Gemeentelijke regelgeving

Uitvoeringslijn Lokaal Eigendom

Gemeente Rotterdam · geldt sinds 11 september 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van de wethouder Klimaat, Bouwen en Wonen van 3 september 2024, kenmerk M2405-4100;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 7.4 van de Omgevingsregeling,

overwegende dat:

-in het Nationale Klimaatakkoord 2019 is afgesproken dat gestreefd wordt naar 50% eigendom bij de lokale omgeving (burgers en bedrijven) van de productie van wind- en zonne-energie op land en dat dit streven een algemeen streven is voor 2030;

-dit streven in de Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 is overgenomen, met daarbij de toevoeging dat dit vooral lokaal invulling dient te krijgen. De gemeenteraad van Rotterdam heeft de Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 op 27 mei 2021 vastgesteld;

-het in Rotterdam wenselijk is om te sturen op 50% lokaal eigendom van nieuw te ontwikkelen wind- en grootschalige zonprojecten om hiermee lokaal zeggenschap en een eerlijke verdeling van lusten en lasten mogelijk te maken én voortgang te blijven boeken in de energietransitie.

besluit:

Artikel 1

Vast te stellen de ‘Uitvoeringslijn Lokaal Eigendom’.

Artikel 2

Dit besluit treedt inwerking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Uitvoeringslijn Lokaal Eigendom’.

Uitvoeringslijn Lokaal Eigendom

Voorwoord

In Rotterdam werken we aan de energietransitie. Met windmolens en zonnepanelen wekken we duurzame energie op zodat we minder afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. De energietransitie biedt Rotterdammers ook kansen om hierin een rol te pakken. Met de Uitvoeringslijn Lokaal Eigendom stimuleren we Rotterdammers om actief mee te doen in wind- en zonne-energieprojecten in hun directe omgeving.

In het nationale Klimaatakkoord gaat het over het streven naar 50% lokaal eigendom van duurzame energie projecten. Dit streven is de rode draad in deze uitvoeringslijn. Het is onze ambitie dat Rotterdamse inwoners en ondernemers (mede-)eigenaar worden van wind- en zonprojecten, waardoor zij zeggenschap hebben in de projecten en meedelen in de opbrengsten. Hiermee heeft ook de omgeving profijt van de energie die wordt opgewekt.

De uitvoeringslijn geeft invulling aan deze ambities en is gericht op het boeken van voortgang in de energietransitie mét lokaal effect. Wind- en zonprojecten gaan niet alleen om energie-opwek en economische winst, maar ook om maatschappelijke meerwaarde. In Rotterdam bouwen we samen aan de energievoorziening van de toekomst.

Ook als gemeente hebben we hierin een rol. Die rol beschrijven we met de instrumenten die we inzetten om deze ambities waar te maken. Ontwikkelaars van projecten stimuleren we om de samenwerking te zoeken met de omgeving en lokale energiecoöperaties. Alle betrokken partijen hebben een rol in het vormgeven en tot uitvoering brengen van lokaal eigendom en/of andere participatieve regelingen bij een wind- of zonproject. Daarom is in de uitvoeringslijn ook aandacht voor de positie van de omgeving en van energiecoöperaties.

Lokaal eigendom in Rotterdam blijft maatwerk: het is een middel en geen doel op zich. Er zijn verschillende manieren om de doelen en principes die we met de uitvoeringslijn nastreven waar te maken. Daarom hebben we naast lokaal eigendom ook aandacht voor het inrichten van een gebiedsfonds en andere vormen van financiële participatie.

Het belangrijkste in de uitvoeringslijn is dat de omgeving (bewoners én ondernemers) en energiecoöperaties een belangrijke rol krijgen in de projecten. Met zeggenschap voor lokale partijen komen we niet alleen tot een betere verdeling van lusten en lasten, maar ook tot slimme lokale oplossingen voor de energietransitie. Daar ben ik van overtuigd!

Chantal Zeegers

Wethouder Klimaat, Bouwen en Wonen

3. Rollen en verwachtingen

3.2. De gemeente Rotterdam

3.2.1. Wat is de rol van de gemeente?

De gemeente neemt een actieve, aanjagende rol in de energietransitie. De gemeente is daarom op veel verschillende manieren betrokken bij de ontwikkeling van energieprojecten en bij het betrekken van de omgeving. Zo is de gemeente beleidsmatig verantwoordelijk voor de manier waarop met participatie en lokaal eigendom wordt omgegaan. Deze uitvoeringslijn hoort daarbij. Ook is de gemeente vaak het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning van een zon- of windproject. Bovendien kan de gemeente eigenaar zijn van de grond waarop zonneparken en windmolens gerealiseerd worden. Via tenders en eigen ontwikkelingsprojecten stuurt de gemeente dan op lokaal eigendom.

3.2.2. Wat verwachten wij van de gemeente?

De gemeente zet zich als volgt in voor de doelen en leidende principes uit deze uitvoeringslijn:

•Is de gemeente grondeigenaar of initiatiefnemer, dan zorgen we ervoor dat de openbare biedprocedure voor de gronduitgifte (tender) in lijn is met de doelstellingen en principes uit deze uitvoeringslijn en andere wetten en regels die daarop van toepassing zijn.

•De gemeente maakt afspraken met grondbezitters in het (semi-) publieke domein om de principes van de uitvoeringslijn toe te passen.

•Bij initiatieven van ontwikkelende partijen en inwoners vervult de gemeente een faciliterende rol om te komen tot lokaal eigendom/ financiële participatie; door waar nodig en gewenst het participatieproces te ondersteunen. Dit kan inhouden dat de gemeente adviseert, het initiatief neemt voor gesprekken of ruimtes beschikbaar stelt voor informatiesessies.

•Daarnaast heeft de gemeente een toetsende rol op het participatieproces van de aanvrager van de omgevingsvergunning voor een wind- of zonproject. Binnen dit participatieproces wordt ook invulling gegeven aan deze uitvoeringslijn. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zal daarom getoetst worden of de aanvrager zich voldoende heeft ingespannen de principes uit de uitvoeringslijn uit te voeren. Uit die toetsing kan ook volgen dat de gemeente initiatiefnemers aanspreekt op handelen of nalaten, in het belang van de Rotterdammers.

•In een anterieure overeenkomst maken de gemeente en de aanvrager van een omgevingsvergunning afspraken over financiële participatie en lokaal eigendom, in lijn met deze uitvoeringslijn.

•De gemeente ondervangt geen financiële risico’s of tegenvallers voor projecten. En is ook niet verantwoordelijk voor de financiering van projecten. Dit sluit niet uit dat de gemeente ervoor kan kiezen om ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld door bij te dragen aan de (kennis)ontwikkeling over lokaal eigendom in buurten waar daar nog weinig of geen ervaring mee is.

3.3. De omgeving

3.3.1. Wat is de rol van de lokale omgeving?

De omgeving staat bij projecten centraal: daar waar een energieproject komt, is ook de impact het meest voelbaar. Bij de lusten- en lastenverdeling gaat het daarom in eerste instantie om de directe omgeving van een project.

Lokaal is in Rotterdam sterk afhankelijk van de omvang en de omgeving van het project. Het antwoord op de vraag ‘wat is lokaal?’ kan daarom per project verschillen. De directe omgeving van het project en de betrokken wijk- en dorpsraden of zelfs buurgemeenten worden geraadpleegd om antwoord te geven op deze vraag.

De omgeving heeft een belangrijke rol in projecten. Voor ontwikkelingen zoals wind en zon is draagvlak in de omgeving van belang. Daarnaast kan de omgeving projecten verbeteren door lokale kennis in te brengen. Dit vraagt wel een zekere mate van betrokkenheid en deelname aan het proces. Hierbij geldt vanzelfsprekend het besef dat niet iedereen uiteindelijk ‘voor’ een ontwikkeling moet zijn als voorwaarde om deze te realiseren.

Onder de lokale omgeving verstaan we zowel de bewoners als in de omgeving gevestigde bedrijven en maatschappelijke organisaties. De Rotterdamse wijk- en dorpsraden spelen een belangrijke rol in de vertegenwoordiging van de omgeving. Het is daarom van belang dat initiatiefnemers vroeg in het proces de verbinding zoeken met de wijk- en dorpsraden en met hen afspraken maken over hun rol in het project.

Een omgeving kan zich verenigen in een energiecoöperatie, of kan zich hierdoor ook (deels) laten vertegenwoordigen. De specifieke verwachtingen voor energiecoöperaties staan onder die paragraaf. Andersom kan een ontwikkelaar of gemeente de energiecoöperatie niet zien als “de omgeving”. Ze zijn een afvaardiging van de omgeving.

3.3.2. Wat verwachten wij van de lokale omgeving?

•De lokale omgeving neemt actief deel aan het gesprek en deelt de lokale inzichten. Deze zijn cruciaal voor een weloverwogen en op de lokale situatie afgestemd plan. Samenwerking is essentieel om de gehele lokale gemeenschap te bereiken. Wijk- en dorpsraden en organisaties die een belangrijke rol spelen in de gemeenschap, zoals scholengemeenschappen, verenigingen en corporaties, staan open voor gesprekken.

•Rotterdamse bewoners en ondernemers werken zij aan zij. In die samenwerking is oog voor de verschillende belangen die bewoners en ondernemers kunnen hebben. Lokaal gevestigde ondernemers kunnen bijdragen aan de financiering van energieprojecten en/of de opgewekte energie slim benutten voor hun verduurzamingsopgave, bijvoorbeeld in de vorm van een energyhub.

•Lokaal eigendom kan niet alleen door ondernemers worden ingevuld, voor lokaal eigendom zijn altijd ook omwonenden nodig, behalve wanneer er geen omwonenden zijn (bijvoorbeeld op een afgelegen bedrijventerrein).

3.4. De ontwikkelaar

3.4.1. Wat is de rol van de ontwikkelaar?

Ontwikkelende partijen hebben een grote rol in de realisatie van het wind- of zonnepark. Die rol gaat van het onderzoeken van de locatie, via de vergunningaanvraag tot de uiteindelijke bouw en de verkoop van de opgewekte energie. Wat betreft de omgeving en lokale belanghebbenden nemen ze het initiatief om te komen tot een duurzame relatie. Hierbij houden ze rekening met de doelen en principes uit deze uitvoeringslijn. Ook een energiecoöperatie kan de rol van ontwikkelaar op zich nemen.

3.4.2. Wat verwachten wij van de ontwikkelaar?

•De ontwikkelaar zet zich ervoor in om lokaal eigendom en financiële participatie in het project mogelijk te maken. Hiervoor neemt deze het initiatief om de omgeving en een eventuele lokale energiecoöperatie te betrekken. Hierin kunnen ontwikkelaar en de energiecoöperatie ook samen optrekken.

•De ontwikkelaar gaat een partnerschap aan met de omgeving gebaseerd op gelijkwaardigheid en heeft een lange termijn focus. In de samenwerking tussen de ontwikkelaar en de omgeving is ruimte voor lokaal zeggenschap. De wijze waarop dit gebeurt, geeft de ontwikkelaar samen met de omgeving vorm. Deze zeggenschap gaat onder andere over de invulling van lokaal eigendom en financiële participatie, maar kan ook gaan over andere afspraken zoals het beperken van overlast.

•Ontwikkelende partijen nemen verantwoordelijkheid en borgen voortgang en kwaliteit. Dit houdt in dat er duidelijke verantwoordelijkheden zijn en dat risico’s beheersbaar zijn.

•Ontwikkelende partijen richten zich op de uitvoering van projecten om de klimaatdoelstellingen gezamenlijk en tijdig te bereiken. Een project, inclusief de bijbehorende organisatie- en eigendomsstructuur, moet zowel juridisch als financieel haalbaar zijn.

•De ontwikkelende partij stelt een aanspreekpunt voor het project beschikbaar. Er is voor de omgeving en andere partijen dus altijd duidelijk bij wie ze moeten zijn als het gaat over het project.

•Een ontwikkelaar komt niet voor de snelle handel. En als er doorverkoop plaatsvindt, moet de opvolgende partij minimaal hetzelfde niveau van participatie bieden en zich aan de eerder gemaakte afspraken houden, inclusief plannen voor vervolgtrajecten in de wijk met de bewoners. Doorverkoop biedt ook kansen voor een lokale organisatie om zich (nog meer) in het project in te kopen.

3.5. De energiecoöperatie

3.5.1. Wat is de rol van de energiecoöperatie?

Energiecoöperaties kunnen fungeren als ontwikkelaars en dus dezelfde activiteiten en verwachtingen delen als een ontwikkelaar. Daarnaast geven ze invulling aan lokaal eigendom. Dankzij hun specifieke structuur en sociale betrokkenheid kunnen energiecoöperaties (via hun leden) de gemeenschap vertegenwoordigen. Zowel in de ontwikkeling van het project als in lokaal houden van de baten.

3.5.2. Wat verwachten wij van energiecoöperaties?

Aanvullend op de verwachtingen genoemd bij de rol van ontwikkelaar, wordt van energiecoöperaties het volgende verwacht:

•Energiecoöperaties streven ernaar één van de vertegenwoordigers van de lokale omgeving te zijn. Coöperaties werven zo veel mogelijk leden en proberen daarmee een afspiegeling van de lokale omgeving te zijn. Coöperaties zijn op de hoogte van de behoeften en wensen in omgeving. Daarnaast nemen ze een actieve rol in de communicatie met de omgeving.

•Energiecoöperaties delen de opbrengsten aantoonbaar op lokaal niveau en herinvesteren winsten in projecten op het gebied van energie, bredere duurzaamheid en/of klimaatadaptatie.

•Energiecoöperaties richten zich niet per se alleen op inwoners, maar zoeken ook actief naar samenwerking met lokale bedrijven en andere (maatschappelijke) organisaties.

•Energiecoöperaties in Rotterdam leren van elkaar. Energiecoöperaties werken samen, delen kennis, ervaring en kunde. Op deze manier voorkomen ze dat hetzelfde werk op verschillende locaties opnieuw moet worden gedaan. Daarom zoeken energiecoöperaties actief naar hulp en samenwerking met andere energiecoöperaties en de overkoepelende organisaties zoals Energie van Rotterdam (EvR), Energie Coöperatie Regio Rijnmond (ECRR) en Energie Samen.

•Ook energiecoöperaties werken volgens het principe “lokaal eerst, Rotterdam ook”. Waar voldoende ruimte is voor bredere financiële participatie (behoefte aan meer financiering) wordt deelname ook aangeboden aan inwoners van de regio.

•Energiecoöperaties zijn lid van Energie Samen (de koepel- en belangenorganisaties van energiecoöperaties). Door lid te zijn onderschrijven ze de coöperatieve principes.

6. De uitvoeringslijn in de praktijk

6.4. Zeggenschap voor de omgeving

6.4.1. Als 50% lokaal eigendom niet haalbaar is (trap 3)

50% Lokaal eigendom is niet altijd haalbaar of sluit niet aan bij de wensen van de omgeving. Daarvoor geldt altijd dat lokale wensen en de omgeving bepalend zijn voor de manier waarop invulling wordt gegeven aan dit streven en de doelen en leidende principes uit de uitvoeringslijn. In het participatieproces zijn die mogelijkheden idealiter opgehaald. Zo is het mogelijk dat een lager percentage lokaal eigendom voor de omgeving beter aansluit bij de lokale wensen. Of dat afgezien wordt van lokaal eigendom van het project en gekozen wordt voor een omgevingsfonds en financiële participatie via aandelen of obligaties. Als hierbij een duurzame relatie bestaat tussen omgeving en ontwikkelende partij is dat goed. Belangrijk is dat de wensen vanuit de omgeving en de leidende principes uit deze uitvoeringslijn geborgd zijn.

6.4.2. Zeggenschap via een energiecoöperatie

Door 50% lokaal eigendom op projectniveau te realiseren met een lokale energie coöperatie worden de doelstellingen voor lokaal eigendom ingevuld. Want: Iedereen in Rotterdam kan lid worden van een energie coöperatie. En met energiecoöperaties is het lokale zeggenschap geborgd op een manier waarbij iedereen die lid is van de energie coöperatie of financieel investeert, mag meebeslissen. Ongeacht of je veel of weinig hebt geïnvesteerd. Door 50% eigenaarschap via een lokale energie coöperatie heeft de omgeving ook zeggenschap over het project. Daarmee bepaalt de energie coöperatie samen met de andere ontwikkelende partij over het project, zoals wat met de winst gedaan wordt.

De gemeente Rotterdam gaat er daarbij vanuit dat Rotterdamse energie coöperaties zich hebben aangesloten bij Energie Samen en daarmee ook de coöperatieve principes onderschrijven. Het eerste principe willen we hier specifiek uitlichten, dat gaat over open en vrijwillig lidmaatschap. In Rotterdam vinden we het belangrijk dat coöperaties een afspiegeling zijn van de omgeving. Daarom willen we zien dat de bij projecten betrokken energiecoöperaties lokale leden hebben, en een laag instap model voor omwonenden zodat iedereen lid kan worden.

Toelichting

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.