Aanhef
De raad van de gemeente Roosendaal;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 april 2019;
Gezien het advies van de Commissie;
Gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening
BESLUIT
Vast te stellen het Subsidiebeleid open en transparant subsidiëren
Bijlage 1 : Afwegingskader subsidie-Inkoop
CASUS
Ingevuld door
Naam
Datum
Omschrijving
Naam activiteit
Omschrijving behoefte
Omschrijving van de opdracht, doelstelling, aantallen, resultaten en activiteiten.
RESULTAAT AFWEGING
Kies hier het resultaat na optelling van de keuzes uit het onderstaande afwegingskader:
Resultaat
☐ Subsidie
☐ Inkoop
☐ Geen duidelijke keuze
te maken
Advies (beargumenteer de keuze)
AFWEGINGSKADER
Maak een keuze
Subsidie
Inkoop
1Welk belang wordt er gediend?
☐ Algemeen belang
☐ Rechtstreeks belang gemeente
☐ Twijfel
Beargumenteer
Toelichting bij vraag 1:
Als het activiteiten zijn die gericht zijn op de eigen behoeften van de gemeente zelf, is er vaak sprake van een opdracht. Het rechtstreekse belang vormt een belangrijke aanwijzing dat in feite van inkoop sprake is. Van een algemeen belang is sprake wanneer iets voor heel veel mensen belangrijk is, omdat ze er voordeel van hebben of er gebruik van maken. Dit wijst mogelijk op subsidie, maar hier kan niet uit geconcludeerd worden dat wanneer het algemeen belang wordt gediend er sowieso sprake is van een subsidie.
Maak een keuze
Subsidie
Inkoop
2Wat is de intentie van de geldverstrekker?
☐ Stimuleren
☐ Betaling levering gemeente
☐ Twijfel
Beargumenteer
Toelichting bij vraag 2:
Wanneer de gemeente door middel van financiering activiteiten wil stimuleren die zijn gericht op inwoners, dan wijst dit naar subsidie. Zend de overheid ‘positieve prikkels uit en wacht zij af of organisaties op deze prikkels reageren, of koopt de overheid in? Als het gaat om betaling voor een geleverd goed of dienst aan de gemeente, dan wijst dit naar inkoop.
Maak een keuze
Subsidie
Inkoop
3Wie neemt het initiatief voor de activiteit?
☐ Ontvanger
☐ Gemeente
☐ Twijfel
Beargumenteer
Toelichting bij vraag 3:
Bij subsidie wordt vaak het initiatief genomen door degene die de activiteit verricht (niet de gemeente), bij inkoop vaak de opdrachtgever (wel de gemeente). Bij een opdracht wordt de inhoud van de opdracht ('aanbestedingsproof') door de opdrachtgever bepaald. Bij een subsidie wordt de uitwerking van de subsidiedoelstellingen aan de subsidieontvanger overgelaten waarbij door de subsidieverstrekker slechts een algemeen ('staatssteunproof') kader wordt geboden waarbinnen de subsidiabele activiteiten dienen te worden uitgevoerd.
Maak een keuze
Subsidie
Inkoop
4Wie heeft zeggenschap over de invulling van de activiteiten?
☐ Ontvanger bepaalt precieze invulling activiteiten
Gemeente bepaalt in belangrijke mate de inhoud
☐ Twijfel
Beargumenteer
Toelichting bij vraag 4:
Wanneer de te subsidiëren activiteiten niet nauwkeurig zijn omschreven en/of de subsidiegever geen of weinig zeggenschap over de invulling van die activiteiten heeft, vormt dit een indicatie dat geen sprake is van opdracht. Naarmate de subsidieverstrekker meer zeggenschap over de invulling van de prestatie heeft zal er eerder sprake zijn van inkoop. Steeds minder zal dan kunnen worden volgehouden dat er sprake is van een 'eigen activiteit' van de subsidieontvanger
Maak een keuze
Subsidie
Inkoop
5Is er een bezwarende titel
☐ Nee, de geld-ontvanger is niet verplicht de activiteiten uit te voeren.
☐ Ja, de geldontvanger is verplicht de activiteiten uit te voeren.
☐ Twijfel
Beargumenteer
Toelichting bij vraag 5:
Is de geldontvanger verplicht de activiteiten uit te voeren in die zin dat de geldverstrekker bij de rechter kan vorderen dat de activiteiten alsnog worden uitgevoerd? Bij het verlenen van subsidies worden in principe geen wederzijdse verplichtingen in het leven geroepen maar alleen een eenzijdige aanspraak op financiële middelen. De subsidieontvanger is niet verplicht de gesubsidieerde activiteit uit te voeren. Wanneer de gemeente de geldontvanger wil verplichten bepaalde diensten te verrichten en/of prestaties wil afdwingen, dan krijgt de relatie het karakter van inkoop.
Maak een keuze
Subsidie
Inkoop
6Hoe is de verhouding tussen de waarde van de prestatie en de betaling?
☐ Activiteiten worden verricht tegen een kostprijs of er wordt slechts een gedeelte van de kosten vergoed.
☐ Er wordt een kostendekkende vergoeding betaald.
☐ Twijfel
Beargumenteer
Toelichting bij vraag 6:
Is er sprake van winst? Werkt de leverancier tegen kostprijs? Vragen die van belang zijn om het verschil tussen inkoop en subsidie te duiden. Wanneer de gemeente een financiële bijdrage verstrekt die niet de volledige kosten dekt, kan dat een indicatie geven dat het gaat om subsidie; het gaat dan vaak niet om een 'gewone' financiële transactie met de overheid en er wordt dan ook vaak geen 'gewone' commerciële transactie tegen marktconforme vergoeding (prijs inclusief winstmarge) betaald.
Het betalen van een kostendekkende vergoeding bij een wederzijdse prestatieplicht levert vaak een aanwijzing op dat het gaat om inkoop gaat. Let op: het feit dat geen kostendekkende vergoeding wordt gegeven (bijvoorbeeld in het geval van gezamenlijke financiering van een project of bij bijvoorbeeld concessies) leidt daarentegen niet automatisch tot de conclusie dat geen sprake kan zijn van een inkoop.
Maak een keuze
Subsidie
Inkoop
7Is er sprake van commerciële activiteiten (onderneming en concurrentie)?
☐ Nee
☐ Ja
☐ Twijfel
Beargumenteer
Toelichting bij vraag 7:
Is de subsidieontvanger een onderneming (met winstoogmerk)? Verricht de instelling ook activiteiten voor anderen? Is concurrentiestelling mogelijk? Zo ja, dan is vaak sprake van een (potentiële) markt en inkoop ligt dan voor de hand. Het verschil tussen een subsidie en een inkooprelatie wordt vaak bepaald aan de hand van de waarde van goederen of diensten in het economisch verkeer. Hoe eenvoudiger het te bepalen is dat deze waarde marktconform is omdat er veel leverende instellingen zijn die op hun beurt aan meerdere verschillende opdrachtgevers leveren, hoe eerder er sprake is van een inkooprelatie. Dit heeft tot gevolg dat voorzieningen die op een (potentiële) markt te verkrijgen zijn ingekocht zouden moeten worden. Voorzieningen waar dit niet voor geldt kunnen via een subsidie worden verkregen.