Gemeentelijke regelgeving

Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van burgemeester en wethouders van Rotterdam

Gemeente Rotterdam · geldt sinds 22 juni 2022

Artikel 1 Verdeling werkzaamheden

Het college van burgemeester en wethouders regelt de verdeling van zijn werkzaamheden en de vervanging bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester en de andere leden van het college.

Artikel 2 Dag, plaats en beslotenheid van de vergaderingen

1Het college van burgemeester en wethouders vergadert op één of meer vaste momenten per week.

2Voorts vergadert het college van burgemeester en wethouders indien de burgemeester dat nodig acht. Indien een wethouder een extra vergadering nodig acht, verzoekt hij onder opgave van redenen aan de burgemeester als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders deze bijeen te roepen.

3De vergaderingen worden in het Stadhuis gehouden en vinden met gesloten deuren plaats.

4Onverminderd het in het tweede lid bepaalde kan het college van burgemeester en wethouders van het eerste en derde lid afwijken indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

5Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten derden voor een vergadering uit te nodigen teneinde hun mening ten aanzien van een onderwerp te geven dan wel een toelichting te verschaffen op een agendapunt. Het college deelt hen mede dat zij geen mededelingen doen over hetgeen in het college van burgemeester en wethouders besproken of besloten is.

Artikel 3 Besluitvorming

[vervallen]

Artikel 4 Stemmingen

1Indien geen van de leden bij het nemen van een besluit stemming vraagt, is het voorstel aangenomen.

2Indien een lid bij het nemen van een besluit stemming vraagt, wordt mondeling en bij hoofdelijke oproeping gestemd, tenzij het derde lid wordt toegepast. De eerstverantwoordelijke wethouder stemt als eerste, vervolgens wordt in volgorde van anciënniteit gestemd. De voorzitter stemt als laatste.

3Indien een lid dat verlangt, wordt bij het nemen van een besluit over een benoeming, voordracht of aanbeveling van personen gestemd bij gesloten en ongetekende stembriefjes.

4Wanneer de stemmen bij een stemming als bedoeld in het derde lid staken, vindt een tweede stemming plaats tussen twee personen die bij de eerste stemming de meeste stemmen hebben gekregen. Als de stemmen bij de eerste stemming over meer dan twee personen zijn verdeeld, vindt eerst een tussenstemming plaats. Als de stemmen bij de tussenstemming of de tweede stemming staken, of de eerste stemming beperkt zich tot één persoon, beslist het lot.

5Bij de benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen worden leden die blanco briefjes hebben ingeleverd, geacht aan de stemming te hebben deelgenomen.

Artikel 5 Verslaglegging

1De secretaris is in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders aanwezig en zorgt voor al hetgeen nodig is in het belang van een vlot verloop van de vergadering van het college van burgemeester en wethouders.

2De secretaris is verantwoordelijk voor een deugdelijke verslaglegging en de besluitenlijst van de vergadering.

3Stemverhoudingen worden alleen in het verslag vermeld als één of meer leden daarom vragen.

4Het in de vorm van secretaris-aantekeningen te vervaardigen verslag wordt als ongewijzigd vastgesteld beschouwd tenzij een lid van het college van burgemeester en wethouders uiterlijk binnen drie dagen na het verschijnen van de secretaris-aantekeningen om een correctie heeft gevraagd. In bijzondere gevallen - bijvoorbeeld ingeval van tijdelijke afwezigheid van het betrokken collegelid - bedraagt de termijn ten hoogste veertien dagen. Afhankelijk van de aard van de gevraagde correctie wordt de wijziging direct aangebracht dan wel nadat het verzoek om wijziging door de secretaris aan burgemeester en wethouders is voorgelegd. Alsdan stelt het college van burgemeester en wethouders de definitieve tekst vast.

5De besluitenlijst wordt door het college van burgemeester en wethouders openbaar gemaakt, voor zover de aard en inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet.

Artikel 6 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 1 januari 1994. Alsdan vervalt het op 8 maart 1895 vastgestelde reglement (Gemeenteblad 1895, nr. 10).

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.