Aanhef
De raad van de gemeente Roosendaal;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 mei 2024;
gezien het advies van de Commissie van 13 juni 2024;
BESLUIT
vast te stellen Water- en Rioleringsprogramma 2024-2027 Roosendaal | Waterkring West
7 BIJLAGEN
Bijlage A Wettelijk Kader
Bijlage B Taken en bevoegdheden
Bijlage C Referentieschema Stedelijk Waterbeheer
Bijlage D Waterketenvisie Water- en Klimaatkring West
Bijlage E Kamerbrief bodem en water sturend
BIJLAGE A WETTELIJK KADER
In de Omgevingswet - Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) zijn de wettelijke watertaken van de gemeente opgenomen (cursief is een korte toelichting opgenomen).
1Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken:
a.op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer:
i.de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan, (dit is de zorgplicht hemelwater)
ii.het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort, (dit is de zorgplicht grondwater)
iii.de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, (dit is de zorgplicht stedelijk afvalwater)
iv.het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, (art. 2.18: als beheer van specifieke provinciale wateren niet aan waterschap, maar aan gemeente is toegewezen, art. 2.20: als beheer van specifieke rijkswateren aan gemeente is toegewezen)
v.de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (als met waterschap is overeengekomen dat zuivering door gemeente doelmatiger is, bijvoorbeeld via een IBA)
b.(openbare wegen)
c.(geluid)
2Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringtechnisch werk als dat vrijkomt:
a.op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, (als een bebouwde kom al boven de drempel van 2000 VE zit moet elk nieuw perceel daarbinnen gerioleerd worden).
b.op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. (De landelijke afstands- en vervuilingscriteria komen vooralsnog in de bruidsschat terecht en blijven daarmee van kracht tot waterschap en gemeente(n) daar samen een eventuele nieuwe invulling aan geven)
3In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringtechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. (Dit biedt de mogelijkheid om alternatieve zuiveringen toe te staan).
Ad 2a. De Europese Commissie wil de richtlijn voor behandeling van stedelijk afvalwater aanscherpen. Naast aangescherpte lozingsregels bestaat het voornemen om gemeenten met 1.000 inwoners te verplichten om water te zuiveren (tegenover 2.000 inwoners nu).
Nadere informatie over waterbeleid is te vinden op:
www.helpdeskwater.nl
www.infomil.nl
www.riool.net
www.stowa.nl
www.wetten.overheid.nl
www.samenwerkenaanwater.nl
www.ruimtelijkeadaptatie.nl
www.omgevingswet.nl
www.iplo.nl
BIJLAGE B TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Bij het uitvoeren van dit WRP hebben we te maken met verschillende taken en bevoegdheden van de diverse waterpartners en nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen waar we op willen anticiperen. De zorg en verantwoordelijkheid voor de gehele waterketen is in handen van gemeenten, waterschappen, waterbedrijven, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid.
BIJLAGE C REFERENTIESCHEMA STEDELIJK WATERBEHEER
De referentielijn betreft de gezamenlijke visie vanuit de Water- en Klimaatkring West. Elke gemeente in de samenwerking onderschrijft deze visie maar heeft ook de ruimte om hier gemotiveerd van af te wijken. Lokale omstandigheden of interdisciplinaire afstemming binnen de gemeentelijke organisatie kunnen tot andere keuzes of aanvullingen leiden. De lokale beleidskeuzen zijn in onderstaand overzicht naast de regionale referentielijn weergegeven.
BIJLAGE D WATERKETENVISIE WATERKRING WEST
Samen schakelen naar een toekomstbestendige Water- en Klimaatkring West
Als water- en klimaatpartners binnen Water- en Klimaatkring West werken we samen aan beleid, wisselen we kennis, innovaties en waar wenselijk capaciteit uit en verbinden we partijen. Wij werken samen aan een optimale inrichting van de totale waterketen en bouwen verder aan een veerkrachtig zoetwatersysteem. We stellen de leefbaarheid van de omgeving centraal, besparen water en streven naar een zo hoog mogelijke waarde van water en een vitale bodem. Met deze gezamenlijke waterketenvisie laten we zien wat we uiteindelijk willen bereiken. Met een verdere uitwerking en doorvertaling van de visie in o.a. de gemeentelijke programma’s Water en Riolering en de visie Bath zorgen we voor synergie en een doelmatige werking.
Samen schakelen De regio Midden- en West-Brabant is een sterke economische regio waarin internationale bedrijven zich graag vestigen. Niet alleen vanwege de strategische positie, maar ook vanwege de goede woon- en leefomgeving. Niet te veel, niet te weinig en schoon water speelt in deze regio een belangrijke rol, net als de lange afvalwaterpersleiding naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Bath in beheer bij waterschap Brabantse Delta. Een groot deel van het stedelijk en industrieel afvalwater vindt zijn weg via deze afvalwaterpersleiding (AWP) richting de Westerschelde. Ook bij de lokale zuiveringen van Dinteloord, Halsteren, Nieuw-Vossemeer, Willemstad, Ossendrecht en Putte zuivert het waterschap afvalwater. De drinkwaterbedrijven Evides en Brabant Water pompen in deze regio grondwater op uit de bodem om er daarna drinkwater van te maken. De gemeenten spannen zich in om zo doelmatig mogelijk het afval- hemel- en grondwater in te zamelen, lokaal te verwerken en te transporten. Een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting is een samenspel van verantwoordelijkheden en vereist breed maatschappelijk partnerschap. De integrale doorontwikkeling van de regio via de verstedelijkingsstrategie West Brabant West kan hierbij als het vehikel functioneren. Ook de hulp van particulieren is hierbij nodig. Bodem en water zullen steeds meer sturend worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. We beschouwen stad en land in samenhang om bij te dragen aan een aantrekkelijk landschap ter bevordering van een goede omgevingskwaliteit.
Bedreigingen Al met al ligt er in West-Brabant een unieke en robuuste waterinfrastructuur waar we nog decennia profijt van kunnen hebben. Maar in hoeverre is het aannemelijk dat we over 30-50 jaar het water nog steeds op dezelfde manier winnen, gebruiken, inzamelen, transporteren en verwerken? In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie hebben we als overheden met elkaar afgesproken om klimaatbewust te handelen en de openbare ruimte voor 2050 klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Klimaatbestendig wil zeggen dat de risico's vanwege weersextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar, en beheersbaar zijn.
De lozingspunten riolering binnen de afvalwaterketen hebben mogelijk een effect op de lokale waterkwaliteit, maar beïnvloeden mogelijk ook de waterkwaliteit van de grotere watersystemen. Denk hierbij aan de blauwalgenproblematiek in het Volkerak-Zoommeer en PFAS-problematiek in de Westerschelde. Ook komen er vanuit Europese wetgeving (steeds) strengere lozingseisen op ons af. Met name gericht op het terugdringen van microverontreinigingen zoals medicijnresten, hormoonstoffen, PFAS en microplastics. Met een gecoördineerde aanpak zijn in te zetten acties het meest effectief.
Verder zijn er aanbevelingen van de Adviescommissie Droogte gericht op het vasthouden en aanvoeren van water, minder onttrekken van grondwater ten behoeve van o.a. drinkwatergebruik en bedrijfsprocessen en minder verdampen om dat te kunnen doen of de gevolgen te beperken.
Op de hogere gronden in West-Brabant gaat het om robuuste beekdalen en het vergroten van de sponswerking van de bodem. Hiermee wordt ook een bijdrage geleverd aan de versterking van bossen en groen die bijvoorbeeld CO2 vastleggen en een basis voor de versterking van biodiversiteit vormen.
In de poldergebieden ligt het accent meer op een robuuste zoetwatervoorziening en opvangen van verzilting. Tot slot leidt de energietransitie tot een toename van alternatieve energiebronnen zoals WKO-installaties. Deze kunnen echter ook een bedreiging vormen voor de drinkwatervoorziening, bijvoorbeeld bij het doorboren en niet professioneel afdichten van afsluitende lagen. Ook vergen alternatieve energiebronnen aanzienlijk meer ruimtebeslag, niet alleen bovengrondse windmolen- en zonneparken, maar ook ondergrondse warmwaterleidingen en het verzwaren van het elektriciteitsnet zorgen dat het steeds drukker wordt in de boven- en ondergrond.
Kansen Het tempo waarmee technologische ontwikkelingen plaatsvinden maakt dat het lastig is om een beeld te vormen van de toekomst, vrijwel alles lijkt mogelijk. Zeker op het vlak van zuivering, hergebruik en terugwinning van afvalwater zien we kansen. Ook door aanpassingen in de waterketen of het watersysteem en behoeften en belangen van partijen ontstaan nieuwe kansen. Kansen die we kunnen benutten om bij te dragen aan lange termijn doelen zoals verbetering van de leefomgeving, verbetering van de waterkwaliteit, de energietransitie en digitalisering van de samenleving. Bijvoorbeeld door meer water lokaal vast te houden, groen terug te brengen in de gebouwde omgeving, zoet water te conserveren, energie en grondstoffen terug te winnen en digitaal te werken.
Wel ervaren we dat we meer afhankelijk worden van systemen, dit maakt ons ook kwetsbaar. Denk hierbij aan veiligheids-issues of uitval van energie/communicatie.
Binnen Waterkring West werken we aan een optimale inrichting van de totale waterketen en werken we aan een veerkrachtig zoetwatersysteem waarbij:
•We besparen op watergebruik en duurzame waarden creëren
•We afvalwater nog gerichter gaan inzamelen
•Hemelwater optimaal benutten
•Rekening houden met weersextremen
•Bovengrondse oplossingen nastreven
•Gebiedsgericht te werk gaan
•Toewerken naar een circulaire grondstoffenbenadering en emissieloos werken
•En onze kennis blijven delen en doorontwikkelen.
We besparen op watergebruik en creëren duurzame waarden
Voldoende schoon drinkwater is geen vanzelfsprekendheid meer. Samen gaan we in de toekomst meer bewust om met het gebruik van onze drinkwaterbronnen, die niet onuitputtelijk zijn. De gemeenten gaan door met het afkoppelen en waar mogelijk infiltreren van hemelwater. Het waterschap vult de grondwatervoorraad aan door dynamisch peilbeheer en de drinkwaterbeheerders gaan samen met de kringpartners actief de drinkwaterbronnen beschermen en aanvullende bronnen onderzoeken. We proberen zoveel mogelijk water vast te houden en te bergen in de bodem op de hoge zandgronden om piekbuien op te vangen, maar ook om bij tijden van droogte juist voldoende water te 'reserveren' voor landbouw, natuur en stedelijk groen. Zo kunnen we bijvoorbeeld de kweldruk ter plaatse van de Naad van Brabant benutten om water op te stuwen en vast te houden.
Waar mogelijk en relevant verbeteren we de leeflaag in de gebouwde omgeving om vocht beter vast te houden. Een vitale bodem heeft namelijk minder last van droogte en wateroverlast en gaat efficiënter om met meststoffen. De bescherming van de grondwatervoorraad zien we als een gezamenlijke verantwoordelijkheid: alle partijen verkennen en benutten mogelijkheden om water te besparen en te hergebruiken. We streven de volgende voorkeursvolgorde na: water besparen, water hergebruiken, aanvullende bronnen inzetten. Bij het bouwrijp maken van gebieden gaat onze voorkeur uit naar ophogen in plaats van draineren. In de gemeentelijke Omgevingsvisies willen we de gebieden vastleggen waar we zoet water kunnen conserveren om langdurig droge perioden beter te kunnen overbruggen.
We gaan afvalwater nog gerichter inzamelen
We benutten de bestaande capaciteit van de afvalwatertransportleiding (AWP) en RWZI Bath maximaal en minimaliseren afvalwaterstromen bij nieuwe en bestaande bedrijven. Gemeenten gaan door met het scheiden van schone en vuile waterstromen om zo ruimte te creëren voor het vuile water afkomstig van nieuwbouw. Via maatwerk sturen we gezamenlijk op een stand-still situatie van het aanbod aan afvalwater en microverontreinigingen pakken we via meerdere sporen aan.
Afvalwater gaan we gerichter inzamelen, waar mogelijk hergebruiken en lokaal benutten voor bijvoorbeeld behoud/herstel van de natuur en zoetwateropslag. Decentrale zuivering nemen we uitdrukkelijk in overweging op plaatsen waar we maatschappelijke waarden kunnen creëren. Gemeenten en waterschap maken gezamenlijk afspraken om kansen op een verantwoorde manier te verzilveren.
We benutten hemelwater optimaal
We benutten (her)ontwikkelingen en herinrichting om hemelwater eerst te bufferen en pas af te voeren als het niet anders kan. Ook verwachten we dit van particulieren. Het gebufferde hemelwater gebruiken we om het grondwater zo veel als mogelijk op peil te houden en voor andere doeleinden zoals bijvoorbeeld het besproeien van tuinen en doorspoelen van toiletten. Ook hier stellen we ons waakzaam op met betrekking tot de volksgezondheid, hemelwater kan immers ook bacteriologische verontreinigingen bevatten. We willen met name de hoge(re) zandgronden benutten om hemelwater vast te houden en zien ook kansen voor het combineren van hemelwaterberging, groen en erfgoed ter plaatse van bijvoorbeeld de Zuiderwaterlinie. In het geval er een spanningsveld is tussen afvoeren (op tijd ledigen voor de volgende bui) en vasthouden (ten behoeve van zoetwateropslag) wegen we gezamenlijk de belangen af in plaats van vast te houden aan normen.
We houden rekening met weersextremen
Wat we nu als extreem weer beschouwen, wordt in de toekomst mogelijk het nieuwe normaal. Daarom gaan we door met afkoppelen van op de riolering afvoerend verhard oppervlak, creëren meer ruimte voor water, maximaliseren het groen en werken aan bescherming van kwetsbare locaties en meerlaagse veiligheid. We houden bij herinrichting van de openbare ruimte rekening met vitale infrastructuur zoals toegangswegen en regelinstallaties en kwetsbare objecten zoals ziekenhuizen en verzorgingstehuizen. We bouwen bij ingrepen reservecapaciteit in en gaan ontwikkelende partijen (juridisch) sterker sturen op een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. We beseffen ons dat de maakbaarheid van de openbare ruimte zijn grenzen bereikt en streven de natuurlijke, meer oorspronkelijke, situatie na. Tijdelijk water op straat in de vorm van (ernstige) hinder zullen we moeten accepteren. Meer (verlaagd) groen zien we als een kansrijke oplossing om hemelwater op te vangen en te infiltreren.
We streven naar bovengrondse oplossingen
We zoeken de integratie met het beheer en ontwikkeling van de openbare ruimte inclusief het watersysteem en innovatieve bouwkundige voorzieningen. Bij het nemen van investeringsbeslissingen nemen we verhoging van de leefbaarheid (o.a. vermijden hittestress), biodiversiteit en te vermijden waterschade mee in de overweging. We voorzien een infrastructuur van centrale bovengrondse hemelwatervoorzieningen en groenvoorzieningen die bijdragen aan de biodiversiteit en bovendien uitnodigen om prettig te verblijven. Dit stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de voorzieningen en een flexibele opstelling van partijen in het ontwerpstadium. We zoeken de grenzen op van ons beleid en de beschikbare middelen, trekken samen op en scheppen voor elkaar gunstige randvoorwaarden. Ook in de ondergrond streven we naar zo veel mogelijk samenwerking en hierdoor graafrust voor de omwonenden.
We gaan gebiedsgericht te werk
De verschillende opgaven die er op ons afkomen vanuit o.a. water, klimaat, energie en circulair vragen om een integrale aanpak. Door als partijen/partners met elkaar op te trekken en buurt-, wijk of gebiedsgericht te werk te gaan kunnen we het in één keer goed doen. Bij (her)inrichting bekijken we uitdrukkelijk de mogelijkheden voor dubbel gebruik van de bovengrond, uiteraard met oog voor gezondheidsaspecten. Ook stemmen we de levenscycli van de elementen zodanig op elkaar af dat het stapelen van functies in de ondergrond beter mogelijk wordt. Zo benutten we de ruimte optimaal en kunnen bijvoorbeeld leidingen en bomen tegelijkertijd worden vervangen. Naast kosten beschouwen we uitdrukkelijk ook de waarden die we kunnen toevoegen. Via slim ingerichte processen, optimale digitalisering, het benutten van omgevingskennis en te luisteren naar de anderen, slagen we er steeds beter in om alles tijdig op elkaar afgestemd te krijgen.
We werken toe naar een circulaire grondstoffenbenadering en emissieloos werken
In ons afvalwater zitten naast schadelijke stoffen zoals medicijnresten, hormoonstoffen en microverontreinigingen ook herbruikbare grondstoffen en energie. Het eruit halen van de schadelijke verontreinigingen, zoals bijvoorbeeld PFAS, betekent maatwerk. Via een brongerichte aanpak (voorlichting, inzamelpunten e.d.) kunnen we voorkomen dat de stoffen in het milieu terecht komen. Om geloosde stoffen op de meest efficiënte locaties eruit te kunnen halen delen we onze kennis over de waterketen en grijpen in daar waar de impact hoog is. De RWZI’s zijn hierbij voor de hand liggende locaties, maar ook systemen met een hoog percentage verkeerde aansluitingen of concentraties van zorginstellingen of specifieke bedrijven komen in aanmerking. De ‘Schone Maaswaterketen’ hanteren we hierbij als leidend principe. Niet alleen op de zuivering, maar ook op onze gemalen streven we naar energieneutraal. We sturen hierop via (in volgorde) ons inkoopbeleid, vermindering van het energieverbruik en het opwekken van energie. Ook zetten we in toenemende mate in op hergebruik van materialen, zoals oude rioolbuizen en het gebruik van duurzaam aangedreven voertuigen.
We blijven onze kennis doorontwikkelen en met elkaar delen
We zetten onze gezamenlijke metingen en data-analyse voort en intensiveren waar mogelijk onze samenwerking op dit vlak. Hierdoor krijgen we meer inzicht in kwetsbare onderdelen/locaties en onbenutte capaciteit. We streven naar zoveel mogelijk uniformiteit om elkaars werkzaamheden eventueel beter te kunnen opvangen en wisselen kennis uit met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen zoals risicogestuurd beheer en digitalisering. We zetten in op het koppelen van onze rekenmodellen om beter rekening te kunnen houden met de interactie tussen riolering en oppervlaktewater en beter te kunnen inspelen op het samenvallen van afvoerpieken. Door de verkeerstoren optimaal in te richten houden we een vinger aan de pols en kunnen we tijdig anticiperen op situaties. Via openbare jaarrapporten voorzien we in de toenemende behoefte aan transparantie. Door initiatieven en ideeën vroegtijdig met elkaar te delen kunnen we van elkaar leren en aanhaken waar dat passend en logisch is.
BIJLAGE E KAMERBRIEF BODEM EN WATER STUREND
Het kabinet wil water en bodem sturend laten zijn bij beslissingen over de inrichting van ons land. Dat heeft de ministerraad besloten, op voorstel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. In een Kamerbrief beschrijven minister Mark Harbers en staatsecretaris Vivianne Heijnen van IenW waarom en hoe.
Grenzen aan water- en bodemsysteem
Lange tijd konden we in Nederland het water- en bodemsysteem aan onze wensen aanpassen. Maar nu lopen we steeds vaker tegen de grenzen aan van dit systeem. Zo zorgen bodemdaling en lage waterstanden voor veel schade aan funderingen, is genoeg goed drinkwater niet meer vanzelfsprekend en staat het voortbestaan van planten- en diersoorten onder druk. De kwaliteit en beschikbaarheid van water en bodem hebben ook grote invloed op onze scheepvaart, landbouw, energievoorziening, industrie en natuur. Bovendien zet het veranderende klimaat alles op scherp.
‘Deze brief gaat over ons water en onze bodem. Letterlijk de basis van ons bestaan, en daarmee van groot belang voor iedereen.’
Water en bodem sturend voor de ruimtelijke inrichting
Water en bodem sturend is daarom het nieuwe motto voor alles wat met de ruimtelijke inrichting te maken heeft. Het kabinet baseert het beleid hiervoor op zeven uitgangspunten, zo schrijven de minister en staatssecretaris in de brief:
1Niet afwentelen: niet op toekomstige generaties, andere gebieden of functies en ook niet afwentelen van privaat naar publiek.
2Meer rekening houden met extremen: extreme weersituaties die nog niet eerder zijn voorgekomen zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden. Daar moeten we ons nog beter op voorbereiden.
3In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem: Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Niet meer zo snel mogelijk al het water afvoeren, maar het vasthouden en bergen. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem.
4Meerlaagsveiligheid: naast dijken en keringen aanleggen, wil het Rijk ook meer aandacht voor de ruimtelijke inrichting om gevolgen van een overstroming te beperken en voor crisisbeheersing en herstel van schade.
5Bodem minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen: zo worden bodems beter bestand tegen verdroging, slaan ze CO2 beter op en helpen ze ook om stikstof vast te leggen.
6Integrale aanpak in de leefomgeving: de water- en bodemopgaven hangen samen met alle andere opgaven in de leefomgeving. Daarom is het heel belangrijk om deze opgaven integraal aan te pakken, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is.
7Comply or explain: Als er van een structurerende keuze wordt afgeweken, moet dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar zijn. En doelen moeten hierbij nog steeds wel gehaald worden.
Met deze uitgangspunten volgt het kabinet de adviezen van deltacommissaris Peter Glas en stikstofbemiddelaar Johan Remkes.
Kabinet maakt 33 structurerende keuzes
Om bij de inrichting van Nederland meer rekening te houden met water en bodem, heeft het kabinet 33 structurerende keuzes gemaakt. Veel van deze keuzes zijn randvoorwaarden waarmee provincies samen met alle betrokken partijen een gebiedsgerichte aanpak kunnen opstellen. Dit is maatwerk, want er zijn grote verschillen tussen de gebieden. Een aantal voorbeelden:
•Er moeten meer zoetwatervoorraden komen, bijvoorbeeld door meer water op te slaan in het IJsselmeer en het Markermeer.
•We willen niet meer bouwen op plaatsen die later nodig zijn voor het bergen en afvoeren van water, zoals in de diepste delen van diepe polders en in de uiterwaarden van rivieren.
•Er komen afspraken om de bodem minder te bedekken. Denk bijvoorbeeld aan minder stenen in de stad. Minder bodemafdekking zorgt voor een gezondere bodem, minder hitte en minder wateroverlast.
•Op verschillende plekken komt een hoger grondwaterpeil. Per gebied bekijken de betrokkenen in welk tempo welk doel kan worden bereikt.
•Water moet van goede kwaliteit blijven en bedrijven en inwoners gaan 20% minder drinkwater gebruiken.
Het Rijk maakt structurerende keuzes die richting geven voor de komende decennia. Veel keuzes kunnen en moeten we nu al doorvoeren in maatregelen.’
Keuzes vragen om goede samenwerking
Deze 33 keuzes vragen om een goede samenwerking tussen veel verschillende partijen. Want ze vragen om een flinke omslag in ons denken en doen. Het Rijk werkt daarom nauw samen met de waterschappen, provincies en gemeenten. Bijvoorbeeld door met hen uitvoeringsagenda’s op te stellen, door samen met de waterschappen te werken aan een verbeterde en dwingender watertoets, en door samen met provincies en gemeenten de ondergrond in beeld te brengen.