 2017, wordt ingetrokken per 1 januari 2023.
Artikel 19: Citeertitel
Dit treasurystatuut wordt aangehaald als ‘Treasurystatuut Rucphen 2023’.
Besloten in de vergadering van burgemeester en
wethouders d.d. 7 februari 2023
de secretaris,
de burgemeester,
drs. S. Michielse
mr.M. van der Meer Mohr