Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Rotterdam, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
gelezen het voorstel van de wethouder Onderwijs, Cultuur en Toerisme in de agendapost Uitoefening bevoegdheden projectdirecteur ESF; registratienummer 19MO06318;
gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende:
dat mevrouw A. Vlaanderen gedurende het project Eurovisie Songfestival (ESF) de rol van projectdirecteur ESF vervult;
dat haar bevoegdheden als derdelaags manager binnen het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling niet toereikend zijn voor om in het kader van het project bepaalde aanvragen subsidies te doen en bepaalde overeenkomsten te sluiten;
dat de specifieke kenmerken en context van het project maken dat er inhoudelijke en efficiency redenen zijn om niet managers in de tweede of eerste lijn voor het project in te schakelen enkel en alleen vanwege ontoereikende bevoegdheden van de projectdirecteur;
dat er een projectstructuur is voor ESF die waarborgt dat de projectdirecteur op een zorgvuldige wijze gebruik kan maken van haar bevoegdheden;
dat de concerndirecteur van het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling als ambtelijk opdrachtgever fungeert en de projectdirecteur ESF indien nodig diens aanwijzingen opvolgt bij de uitoefening van haar bevoegdheden;
dat het wenselijk is om naar buiten zo transparant mogelijk te zijn over de uitoefening van bevoegdheden ten behoeve van het project ESF;
besluiten:
Tekst
Mevrouw A. Vlaanderen heeft als projectdirecteur ESF voor de duur van het project, en voor zover noodzakelijk in verband met de uitvoering van het project, alle bevoegdheden van een tweedelaags manager binnen het cluster Maatschappelijke Ontwikkeling.
Het BOOO MO 2019 is onverkort van toepassing op haar bevoegdheden als tweedelaags manager, onverminderd de bepalingen van het BOOO AD 2016 en het MVMR 2016 en de daarmee samenhangende bevoegdheden van degene die ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging heeft verleend.