Gemeentelijke regelgeving

Afwegingskader bezonning

Gemeente Rotterdam · geldt sinds 28 september 2021

Aanhef

De Raad van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van het burgemeester en wethouders van 13 juli 2021 (raadsvoorstel nr. 21bb9150); raadsstuk 21bb011134;

gelet op het gegeven dat er nu geen eenduidige manier is om bezonningseffecten te toetsen voor nieuwe bouwinitiatieven in relatie tot bestaande woningen er vaak wordt teruggegrepen op de lichte TNO-richtlijnen;

overwegende, dat deze TNO-richtlijn gedateerd is, nooit primair gemaakt is voor het beoordelen van effecten van schaduw op bestaande woningen en niet is vastgelegd in het bouwbesluit waardoor veel bestaande (en nieuw te bouwen) woningen nooit kunnen voldoen aan deze richtlijn;

besluit:

het hierbij behorende Rotterdamse afwegingskader bezonning vast te stellen met de volgende principes:

-Alle bouwinitiatieven hoger dan 1,5x met betrekking tot de directe omgeving (te meten in een straal van 1x de hoogte van het bouwinitiatief) moeten getoetst worden aan het afwegingskader en alle bouwinitiatieven die op binnenterreinen worden gebouwd moeten getoetst worden vanaf 10 meter hoog.

-Alle woningen op de begane grond (of eerste woonlaag) worden meegenomen in de toetsing tot maximaal 3x de hoogte van het nieuw te bouwen initiatief (tot maximaal 500 m de afstand).

-Er wordt gemeten op 0,75 cm op maaiveld (of 0,75 cm vanaf de onderste woonlaag) in het midden van de gevel.

-De meetdatum van het afwegingkader is 21 september deze is gelijkgetrokken met de hoogbouwvisie).

-Het afwegingskader kent 3 stappen. Bij stap 1 en 2 is er sprake van een kwantitatieve afweging, bij stap 3 kan er op basis van verdichting, proportionaliteit en typologie een kwalitatieve afweging gemaakt worden.

STAPPEN AFWEGINGSKADER

Stap 1

In een eerste stap wordt bekeken of de toetspunten in de omgeving van de

nieuwbouw op 21 september in de oorspronkelijke situatie (dus zonder de nieuwbouw) minimaal 2 uur zon hebben. Wanneer alle toetspunten op 21 september minimaal 2 uren zon op de gevels blijven houden na realisatie van het voorgestelde bouwplan, voldoet het bouwplan. Er hoeven dan geen aanvullende onderzoeken t.a.v. bezonning te worden gedaan.

De uitgangspunten voor hoogbouw (gebouwen hoger dan 70 meter) uit de Hoogbouwvisie 2019 blijven gelden voor de buitenruimte.

Stap 2

Indien er toetspunten zijn die niet voldoen aan de bovenstaande eis t.a.v. bezonning, moet er nader onderzoek gedaan worden met meer specialistische berekeningen. Zijn er toetspunten na realisatie van het nieuwbouwplan die minder dan 2 uur zon op de gevels krijgen (gevels bij elkaar opgeteld) kan een nieuwbouwplan toch gerealiseerd worden als het een afname van minder dan 15% afname van de bezonningsduur betreft ten opzichte van de bestaande situatie.

Deze clausule heeft betrekking op toetspunten die in de situatie zonder de geplande nieuwbouw al minder dan 2 uur of net wel 2 uur zon op de gevels krijgen op 21 september. Een of enkele van deze toetspunten in een gebied kunnen potentieel een nieuwbouwproject dat van groot maatschappelijk belang blokkeren. Door een beperkte afwijking van het

2-uurscriterium mogelijk te maken kan er op het aspect bezonning een afweging plaatsvinden waardoor het nieuwbouwproject toch door kan gaan.

Stap 3

Is de bezonningsafname groter dan 15% ten opzichte van de bestaande situatie wordt er een afweging gemaakt of de voordelen van het nieuwbouwplan opwegen tegen de afname van bezonning van bestaande woningen. Daarbij moet deze afname afgewogen worden tegen de belangen van de nieuwbouw. Hierbij gaat het over een ‘proportionele afweging’, een ‘verdichtingsafweging’ en een ‘typologische afweging’.

Een besluit in stap 3 kan op basis van een of een combinatie van deze drie afwegingen genomen worden.

Proportionele afweging

In een proportionele afweging wordt de positieve bijdrage van het nieuwbouwplan afgewogen tegen het aantal benadeelde toetspunten. Bijvoorbeeld, als er een groot aantal nieuwe woningen gebouwd wordt en slechts enkele bestaande toetspunten een afname groter dan 15% ondervinden, kan het belang van de nieuwbouw afgewogen worden tegen

het woon- en leefklimaat van de huidige bewoners.

Verdichtingsafweging

In een verdichtingsafweging worden de voordelen van een woning in een verdichtingslocatie afgewogen tegen een afname van bezonning van bestaande toetspunten ten gevolge van een nieuwbouwplan.

Een verdichtingslocatie wordt gekenmerkt door een hoge bereikbaarheid via het openbaar vervoer en een hoge stedelijke dichtheid met functiemenging, die tezamen bijdragen aan een bruisend woon- en leefklimaat. Door programma toe te voegen, worden deze aspecten versterkt en dit belang kan afgewogen worden tegen een mogelijke vermindering van de bezonning.

Typologische afweging

In Rotterdam wordt er gewerkt met verschillende gebieden. Zo wordt er een onderscheid gemaakt in centrumgebieden, stadswijken, tuinsteden, tuindorpen en wijken na ’70 (denk hierbij aan Nesselande, Beverwaard of grote delen Hoogvliet). In een typologisch afweging wordt de vermindering van bezonning afgewogen tegen de woon- en bebouwingstypologie van een plek. In centrumgebieden en stadswijken met een hogere dichtheid en veelheid aan functies kan een coulantere afweging gemaakt worden dan in de tuindorpen of wijken na ’70.

Schematisch kan dit als volgt worden weergegeven:

PROCEDURELE KADERS

Bestemmingsplan/omgevingsplan als basis

In nieuwe bestemmingsplannen en omgevingsplannen zal dit afwegingskader een regulier toetsingsinstrument zijn voor het planologisch mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen. Als de bezonning is afgewogen in een bestemmingsplanprocedure en daarin hoge(re) gebouwen mogelijk maakt, hoeft die afweging m.b.t. bezonning niet weer gemaakt worden bij de aanvraag om een omgevingsvergunning bouwen als een plan in het bestemmingsplan/omgevingsplan past. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning bouwen die niet in een vigerend bestemmingsplan/omgevingsplan past is het afwegingskader bezonning ook leidend bij het verlenen van een nieuw planologische kader.

Welke referentiesituatie is uitgangspunt

Voor bestemmingsplannen/omgevingsplannen geldt dat in principe de gehele voorgestelde bouwenvelop, inclusief planologische ruimte voor balkons, getest moet worden op bezonning. Echter, gelden er voor de bouwenvelop in het bestemmingsplan/omgevingsplan aanvullende regels, zoals een maximale dichtheid, een maximaal bebouwingspercentage, of de beleidsuitgangspunten die zijn vastgelegd in de hoogbouwvisie, die het volume binnen de envelop planologisch beperken, dan wordt alleen de invulling die de grootste vermindering in bezonning teweeg brengt getest. Door alleen het ‘worst-case scenario’ te testen, komt de flexibiliteit van bouwenveloppen niet in het geding en kan toch realistische inschatting worden of de bezonning op omliggende toetspunten afneemt.”

Cumulatieve schaduw bij meerdere nieuwbouw

Dit afwegingskader houdt rekening met cumulatieve vermindering door uit te gaan van een ondergrens van 2 uur zon. Wanneer deze grens door een reeks aan cumulatieve verminderingen doorbroken wordt, is het vereist om via stap 3 af te wegen of deze verminderingen nog acceptabel zijn. In een gebied waarin veel ontwikkelingen elkaar opvolgen, is de kans aannemelijk dat de bezonningsgrens van 2 uur voor steeds meer bestaande woningen doorbroken wordt, en dat nieuwe ontwikkelingen dus steeds strenger afgewogen dienen te worden. Tevens ondervangt het afwegingskader cumulatieve verminderingen doordat acceptabele verminderingen procentueel zijn vastgelegd (op 15%) waardoor deze grens sneller doorbroken wordt bij cumulatieve verminderingen.

Balkons

Balkons, of de planologische mogelijkheid voor het realiseren van balkons, moeten altijd worden meegenomen in dit afwegingskader.

Toelichting

Dit gemeenteblad is uitgegeven op 21 september 2021 en ligt op dins-, woens- en donderdagen van 9.00 tot 13.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk Informatiecentrum Rotterdam (BIR), locatie Wachtruimte Timmerhuis, Halvemaanpassage 1 (trap op, melden bij Informatiebalie)

(Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch)

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.