Tekst
Ambtsinstructie
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam.
Gelezen het voorstel van de wethouder van Personeel en
Organisatie d.d. 18 maart 1998 (PenO nr. 97/3625):
Besluiten:
vast te stellen het hierna volgende BESLUIT tot nadere
regeling ten aanzien van het beheer van arbeidsvoorwaarden van
hoofden van dienst en van directie-uitgaven door hoofden van
dienst c.q. directies.
gelet op artikel 4. vierde lid, van de Organisatieverordening:
Artikel 1
Een afschrift van de arbeidsvoorwaardelijke afspraken die
gemaakt zijn tussen het hoofd van dienst en Burgemeester en
Wethouders, berust binnen de dienst bij het hoofd P&O, dan wel
bij het ontbreken van een hoofd P&O, de hoogste functionaris
(niet zijnde het hoofd van dienst) die binnen de dienst
verantwoordelijk is voor de portefeuille P&O, en het hoofd
FEZ, dan wel bij het ontbreken van een hoofd FEZ, de hoogste
functionaris (niet zijnde het hoofd van dienst) die binnen de
dienst verantwoordelijk is voor de portefeuille FEZ. Het hoofd
P&O draagt zorg voor het verstrekken van een afschrift aan het
hoofd FEZ.
Artikel 2
Het hoofd P&O draagt zorg voor de uitvoering van de
arbeidsvoorwaardelijke afspraken, voor zover deze lopen via
het Personeelsinformatiesysteem Rotterdam. Het hoofd FEZ
draagt zorg voor de uitvoering van de afspraken voor zover
deze lopen via de Financiële Administratie.
Artikel 3
Het hoofd van dienst kan slechts zijn eigen declaraties van
uitgaven gedaan ten behoeve van de dienst, in behandeling
laten nemen, wanneer deze voorzien zijn van een tweede
handtekening. Het meetekenen van deze declaraties dient
te geschieden door het hoofd FEZ. Het hoofd P&O is belast met
het toezien op de naleving hiervan.
Artikel 4
Een hoofd van dienst dient. indien de vigerende procedures
niet helder zijn, zelf te beoordelen of bepaalde besluiten
en/of uitgaven aan de portefeuillehouder worden voorgelegd.
Artikel 5
Hoofd P&O en hoofd FEZ zijn gehouden om, in geval van twijfel
over de rechtmatigheid van uitgaven t.b.v. de directeur c.q.
de directie, zoals in de voorgaande artikelen bedoeld, dit te
melden bij directeur P&O, respectievelijk directeur Financiën
van de Bestuursdienst.
Artikel 6
Directeur P&O, respectievelijk directeur Financiën nemen in
dat geval zonodig contact op met de portefeuillehouder en
wethouder P&O en informeren zo nodig Burgemeester en
Wethouders.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van 14 april 1998.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 maart 1998.
De Secretaris, De Burgemeester,
N.van Eck A. Peper
Dit gemeenteblad is uitgegeven op 24 april 1998 en ligt op
werkdagen van 09.00 tot 16.00 uur ter inzage bij de
Bestuursdienst van de gemeente Rotterdam, afdeling Bibliotheek
en Documentatie, stadskantoor kamer 100, ingang Rodezand 18.