Gemeentelijke regelgeving

Gemeenschappelijke Regeling Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond 2000

Gemeente Rotterdam · geldt sinds 22 juni 2000

Aanhef

De Gemeenteraad van Rotterdam, de burgemeester van Rotterdam, het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, ieder voorzover het hun bevoegdheden betreft;

HOOFDSTUK I

Artikel 1.

1Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond.

2De Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den IJssel, Dirksland, Goedereede, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Middelharnis, Oostflakkee, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen en Westvoorne.

3Het openbaar lichaam is gevestigd in Rotterdam.

Begripsbepalingen.

Artikel 2.

1In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

a.de regeling: de gemeenschappelijke regeling van de Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond;

b.het openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, lid 1;

c.de gemeente: één van de in artikel 1, lid 2 genoemde gemeenten;

d.het samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de in artikel 1, lid 2 genoemde gemeenten;

e.de brandweersamenwerkingsgebieden: de door het Algemeen Bestuur als zodanig aangewezen subregionale gebieden waarbinnen gemeenten/brandweerkorpsen samenwerken;

f.het algemeen bestuur: het hoogste bestuursorgaan als bedoeld in artikel 6;

g.het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuursorgaan als bedoeld in artikel 15;

h.de dienst: het ambtelijk apparaat dat belast is met de realisatie van de doelstelling en de uitvoering van de taken van het openbaar lichaam;

i.de centrale: het deel van de dienst dat belast is met de uitvoering van de taken van de op grond van artikel 3, lid 2 onder 1a van de Brandweerwet 1985 ingestelde regionale brandweeralarmcentrale en op grond van artikel 5 van de Wet ambulancevervoer ingestelde centrale post;

j.de regionale brandweer: het deel van de dienst dat belast is met de uitvoering van de overige taken die de Brandweerwet 1985 aan het openbaar lichaam opdraagt;

k.de directie: de door het dagelijks bestuur benoemde functionaris(sen) die belast is (zijn) met de dagelijkse leiding van de dienst en die de bestuursorganen bijstaat(n) bij de vervulling van hun taken;

l.de regionale commandant: de commandant als bedoeld in artikel 24.

m.De regionaal geneeskundig functionaris: degene die leiding geeft aan de geneeskundige keten zoals bedoeld in artikel 25.

2Daar waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere Wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

HOOFDSTUK II

Artikel 3.

1Het openbaar lichaam heeft tot doel:

a.het onder alle omstandigheden bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde uitvoering van werkzaamheden ter zake van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt, het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand, het beperken en bestrijden van rampen en overigens het bevorderen van een goede hulpverlening bij ongevallen en rampen;

b.het doelmatig organiseren en coördineren van het vervoer van zieken en ongevalslachtoffers, de registratie daarvan en het bevorderen van adequate opname van zieken en ongevalslachtoffers in ziekenhuizen of andere instelling voor intramurale zorg;

c.het voorbereiden en bewerkstelligen van een doelmatig georganiseerde en gecoördineerde geneeskundige hulpverlening bij rampen.

Taak.

Artikel 4.

Het openbaar lichaam heeft, binnen het kader van artikel 3 en onverminderd hetgeen te dezer zake ingevolge enig wettelijk voorschrift aan de gemeente is opgedragen, de volgende taken:

a.die, welke bij of krachtens de wet zijn opgedragen aan de in artikel 3, lid 2 van de Brandweerwet 1985 bedoelde gemeenschappelijke regeling;

b.die, welke bij of krachtens de wet zijn opgedragen aan de in artikel 5 van de Wet ambulancevervoer bedoelde gemeenschappelijke regeling;

c.die, welke bij of krachtens de wet zijn opgedragen aan de in artikel 5, lid 1 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen bedoelde gemeenschappelijke regeling;

d.het in voorkomende gevallen -indien daartoe de behoefte aanwezig is- samenwerken met andere hulpverleningsdiensten;

e.het verzorgen van andere aangelegenheden die in het kader van de doelstelling van belang zijn.

HOOFDSTUK III

Artikel 5.

Het openbaar lichaam kent de volgende organen:

a.het algemeen bestuur;

b.het dagelijks bestuur;

c.de voorzitter.

HOOFDSTUK IV

Artikel 6.

1Per deelnemende gemeente worden één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen voor het algemeen bestuur.

2Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar aangesteld door of vanwege het openbaar lichaam of daaraan ondergeschikt.

Artikel 7.

Artikel 7.

1De aanwijzing van de leden en plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van de raden in nieuwe samenstelling, te houden op de dag met ingang waarvan de leden van de raad in oude samenstelling aftreden. De raden sturen hiervan schriftelijk bericht aan het openbaar lichaam.

2De leden van het algemeen bestuur treden tegelijk af op de dag waarop de nieuw gekozen leden van het algemeen bestuur in functie treden.

3De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het algemeen bestuur, alsmede de voorzitter van de raad die hen heeft aangewezen, schriftelijk op de hoogte. Onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, behouden leden van het algemeen bestuur, die ontslag hebben genomen, hun lidmaatschap totdat onherroepelijk in hun opvolging is voorzien.

4Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid of een plaatsvervangend lid benoemd.

Artikel 8.

1Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden aan het dagelijks bestuur, de voorzitter, de secretaris de penningmeester en de plaatsvervangend voorzitter.

2Het algemeen bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur, de voorzitter, de secretaris, de penningmeester en de plaatsvervangend voorzitter.

3In de regel zal het algemeen bestuur de burgemeester van de grootste gemeente die deelneemt aan deze regeling aanwijzen als voorzitter.

Artikel 9.

1Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.

2Dit reglement, alsmede de daarin aangebrachte wijzigingen, worden aan de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gezonden.

3In het reglement van orde wordt aangegeven op welke wijze zal worden voldaan aan het bepaalde in het ministerieel besluit als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet ambulancevervoer.

Werkwijze algemeen bestuur.

Artikel 10.

1Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het dagelijks bestuur het nodig oordelen, of indien het door drie leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd.

2Op verzoek van de voorzitter geschiedt de in artikel 3:42 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde openbare kennisgeving tevens door de burgemeester van de deelnemende gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.

3De algemeen directeur, de regionale commandant en de regionaal geneeskundig functionaris wonen de vergaderingen van het algemeen bestuur bij. Zij hebben daarin een raadgevende stem.

4De Geneeskundige Inspecteur van de Volksgezondheid voor de provincie Zuid-Holland, de door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland aangewezen ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de Wet ambulancevervoer en de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen, alsmede de aangewezen ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in de Brandweerwet 1985, wordt een kennisgeving van de vergaderingen van het algemeen bestuur toegezonden. Zij zijn bevoegd deze vergaderingen bij te wonen en hebben daarin een raadgevende stem.

5Anderen kunnen worden uitgenodigd als adviseur de vergaderingen van het algemeen bestuur bij te wonen.

Artikel 11.

1Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit, met uitzondering van de leden die een gemeente vertegenwoordigen met een inwonertal boven 50.000. Zij brengen voor elk volgend 50.000-tal, of gedeelte daarvan, één stem meer uit tot een maximum van elf stemmen per gemeente.

2Voor de toepassing van het eerste lid gelden de bevolkingscijfers van de gemeenten per 1 januari van het voorafgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

Artikel 12.

1De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Door het algemeen bestuur zal met gesloten deuren worden vergaderd indien ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden of indien de voorzitter dat nodig acht.

2In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan noch worden beraadslaagd noch een besluit worden genomen ter zake van:

a.de vaststelling en wijziging van de begroting;

b.de vaststelling van de rekening;

c.het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of andere heffingen

d.het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen;

e.het vaststellen, wijzigen of intrekken van rechtspositieregelingen voor het personeel van het openbaar lichaam;

f.het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de regeling;

g.het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;

h.het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan.

3In een besloten vergadering van het algemeen bestuur kan geen besluit worden genomen ter zake van:

a.het aangaan van geldleningen, het aangaan van rekening-courantovereenkomsten, het uitlenen van gelden en het waarborgen van geldelijke verplichtingen door anderen aan te gaan;

b.het geheel of gedeeltelijk vervreemden en het bezwaren van onroerend goed;

c.het doen van een uitgaaf voordat de begroting waarbij deze uitgaaf is geraamd, is goedgekeurd.

HOOFDSTUK V

Artikel 13.

1Een lid van het algemeen bestuur geeft aan de raad die hem/haar heeft aangewezen alle inlichtingen die door de raad, of één of meer leden daarvan, worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijk wijze.

2Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad die het lid heeft aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze ter verantwoording worden geroepen voor het door hem/haar in dat bestuur gevoerde beleid.

3Indien een lid van het algemeen bestuur niet meer het vertrouwen geniet van de raad die hem/haar heeft aangewezen kan deze hem/haar als zodanig ontslaan.

Artikel 14.

1Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.

2Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meer leden van die raden worden verlangd.

3Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

HOOFDSTUK VI

Artikel 15.

1Het dagelijks bestuur bestaat in principe uit minimaal zeven leden en maximaal acht leden aan te wijzen door en uit de leden van het algemeen bestuur. Onder hen bevinden zich in ieder geval de door het algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de secretaris en de penningmeester.

2Bij het samenstellen van het dagelijks bestuur zal uit alle brandweersamenwerkingsgebieden zoals genoemd in artikel 2, 1e lid binnen de regio Rotterdam-Rijnmond een afgevaardigde worden gekozen.

3De leden van het dagelijks bestuur worden gekozen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in nieuwe samenstelling.

4Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid benoemd.

5De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het algemeen bestuur zijn tevens voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, secretaris en penningmeester van het dagelijks bestuur.

6De leden van het dagelijks bestuur worden benoemd voor een periode van vier jaar en zijn in beginsel tweemaal herkiesbaar.

7De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur.

8Hij/zij die ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.

Taak en bevoegdheden dagelijks bestuur.

Artikel 16.

1Het dagelijks bestuur oefent, voor zover het algemeen bestuur daartoe besluit en dan naar door dat bestuur te stellen regelen, de aan het algemeen bestuur wettelijk toegekende of krachtens de regeling hem toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van:

a.het vaststellen en wijzigen van de begroting;

b.het vaststellen van de jaarrekening;

c.het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen;

d.het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig hoofdstuk XVI;

e.het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen het lichaam en andere lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;

f.het oprichten van of deelnemen in stichting, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan.

2Van besluiten van het algemeen bestuur als bedoeld in het eerste lid doet het dagelijks bestuur onverwijld mededeling aan de aan de regeling deelnemende gemeenten.

Artikel 17.

1Voor de vervulling van de in artikel 4 vermelde taken oefent het dagelijks bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet zijn toegekend aan burgemeester en wethouders van de gemeenten. Voorts is dit bestuur belast met:

a.een voortdurend toezicht op al wat het openbaar lichaam aangaan;

b.het voorbereiden van al hetgeen aan het algemeen bestuur ter overweging en beslissing zal worden voorgelegd;

c.het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur;

d.het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is;

e.de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam;

f.de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;

g.het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit;

h.de zorg voor en het houden van toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam naar een, door het algemeen bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995, te treffen voorziening;

i.het benoemen, schorsen en ontslaan van de (leden van de) directie, de regionaal commandant en de regionaal geneeskundig functionaris.

Vergaderingen dagelijks bestuur.

Artikel 18.

1Het dagelijks bestuur vergadert minimaal zesmaal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden die dit de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden.

2De algemeen directeur, de regionale commandant en de regionaal geneeskundig functionaris wonen de vergaderingen bij en hebben daarin een raadgevende stem.

3Andere personen kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij te wonen.

Inlichtingen en verantwoording.

Artikel 19.

1De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur.

2Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig zijn, tenzij het algemeen belang zich daartegen verzet.

3Zij geven -tezamen dan wel afzonderlijk- aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen; indien het algemeen belang dit vereist kan geheimhouding worden opgelegd door de voorzitter.

4Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het in de vorige leden bepaalde.

HOOFDSTUK VIII

Artikel 21.

1Door de secretaris worden alle stukken, die van het algemeen en van het dagelijks bestuur uitgaan, mede ondertekend.

2De secretaris is het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in alles behulpzaam voor wat betreft de hun opgedragen taak.

De penningmeester.

Artikel 22.

1.De penningmeester behartigt namens het dagelijks bestuur hun zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam alsmede hun zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor controle op het geldelijk beheer en de boekhouding.

HOOFDSTUK IX

Artikel 24.

1De regionale commandant bepaalt, mede aan de hand van de gegevens hem door het Regionaal Commando en Verbindingscentrum en de brandweeralarmcentrale verstrekt, welke lokale brandweer bijstand verleent en welke lokale brandweer eventueel in staat van paraatheid wordt gebracht. De brandbestrijding en hulpverlening in de bijstandverlenende gemeente of gemeenten blijven hierbij gewaarborgd.

2Aan elke opdracht van de regionale commandant tot het verlenen van bijstand dan wel het in paraatheid brengen van de brandweer moet worden voldaan.

3Op verzoek van de burgemeester(s) van de betreffende gemeente(n) kan de regionale commandant belast worden met de operationele leiding van de bestrijding van een ramp, of een andere zich daartoe lenende gebeurtenis. De regionale commandant maakt daarbij gebruik van de regionale commandostructuur.

4Het algemeen bestuur kan, gehoord de betrokken burgemeesters, instructies geven omtrent de wijze waarop lid 3 van dit artikel toegepast c.q. voorbereid wordt.

5Bij afwezigheid of ontstentenis van de regionale commandant en zijn vervangers wijst de voorzitter een waarnemer aan.

6Het dagelijks bestuur stelt een instructie vast omtrent de wijze waarop de regionaal commandant de in dit artikel genoemde, alsmede andere, hem door het dagelijks bestuur opgedragen, taken dient te verrichten.

De Regionaal Geneeskundig Functionaris.

Artikel 25.

1De regionaal geneeskundig functionaris is eindverantwoordelijk voor de voorbereiding en organisatie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen in de gehele regio Rotterdam-Rijnmond. In het geval van een ramp of een zwaar ongeval of de dreiging daartoe, kan hij, mede aan de hand van de gegevens hem door de Regionaal Commando en Verbindingscentrum en de CPA verstrekt, en in overeenstemming met de met de partners in de keten gemaakte afspraken, bepalen door welke geneeskundige capaciteit/organisatie bijstand wordt verleend en welke geneeskundige organisaties eventueel in staat van paraatheid worden gebracht. De hulpverlening in de bijstandverlenende gemeente of gemeenten blijven hierbij gewaarborgd.

2Aan elke opdracht van de regionaal geneeskundig functionaris tot het verlenen van bijstand dan wel het in paraatheid brengen van de geneeskundige organisatie-eenheden moet worden voldaan.

3Op verzoek van de burgemeester(s) van de betreffende gemeente(n) kan de regionaal geneeskundig functionaris belast worden met de operationele leiding over het optreden van geneeskundige keten bij de bestrijding van een ramp, of een andere zich daartoe lenende gebeurtenis. De regionaal geneeskundig functionaris maakt daarbij gebruik van de regionale structuur zoals vastgelegd in het Regionaal Operationeel Basisplan.

4Het algemeen bestuur kan, gehoord de betrokken burgemeesters, instructies geven omtrent de wijze waarop lid 3 van dit artikel toegepast c.q. voorbereid wordt.

5Bij afwezigheid of ontstentenis van de regionaal geneeskundig functionaris wijst de voorzitter een waarnemer aan.

6Het dagelijks bestuur stelt een instructie vast omtrent de wijze waarop de regionaal geneeskundig functionaris de in dit artikel genoemde, alsmede andere, hem door het dagelijks bestuur opgedragen taken, dient te verrichten.

HOOFDSTUK X

Artikel 26.

1Voor de uitvoering van zijn taken is het openbaar lichaam een dienstverleningsovereenkomst aangegaan met de Gemeente Rotterdam. De taken genoemd in artikel 4 worden uitgevoerd door de Gemeentelijke Brandweer Rotterdam en voor wat betreft de taken in het kader van de Wet geneeskundige hulp bij ongevallen en Rampen door de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam e.o.

2Voor de verrekening van de kosten die door de Gemeentelijke Brandweer Rotterdam en de GGD Rotterdam e.o. worden gemaakt om de taken genoemd in artikel 4 te kunnen uitvoeren, wordt jaarlijks een productbegroting opgesteld.

3De productbegroting wordt jaarlijks door het Algemeen Bestuur vastgesteld.

4Door middel van de jaarrekening en het jaarverslag zal jaarlijks verslag gedaan worden aan het dagelijks en algemeen bestuur over de daadwerkelijke levering van producten.

5De dienstverleningsovereenkomst kan jaarlijks, met een opzegtermijn van twee volledige kalenderjaren, door beide partijen worden opgezegd.

Artikel 27.

1Het gebied, zoals bedoeld in artikel 3 van de Brandweerwet 1985, wordt door het algemeen bestuur op technische en geografische gronden onderverdeeld in brandweersamenwerkingsgebieden.

2Het gebied, zoals bedoelt in artikel 4 lid 1 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij zware ongevallen en rampen, wordt door het algemeen bestuur op technische en geografische gronden onderverdeeld in sectoren (GGD–gebieden).

3Door het algemeen bestuur kunnen richtlijnen worden vastgesteld ten behoeve van de organisatie van de rampenbestrijding in de samenwerkingsgebieden en sectoren, als bedoeld in lid 1 en 2.

HOOFDSTUK XIII

Artikel 31.

1Er is een vaste Regionale Commissie van Advies voor Brandweeraangelegenheden, bestaande uit de commandanten brandweersamenwerkingsgebied zoals genoemd in artikel 2 lid e en per brandweersamenwerkingsgebied één gemeentelijk commandant.

2Voorts maken van de Regionale Commissie van Advies voor

Brandweeraangelegenheden deel uit:

a.de Regionaal Commandant als voorzitter van de commissie;

b.overige door het dagelijks bestuur aan te wijzen functionarissen;

c.(één of meerdere leden van) de directie.

3Minimaal eenmaal per jaar wordt een bijzondere vergadering van de Regionale Commissie van Advies van Brandweeraangelegenheden georganiseerd waarvoor alle commandanten in de regio voor worden uitgenodigd.

4De (beoogd) commandant van het brandweersamenwerkingsgebied draagt er zorg voor dat hetgeen besproken wordt tijdens de vergadering van de Regionale Commissie van Advies van Brandweeraangelegenheden bekend is bij alle lokale commandanten in zijn/haar samenwerkingsgebied.

5De Regionale Commissie van Advies voor Brandweeraangelegenheden geeft gevraagd

en ongevraagd advies ten aanzien van de taak van het lichaam als bedoeld in artikel 4, onder a.

6Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de werkwijze van de Regionale Commissie van Advies voor Brandweeraangelegenheden.

7De taken en bevoegdheden van de Regionale Commissie van Advies voor Brandweeraangelegenheden worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

Commissie van Advies voor Ambulancezorg.

Artikel 32.

1Er is een vaste Commissie van Advies voor Ambulancezorg, bestaande uit leden die worden benoemd door:

a.de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (één lid);

b.de in het samenwerkingsgebied samenwerkende GGD’n (per GGD een lid).

c.Stichting Samenwerkende Ziekenhuizen in Rijnmond (één lid);

d.de in het samenwerkingsgebied werkzame ziekenfondsen (één lid);

e.het Contactorgaan Landelijke Organisaties van Ziektekostenverzekeraars (één lid);

f.de Regionale Ambulancevoorziening (één lid);

2Voorts maken van de Commissie van Advies voor Ambulancezorg deel uit:

a.de door het dagelijks bestuur aangestelde regionaal geneeskundig functionaris (voorzitter).

b.overige door het dagelijks bestuur aan te wijzen functionarissen.

c.(één of meerdere leden van) de directie.

3De Commissie van Advies voor Ambulancezorg geeft gevraagd en ongevraagd advies ten aanzien van de taak van het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 4, onder b.

4Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de werkwijze van de Commissie van Advies voor Ambulancezorg.

5De taken en bevoegdheden van de Commissie van Advies voor Ambulancezorg worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

Commissie van Advies voor Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen.

Artikel 33.

1Het Algemeen Bestuur stelt een vaste Commissie van Advies voor Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen in, bestaande uit leden die benoemd worden door:

a.de in het verzorgingsgebied van de RHRR opererende GGD’n (per GGD één lid);

b.de Stichting Samenwerkende Ziekenhuizen in Rijnmond (1 lid).

2Voorts maken van de Commissie van Advies voor Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen deel uit:

a.een door het dagelijks bestuur aan te wijzen voorzitter;

b.(één of meerdere leden van) de directie;

c.de coördinator Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen;

d.overige door het dagelijks bestuur aan te wijzen functionarissen.

3De Commissie van Advies voor Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen geeft gevraagd en ongevraagd advies ten aanzien van de taak van het lichaam als bedoeld in artikel 4, onder punt c.

4Het dagelijks bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de werkwijze van de Commissie van Advies voor Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen.

5De taken en bevoegdheden van de Commissie van Advies voor Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

HOOFDSTUK XIV

Artikel 34.

1Het voormalig personeel van de RHRR is door een organisatorische integratie met de Gemeentelijke Brandweer Rotterdam in dienst van de Gemeente Rotterdam getreden.

2Bij het verbreken van de dienstverleningsovereenkomst tussen het openbaar lichaam en de gemeente Rotterdam, zal het voormalig personeel van het openbaar lichaam of haar rechtsopvolger wederom in haar dienst komen.

3Voor enkele personeelsleden, die om welke reden dan ook in dienst gebleven zijn bij het openbaar lichaam, geldt de rechtspositieregeling voor het brandweerpersoneel van de gemeente Rotterdam.

HOOFDSTUK XV

Artikel 35.

1Het dagelijks bestuur stelt elk jaar een ontwerp-productbegroting van baten en lasten en kapitaalsinkomsten en -uitgaven op voor het volgende kalenderjaar. De begroting is zodanig ingericht dat daaruit blijkt welke kosten verband houden met de taak op grond van artikel 4, onder a, respectievelijk onder b, respectievelijk onder c.

2Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-productbegroting zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, onderscheidenlijk zes weken voordat zij wordt vastgesteld, doch uiterlijk voor 1 mei, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

3Het algemeen bestuur stelt de productbegroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

4Het dagelijks bestuur zendt de productbegroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de productbegroting dient, aan Gedeputeerde Staten.

5Het dagelijks bestuur zendt begrotingswijzigingen zes weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden, onderscheidenlijk zes weken voordat zij wordt vastgesteld, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Rekening.

Artikel 36.

1Het dagelijks bestuur stelt elk jaar de rekening met een bijbehorend verslag van het voorgaande jaar op.

2Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft.

3Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten en aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Verdeling der kosten.

Artikel 37.

1De kosten die verband houden met de taken zoals genoemd in artikel 4, onder b, worden bestreden uit de CPA-toeslagen op de ambulancetarieven. Een eventueel voor- of nadelig saldo dient naar het volgende dienstjaar te worden overgeschreven.

2De specifieke kosten die verband houden met werkzaamheden ten behoeve van (een) gemeente(n) worden gedragen door de betrokken gemeente(n).

3De kosten die verband houden met de in artikel 4 punt c genoemde taak worden door alle deelnemende gemeenten gedragen.

4De overige kosten worden gedragen door de deelnemende gemeenten.

5De bepaling en verdeling van de kosten als genoemd in de vorige leden van dit artikel geschiedt door het algemeen bestuur.

6De verdeling van de algemene kosten, alsmede de specifieke kosten, die gemaakt worden ten behoeve van meerdere deelnemende gemeenten, geschiedt naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente per 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

7Het dagelijks bestuur kan besluiten, dat de deelnemende gemeenten ter voorziening in de lopende uitgaven een voorschot op de verschuldigde bijdragen betalen. Binnen vier weken nadat de deelnemende gemeenten in kennis gesteld zijn van dit besluit wordt het voorschot aan het openbaar lichaam overgemaakt.

8De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door het openbaar lichaam onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat.

Financiële voorschriften.

Artikel 38.

1.Het algemeen bestuur stelt onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voorschriften vast ter zake van het geldelijk beheer, de financiële administratie en de verzekering van eigendommen.

HOOFDSTUK XVII

Artikel 40.

1Deze regeling treedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regeling in werking op 1 juli 2000 en werkt terug naar 1 januari 2000.

2De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

3Het gemeentebestuur van Rotterdam zendt de regeling aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

Artikel 41.

1Toetreding van gemeenten tot de regeling of uittreding van gemeenten uit de regeling is mogelijk

a.indien Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op grond van artikel 3 lid 1 van de Brandweerwet 1985;

en/of

b.indien Provinciale Staten van Zuid Holland op grond van artikel 4 van de Wet ambulancevervoer en/of op grond van artikel 5 van de Wet Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen;

besluiten het samenwerkingsgebied als genoemd in artikel 1 lid 2 van deze regeling te wijzigen.

2De bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn hierbij van overeenkomstige toepassing.

Artikel 42.

1Toetreding door andere gemeenten kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten en na verkregen goedkeuring door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

2Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding.

3Aan de toetreding kunnen door de deelnemende gemeenten bepaalde voorwaarden worden verbonden.

4De toetreding gaat in op de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de opname in het register als bedoeld in artikel 26, lid 3, van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaatsgevonden, tenzij anders is bepaald.

Artikel 43.

1Een deelnemende gemeente kan uittreden door toezending van de daartoe strekkende besluiten van hun bestuursorganen aan het algemeen bestuur en na verkregen goedkeuring door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland.

2De uittreding kan slechts plaatsvinden op 1 januari na de datum, waarop de opname in het register als bedoeld in artikel 26, lid 3, van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen heeft plaatsgevonden, tenzij anders is bepaald.

3Het algemeen bestuur regelt onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland de gevolgen van uittreding.

Wijzigingen of opheffing.

Artikel 44

.

1Een voorstel aan de raden van de deelnemende gemeenten tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de bestuursorganen van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 3 van de Brandweerwet 1985 onderscheidenlijk artikel 4 van de Wet ambulancevervoer en artikel 5 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen.

2Een besluit tot wijziging van deze regeling dient met instemming van de bestuursorganen van alle deelnemende gemeenten te worden genomen.

3Opheffing van de regeling is mogelijk indien Provinciale Staten van Zuid-Holland de besluiten als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, artikel 4 van de Wet ambulancevervoer of artikel 5 van de Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen wijzigen of intrekken danwel indien Gedeputeerde Staten het besluit als bedoeld in artikel 3 van de Brandweerwet 1985 wijzigen of intrekken. Het algemeen bestuur stelt, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, een liquidatieplan vast en regelt onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten de vereffening van het vermogen.

Artikel 45.

Deze gemeenschappelijke regeling treedt in de plaats van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam Rijnmond 1992, gevestigd te Rotterdam.

Artikel 46.

De regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke Regeling Regionale Hulpverleningsdienst Rotterdam-Rijnmond 2000”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 8 juni 2000.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.