Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel peuteropvang / voorschoolse educatie 1 januari – 31 december 2026

Gemeente Rucphen · geldt sinds 1 januari 2026

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1: begrippen

•Aanbieder: aanbieder van kinderopvang, met locaties in de gemeente Rucphen en geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang;

•Aanbod 16 uur voorschoolse educatie: in wet- en regelgeving vastgestelde bepaling dat een VE-peuter, vanaf het moment dat de peuter 2,5 jaar wordt, 960 uur voorschoolse educatie wordt aangeboden. De aanbieder is vrij om hieraan binnen de kaders van het “Besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie” invulling te geven;

•Digitale toeleidingsmonitor VVE: een digitaal systeem voor het toeleiden van VE-peuters vanuit het consultatiebureau naar de VE-aanbieders;

•HBO geschoolde medewerker: inzetten van een HBO-coach van 10 uur per VE-peuter per locatie volgens het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie;

•Kinderopvangtoeslag: inkomensafhankelijke bijdrage van de rijksoverheid in de kosten van kinderopvang die onder de Wet kinderopvang valt. Wordt aan ouders uitbetaald door de belastingdienst;

•NAW-gegevens: naam, adres en woonplaats;

•Ouderbijdrage: bijdrage die ouders van een peuter betalen voor het gebruik van kinderopvang;

•Peuter: peuter in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die geen VE-indicatie heeft en geen recht heeft op kinderopvangtoeslag;

•VE: voorschoolse educatie;

•VE-peuter: peuter in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar waarvoor het consultatiebureau een indicatie voor voorschoolse educatie heeft afgegeven, omdat er een taal- c.q. ontwikkelingsachterstand is.

Artikel 2: doel van de subsidie

•Ontwikkelingsstimulering van alle peuters van 2,5 tot 4 jaar.

•Het zorgen voor een effectieve aanpak van een (risico op) een (taal)achterstand in het Nederlands.

Peuteropvang en voorschoolse educatie wordt uitgevoerd in overeenstemming met relevante bepalingen in:

•Wet kinderopvang

•Besluit kwaliteit kinderopvang

•Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang

•Regeling wet kinderopvang

•Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie

•Besluit van 20 september 2019 tot wijziging van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie in verband met verhoging minimaal aantal uren aanbod voorschoolse educatie en de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker

•Besluit kinderopvangtoeslag

•Regeling loon- en prijscompensatie gesubsidieerde instellingen gemeente Rucphen

•Beleid voorschoolse educatie 2020-2026 gemeente Rucphen

De aanbieder wordt op aanvraag subsidie verleend onder toepassing van de artikelen 3 tot en met 6.

Hoofdstuk 2 Subsidie voorschoolse educatie

Artikel 3 grondslag subsidie per VE-peuter

1Subsidie wordt verleend voor VE-peuters woonachtig in de gemeente Rucphen, die voorschoolse educatie volgen op een VE-locatie in Rucphen.

2Voor de subsidieverlening in 2026 wordt uitgegaan van het aantal VE-peuters in de toeleidingsmonitor VVE in december 2025.

3Subsidie wordt verleend voor het aantal VE-peuters op basis van artikel 3 lid 1 en 2.

4Er wordt een subsidie verleend per peuter van € 7.644,- per VE-peuter voor 16 uur voorschoolse educatie per week.

5Als na afloop van een maand blijkt dat het werkelijke aantal peuters groter is dan het aantal peuters waarvoor op grond van artikel 3 lid 1 en 2 subsidie is verleend, wordt per extra peuter een subsidie verleend op grond van artikel 3 lid 4 naar rato van het aantal resterende maanden in 2026.

Artikel 4: Overige subsidie voorschoolse educatie

1Als het consultatiebureau vaststelt dat deelname aan voorschoolse educatie vanaf 2-jarige leeftijd nodig is, wordt een subsidie verleend per VE-peuter van:

•€ 1.911,- voor 2 dagdelen voorschoolse educatie;

•€ 3.822,- voor 4 dagdelen Voorschoolse educatie.

Het consultatiebureau beoordeelt of 2 of 4 dagdelen nodig zijn.

2Voor het inzetten van een HBO-geschoolde medewerker wordt een subsidie verleend van € 470,- per VE-peuter. Met deze middelen wordt in 2026 per VE-peuter 10 uur ingezet in overeenstemming met het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

3Voor de uitvoering van het programma VVE Thuis wordt een subsidie verleend van € 425,- per VE-peuter.

4Voor zorgcoördinatie is een bedrag beschikbaar van € 1.100,- per VE-peuter.

5Voor individuele ondersteuning is per VE-peuter een bedrag van € 1.100,- beschikbaar.

6Als er in een groep 50% of meer VE-peuters zitten, wordt een subsidie verstrekt van € 5.533,- per extra dagdeel.

7Als na afloop van een maand blijkt dat het werkelijke aantal peuters groter is dan het aantal peuters waarvoor op grond van artikel 4 lid 1 t/m 6 subsidie is verleend, wordt per extra VE-peuter een subsidie verleend naar rato van het aantal resterende maanden in 2026.

Artikel 5: verplichtingen voor subsidieverlening

1De aanbieder heeft een aanbod van 16 uur voorschoolse educatie per week voor VE-peuters.

2De aanbieder is verplicht om te werken met een programma dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies, zoals Piramide of met Uk en Puk. Pedagogisch medewerkers moeten hiervoor de opleiding behorende bij het betreffende programma met succes gevolgd hebben of hiervoor in opleiding zijn.

3De pedagogisch medewerkers moeten scholing voorschoolse educatie hebben gevolgd en behaald conform artikel 4 lid 2 dan wel artikel 4 lid 3 sub b van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.

4De aanbieder gebruikt de digitale toeleidingsmonitor VVE van het consultatiebureau.

5De aanbieder registreert wekelijks hoeveel dagdelen een VE-peuter voorschoolse educatie volgt.

6De aanbieder legt aan VE-peuters een ouderbijdrage op die overeenkomt met de laagste ouderbijdrage in de kinderopvang. Voor 2026 betekent dit een ouderbijdrage van € 144,- op jaarbasis.

Artikel 6: weigeringsgrond subsidieverlening

1In het geval bij de aanvraag om subsidieverlening vast komt te staan dat aanvrager niet voldoet of kan voldoen aan de verplichting in artikel 5, kan de subsidie geweigerd worden.

2Bij een aanbieder die in het voorgaande jaar geen subsidie heeft ontvangen, inspecteert de GGD West-Brabant of een aanbieder voldoet aan de wet- en regelgeving voor voorschoolse educatie en aan de in artikel 5 lid 3 genoemde verplichtingen. Deze inspectie vindt plaats voordat subsidie wordt verleend. Als hieraan niet voldaan wordt, wordt de subsidie geweigerd.

De aanbieder wordt op aanvraag subsidie verleend onder toepassing van de artikelen 7, 8 en 9.

Hoofdstuk 3 Subsidie ontwikkelingsgericht aanbod peuteropvang

Artikel 7: grondslag subsidie per peuter

1Subsidie wordt verleend voor peuters woonachtig in de gemeente Rucphen, die geen VE-peuter zijn en geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Subsidie wordt verleend voor peuters die peuteropvang op een locatie in onze gemeente volgen.

2Voor de subsidieverlening in 2026 wordt uitgegaan van het aantal peuters in december 2025.

3Subsidie wordt verleend voor het aantal peuters op basis van artikel 7 lid 1 en 2.

4Er wordt een subsidie verleend van € 3.304,- per peuter voor 8 uur peuteropvang per week.

5Als na afloop van een maand blijkt dat het werkelijke aantal peuters groter is dan het aantal peuters waarvoor op grond van artikel 7 lid 1 en 2 subsidie is verleend, wordt per extra peuter een subsidie verleend op grond van artikel 7 lid 4 naar rato van het aantal resterende maanden in 2026.

6De gemeente kan een aanbieder vragen om NAW-gegevens van de betreffende peuters in te dienen alsmede een verklaring waarmee wordt aangetoond dat betreffende peuters geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.

Artikel 8: verplichtingen voor subsidieverstrekking

De ouderbijdrage voor de peuters wordt door de aanbieder berekend in overeenstemming met het Besluit kinderopvangtoeslag of in overeenstemming met de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang.

Hoofdstuk 4 Bevoorschotting en subsidievaststelling

Artikel 10: bevoorschotting bij subsidie lager dan € 50.000,-

1Indien de verleende subsidie lager is dan € 5.000, wordt een voorschot uitbetaald van 100%.

2Indien de verleende subsidie tussen de € 5.000 en € 50.000,- bedraagt, wordt bij de subsidieverlening een voorschot uitbetaald van 90%.

Artikel 11: facturering bij subsidie groter dan € 50.000,-

1De aanbieder dient maandelijks een factuur in bij de gemeente. Op de factuur staan de baten en de lasten op grond van het werkelijke aantal gevolgde dagdelen voor peuteropvang en voorschoolse educatie. De gemeente betaalt het verschil tussen baten en lasten tot maximaal 1/12 van de verleende subsidie.

Artikel 12: subsidievaststelling

1Als een verleende subsidie kleiner is dan € 5.000,- vindt er geen subsidieverantwoording plaats.

2De subsidie wordt na afloop van het subsidiejaar definitief vastgesteld. Hiertoe dient de aanbieder uiterlijk 1 juni 2027 een aanvraag in. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling moeten in ieder geval de volgende documenten worden ingediend:

•Inhoudelijk verslag (gemeentelijk verantwoordingsformulier)

•Financieel verslag bestaande uit:

•Jaarrekening

•Als de subsidie hoger is dan € 50.000,- een controleverklaring van de accountant

•Als de subsidie hoger is dan € 50.000,- resultatenrekening voor de peuteropvang – voorschoolse educatie in Rucphen

•Verantwoording dat de ouderbijdrage voor elke VE-peuter voldoet aan artikel 5 lid 6. Dat wordt aangetoond middels een anonieme factuur voor de ouderbijdrage van een VE-peuter.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 13: slotbepalingen

1Deze beleidsregel geldt voor subsidieaanvragen die betrekking hebben op de periode 1 januari - 31 december 2026.

2De Algemene subsidieverordening gemeente Rucphen 2020 is van toepassing.

3De beleidsregel “hoogte toegestane vermogen en voorzieningen” is van toepassing.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.