Gemeentelijke regelgeving

Het Rotterdamse coffeeshopbeleid 2013

Gemeente Rotterdam · geldt sinds 22 november 2017

4. Rotterdams gedoogbeleid

4.1 Landelijke gedoogcriteria

4.1.1 Alcoholvrij

Kleinschalige cannabisverkoop wordt, ingevolgde de justitiële richtlijn, uitsluitend gedoogd in alcoholvrije coffeeshops. Situaties waar sprake is van een samengaan van alcohol- en cannabisverkoop in één horeca-inrichting dienen te worden tegen gegaan, aldus de richtlijn. Sinds 1997 mag in Rotterdamse coffeeshops geen alcohol worden geschonken.

De hoofdactiviteit van een coffeeshop bestaat uit de verkoop van cannabisproducten voor het gebruik ter plaatse of elders. Overige activiteiten, zoals de verkoop van eet- en drinkwaren, zijn ondersteunend.

4.1.2 AHOJGI-criteria

Coffeeshops dienen zich bij de exploitatie te houden aan de AHOJGI-criteria. De AHOJGI- criteria luiden als volgt:

A. Geen Affichering; coffeeshops mogen geen reclame maken voor hun handelswaar, anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit;

H Geen verkoop van Harddrugs; coffeeshops mogen geen harddrugs verkopen en/of voorhanden hebben;

O. Geen Overlast; coffeeshops mogen geen overlast veroorzaken (onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten);

J. Geen toegang en geen verkoop aan Jeugdigen; coffeeshops mogen geen bezoekers onder de 18 jaar toelaten;

G. Geen verkoop Grote hoeveelheden; coffeeshops mogen niet meer dan 5 gram cannabis per transactie verkopen en niet meer dan 500 gram cannabis in voorraad hebben;

I. Geen toegang voor en verkoop aan anderen dan Ingezetenen van Nederland; coffeeshops mogen geen toegang verlenen aan anderen dan ingezetenen van Nederland.

4.2 Stedelijke gedoogcriteria

4.2.1 Stedelijke afstandscritera

Aanleiding

Rotterdamse coffeeshops dienen zich aan zowel de landelijke als de lokale gedoogcriteria te houden. Onderdeel van de lokale gedoogcriteria is het afstandscriterium dat 85 procent van de steden met één of meer coffeeshop heeft ingevoerd.

Het afstandscriterium houdt in dat een coffeeshop niet binnen een straal van 200 meter hemelsbreed gevestigd mag zijn én op minimaal 250 meter loopafstand van een school voor voortgezet onderwijs/middelbaar beroepsonderwijs gevestigd moet zijn. De coffeeshop mag bovendien niet in de directe nabijheid van speciaal basisonderwijs gevestigd zijn. Het afstandscriterium is in 2007 ingevoerd om enerzijds het belang van het woon- en leefklimaat te beschermen door het terugbrengen van het aantal coffeeshops en anderzijds om (kwetsbare) jongeren te beschermen. Dit beleid heeft erin geresulteerd dat het aantal coffeeshops sinds 2007 is gedaald van 62 in 2007 naar 36 exploiterende coffeeshops in 2017. Er zijn op dit moment geen exploiterende coffeeshops meer in de buurt van de hiervoor genoemde soorten scholen gevestigd.

Medio 2017 is in opdracht van de gemeente Rotterdam onderzoek verricht naar het aantal benodigde coffeeshops in Rotterdam. Uit dit onderzoek komt naar voren dat Rotterdam bij benadering 34 coffeeshops nodig heeft om aan de vraag van de Rotterdamse gebruiker te voldoen. Dit betekent dat er bij het huidige aantal coffeeshops van 36 min of meer sprake is van een balans tussen vraag en aanbod. Bovendien zijn er momenteel geen coffeeshops meer die zich in de directe omgeving van een van de hiervoor bedoelde soorten scholen hebben gevestigd. Er is daarmee sprake van een andere situatie dan in 2007.

Gezien het bestaande verplaatsingsverbod en het feit dat met de invoering van het afstandscriterium er zich geen coffeeshops meer in de buurt van scholen bevinden, kan zich nu enkel nog de situatie voordoen dat een bestaande coffeeshop geconfronteerd wordt met een school die zich (nieuw) in de buurt van een coffeeshop vestigt.

Om de balans tussen vraag en aanbod van softdrugs in de stad, zoals deze thans heerst, te houden is daarom in 2017 besloten het geldende afstandscriterium aan te passen. Het beschermen van de schoolgaande jeugd staat hierbij nog steeds centraal.

Het gewijzigde beleid houdt in dat een coffeeshop niet langer geheel gesloten hoeft te worden als een school zich in de buurt (binnen de afstandscriteria) van een bestaande coffeeshop vestigt. Uitgangspunt van het gewijzigde beleid is dat het de coffeeshop is toegestaan om, op de momenten dat de school gesloten is, geopend te zijn. Het is de coffeeshop tijdens zijn (beperkte) openingstijden toegestaan om als coffeeshop herkenbaar te zijn. Als de school open is, dient de coffeeshop gesloten te zijn en niet als coffeeshop herkenbaar te zijn.

De coffeeshop krijgt hiermee de keuze om ofwel zijn openingstijden en bedrijfsvoering aan te passen aan de komst van de school in de buurt (binnen de afstandscriteria) of om alsnog de coffeeshop geheel te sluiten en voortaan als reguliere horeca-inrichting te exploiteren. Op deze manier wordt een bijdrage geleverd aan het belang om de schoolgaande jeugd te beschermen, terwijl tegelijkertijd oog wordt gehouden voor het belang van een balans in het aantal coffeeshops in de stad. Deze uitgangspunten worden als volgt ingevuld:

Bij het bepalen van de (beperkte) openingstijden van een coffeeshop in de buurt van een school, wordt rekening gehouden met het ‘ritme’ van de school in de buurt. De beperkte openingstijden van de coffeeshop worden in de exploitatievergunning opgenomen.

Voor het bepalen van de beperkte openingstijden van de coffeeshop zal in de exploitatievergunning worden aangesloten bij de reguliere roostertijden van de betrokken school. Bij het einde van de roostertijden wordt een half uur opgeteld om tot de openingstijden van de coffeeshop te komen. Leerlingen gaan over het algemeen binnen een half uur na het einde van de lessen naar huis.

Beperkte openingstijden voor een coffeeshop in de buurt van een school

De stedelijke afstandscriteria zien er als volgt uit:

wanneer een school voor speciaal basisonderwijs zich vestigt in de directe nabijheid van een coffeeshop,

of

wanneer een school voor voortgezet onderwijs of een school voor middelbaar beroepsonderwijs zich vestigt binnen een straal van 200 meter hemelsbreed én 250 meter loopafstand van de coffeeshop,

gelden per direct de volgende regels:

•De coffeeshop moet voor het publiek gesloten zijn op het moment dat de school voor het volgen van regulier onderwijs open is.

•Dit houdt concreet in dat:

o de coffeeshop van maandag tot en met vrijdag geopend mag zijn vanaf een half uur na het laatste lesuur van de school tot 22.00 uur of tot 24.00 uur.

o De coffeeshop op zaterdag, zondag en officieel erkende feestdagen geopend mag zijn van 10.00 uur tot 22.00 uur of tot 24.00 uur.

o De coffeeshop tijdens de vakanties die de school hanteert op alle dagen geopend mag zijn, van 10.00 uur tot 22.00 uur of van 10.00 uur tot 24.00 uur.

•De gemeente Rotterdam stelt op basis van jaarlijks door de school aan te leveren informatie vast wat de roostertijden en vakantieperiodes zijn. De op basis hiervan door de gemeente Rotterdam vastgestelde (beperkte) openingstijden van de coffeeshop in de buurt van de school, worden in de exploitatievergunning opgenomen.

•Tijdens de periode dat de coffeeshop gesloten is voor publiek, dient deze niet als coffeeshop herkenbaar te zijn.

Op het moment dat een coffeeshop getroffen wordt door de afstandscriteria, wordt de exploitant schriftelijk over de gevolgen van de afstandscriteria geïnformeerd.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat verplaatsing van een door het afstandscriterium getroffen coffeeshop niet mogelijk is.

Uitzondering

De stedelijke afstandscriteria zijn niet van toepassing op coffeeshop Stichting Patiëntenbelangen Medicinale Marihuana in de deelgemeente Noord. Op nadrukkelijk verzoek van de gemeenteraad heeft de burgemeester, na overleg met de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), in 2004 deze Stichting een vergunning gegeven voor het – onder strikte voorwaarden – exploiteren van een coffeeshop. Uitdrukkelijk is destijds overwogen dat het om een unieke en eenmalige uitzondering op het ‘standstill-beleid’ ging. De uitzondering werd gemaakt vanwege de uniciteit van de Stichting en het feit dat de Stichting jarenlang in alle openheid heeft aangegeven met welke activiteiten zij zich bezig hield. Door deze uitzondering is nooit door politie en justitie opgetreden. Daarnaast gaven ook de massale protesten van de specifieke doelgroep van de Stichting en de politieke wens de Stichting te behouden het unieke karakter van de Stichting weer. De betreffende coffeeshop behoudt deze specifieke positie.

4.2.2 Standstill-beleid en verplaatsingsverbod

Standstill- beleid: exploitatie van een nieuwe coffeeshop is niet toegestaan. Ook is uitbreiding van een bestaande coffeeshop of verplaatsing ervan niet mogelijk. Een locatie van een coffeeshop kan tot maximaal twee jaar naar beëindiging van de exploitatie van de coffeeshop worden overgenomen.

Sinds de invoering van het beleid in 1997 worden in principe geen nieuwe coffeeshops toegelaten. Het beleid blijft op dit punt ongewijzigd (standstill-beleid).

In lijn met deze gedachte is uitbreiding of verplaatsing van een coffeeshop niet toegestaan.

Afgelopen jaren is het totaal aantal coffeeshops onder andere door het standstill-beleid en het

verplaatsingsverbod in lijn met het uitgangspunt beperking van het aanbod afgenomen van 62 coffeeshops in 2007 naar 41 coffeeshops in 2013. De verwachting is dat door de intensivering van het instrument van de Wet BIBOB het aantal coffeeshops mogelijk verder daalt. Wanneer het aantal coffeeshops te snel daalt, kan dit mogelijk tot ongewenste neveneffecten leiden, zoals een toename van de illegale handel. Bij een geleidelijke afname is de verwachting dat er geen grote ongewenste effecten optreden. Om een te grote én te snelle afname van het aantal coffeeshops te voorkomen wordt het mogelijk gemaakt dat in bepaalde gevallen de locatie van een coffeeshop overgenomen kan worden door een andere exploitant.

Na beëindiging van de exploitatie van een coffeeshop kan een andere exploitant binnen maximaal twee jaar de locatie overnemen. Deze nieuwe exploitant wordt aan een BIBOBtoets onderworpen en dient aan de gedoogcriteria te voldoen. Wanneer er sprake is van een locatie in een concentratiegebied van coffeeshops wordt in principe geen nieuwe exploitant toegestaan. De deelgemeente en politie geven hierover advies. Er is sprake van een concentratiegebied als drie of meer coffeeshops zich dicht bij elkaar in de buurt bevinden.

4.2.3 Sobere vergunning

Voor coffeeshops geldt het uitgangspunt van een “sobere” coffeeshop.

Zie voor een toelichting hoofdstuk drie.

4.2.4 Loketten/afhaalshops

Loketverkoop direct aan straat en verkoop vanuit de inrichting buiten de inrichting is verboden.

In de aanwijzing van het OM worden eisen aan de locatie waar softdrugs mogen worden verkocht omschreven. De aanwijzing spreekt over het onder strikte voorwaarden gedogen van verkoop van softdrugs in alcoholvrije horecagelegenheden. Dit impliceert dat verkoop van softdrugs door coffeeshopexploitanten vanuit een loket aan de straat niet is toegestaan. Tevens mag vanuit de inrichting buiten de inrichting geen verkoop of levering van drugs plaatsvinden. Wel is het mogelijk de coffeeshop zodanig in te richten dat sprake is van een loket in de inrichting, waarbij het dan mogelijk is om al dan niet naast het loket een verblijfsmogelijkheid te bieden. Coffeeshops zonder verblijfsmogelijkheid worden ook wel afhaalshops genoemd.

4.2.5 Verklaring omtrent betalingsgedrag

Bij de vergunningaanvraag dient een verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen ex. artikel 1.1.12 Leidraad invordering 2008 te worden overgelegd, deze verklaring mag niet ouder zijn dan twee maanden. Hieruit dient te blijken dat de exploitant(en) van goed betalingsgedrag is/zijn.

In het coffeeshopbeleid van 2007 is het aanvullende gedoogcriterium ‘verklaring omtrent betalingsgedrag’ geïntroduceerd om de wil en noodzaak te benadrukken dat exploitanten als goed ondernemer hun (betalings-)verplichtingen bij de Rijksbelastingdienst dienen na te komen. Het gaat dan specifiek om de belastingen die gerelateerd zijn aan de bedrijfsvoering van de coffeeshop en daaruit voortvloeien. Dit gedoogcriterium vloeit voort uit de integrale overheidshandhaving.

Bij de aanvraag of vernieuwing van een exploitatievergunning dient de exploitant een verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen conform artikel 1.1.12 Leidraad Invordering 2008 te overleggen. Deze verklaring wordt afgegeven door de Rijksbelastingdienst en mag op het moment van overlegging niet ouder zijn dan twee maanden. De inhoud van deze verklaring moet zien op de fiscale verplichtingen van de aanvrager alsmede dat van zijn of haar bestuurders (ingeval de aanvrager een NV, BV, stichting of vereniging is) dan wel van zijn of haar firmanten (indien de aanvrager een v.o.f of c.v. is).

Uit deze verklaring dient te blijken dat de ondernemer zijn fiscale verplichtingen, genoemd in artikel 1.1.12 Leidraad Invordering 2008 aan de Rijksbelastingdienst nakomt. Indien uit de verklaring blijkt dat de exploitant verwijtbaar of nalatig heeft gehandeld in het nakomen van zijn betalingsverplichtingen kan dit leiden tot het weigeren van de exploitatievergunning. De beoordeling is aan de burgemeester.

4.2.6 Open karakter van de inrichting

De inrichting dient een open en transparant karakter te hebben en voldoende duidelijk zichtbaar te zijn van de straatzijde.

Aangezien de verkoop en het gebruik van softdrugs achter gesloten deuren en geblindeerde ramen argwaan en gevoelens van onveiligheid oproepen, bijvoorbeeld bij omwonenden, moet sprake zijn van een open inrichting die vrij toegankelijk is en die vanaf de straat is te overzien. Dit bevordert bovendien het toezicht en de controle op de naleving van de vergunningvoorschriften.

Het vereiste van een open karakter van de coffeeshop betekent dat door de ramen van de inrichting naar binnen gekeken moet kunnen worden. Daarnaast mogen er in de inrichting geen voorzieningen zijn aangebracht die een gehele afzondering van een gedeelte van de inrichting mogelijk maken. Als richtlijn geldt dat de ramen van blank doorzichtig glas moeten zijn, waarvan ten hoogste 30% bedekt mag zijn met materiaal dat daglichttoetreding verhindert. De doorzichtigheid bedraagt tenminste 70% en mag niet gehinderd worden door afscherming van het raamoppervlak binnen de coffeeshop (zoals planten en gordijnen). De toezichthouder kan gemotiveerd beoordelen of een inrichting een voldoende open en transparant karakter heeft.

4.2.7 Voorlichting door coffeeshops

De exploitant(en) en beheerder(s) van een coffeeshop dienen in staat te zijn goede voorlichting volgens de preventie-certificering te geven aan bezoekers, zoals het geven van productinformatie en het wijzen op de effecten en risico’s van cannabisgebruik. De exploitant(en) en beheerder(s) van een coffeeshop dienen te beschikken over een preventiecertificaat voor coffeeshoppersoneel.

Bijlage 1

Gedoogverklaring behorende bij de exploitatievergunning van coffeeshops.

De Aanwijzing behorende bij de Opiumwet van het Openbaar Ministerie vormt het landelijke kader voor het coffeeshopbeleid. In de huidige aanwijzing, die sinds 1 januari 2013 geldt, zijn de volgende gedoogcriteria opgenomen.

1De handelsvoorraad mag de 500 gram niet te boven gaan.

2Geen affichering: dit betekent geen enkele vorm van reclame anders dan een summiere aanduiding op de betreffende lokaliteit (A-criterium).

3Geen harddrugs: dit betekent dat geen harddrugs voorhanden mogen zijn en/of verkocht mogen worden (H-

criterium).

4Geen overlast: onder overlast kan worden verstaan parkeeroverlast rond de coffeeshops, geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten (O-criterium).

5Geen verkoop aan jeugdigen en geen toegang voor jeugdigen tot een coffeeshop: gelet op de toename van het cannabisgebruik onder jongeren is gekozen voor een strikte handhaving van de leeftijdsgrens van achttien jaar (J-criterium).

6Geen verkoop van grote hoeveelheden per transactie: dat wil zeggen hoeveelheden groter dan geschikt voor eigen gebruik (=5 gram). Onder transactie wordt begrepen alle koop en verkoop in één coffeeshop op eenzelfde dag met betrekking tot eenzelfde koper (G-criterium).

7Geen toegang voor en verkoop aan anderen dan ingezetenen van Nederland (I-criterium).

8In de coffeeshop mag geen alcohol verkocht worden.

In aanvulling op het landelijk kader gelden de volgende gemeentelijke gedoogcriteria.

9Wanneer een school voor speciaal basisonderwijs zich vestigt in de directe nabijheid van een coffeeshop of wanneer een school voor voortgezet onderwijs of een school voor middelbaar beroepsonderwijs zich vestigt binnen een straal van 200 meter hemelsbreed én 250 meter loopafstand van de coffeeshop, gelden er flexibele openingstijden. Vuistregel hierbij is dat de coffeeshop gesloten is op het moment dat de school geopend is.

10Wanneer een school voor speciaal basisonderwijs zich vestigt in de directe nabijheid van een coffeeshop of wanneer een school voor voortgezet onderwijs of een school voor middelbaar beroepsonderwijs zich vestigt binnen een straal van 200 meter hemelsbreed én 250 meter loopafstand van de coffeeshop, mag de coffeeshop buiten de voor hen geldende beperkte openingstijden niet als coffeeshop herkenbaar te zijn.

11Vestigingsbeleid: exploitatie van een nieuwe coffeeshop is in principe niet toegestaan (stand-stillbeleid). Ook is uitbreiding van een bestaande coffeeshops of verplaatsing ervan niet mogelijk (verplaatsingsverbod). Overname van een coffeeshop is tot maximaal twee jaar na beëindiging van een coffeeshop toegestaan, mits aan alle gedoogcriteria wordt voldaan.

12Voor coffeeshops geldt een sobere vergunning. Combinaties met activiteiten van modules uit andere beleidsterreinen is derhalve uitgesloten. Daarnaast is het niet mogelijk om gebruik te maken van de in de Horecanota 2012-2016 opgenomen mogelijkheden:

De voorlopige exploitatievergunning

•Een ontheffing om de inrichting langer open te houden (kraskaart verlaatje)

•Een ontheffing om meer geluid te mogen produceren (kraskaart toename geluidsproductie)

•Evenementenvergunning

•Kortlopende exploitatievergunning

•Gevelzitplaatsen

•Afkoelhalfuurtje

13De exploitant(en) en beheerder(s) van een coffeeshop dienen in staat te zijn goede voorlichting volgens de preventie-certificering te geven aan bezoekers, zoals het geven van productinformatie en het wijzen op de effecten en risico’s van cannabisgebruik. De exploitant(en) en beheerder(s) van een coffeeshop dienen te beschikken over preventiecertificaat voor coffeeshoppersoneel.

14Bij de vergunningaanvraag dient een verklaring inzake nakoming fiscale verplichtingen conform artikel 1.1.12 Leidraad invordering 2008 te worden overgelegd. Deze verklaring mag niet ouder zijn dan twee maanden.

Hier uit dient te blijken dat de exploitant(en) van goed betalingsgedrag is/zijn.

15De inrichting dient een open en transparant karakter te hebben en duidelijk zichtbaar te zijn vanaf de straatzijde.

16De exploitant dient er voor zorg te dragen dat in en nabij de inrichting geen overlast/verstoring van de openbare orde wordt veroorzaakt.

17Loketverkoop direct aan straat is verboden. Tevens mag vanuit de inrichting buiten de inrichting geen verkoop of levering van drugs plaatsvinden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.