Gemeentelijke regelgeving

Nota Parkeernormen

Gemeente Roosendaal · geldt sinds 10 februari 2026

Aanhef

Parkeernormen bij nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Roosendaal

3. Parkeernormen fiets

3.2. Kwaliteitseisen fietsparkeren

3.2.1. Fiets-parkeermix

Eerder is onderzoek gedaan naar specifieke kenmerken op het gebied van 'fiets' in Roosendaal, waaronder het fietsparkeren. Hier kwam de fiets-parkeermix uit naar voren. De fiets-parkeermix biedt handvatten om keuzes te maken voor de best passende fietsparkeervoorziening per doelgroep in de openbare ruimte.

Voor een kort bezoek aan een supermarkt is bijvoorbeeld een fietsnietje de beste fietsparkeeroplossing, terwijl voor een langdurig bezoek aan het theater een bewaakte stalling een betere oplossing is.

Het realiseren van fietsparkeerplaatsen dient voort te komen uit het hanteren van de fiets-parkeermix. Hierbij is het van belang dat geredeneerd wordt vanuit de gebruiker: wat zijn voor de gebruiker wenselijke parkeervoorzieningen? De fiets-parkeermix hieronder is geen harde eis, maar eerder een handvat voor een optimale inrichting bij verschillende functies. Uitgangspunt bij iedere parkeervoorziening blijft dat deze op eigen terrein gerealiseerd moet worden.

5. Toepassingskader

5.2. De parkeerbehoefte

5.2.1. Stap 1 – bepalen normatief benodigde parkeerplaatsen

Bij elke ontwikkeling wordt berekend welke normatieve parkeerbehoefte er verwacht wordt. Per functie wordt het normatieve aantal parkeerplaatsen -voor zowel de fiets als de auto- van de ontwikkeling berekend, op basis van de geldende parkeernormen per eenheid van de betreffende functie. Dit wordt berekend door de rekenfactor, bijvoorbeeld het aantal m² BVO van een bedrijf, het aantal leslokalen of het aantal woningen, te vermenigvuldigen met de bijbehorende norm. Bij verschillende rekenfactoren en eenheden, dus bij meerdere functies in één ontwikkeling, worden deze nog bij elkaar opgeteld. Hieruit volgt een normatief aantal fiets- en autoparkeerplaatsen.

5.2.2. Stap 2 – Efficiënt gebruiken parkeerplaatsen: dubbelgebruik

Als binnen een ontwikkeling woonfuncties en/of verschillende functies worden gerealiseerd, is het mogelijk om bij berekening van de parkeerbehoefte rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Bijvoorbeeld overdag door werknemers en ’s avonds door bewoners, maar ook bij enkel woningen geldt dat bewoners en bezoekers ook een ander aanwezigheidsmoment hebben. Door de aanwezigheid op verschillende momenten kan worden volstaan met minder parkeerplaatsen dan de som van de parkeernorm van de verschillende functies, zoals vastgesteld bij stap 1.

Voorwaarde voor de dubbelgebruikscorrectie is dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit ook daadwerkelijk door de beoogde doelgroepen beschikbaar is en de parkeerplaatsen uitwisselbaar zijn. Dit is een punt van aandacht bij de eventuele afsluiting van parkeerfaciliteiten. Als dat betekent dat de parkeerplaatsen niet door alle functies gebruikt kunnen worden, vervalt de mogelijkheid tot dubbelgebruik. Parkeerplaatsen die exclusief voor één functie worden bestemd, bijvoorbeeld parkeerplaatsen die worden verkocht of verhuurd aan specifieke gebruikers, moeten buiten het dubbelgebruik worden gehouden.

Dubbelgebruik wordt berekend volgens de gangbare methodiek van CROW, gebruik makend van aanwezigheidspercentages zoals deze zijn opgenomen in bijlage V. Met de aanwezigheidspercentages wordt per functie in tijd uitgezet wat de parkeerbehoefte per moment van de week is.

5.2.3. Stap 3 – Bestaande functie en gebruik vervalt: salderen

De parkeernorm is gericht op de toekomstige bereikbaarheidsvoorwaarden en daarop gebaseerde parkeerbehoeftes in plannen die nog gerealiseerd moeten worden. Als een plan in de plaats komt van een bestaande functie, is er in de huidige situatie al sprake van een bestaande parkeerbehoefte. In de berekening kan ook de parkeerbehoefte worden meegenomen van de bestaande functies/voorzieningen/activiteiten die komen te vervallen. Dit heet salderen. Het aantal te salderen parkeerplekken kan worden bepaald op basis van de actuele parkeernorm. Salderen is niet verplicht.

Salderen geldt niet bij sloop-nieuwbouw. Bij sloop-nieuwbouwontwikkelingen is het in de planvorming mogelijk om rekening te houden met de nieuwe parkeervraag. In principe ontstaat na de sloop immers een leeg ontwikkelplot. Mocht dit tot onmogelijkheid leiden van ontwikkeling van dit plot kan het college hiervan afwijken.

Voor parkeerplaatsen in openbaar gebied is salderen mogelijk tot een maximale termijn van twee jaar gerekend tot het moment waarop een (concept) aanvraag wordt ingediend via het DSO of tot het moment waarop het initiatief (verken je idee) via het DSO wordt ingediend. Als een gebouw of terrein meer dan twee jaar ongebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. De parkeerruimte in het openbare gebied is waarschijnlijk al door andere gebruikers gevuld. Tijdelijk gebruik ter overbrugging van een permanent gebruik wordt (als het niet langer dan twee jaar heeft geduurd) buiten beschouwing gelaten.

Daarnaast kan alleen gesaldeerd worden met parkeerplaatsen in het openbaar gebied als er ook daadwerkelijk parkeerplaatsen in het openbaar gebied gebruikt worden door de oude functie en als de parkeerdruk in het openbaar gebied niet hoger is dan 80%. Zo kan er door winkels in het autoluwe gebied niet gesaldeerd worden omdat er door de bezoekers grotendeels geparkeerd wordt in de parkeergarages (geen eigendom gemeente) en niet in de omgeving van de winkel op straat. Daarnaast wordt een reguliere oude situatie bekeken en niet een pieksituatie die enkele keren per jaar voorkomt, de omgeving accepteert namelijk enkele keren per jaar een hogere parkeerdruk, maar niet structureel. Kortom, salderen kan alleen als dit kan zonder dat de buurt hierdoor meer parkeeroverlast ervaart.

Bij salderen dient rekening gehouden te worden met een verschuiving van het moment waarop de nieuwe functie haar parkeerbehoefte genereert ten opzichte van de oude functie. De oude en nieuwe parkeerbehoefte wordt voor ieder dagdeel gesaldeerd. Het dagdeel waarop de gesaldeerde parkeervraag het hoogst is, wordt aangehouden als nieuwe parkeerbehoefte. Met de berekeningswijze die de gemeente Roosendaal hanteert, wordt zo veel mogelijk voorkomen dat onjuiste verrekeningen van de oude parkeerbehoefte worden gedaan, zie het rekenvoorbeeld in bijlage IX.

5.2.4. De normatieve parkeerbehoefte

De normatieve parkeerbehoefte is bekend na het eventueel toe te passen dubbelgebruik en salderen op de parkeernormen. De parkeervoorziening moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Er moet voldaan worden aan de parkeerbehoefte om het plan te mogen realiseren.

Ook dient rekening gehouden te worden met de bereikbaarheid van parkeerplaatsen voor bewoners, werkers en bezoekers. Zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van dubbelgebruik is rekening houden met het bezoekersaandeel essentieel voor een juiste parkeeroplossing.

Mocht een plan aan bepaalde voorwaarde voldoen, is het mogelijk om nog een correctie toe te passen op de normatieve parkeerbehoefte. Dit wordt verder beschreven in paragraaf 5.3.

5.3. Mobiliteitscorrectie(s)

Zoals beschreven moet een plan voldoen aan de normatieve parkeerbehoefte en moet dit op eigen terrein gerealiseerd worden of in collectieve voorzieningen, bij voorkeur aan de randen van het gebied, worden gerealiseerd. Het kan voorkomen dat dit niet lukt, maar er met andere mobiliteitsconcepten wel voldoende bereikbaarheid kan worden gerealiseerd. Hiervoor zijn in stap 4 en 5 enkele mobiliteitscorrecties opgesteld. Dit zijn parkeerplaatscorrecties die de mobiliteit van een nieuw plan waarborgen, maar geen afbreuk doen aan de mobiliteitsbehoefte van de ontwikkeling.

De mobiliteitscorrectie wordt toegepast op de normatieve parkeerbehoefte, zoals berekend in de stappen één tot en met drie. Mobiliteitscorrecties zijn niet verplicht. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor deze correcties staan beschreven in stap vier en vijf.

De correcties van zoals beschreven in stap vier en vijf gelden enkel voor autoparkeerplaatsen. Openbaar vervoer en deelmobiliteit in de vorm van tweewielers, zoals deelfietsen en deelscooters, of alternatieve vervoerswijzen zien we als aanvulling op het aanbod en niet als potentiële vervanging van de tweewieler. Het aantal fietsparkeerplaatsen is op basis van alternatieve vervoersconcepten dus niet te corrigeren.

5.3.1 Stap 4 – Stationscorrectie

De bereikbaarheid van een plan wordt onder andere bepaald door de aanwezigheid van hoogwaardig openbaar vervoer. In Roosendaal is dit beschikbaar bij het treinstation, waar treinen en bussen samenkomen en zowel de regio als de rest van Nederland binnen handbereik liggen. Daarnaast liggen in dit gebied veel voorzieningen binnen loopafstand, waaronder (een deel van) het centrum van Roosendaal.

Roosendaal streeft er naar zo veel mogelijk te verdichten in de buurt van het station. Hier is de mobiliteitstransitie essentieel en tegelijkertijd het meest zichtbaar. Een lagere parkeercapaciteit draagt bij aan het mogelijk maken van deze verdichting en draagt uiteindelijk bij aan de gewenste mobiliteitstransitie in het gebied. De keuze voor alternatieve vervoerswijzen ten opzichte van de personenauto zijn immers nabij. Op grond hiervan is een stationscorrectie van toepassing. Deze is gekoppeld aan de ligging van een ontwikkeling in de buurt van het treinstation. De spoorzone is zo'n gebied bij uitstek in het Masterplan Roosendaal gericht op trein, OV-/deelsystemen waar verdichting plaatsvindt en doelgroepen zich conformeren aan het totale bereikbaarheidsprofiel van het gebied.

Er geldt een reductiefactor van 25% op de normatieve parkeerbehoefte voor alle functies binnen een loopafstand (niet hemelsbreed) van 500 meter vanaf de ingang van het station. Deze wordt gemeten vanaf de deur van het station (of waar de overkapping stopt) tot de voordeur van de ontwikkeling, bij een ontwikkeling van rijtjeshuizen kan het dus voorkomen dat enkele huizen binnen 500 meter vallen en enkele daarbuiten. Op het moment van schrijven heeft het NS station twee ingangen vanaf waar de 500 meter loopafstand kan worden berekend. Voor ontwikkelingen aan de noordwest zijde van het station zal gebruik gemaakt moeten worden van de passerelle of een andere oversteek over/onder het station/spoor. Deze reductiefactor geldt ook op het bezoekersaandeel.

5.3.2. Stap 5 – Alternatieve vervoersconcepten

De autoparkeerbehoefte kan ook lager worden als een ontwikkeling voorziet in alternatief vervoer. M.n. in de Spoorzone stelt het Rijk in het kader van de landelijke Verstedelijkingsopgave strengere eisen qua woningdichtheid, bereikbaarheidsprofiel, autogebruik en parkeren. Voorwaarden die gelden naast de spoorzone ook voor grotere verdichtingsplannen in een hoog stedelijke omgeving. Een reductie van de normatieve parkeerbehoefte is bij woonfuncties mogelijk op basis van de inzet van deelauto’s en/of het gebruik van nieuwe vervoersconcepten.

Deelauto

Een deelauto is een auto die gebruikt wordt door meerdere gebruikers. Zo is het mogelijk over een auto te beschikken zonder er zelf een te bezitten.

De reductiefactoren zijn als volgt:

Ontwikkellocatie

Correctie per deelauto

Plafond (totaal over alle deelauto's)

Centrum

(met parkeerregulering)

Max 3 parkeerplaatsen

25% van de normatieve parkeerbehoefte, na eventuele stationscorrectie

Schil centrum

(met parkeerregulering)

Max 2 parkeerplaatsen

15% van de normatieve parkeerbehoefte, na eventuele stationscorrectie

Schil centrum

(zonder parkeerregulering)

N.v.t.

N.v.t.

Rest bebouwde kom

N.v.t.

N.v.t.

Buiten de kom

N.v.t.

N.v.t.

Hierbij moet worden opgemerkt dat er 4 parkeerplaatsen gereduceerd kunnen worden in het centrum, maar dat er 1 parkeerplaats daarvan gebruikt moet worden door de deelauto. Daarom is de daadwerkelijke correctie 3 parkeerplaatsen. De toepassing van deze correctie is beperkt tot een deel van de parkeerbehoefte ten einde zorg te dragen voor een passende mobiliteitsoplossing. Voorkomen moet worden dat de eindgebruikers bij onvoldoende belangstelling voor het deelvervoersaanbod alsnog in de omgeving parkeren. Daarom kan er alleen gebruik worden gemaakt van de deelautocorrectie in gebieden met parkeerregulering. In de schilwijken en zeker in de rest van de gemeente zijn er minder of geen geschikte mogelijkheden om dit uitwijkgedrag te voorkomen. Op grond hiervan is de mobiliteitscorrectie hier ingeperkt tot de genoemde 25% in het centrum en 15% in de schil, met parkeerregulering. Als een plan, na stationscorrectie, een parkeerbehoefte heeft van 40 voertuigen, kan dit maximaal met 25% gereduceerd worden tot 30 parkeerplaatsen. Als er bijvoorbeeld 3 deelauto's ingezet worden kan er 9 parkeerplaatsen gecorrigeerd worden waardoor er maar 31 parkeerplaatsen nodig zijn. Als er 4 deelauto's ingezet worden dan telt het plafond (van 25%, dus 10 parkeerplaatsen) en moeten er dus 30 (40-10) parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

In de onderbouwing van het parkeervraagstuk moet duidelijk worden hoe voorkomen wordt dat de deelauto's uiteindelijk stilstaan en in de omgeving van de ontwikkeling de parkeerdruk toeneemt. Het borgen van het goed gebruiken van het mobiliteitsaanbod is een essentieel onderdeel in het gebruik kunnen maken van deze correctie.

Deelauto's kan alleen worden ingezet voor de mobiliteitsbehoefte van bewoners van woningen. Aan bezoekers van woningen en aan alle andere functies kan geen correctiefactor worden toegeschreven op basis van bovenstaande tekst. In bijlage X is een voorbeeldcasus voor het gebruik van een deelauto toegevoegd.

Verklaring aantallen parkeerplaatsreductie bij gebruik deelauto

De inzet van een deelauto leidt tot een lagere parkeerbehoefte. In de (voormalige) CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren" staat beschreven dat een deelauto 4 tot 8 parkeerplaatsen zou kunnen vervangen. Deze publicatie voor parkeren is inmiddels vervangen, maar geeft alsnog het beste de potentie van deelauto's weer. In de gemeente Roosendaal is naar de potentie van deelautovervoer en het vervangen van parkeerplaatsen binnen ruimtelijke ontwikkelingen geen specifiek maatwerk onderzoek gedaan. De cijfers van het CROW geven daarom een beste indicatie van de potentie voor het vervangen van parkeerplaatsen voor deelauto's.

Roosendaal hanteert, gezien de karaktereigenschappen van de gemeente, de onderkant van de bandbreedte die het CROW voorschrijft voor deelauto-aftrek. Eén deelauto vervangt dus maximaal vier parkeerplaatsen. Een van deze parkeerplaatsen wordt weer gebruikt door de deelauto, waardoor er voor de duidelijkheid een correctie van drie parkeerplaatsen is opgenomen. Hierbij kan de effectiviteit van een deelauto alleen benut worden in een gebied met flankerende parkeermaatregelen; de zone waar betaald en/of vergunningparkeren geldt. De prikkel om minder of geen auto te bezitten is hier aanwezig en in andere gebieden niet. Omdat deze gebieden in het centrum en de schil van het centrum van Roosendaal aanwezig zijn, is het hier dus mogelijk om deelauto's te plaatsen met daarbij een korting op de parkeerbehoefte. Omdat het voorzieningenniveau en de bereikbaarheid met het openbaar vervoer in het centrum hoger is dan in de schil van het centrum is ervoor gekozen om in de schil van het centrum van Roosendaal de deelauto-aftrek iets lager in te zetten. Hier geldt een deelauto-aftrek van twee parkeerplaatsen in plaats van de drie in het centrum.

Omdat het autobezit in Roosendaal gelijk is aan het gemiddelde in Nederland en de alternatieve vervoersopties van het OV, ondanks de aanwezigheid van het station, en de fiets niet altijd optimaal of toereikend zijn, stellen we een plafond vast voor de maximale korting op de parkeerbehoefte die deelauto's met zich meebrengen. We kiezen hierbij voor maximaal 25% in het centrum en 15% in de schil van het centrum van de normatieve parkeerbehoefte na eventuele stationscorrectie. Hiermee borgen we de automobiliteit van onze toekomstige inwoners, maar de prikkel voor minder autobezit is zichtbaar en aanwezig.

Nieuwe vervoerconcepten

De markt voor mobiliteit is continu in beweging. Er komen nieuwe mobiliteitsdiensten op de markt en er worden nieuwe vervoersconcepten uitgeprobeerd, welke dus ook in het Masterplan moeten worden opgenomen. Dergelijke nieuwe mobiliteit kan ook invloed hebben op de behoefte aan parkeergelegenheid. Indien een planontwikkeling een slim mobiliteitsconcept heeft, dat wetenschappelijk onderbouwd effect heeft op de parkeerbehoefte, dan wordt de mogelijkheid geboden hier ook een mobiliteitscorrectie op toe te passen. In de onderbouwing moet de nieuwe mobiliteitsdienst worden uitgewerkt. Of de correctie reëel is en wat de exacte reductie dan is, wordt bepaald door de gemeente (maatwerk).

Borging mobiliteitscorrectie

Voor de mobiliteitscorrecties is borging van de alternatieve mobiliteitsdiensten een vereiste. Bij inzet van alternatieve vervoersconcepten is een onderbouwing vereist waarin wordt beschreven hoe de mobiliteitsoplossing tot stand wordt gebracht en duurzaam beschikbaar blijft. De minimale borgingsduur betreft 10 jaar.

Als deelmobiliteit onderdeel is van de voorgestelde oplossing in het plan, dient te zijn vastgelegd hoe het aanbod hiervan zal worden georganiseerd (bijvoorbeeld door middel van contracten met deelvervoer aanbieders of vastgelegde gekwantificeerde verplichtingen voor initiatiefnemers en ontwikkelende partijen om te voorzien in deelmobiliteit). Het is van belang om aan te geven dat de deelmobiliteit niet vrijblijvend wordt aangeboden, maar concreet onderdeel is van een pakket om een lager autobezit te bewerkstelligen. Dit kan bijvoorbeeld onder andere worden gedaan door specifieke beschrijving van het aantal parkeerplaatsen en fietsenstallingsplaatsen in het plan en de bijbehorende regulering van het gebruik.

Als deelmobiliteit wordt toegeschreven aan een deelgebied of zelfs een appartementencomplex (met een VVE), draagt de ontwikkelende partij de zorg dat de deelmobiliteitsoplossing wordt opgenomen in de planvorming van een (deel)gebied of als onderdeel van bijv. Collectieve woonvormen of wooncomplexen. Dit kan vertaal worden in zowel het huishoudelijk regelement als in de splitsingsakte. Daarnaast wordt ook een intentieverklaring van een aanbieder van deelmobiliteit verlangd. Binnen drie maanden na oplevering van het plan moeten de deelauto’s beschikbaar zijn. De ontwikkelende partij meldt dit aan de gemeente en moet verder bij de aanbieder van deelmobiliteit bedingen dat deze het gebruik ervan jaarlijks aan de gemeente rapporteert, voor de duur van de contractperiode. Dit dient minimaal 10 jaar lang te gebeuren, gelijk aan de minimale borgingsduur.

Als uiteindelijk de deelauto's of ander vervoersconcept niet gerealiseerd wordt zal er alsnog een storting in het mobiliteitsfonds (zie hoofdstuk XX) moeten worden gedaan. Dit zal voor dezelfde tarieven als afkoop moeten gebeuren voor iedere parkeerplaats die er als korting is gegeven. Dit heeft nadrukkelijk niet de voorkeur, maar is als stok achter de deur. De registratie op de AUP lijst (zie hoofdstuk 7) blijft onverminderd van kracht. Met dit bedrag kan de gemeente vervolgens alsnog de mobiliteitsbehoefte van de buurt zo goed mogelijk te verbeteren.

5.3.3. De gecorrigeerde parkeerbehoefte

Wanneer gebruik gemaakt kan worden van een stationscorrectie en/of alternatieve vervoersconcepten en dit ook wordt toegepast op het parkeervraagstuk van een ontwikkeling, spreekt men van een gecorrigeerde parkeerbehoefte. De normatieve parkeerbehoefte wordt gecorrigeerd op basis van de stationscorrectie en/of de inzet van alternatieve vervoersconcepten.

Ook dient rekening gehouden te worden met de bereikbaarheid van parkeerplaatsen voor bewoners, werkers en bezoekers. Zeker wanneer gebruik wordt gemaakt van dubbelgebruik is rekening houden met het bezoekersaandeel essentieel voor een juiste parkeeroplossing.

De gecorrigeerde parkeerbehoefte geldt enkel voor autoparkeerplaatsen. Het kan dus voor komen dat voor een ontwikkeling de normatieve parkeerbehoefte geldt voor fietsparkeerplaatsen en de gecorrigeerde parkeerbehoefte geldt voor autoparkeerplaatsen.

5.4. Invullen parkeerbehoefte

5.4.1. Stap 6 – Parkeeroplossing op eigen terrein

De parkeerbehoefte (inclusief parkeerplaatsen voor deelauto’s) wordt op eigen terrein opgelost. Hiertoe worden de benodigde parkeerplaatsen binnen de eigendomsgrenzen van het plan aangelegd die ook voor de betreffende functie beschikbaar moeten blijven. Dat betekent dat deze parkeerplaatsen niet voor een ander doel of externe doelgroepen mogen worden gebruikt, behalve als dit leidt tot een betere benutting van parkeerruimte zonder dat de hoofdfunctie hierdoor benadeeld wordt. In dit geval is dat onderdeel van de onderbouwing. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.3 over dubbelgebruik.

Voor de bruikbaarheid van de parkeeroplossing zijn een aantal uitgangspunten m.b.t. afmeting en inrichting van toepassing. In hoofdstukken 3 en 4 zijn de kwaliteitseisen rondom parkeervakken al benoemd en in bijlage II en bijlage IV zijn deze verder uitgewerkt. Daarnaast gelden er rekenregels voor opritten en garages. Deze gelden namelijk niet als voltallig parkeerplaats.

Bij voorkeur eindigt bij stap 6 het parkeervraagstuk.

5.5. Oplossingen buiten de gebaande paden

5.5.1. Stap 7 - Alternatieve private parkeeroplossing

Als wordt voldaan aan de voorwaarde zoals hierboven beschreven, kan de parkeerbehoefte ook worden opgelost op een alternatief privaat terrein of in een alternatieve private parkeervoorziening, aan of buiten de grenzen van de ontwikkeling. Dit geldt m.n. voor aanwezige of te realiseren verblijfs-/voetgangersgebieden. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van de betreffende ontwikkeling kunnen worden aangewend. De externe parkeergelegenheid moet binnen acceptabele loopafstand van het plan zijn gelegen. Acceptabele loopafstanden zijn gedefinieerd in bijlage VII.

De initiatiefnemer moet kunnen aantonen dat de parkeervoorziening langjarig beschikbaar is voor het plan door:

•Een onderbouwing aan te leveren van het gebruik van de parkeerplaatsen;

•Een overeenkomst te overleggen met daarop het overeengekomen gebruik van het aantal plaatsen en de eventueel daarbij behorende voorwaarden. Deze overeenkomst moet zijn vastgelegd voor minimaal 10 jaar met een kettingbeding en boeteclausule voor eventuele rechtsopvolgers van de initiatiefnemer. Na afloop van de contractperiode moet door de initiatiefnemer in de parkeerbehoefte blijven worden voorzien.

Bij het gebruik van een alternatieve private parkeeroplossing om de parkeerbalans sluitend te maken, komen de adressen binnen de ontwikkeling op de AUP-lijst te staan. AUP staat voor Adressen Uitgesloten van Parkeervergunning. Hiermee wordt geborgd dat de openbare ruimte in gereguleerd gebied in de toekomst niet verder onder druk komt te staan. Ook als de private parkeeroplossing na 10 jaar veranderd blijven de adressen op de AUP-lijst staan. De AUP-lijst wordt verder uitgelegd in hoofdstuk 7.

5.5.2. Stap 8 – Benutten restcapaciteit openbare ruimte

Wanneer het aantal te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein niet toereikend is om de maatgevende parkeerbehoefte te realiseren én er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in de introductie van paragraaf 5.7, is het mogelijk om het overige deel in de openbare ruimte te realiseren/gebruiken.

Hiervoor moet worden aangetoond dat er in de openbare ruimte voldoende parkeerplekken beschikbaar zijn om het tekort op te vangen. De openbare ruimte mag een maximale bezetting hebben van 70%, zodat onder andere zoek-, bezoek- en bestemmingsverkeer een plaats kan vinden in het gebied, net als eventuele andere uitdagingen in de openbare ruimte. Als er al ontwikkelingen in het gebied bekend zijn die ook gebruik maken van de openbare ruimte moeten deze opgeteld worden bij de huidige parkeerbezetting. Daarna kan alles tot de 70% aangevuld worden. Als een parkeervergunningen (deel)sector binnen het te onderzoeken gebied vol is, kan er geen gebruik gemaakt worden van de restcapaciteit van de openbare ruimte.

Om de bezetting te meten wordt een parkeerdrukmeting uitgevoerd worden door een onafhankelijk adviesbureau. Dit moet verwerkt worden in de onderbouwing. De minimale (rand)voorwaarden voor deze parkeerdrukmeting zijn te vinden in bijlage VIII. De verkeerskundige van de gemeente kan daarnaast aanvullend eisen stellen aan de meting, voornamelijk om de locatiespecifieke omstandigheden te borgen. Daarbij moeten de loopafstanden uit bijlage VII worden gehanteerd. Van het gereguleerde gebied en enkele straten daarbuiten voert de gemeente geregeld parkeerdruk metingen uit. De resultaten hiervan kunnen worden opgevraagd zodat er geen dubbele onderzoeken gedaan hoeven te worden. De straten van het gereguleerde gebied staan in het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Roosendaal.

Het aantal parkeerplaatsen dat in de openbare ruimte gebruikt wordt als gevolg van de ontwikkeling, moet worden afgekocht. De afkoopsom wordt ingelegd in het mobiliteitsfonds waarmee gemeentebrede mobiliteitsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd.

Wanneer aangetoond is dat er nog parkeercapaciteit vrij is én deze benut kan worden door de ontwikkeling, is het nog mogelijk (als dat van toepassing is) om een parkeervergunning te krijgen, zodat ook daadwerkelijk in de openbare ruimte geparkeerd kan worden. De adressen komen dus niet op de AUP-lijst. Hiermee verschilt stap 8 van stap 9. Bij stap 9 wordt er afgekocht terwijl bewoners wel op de AUP-lijst komen.

5.5.3. Stap 9 – Afkopen parkeerplaatsen

Als bestaande en/of nieuwe parkeercapaciteit geen gewenste en/of haalbare invulling van de parkeerbehoefte oplevert, bestaat de (laatste) mogelijkheid van afkoop van de parkeerbehoefte. Hierbij wordt de afkoopsom ingelegd in het mobiliteitsfonds waarmee gemeentebrede mobiliteitsvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. De randvoorwaarden van dit fonds zijn te vinden in hoofdstuk 6.

Voor het autoluwe gebied (en andere verblijfs-/voetgangersgebieden) geldt dat de volledige parkeerbehoefte afgekocht kan worden wanneer het niet mogelijk is om op een alternatieve (private) locatie parkeercapaciteit te realiseren. Het is hier niet gewenst om verkeersaantrekkende functies toe te voegen, wat parkeerplaatsen zijn. Gebruikers en bezoekers kunnen met hun auto terecht in de parkeergarages of gebruik maken van het openbaar vervoer. Hiermee borgen we het autoluwe karakter van deze omgeving.

Er kunnen niet onbeperkt veel parkeerplaatsen worden afgekocht. Er moet namelijk een leefbare situatie blijven voor huidige bewoners in de omgeving en de nieuwe bewoners. Het deel af te kopen parkeerplaatsen is wisselend per gebied en functie en de mogelijkheden om alternatieve maatregelen te nemen door de gemeente. Daarom zal dit afgestemd moeten worden met de ruimtelijk economisch en mobiliteitseisen binnen het gebied. Dit om het adequaat kunnen vormgeven van de juiste parkeerbalans per (deel)gebieden. Mochten er geen alternatieve maatregelen mogelijk zijn, is afkoop ook niet mogelijk. Afkoop van een groot deel van de parkeerbehoefte, zonder alternatieve maatregelen, kan namelijk leiden tot parkeeroverlast doordat de eindgebruikers geen beperking hebben om toch de auto in de omgeving, in de wijken ernaast, te parkeren. Hiermee bieden we ruimte voor maatwerk in een bredere afweging binnen de gehele ontwikkeling terwijl we de belangen van de omgeving ook meewegen.

De afkoopoptie is bedoeld als sluitstuk van de invulling van de parkeerbehoefte voor het geval het niet lukt deze in de voorgaande stappen helemaal passend te maken. Bij toepassing van deze stap moet gemotiveerd worden dat er hierdoor geen parkeerproblemen ontstaan of te verwachten zijn.

Bij het gebruik van afkopen om de parkeerbalans sluitend te maken, komen de adressen binnen de ontwikkeling op de AUP-lijst te staan. AUP staat voor Adressen Uitgesloten van Parkeervergunning. Hiermee borgen we dat de openbare ruimte in de toekomst niet verder onder druk komt te staan. De AUP-lijst wordt verder uitgelegd in hoofdstuk 7.

6. Afkoopregeling en mobiliteitsfonds

6.3. Toepassing mobiliteitsfonds

6.3.1. Doel en reikwijdte

Het fonds heeft als doel het faciliteren van maatregelen die de parkeerdruk verminderen. Dit betreft zowel compenserende maatregelen (zoals het realiseren van extra parkeercapaciteit) als preventieve maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van extra parkeerbehoefte, zoals investeringen in deelmobiliteit of duurzame vervoersalternatieven. De bijdrage hoeft dus niet per se gekoppeld te zijn aan de directe omgeving van de betreffende ontwikkeling, zolang de besteding bijdraagt aan de gemeentelijke mobiliteitsdoelen.

6.3.2. Toelaatbare bestedingen

Middelen uit het fonds mogen worden ingezet voor kapitaalinvesteringen in de fysieke leefomgeving, mits onderbouwd wordt dat de maatregel bijdraagt aan het beperken van de parkeervraag of -druk. Denk hierbij aan:

•Realisatie van parkeerplaatsen of parkeervoorzieningen (bijvoorbeeld parkeergarages);

•Aanleg of verbetering van fiets- en wandelinfrastructuur;

•Investeringen in deelmobiliteit (bijvoorbeeld deelfietsen of -auto’s);

•Ontwikkeling van mobiliteitshubs;

•Stimulering van openbaar vervoer.

Zowel maatregelen die reeds bestaande druk verlichten als maatregelen die toekomstige parkeerdruk voorkomen, komen in aanmerking. Structurele exploitatiekosten of beheerlasten komen niet ten laste van het fonds.

6.3.3. Beschikbaarheid en reservering van middelen

Middelen in het fonds blijven beschikbaar zolang deze niet zijn uitgegeven of onttrokken. Het is toegestaan om middelen te reserveren of te budgetteren voor grotere toekomstige investeringen, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van parkeergarages of integrale gebiedsontwikkelingen. Deze gereserveerde middelen worden aangemerkt als geoormerkt en kunnen niet voor andere doeleinden worden aangewend.

6.3.4. Verantwoording en monitoring

De inzet van het fonds wordt financieel verantwoord via de reguliere gemeentelijke P&C-cyclus, waaronder de jaarrekening en programmabegroting. Hiermee is de inzet van middelen transparant en controleerbaar voor raad en samenleving. Jaarlijks wordt de stand van het fonds en de inzet van middelen in beeld gebracht, mede ten behoeve van integrale beleids- en investeringsafwegingen.

Bijlage I – Parkeernormen fiets

Categorie

Functie

Centrum

Schil

RBBK

BG

Bezoekers-aandeel

Eenheid

Wonen - gebruikers

Koop, huis, vrijstaand

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, huis, twee-onder-een-kap

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, huis, tussen/hoek

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, appartement, >100 m² bvo

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, appartement, 75-100 m² bvo

4,25

4,25

4,25

4,25

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, appartement, < 75 m² bvo

3,25

3,25

3,25

3,25

Zie Wonen - bezoek

per woning*

huur, huis, vrije sector**

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo

4,25

4,25

4,25

4,25

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo

3,25

3,25

3,25

3,25

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, huis, sociale huur

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo

5,00

5,00

5,00

5,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo

4,25

4,25

4,25

4,25

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo

3,25

3,25

3,25

3,25

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Onzelfstandige woonruimte, huur

1,35

1,35

1,35

1,35

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat)

0,55

0,55

0,55

0,55

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)

0,55

0,55

0,55

0,55

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Wonen – bezoek

Koop, huis, vrijstaand

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, huis, twee-onder-een-kap

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, huis, tussen/hoek

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, appartement, >100 m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, appartement, 75-100 m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, appartement, < 75 m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

huur, huis, vrije sector**

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, huis, sociale huur

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Onzelfstandige woonruimte, huur

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat)

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)

0,30

0,30

0,25

0,20

n.v.t.

per woning

Werken

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,70

1,15

1,05

0,80

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

3,00

2,05

1,35

1,10

20%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief

(industrie, laboratorium, werkplaats)

1,40

1,10

0,90

0,85

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief

(loods, opslag, transportbedrijf)

0,60

0,45

0,40

0,40

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bedrijfsverzamelgebouw

1,15

0,85

0,75

0,70

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Opslagruimte

n.v.t.

n.v.t.

6,00

6,00

n.v.t.

per vestiging

Winkelen boodschappen

Buurtsupermarkt

3,70

2,65

2,05

n.v.t.

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Fullservice-supermarkt

4,85

4,10

3,00

n.v.t.

93%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Grote supermarkt (XL)

5,35

4,10

3,50

n.v.t.

84%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)

n.v.t.

1,15

1,40

n.v.t.

80%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Groothandel algemeen

n.v.t.

1,65

1,40

n.v.t.

80%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners

3,20

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

82%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 30.000-50.000 inwoners

3,35

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

88%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 50.000-100.000 inwoners

3,65

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

92%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 100.000-175.000 inwoners

3,75

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

96%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum > 175.000 inwoners

3,45

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Buurtwinkel- en dorps(winkel)centrum

3,35

3,60

3,00

n.v.t.

72%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wijkwinkelcentrum (klein)

n.v.t.

4,35

3,55

n.v.t.

76%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)

n.v.t.

4,95

4,20

n.v.t.

79%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wijkwinkelcentrum (groot)

n.v.t.

5,55

4,65

n.v.t.

81%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Stadsdeelcentrum

n.v.t.

6,15

5,05

n.v.t.

85%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Weekmarkt / klein wijk-, buurt- en dorpscentrum

3,35

3,60

3,00

n.v.t.

85%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Kringloopwinkel

n.v.t.

2,45

1,60

1,25

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bruin- en witgoedzaken

0,40

0,40

0,30

0,25

92%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Woonwarenhuis/woonwinkel

0,40

0,40

0,30

0,25

91%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Woonwarenhuis (zeer groot)

n.v.t.

n.v.t.

0,30

0,25

95%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Meubelboulevard/woonboulevard

n.v.t.

0,50

0,40

n.v.t.

93%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Winkelboulevard

n.v.t.

0,50

0,40

n.v.t.

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Outletcentrum

n.v.t.

0,50

0,40

0,15

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bouwmarkt

n.v.t.

0,45

0,35

0,25

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

n.v.t.

0,45

0,35

0,25

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

n.v.t.

0,45

0,35

0,25

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Cultuur en ontspanning

Bibliotheek

4,00

4,00

3,30

2,80

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Museum

1,70

1,25

0,85

n.v.t.

95%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bioscoop

9,00

7,50

3,50

1,65

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Filmtheater/filmhuis

9,00

7,50

3,50

1,65

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Theater/schouwburg

26,00

20,50

17,50

12,00

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Musicaltheater

26,00

20,50

17,50

12,00

86%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Casino

2,00

2,00

1,65

1,65

86%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bowlingcentrum

4,50

3,20

2,55

2,45

89%

per baan

Biljart-/snookercentrum

2,50

1,85

1,55

1,15

87%

per tafel

Dansstudio

5,85

3,70

3,00

2,00

93%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Fitnessstudio/sportschool

5,85

3,70

3,00

2,00

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Fitnesscentrum

5,85

3,70

3,00

2,00

90%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)

n.v.t.

n.v.t.

4,00

4,00

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Sauna, hammam

5,50

4,00

4,00

4,00

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Sporthal

5,50

3,90

3,00

2,45

96%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Sportzaal

6,70

3,90

2,70

2,10

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Tennishal

0,80

0,55

0,50

0,50

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Padelhal

1,55

1,15

0,95

0,95

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Squashhal

5,10

3,40

3,00

2,50

84%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Zwembad overdekt

n.v.t.

26,00

20,00

12,50

97%

per 100 m² bassin

Zwembad openlucht

n.v.t.

34,00

28,00

20,50

99%

per 100 m² bassin

Zwemparadijs

n.v.t.

n.v.t.

9,50

9,50

99%

per 100 m² bassin

Sportveld

57,50

57,50

57,50

57,50

95%

per hectare netto terrein

Stadion

0,20

0,20

0,20

n.v.t.

99%

per zitplaats

Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)

3,05

2,50

2,10

1,80

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Kunstijsbaan (400 meter)

n.v.t.

3,90

3,40

3,05

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Ski- snowboardhal

n.v.t.

n.v.t.

3,45

n.v.t.

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Jachthaven

0,15

0,15

0,15

0,15

93%

per ligplaats

Golfoefencentrum (pitch en putt)

n.v.t.

n.v.t.

17,50

17,50

98%

per centrum

Golfbaan (18 holes)

n.v.t.

n.v.t.

17,50

17,50

98%

per 18 holes

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

1,50

1,50

1,00

0,60

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot

1,50

1,50

1,00

0,60

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

1,50

1,50

1,00

0,60

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Kinderboerderij (stadsboerderij)

12,50

12,50

12,50

12,50

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Manege (paardenhouderij)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,55

90%

per box

Dierenpark

10,75

10,75

10,75

10,75

99%

per hectare netto terrein

Attractie- en pretpark

n.v.t.

n.v.t.

10,75

10,75

99%

per hectare netto terrein

Volkstuin

n.v.t.

1,90

1,80

1,60

100%

per 10 tuinen

Plantentuin (botanische tuin)

n.v.t.

19,70

14,05

10,95

99%

per tuin

Horeca en (verblijfs-) recreatie

Camping (kampeerterrein)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,15

90%

per standplaats

Bungalowpark (huisjescomplex)

n.v.t.

n.v.t.

0,15

0,15

91%

per bungalow

1* Hotel

2,00

2,00

2,00

2,00

77%

per 10 kamers

2* Hotel

2,00

2,00

2,00

2,00

80%

per 10 kamers

3* Hotel

2,00

2,00

2,00

2,00

77%

per 10 kamers

4* Hotel

2,00

2,00

2,00

2,00

73%

per 10 kamers

5* Hotel

2,00

2,00

2,00

2,00

65%

per 10 kamers

Café/bar/cafetaria

11,50

11,50

11,50

n.v.t.

90%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Restaurant

11,50

11,50

11,50

n.v.t.

80%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Discotheek

12,50

12,50

10,00

5,50

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

1,00

1,00

1,00

n.v.t.

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Huisartsenpraktijk (-centrum)

1,35

1,35

1,05

0,45

57%

per behandelkamer

Apotheek

7,00

7,00

7,00

n.v.t.

45%

per apotheek

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

1,35

1,35

1,05

0,45

57%

per behandelkamer

Consultatiebureau

1,35

1,35

1,05

0,45

50%

per behandelkamer

Consultatiebureau voor ouderen

1,35

1,35

1,05

0,45

38%

per behandelkamer

Tandartsenpraktijk (-centrum)

2,70

2,70

2,40

1,90

47%

per behandelkamer

Gezondheidscentrum

1,35

1,35

1,05

0,45

55%

per behandelkamer

Ziekenhuis - patiënten en bezoekers

1,10

1,00

0,95

0,75

29%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Ziekenhuis - medewerkers

1,10

1,00

0,95

0,75

29%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Crematorium

n.v.t.

n.v.t.

6,50

6,50

99%

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

Begraafplaats

n.v.t.

n.v.t.

6,50

6,50

97%

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

Penitentiaire inrichting

0,45

0,45

0,45

0,45

37%

per 10 cellen

Religiegebouw

0,35

0,35

0,35

n.v.t.

100%

per zitplaats

Verpleeg- en verzorgingstehuis

0,55

0,55

0,75

0,25

60%

per wooneenheid

Scholen

Kinderdagverblijf (crèche)

1,00

1,00

0,75

0,75

0%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Basisonderwijs

11,50

11,50

11,50

11,50

48%

per leslokaal

Middelbare school

80,00

80,00

80,00

80,00

11%

per 100 leerlingen

ROC

48,00

48,00

48,00

48,00

7%

per 100 leerlingen

HBO

64,00

64,00

64,00

64,00

72%

per 100 studenten

Universiteit

64,00

64,00

64,00

64,00

48%

per 100 studenten

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

3,75

3,75

3,75

3,75

95%

per 10 studenten

*) exclusief bezoek.

**) inclusief middeldure huur.

Bijlage II – Kwaliteitseisen fiets

Inleiding

Naast het hanteren van parkeernormen voor fietsen, is ook de kwaliteit van fietsparkeervoorzieningen van belang. Slecht toegankelijke of onveilige stallingen kunnen leiden tot verkeerd gestalde fietsen, schade, diefstal en daarmee een lagere bereidheid om de fiets te gebruiken.

Bruikbaarheid

Op basis van de situatietekening bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning, beoordelen we of de daarop aangegeven fietsparkeerplaatsen bruikbaar zijn. Daarbij stellen we de volgende kwaliteitseisen:

•Fietsparkeerplaatsen voldoen aan de afmetingen in deze bijlage.

•Een fietsparkeerplaats bevindt zich op maaiveld of is bereikbaar via een helling van maximaal 5% of via een lift.

•De route naar de fietsenstalling is drempelvrij (comfortabel) en veilig.

•Eventuele tussendeuren openen mechanisch, bijvoorbeeld door een automatische deurdranger.

•De locatie van een fietsenstalling of fietsparkeervak wordt herkenbaar aangegeven.

•Een fietsparkeervak wordt bij voorkeur voorzien van een fietsparkeersysteem, zoals klemmen of aanleunhekken. Anders moet het vak zo worden aangelegd dat deze goed herkenbaar is, bijvoorbeeld in een afwijkende kleur bestrating met fietssymbolen.

•Een inpandige ruimte is vanaf de buitenruimte rechtstreeks bereikbaar en voor alle bezoekers toegankelijk.

•Een fietsparkeervoorziening op een trottoir mag niet ten koste gaan van de ruimte voor voetgangers om te passeren. De manoeuvreerruimte kan wel met een trottoir worden gecombineerd.

•Locaties dienen sociaal veilig en goed verlicht te zijn. Dit geldt zowel voor binnen- als buitenstallingen.

•Er wordt rekening gehouden met de grotere afmetingen van elektrische fietsen, fietsen met krat of kinderzitje, bakfietsen, bromfietsen en andere bijzondere modellen.

Afmetingen

Een fietsparkeervak heeft een lengte van 2,0 m en breedte van 0,65 m per fiets. Daarbij moet een manoeuvreerruimte (parkeerweg) van ten minste 1,2 m breed beschikbaar zijn. Een overkapping heeft een vrije hoogte van ten minste 2,3 m. Door toepassing van een fietsparkeersysteem dat voldoet aan het Fietsparkeur is het mogelijk om ruimte te besparen op deze afmetingen, bijvoorbeeld door een hoog-laag fietsenrek of een dubbellaagse stalling. In dat geval moet de oplossing uitgewerkt worden in de situatietekening, waarbij leverancier, model en type fietsparkeervoorziening worden aangeven. Fietsparkeur is een keurmerk dat de Stichting Fietsparkeur toekend als een fietsparkeervoorziening voldoet aan gestelde normen. Op www.fietsparkeur.nl is een overzicht van de fietsparkeersystemen met een licentie weergeven.

Bijlage III – Parkeernormen auto

Categorie

Functie

Centrum

Schil

Rest bebouwde kom

Buiten gebied

Bezoekers-aandeel

Eenheid

Wonen – gebruikers*

Koop, huis, vrijstaand

1,30

1,50

1,80

2,10

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, huis, twee-onder-een-kap

1,20

1,40

1,70

1,90

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, huis, tussen/hoek

1,10

1,30

1,50

1,70

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, appartement, >100 m² bvo

1,10

1,30

1,60

1,80

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, appartement, 75-100 m² bvo

1,00

1,10

1,20

1,40

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Koop, appartement, < 75 m² bvo

0,90

1,00

1,20

1,30

Zie Wonen - bezoek

per woning*

huur, huis, vrije sector**

0,90

1,10

1,20

1,40

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo

0,90

1,10

1,20

1,30

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo

0,60

0,70

0,90

1,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo

0,50

0,60

0,80

0,90

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, huis, sociale huur

0,70

0,80

1,00

1,10

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo

0,60

0,70

0,90

1,00

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo

0,50

0,60

0,80

0,90

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo

0,40

0,50

0,70

0,80

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Onzelfstandige woonruimte, huur

0,40

0,50

0,60

0,70

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat)

0,40

0,75

0,80

0,90

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)

0,30

0,40

0,50

0,60

Zie Wonen - bezoek

per woning*

Wonen – bezoek

Koop, huis, vrijstaand

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, huis, twee-onder-een-kap

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, huis, tussen/hoek

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, appartement, >100 m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, appartement, 75-100 m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Koop, appartement, < 75 m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

huur, huis, vrije sector**

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, vrije sector**, >100m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, vrije sector**, 75-100m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, vrije sector**, <75m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, huis, sociale huur

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, sociale huur, >100m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, sociale huur, 75-100m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Huur, appartement, sociale huur, <75m² bvo

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Onzelfstandige woonruimte, huur

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Zelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. aanleunwoning, serviceflat)

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Onzelfstandige woonruimte met zorgvoorzieningen (w.o. verpleeg-/verzorgingstehuis)

0,10

0,10

0,15

0,20

n.v.t.

per woning

Werken

Kantoor (zonder baliefunctie)

1,15

1,55

1,65

2,55

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

1,55

1,85

2,25

3,55

20%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief

(industrie, laboratorium, werkplaats)

1,35

1,75

2,15

2,35

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief

(loods, opslag, transportbedrijf)

0,65

0,75

0,95

1,05

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bedrijfsverzamelgebouw

1,05

1,35

1,55

1,95

5%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Opslagruimte

n.v.t.

n.v.t.

10,00

10,00

n.v.t.

per vestiging

Winkelen boodschappen

Buurtsupermarkt

1,90

2,70

3,40

n.v.t.

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Fullservice-supermarkt

3,30

4,30

5,15

n.v.t.

93%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Grote supermarkt (XL)

5,90

6,80

7,70

n.v.t.

84%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, kantoorartikelen)

n.v.t.

5,65

5,90

n.v.t.

80%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Groothandel algemeen

n.v.t.

6,40

6,40

n.v.t.

80%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners

3,30

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

82%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 30.000-50.000 inwoners

3,40

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

88%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 50.000-100.000 inwoners

3,80

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

92%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 100.000-175.000 inwoners

3,90

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

96%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum > 175.000 inwoners

3,60

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Buurtwinkel- en dorps(winkel)centrum

n.v.t.

3,10

3,70

n.v.t.

72%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wijkwinkelcentrum (klein)

n.v.t.

3,70

4,50

n.v.t.

76%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)

n.v.t.

4,30

5,10

n.v.t.

79%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wijkwinkelcentrum (groot)

n.v.t.

4,80

5,70

n.v.t.

81%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Stadsdeelcentrum

n.v.t.

5,20

6,30

n.v.t.

85%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Weekmarkt / klein wijk-, buurt- en dorpscentrum

0,20

0,20

0,20

n.v.t.

85%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Kringloopwinkel

n.v.t.

1,15

1,65

2,25

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bruin- en witgoedzaken

3,65

5,55

7,35

9,25

92%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Woonwarenhuis/woonwinkel

1,15

1,55

1,65

1,95

91%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Woonwarenhuis (zeer groot)

n.v.t.

n.v.t.

4,75

5,15

95%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Meubelboulevard/woonboulevard

n.v.t.

1,85

2,25

n.v.t.

93%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Winkelboulevard

n.v.t.

3,45

3,95

n.v.t.

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Outletcentrum

n.v.t.

8,80

9,60

10,40

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bouwmarkt

n.v.t.

1,75

2,25

2,45

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

n.v.t.

2,25

2,55

2,85

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

n.v.t.

2,25

2,55

2,85

89%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Cultuur en ontspanning

Bibliotheek

0,45

0,75

1,05

1,35

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Museum

0,40

0,60

0,95

n.v.t.

95%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bioscoop

3,20

7,90

11,00

13,70

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Filmtheater/filmhuis

2,60

5,20

7,70

9,90

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Theater/schouwburg

7,30

7,90

9,80

12,00

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Musicaltheater

2,90

3,40

3,90

5,10

86%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Casino

5,70

6,10

6,50

8,00

86%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Bowlingcentrum

1,60

2,20

2,80

2,80

89%

per baan

Biljart-/snookercentrum

0,85

1,05

1,35

1,75

87%

per tafel

Dansstudio

1,50

3,80

5,40

7,40

93%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Fitnessstudio/sportschool

1,40

3,40

4,70

6,50

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Fitnesscentrum

1,70

4,40

6,20

7,40

90%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Wellnesscentrum (thermen, kuurcentrum, beautycentrum)

n.v.t.

n.v.t.

9,30

10,30

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Sauna, hammam

2,50

4,60

6,60

7,30

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Sporthal

1,45

2,05

2,65

3,45

96%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Sportzaal

1,05

1,85

2,65

3,55

94%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Tennishal

0,30

0,40

0,50

0,50

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Padelhal

0,35

0,45

0,65

0,65

87%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Squashhal

1,60

2,40

2,70

3,20

84%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Zwembad overdekt

n.v.t.

10,70

11,50

13,30

97%

per 100 m² bassin

Zwembad openlucht

n.v.t.

10,10

12,90

15,80

99%

per 100 m² bassin

Zwemparadijs

n.v.t.

n.v.t.

4,00

4,00

99%

per 100 m² bassin

Sportveld

20,00

20,00

20,00

20,00

95%

per hectare netto terrein

Stadion

0,12

0,12

0,12

n.v.t.

99%

per zitplaats

Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)

1,15

1,35

1,65

2,05

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Kunstijsbaan (400 meter)

n.v.t.

2,05

2,35

2,75

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Ski- snowboardhal

n.v.t.

n.v.t.

2,35

n.v.t.

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Jachthaven

0,60

0,60

0,60

0,60

93%

per ligplaats

Golfoefencentrum (pitch en putt)

n.v.t.

n.v.t.

50,70

56,20

98%

per centrum

Golfbaan (18 holes)

n.v.t.

n.v.t.

95,60

118,30

98%

per 18 holes

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

2,90

3,70

4,40

5,10

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot

3,50

4,30

5,30

6,10

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

3,70

4,60

5,50

6,40

98%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Kinderboerderij (stadsboerderij)

2,90

3,70

4,40

5,10

97%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Manege (paardenhouderij)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0,40

90%

per box

Dierenpark

8,00

8,00

8,00

8,00

99%

per hectare netto terrein

Attractie- en pretpark

n.v.t.

n.v.t.

8,00

8,00

99%

per hectare netto terrein

Volkstuin

n.v.t.

1,25

1,35

1,45

100%

per 10 tuinen

Plantentuin (botanische tuin)

n.v.t.

7,50

10,50

13,50

99%

per tuin

Horeca en (verblijfs-) recreatie

Camping (kampeerterrein)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1,20

90%

per standplaats

Bungalowpark (huisjescomplex)

n.v.t.

n.v.t.

1,60

2,10

91%

per bungalow

1* Hotel

0,40

0,80

2,30

4,50

77%

per 10 kamers

2** Hotel

1,35

2,15

3,85

6,25

80%

per 10 kamers

3*** Hotel

2,00

3,10

4,70

6,80

77%

per 10 kamers

4**** Hotel

3,20

4,90

6,80

9,00

73%

per 10 kamers

5***** Hotel

5,00

7,60

10,10

12,60

65%

per 10 kamers

Café/bar/cafetaria

5,00

5,00

6,00

n.v.t.

90%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Restaurant

5,00

5,00

6,00

8,00

80%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Discotheek

6,10

12,30

18,40

20,80

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

4,00

5,50

7,50

n.v.t.

99%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Huisartsenpraktijk (-centrum)

2,05

2,45

2,95

3,25

57%

per behandelkamer

Apotheek

2,25

2,75

3,15

n.v.t.

45%

per apotheek

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

1,25

1,45

1,75

1,95

57%

per behandelkamer

Consultatiebureau

1,25

1,55

1,85

2,15

50%

per behandelkamer

Consultatiebureau voor ouderen

1,30

1,60

1,90

2,20

38%

per behandelkamer

Tandartsenpraktijk (-centrum)

1,55

1,95

2,35

2,65

47%

per behandelkamer

Gezondheidscentrum

1,55

1,85

2,15

2,45

55%

per behandelkamer

Ziekenhuis - patiënten en bezoekers

1,40

1,60

1,70

2,00

29%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Ziekenhuis - medewerkers

1,40

1,60

1,70

2,00

29%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Crematorium

n.v.t.

n.v.t.

30,10

30,10

99%

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

Begraafplaats

n.v.t.

n.v.t.

31,60

31,60

97%

per (deels) gelijktijdige plechtigheid

Penitentiaire inrichting

1,65

2,15

3,25

3,65

37%

per 10 cellen

Religiegebouw

0,15

0,15

0,15

n.v.t.

100%

per zitplaats

Verpleeg- en verzorgingstehuis

0,60

0,60

0,60

n.v.t.

60%

per wooneenheid

Scholen

Kinderdagverblijf (crèche)

0,90

1,10

1,20

1,50

0%

per 100 m² bruto vloeroppervlak

Basisonderwijs

0,75

0,75

0,75

0,75

48%

per leslokaal

Middelbare school

3,30

4,00

4,30

4,90

11%

per 100 leerlingen

ROC

4,20

4,80

5,20

5,90

7%

per 100 leerlingen

HBO

8,30

8,90

9,50

10,90

72%

per 100 studenten

Universiteit

11,70

13,50

14,70

16,80

48%

per 100 studenten

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

4,00

5,00

6,00

10,50

95%

per 10 studenten

*) exclusief bezoek.

**) inclusief middeldure huur.

Bijlage IV – Kwaliteitseisen autoparkeren

Alleen parkeerplaatsen die bereikbaar en bruikbaar zijn, worden als parkeerplaatsen beschouwd. Hierbij wordt de maatvoering zoals opgenomen in de meest recente ASVV aangehouden. Onderstaand zijn de belangrijkste maten weergegeven, voor overige maatvoering wordt verwezen naar de meest recente ASVV.

Voor parkeergarages wordt verwezen naar de NEN 2443:2013 ‘Parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages’ voor zover het gaat om openbare parkeergarages, niet-openbare parkeergarages en stallingsgarages.

Parkeervoorzieningen zijn in beginsel opgebouwd uit twee elementen waaraan eisen worden gesteld: de parkeerplaats en de parkeerweg (die toegang biedt tot de parkeerplaats).

Parkeerplaats

In onderstaande tabel staat de minimale maatvoering voor personenauto’s op of langs de weg of op een parkeerterrein, gebaseerd op de ASVV 2021 of diens vervanger. Voor gestoken parkeren wordt verwezen naar de meest recente versie van de ASVV.

Type openbare parkeerplaats

Breedte parkeervak

Lengte parkeervak

Haaksparkeren

2,50 meter

5,13 meter

Langsparkeren (kopvak)

2,00 meter

6,00 meter

Langsparkeren (tussenvak)

2,00 meter

5,50 meter

In de openbare ruimte wordt geen verschil gemaakt tussen lang parkeren en kort parkeren, omdat parkeerplaatsen vaak gebruikt worden door meerdere doelgroepen. Uitgangspunt is een ruime maatvoering zodat voldoende parkeercomfort wordt geboden zodat parkeerplaatsen ook daadwerkelijk worden gebruikt.

Voor parkeergarages geldt de NEN 2443:2013. Hierin wordt wel onderscheid gemaakt naar het gebruik van de parkeerplaatsen. In onderstaande tabel zijn enkel de haakse parkeervakken opgenomen. Voor overige indelingen wordt verwezen naar de NEN 2443:2013 of diens vervanger.

Gebruik garageparkeerplaats

Breedte parkeervak

Lengte parkeervak

Intensief openbaar gebruik (winkelcentra en stations)

2,50 meter

5,00 meter

Algemene openbare parkeergarages

2,40 meter

5,00 meter

Niet openbare of private stallingsgarages

2,30 meter

5,00 meter

Gehandicaptenparkeerplaats

Gehandicaptenparkeerplaatsen dienen zowel bij haaks-, als langsparkeren 3,5 meter breed te zijn of 3,0 meter als er een vrije uitstapstrook naast het parkeervak is. Ook dient een gehandicaptenparkeerplaats zo dicht mogelijk bij de hoofdentree gesitueerd te worden. De lengte van deze vakken is gelijk aan reguliere parkeerplaatsen.

Parkeerweg

De breedte van de parkeerweg moet zodanig zijn dat de parkeermanoeuvre vloeiend en schadevrij kan worden uitgevoerd. Naarmate de parkeerhoek kleiner is, is minder ruimte nodig. In onderstaande tabel staat de minimale breedte van de parkeerweg bij haaksparkeren, bij een parkeervakbreedte van 2,50 meter, gebaseerd op de ASVV 2021 en de NEN 2443:2013.

Type parkeervak

Breedte parkeerweg

Haaksparkeren - openbare ruimte

6,00 meter

Haaksparkeren - parkeergarage

5,50 meter

langs-/ fileparkeren

3,50 meter

Bijlage V – Aanwezigheidspercentages

Doelgroep/Dagdeel

Werkdag-ochtend

Werkdag-middag

Werkdag-avond

Werkdag-nacht

Koop-avond1

Vrijdag-middag

Vrijdag-avond

Zaterdag-middag

Zaterdag-avond

Zondag-middag

Woningen bewoners

60

60

90

100

80

70

70

75

80

75

Woningen bezoekers

40

50

75

0

70

60

100

100

100

90

Kantoor/bedrijven

100

100

5

0

5

60

0

0

0

0

Commerciële dienstverlening

100

100

5

0

75

100

5

02

0

0

Detailhandel

30

60

10

0

75

60

60

100

03

60

Grootschalige detailhandel

30

60

70

0

80

60

70

100

03

04

Supermarkt

50

60

40

0

80

80

80

100

40

60

Sportfuncties binnen

50

50

100

0

100

40

100

100

100

75

Sportfuncties buiten

25

25

50

0

50

25

50

100

25

100

Bioscoop/theater/podium/enzovoort

5

40

50

0

50

40

100

40

100

40

Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebureau

100

100

10

0

10

75

0

0

0

0

Verpleeghuis/verzorgingstehuis

100

100

50

25

50

100

50

100

100

100

Ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers

100

100

40

5

40

100

40

40

40

40

Ziekenhuis medewerkers

100

100

40

10

40

100

40

20

20

20

Restaurant5

30

40

80

0

80

60

90

70

100

40

Dagonderwijs

100

100

0

0

0

100

0

0

0

0

Avondonderwijs

0

0

100

0

100

0

100

0

0

0

1) Indien sprake van een traditionele koopavond

2) Indien op zaterdag open: 100%

3) Indien 's avonds open: 70%

4) Indien koopzondag: 100%

5) Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende typen restaurants noodzakelijk

Bijlage VI – Rekenfactoren opritten en garages

Het aanwezige parkeeraanbod op eigen terrein (garage, oprit) wordt niet altijd uniform vastgesteld. Soms wordt een garage als een volwaardige of halve parkeerplaats meegeteld bij het opstellen van de parkeerbalans.

Onderstaand zijn de rekenfactoren weergegeven. De basis van het berekeningsaantal komt voort uit publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024' van het CROW. In het centrumgebied kan beargumenteerd afgeweken worden van deze getallen. Buiten het centrum kan dit i.v.m. het risico op overloop van parkeeroverlast naar andere gebieden niet.

Parkeervoorziening

Theoretisch aantal

Berekenings- aantal

Opmerking

Korte oprit

zonder garage

1

0,8

Oprit minimaal 6 meter diep

Lange oprit

zonder garage of carport

2

1,0

Oprit minimaal 12 meter diep

Brede oprit

zonder garage

2

1,7

Oprit minimaal 5,5 meter breed

Garage zonder oprit

(bij woning)

1

0,4

Garagebox

(niet bij woning)

1

0,5

Garage

met korte oprit

2

1,0

Oprit minimaal 6 meter diep

Garage

met lange oprit

3

1,3

Oprit minimaal 12 meter diep

Garage

met brede oprit

3

1,8

Oprit minimaal 5,5 meter breed

Bijlage VII – Loopafstanden

De maximale loopafstanden zijn gebaseerd op richtlijnen van het CROW en aangevuld met gemeentelijke praktijkervaring. Voor fietsparkeerplaatsen geldt dat gebruikers hun fiets het liefst dicht bij de bestemming stallen; daarom zijn de afstanden relatief kort, zeker bij woningen. Voor autoparkeerplaatsen zijn langere afstanden acceptabel, vooral in centrumgebieden waar ruimte schaars is. In minder stedelijke gebieden en het buitengebied worden kortere loopafstanden gehanteerd, passend bij de ruimtelijke inrichting en gebruikersverwachting.

Tabel 1 Maximale loopafstand in meters voor fietsparkeerplaatsen.

Functie

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Wonen

100

50

50

50

Werken

400

200

200

200

Winkelen

300

150

150

150

Overig

200

100

100

100

Tabel 2 Maximale loopafstand in meters voor autoparkeerplaatsen.

Functie

Centrum

Schil centrum

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Wonen

500

400

150

100

Werken

800

500

300

300

Winkelen

600

500

300

300

Overig

400

200

150

150

Bijlage VIII – Parkeerdruk meten

In deze bijlage staat beschreven hoe de parkeerdruk in een gebied wordt gemeten. De parkeerdruk moet gemeten worden door een onafhankelijk bureau waar de gemeente goedkeuring voor geeft. Stem dit dus vooraf af. De parkeerdruk wordt uitgedrukt in een percentage dat de bezetting van het aantal beschikbare parkeerplaatsen weergeeft. Daarbij wordt eerst het gebied bepaald waarin het onderzoek zal plaatsvinden, dit heeft een relatie met de acceptabele loopafstanden. Vervolgens wordt het aantal (legale) parkeerplaatsen geteld, waarna op diverse tijdstippen de bezetting wordt geteld.

Afbakening gebied

In Bijlage VII – Loopafstanden staat de acceptabele loopafstand voor diverse bestemmingen in verschillende gebieden. Binnen die afstand moet een oplossing voor het parkeren gevonden worden. De loopafstand wordt gemeten vanaf de hoofdingang van een complex. Dit gebied wordt op een kaart aangegeven. Als er in het gebied een parkeerregime bestaat zijn de sectorgrenzen hiervan ook een harde grens. In dat geval kan er met de verkeerskundige overlegd worden voor de juiste grenzen.

Aantal parkeerplaatsen

Vervolgens wordt het aantal geparkeerde auto’s geteld. Als er geen parkeervakken zijn aangeduid, wordt de straatlengte in meters gedeeld door zes meter (lengte parkeervak volgens Bijlage IV – Kwaliteitseisen autoparkeren). De straatlengte wordt gemeten tussen kruispunten en onderbrekingen (een plaats in een parkeerstrook voor bijv. een boom, speelplek, afvalcontainer of een uitrit). Ook mag vijf meter vanaf een bocht niet worden geparkeerd. Dit moet worden afgetrokken van de straatlengte. Als de deling leidt tot een getal achter de komma, dan wordt het aantal plaatsen naar beneden afgerond.

Bij illegaal parkeren, zoals half op het trottoir, telt dit als overgebruik van de bestaande capaciteit. De bezettingsgraad kan hierdoor boven de 100% uitkomen. Dit betekent dat er dus meer geparkeerde auto's staan dan er parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Soms wordt half parkeren op het trottoir toegestaan. Als dit het geval is, is het van belang dat de plekken correct worden opgenomen in de afbakening van het gebied. Daarbij geldt de vuistregel: als gedeeltelijk op trottoir parkeren gedoogd wordt of is toegestaan, geldt dat zolang een brandweerauto door de straat kan rijden en een rolstoel/kinderwagen over het trottoir de auto kan passeren, het als acceptabel wordt beschouwd.

Aantal geparkeerde auto’s

Bij deze berekening wordt uitgegaan van parkeerplaatsen en de auto’s die op deze plaatsen zijn geparkeerd. Afhankelijk in welk gebied de meting wordt uitgevoerd moet bekeken worden of parkeerplaatsen op een eigen terrein meegeteld dienen te worden of niet. Het gaat immers om de situatie die mensen tegenkomen als zij in een bepaalde straat of bepaald gebied willen parkeren. Ook auto’s op gehandicaptenparkeerplaatsen en nadere gereserveerde parkeerplaatsen op de openbare weg tellen niet mee.

Tijdstippen van meting

De metingen kunnen op verschillende momenten worden uitgevoerd en dienen vooraf afgestemd te worden met de verkeerskundige. Hierdoor kan de lokale situatie en de daarbij horende parkeerdruk het beste meegenomen worden. Uitgangspunt hierbij zijn minimaal 3 verschillende meetmomenten, die worden afgestemd met de verkeerskundige. Ook de exacte data worden afgestemd i.v.m. wegwerkzaamheden en evenementen. Voorbeelden van telmomenten die we vragen zijn:

•Doordeweekse ochtend 10.00-12.00 uur;

•Doordeweekse middag 13.00-15.00 uur;

•Doordeweekse avond/nacht 18:00-20.00 uur;

•Doordeweekse avond/nacht 22.00-00.00 uur;

•Koopavond 18.00-20.00 uur;

•Zaterdagmiddag 13.00-15.00 uur.

De doordeweekse tellingen geven een beeld van de ‘normale parkeerdruk', vooral in woongebieden; de tellingen op koopavond en zaterdagmiddag geven een beeld van de tellingen tijdens de wekelijkse piekdrukte. De tellingen worden uitgevoerd buiten de vakantieperioden, tenzij anders overeengekomen met de verkeerskundige.

Parkeerdruk

Onderstaand zijn de rekensommen weergegeven die aantonen of er restcapaciteit beschikbaar is in het onderzoeksgebied:

De verschillende tijdstippen kunnen een verschillende parkeerdruk opleveren. Immers: in de avond kunnen de parkeerplaatsen anders gebruikt worden dan overdag. Per tijdstip wordt de bestaande en toekomstige parkeerdruk bepaald. Dit betekent dat als op één van de gemeten tijdstippen de parkeerdruk boven de 70% uitkomt, er geen gebruik kan worden gemaakt van de restcapaciteit van parkeerplaatsen op acceptabele loopafstand van de ontwikkeling.

Ook met de toevoeging van de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling mag de parkeerdruk niet boven de 70% uitkomen. De 30% die theoretisch vrij is, is bedoeld voor zoekverkeer, excessen in de omgeving en andere ruimtelijke uitdagingen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld nieuwe verdeelstations van Enexis, vergroening tegen hittestress, wateropvang toevoegen, etc.

De parkeerdruk wordt gemeten en vastgesteld over het gehele meetgebied. Het kan voorkomen dat in onafhankelijke sectoren binnen het gebied een lagere of hogere gemiddelde bezetting wordt gemeten. Uiteindelijk geldt het percentage over het gehele gebied in verband met het waterbedeffect dat optreedt bij parkeervraagstukken.

Bijlage IX – Voorbeeld invulling parkeerbalans

Om duiding te geven aan het gebruik van deze Nota Parkeernormen is onderstaand een uitgebreid voorbeeld uitgewerkt. Hiermee wordt de te hanteren systematiek duidelijk. Hieronder staat het stroomschema waarmee de parkeervraag en het aanbod bepaald worden. Daarna volgt de uitwerking.

Fictieve situatie

Een projectontwikkelaar wil in de schil van het centrum (binnen het gereguleerde gebied) een gemengd gebouw realiseren in een al bestaand pand. In het gebouw komen de volgende functies:

•12 huurappartementen (vrije sector, 75–100 m² BVO);

•300 m² kantoorruimte zonder baliefunctie;

•150 m² commerciële plint met horecagelegenheid (restaurant);

•Bestaand pand: een kantoor van 250 m² (zonder baliefunctie) wordt hergebruikt;

•Locatie ligt op 350 meter loopafstand van station Roosendaal;

•Er worden 2 deelauto’s aangeboden voor toekomstige bewoners;

•Er is beperkte ruimte op eigen terrein beschikbaar.

Stap 1 – Normatieve parkeerbehoefte

Voor auto (gebruikersnorm):

•12 appartementen (huur, vrije sector, 75-100 m²):

Norm bewoners = 0,70 per woning → 12 × 0,70 = 8,40

o Enkel bij woningen is de norm exclusief bezoek

o Bezoekersaandeel woning: 0,10 per woning → 12 × 0,10 = 1,20

•Kantoor 300 m²: Norm = 1,55 / 100 m² → 300 / 100 × 1,55 = 4,65

o Bezoekersaandeel is 5% → 4,65 × 0,05 = 0,23

•Restaurant 150 m²: Norm = 5,0 / 100 m² → 150 / 100 × 5,0 = 7,50

o Bezoekersaandeel is 80% → 7,50 × 0,80 = 6,0

Totaal bruto: 8,4 + 1,2 + 4,65 + 7,50 = 21,75 autoparkeerplaatsen, waarvan 7,43 voor bezoek.

Voor fiets (gebruikersnorm):

•12 appartementen (huur, vrije sector, 75-100 m²):

Norm bewoners = 4,25 per woning → 12 × 4,25 = 51,0

o Enkel bij woningen is de norm exclusief bezoek

o Bezoekersaandeel woning: 0,30 per woning → 12 × 0,30 = 3,60

•Kantoor 300 m²: Norm = 1,15 / 100 m² → 300 / 100 × 1,15 = 3,45

o Bezoekersaandeel is 5% → 3,45 × 0,05 = 0,17

•Restaurant 150 m²: Norm = 11,5 / 100 m² → 150 / 100 × 11,5 = 17,25

o Bezoekersaandeel is 80% → 17,25 × 0,80 = 13,8

Totaal bruto: 51,0 + 3,6 + 3,45 + 17,25 = 75,30 fietsparkeerplaatsen, waarvan 17,57 voor bezoek.

Stap 2 – Dubbelgebruik toepassen

Aanwezigheidspercentages worden toegepast volgens maatgevende momenten:

Auto:

Maatgevend moment auto: zaterdagavond (hoogste gezamenlijke parkeerdruk):

•Wonen gebruikers zaterdagavond: 80% bezet → 8,40 × 80% = 6,72

o Wonen bezoekers zaterdagavond: 100% bezet → 1,2 × 100% = 1,20

•Kantoor zaterdagavond: 0% bezet → 4,65 × 0% = 0

o Bezoekersaandeel is 5% → 0 × 0,05 = 0

•Restaurant zaterdagavond: 100% bezet → 7,5 × 100% = 7,5

o Bezoekersaandeel is 80% → 7,50 × 0,80 = 6,0

Totaal parkeervraag maatgevende moment met dubbelgebruik = 6,72 + 1,20 + 0 + 7,5 = 15,42 autoparkeerplaatsen, waarvan 7,2 voor bezoek en dus 8,22 voor bewoners en werkers.

Fiets:

Maatgevend moment auto: werkdag avond (hoogste gezamenlijke parkeerdruk)

•Wonen gebruikers werkdag avond: 90% bezet → 51,0 × 90% = 45,90

o Wonen bezoekers werkdag avond: 75% bezet → 3,60 × 75% = 2,70

•Kantoor werkdag avond: 5% bezet → 3,45 × 5% = 0,17

o Bezoekersaandeel is 5% → 0,17 × 0,05 = 0

•Restaurant werkdag avond: 80% bezet → 17,25 × 80% = 13,80

o Bezoekersaandeel is 80% → 13,80 × 0,80 = 11,04

Totaal parkeervraag maatgevende moment met dubbelgebruik = 45,9 + 2,70 + 0,17 + 13,8 = 62,57 fietsparkeerplaatsen, waarvan 13,74 voor bezoek en dus 48,83 voor bewoners en werkers.

Hierbij dient aangemerkt te worden dat voor bezoek het maximaal aantal bezoekersparkeerplaatsen openbaar toegankelijk dient te zijn. Dit geldt voor zowel autoparkeerplaatsen als fietsparkeerplaatsen. Het kan zijn dat deze maximale aantallen op een ander moment worden bereikt.

Voor deze casus geldt dat voor autoparkeren het maatgevende moment ook het maatgevende moment is voor autobezoekers. Voor fietsparkeren geldt dat het maatgevende moment voor het aantal parkeerplaatsen op de werkdag avond is, terwijl dit voor bezoek op zaterdagavond is. Het aantal openbaar toegankelijke parkeerplaatsen dient minimaal gelijk te zijn aan het maximale parkeerplaatsen voor bezoekers. Voor fietsers is dat hier 17,40, en niet de 13,74. De absolute maximale aantallen parkeerplaatsen kan gelijk blijven, maar het aandeel dat openbaar toegankelijk dient te zijn, is groter. Bewoners en werkers kunnen de openbaar toegankelijke aantallen eventueel ook gebruiken.

Stap 3 – Salderen bestaande functie

Bestaand kantoor 250 m² in gebruik (zonder baliefunctie):

Norm auto = 1,55 → 1,55 × 250 / 100 = 3,88 autoparkeerplaatsen.

Norm fiets = 1,15 → 1,15 × 250 / 100 = 2,88 fietsparkeerplaatsen.

Aanwezigheid auto zaterdagavond: 0% → 3,88 × 0% = 0.

Aanwezigheid fiets werkdag avond: 5% → 2,88 × 5% = 0,14.

Gesaldeerde autoparkeerplaatsbehoefte = 15,42 - 0 = 15,42 autoparkeerplaatsen.

Gesaldeerde fietsparkeerplaatsbehoefte = 62,57 - 0,14 = 62,43 fietsparkeerplaatsen.

De normatieve parkeerbehoefte bedraagt:

15,42 autoparkeerplaatsen en 62,43 fietsparkeerplaatsen. Voor de autoparkeerplaatsen wordt nog verder gerekend, dus daar wordt nog niet afgerond. De opties voor fietsparkeerplaatsen houden hier op, wat betekent dat er 63 fietsparkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden, waarvan 18 fietsparkeerplaatsen voor bezoekers.

Stap 4 – Stationscorrectie

Het plan ligt binnen 500 meter van station → 25% reductie op alle functies.

Auto: 8,22 × 0,25 = 2,055 autoparkeerplaatsen.

Autobezoek: 7,2 × 0,25 = 1,8 autoparkeerplaatsen.

Samen betekent dit een stationscorrectie van 3,855 autoparkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte na stationscorrectie bedraagt voor bewoners: 8,22 – 2,055 = 6,165 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte na stationscorrectie bedraagt voor bezoekers: 7,2 – 1,8 = 5,4 parkeerplaatsen.

Samen betekent dit een parkeerbehoefte na de stationscorrectie van 11,565 parkeerplaatsen.

Stap 5 – Alternatieve vervoersconcepten

Er worden 2 deelauto’s gerealiseerd binnen de ontwikkeling, in schil centrum (met parkeerregulering). Deze locatie geeft een plafondkorting van maximaal 15% van de parkeerbehoefte. De autodeelcorrectie kan alleen worden toegepast op bewoners van de woonfunctie. Zoals aangetoond in stap 2 zijn er op het maatgevende moment 6,72 parkeerplekken benodigd voor bewoners van de woningen.

6,72 parkeerplaatsen × 15% = 1,008 parkeerplaatsen (correctieplafond).

De ontwikkelaar stelt 2 deelauto’s beschikbaar. De nota stelt dat 1 deelauto in het centrum maximaal 4 autoparkeerplaatsen vervangt; een correctie van 3 parkeerplaatsen per deelauto. De werkelijke correctie bedraagt: 2 deelauto’s × 3 parkeerplaatsen = 6 parkeerplaatsen correctie. Dit is meer dan het plafond. Het plafond is dus de maat voor de correctie.

De parkeerbehoefte na deelautocorrectie bedraagt voor bewoners: 6,165 – 1,008 = 5,157 parkeerplaatsen.

De parkeerbehoefte na deelautocorrectie voor bezoekers blijft gelijk en is 5,4 parkeerplaatsen.

Samen betekent dit een parkeerbehoefte na de stationscorrectie en deelautocorrectie van 10,557 parkeerplaatsen.

Afgerond betekent dit een gecorrigeerde parkeerbehoefte van 11 autoparkeerplaatsen.

Stap 6 – Invulling parkeerplaatsen op eigen terrein

Op eigen terrein wordt een parkeergarage gerealiseerd. Het gaat om een inpandige parkeergarage met 6 bruikbare autoparkeerplaatsen. Hiervan worden er twee parkeerplaatsen gereserveerd voor de deelauto’s die bewoners kunnen gebruiken.

Hiermee komt de totale invulling van parkeerplaatsen op eigen terrein op: 6 - 2 (korting op deelauto is immers al gegeven in stap 5) = 4 autoparkeerplaatsen.

In dezelfde parkeergarage is een gemeenschappelijke fietsenstalling van 48 fietsparkeerplaatsen die alleen toegankelijk is voor bewoners. Deze fietsenstalling is goed per fiets en te voet te bereiken en er zijn dus 48 fietsparkeerplaatsen beschikbaar op eigen terrein.

Stap 7 – Alternatieve private parkeeroplossing

Er wordt aangetoond dat het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein echt niet mogelijk is en dit is overlegd met de adviseur van de gemeente.

Er wordt een overeenkomst gesloten met een nabijgelegen parkeergarage op 150 meter loopafstand voor 5 autoparkeerplaatsen, 10 jaar geborgd. Op deze locatie is geen ruimte voor fietsparkeerplaatsen.

Dit brengt het totaal, inclusief private oplossing: 4 + 5 = 9 autoparkeerplaatsen en 48 fietsparkeerplaatsen.

Stap 8 – benutten restcapaciteit openbare ruimte

Uit een door de ontwikkelaar uitgevoerde parkeerdrukmeting blijkt dat de bezetting 66% bedraagt (onder de 70%) en er nog voldoende ruimte is in de openbare ruimte. Dit bleek ook uit de gegevens die de gemeente al in haar bezit had.

Er worden 2 parkeerplaatsen benut in de openbare ruimte. Hiermee zijn er dus 11 parkeerplaatsen beschikbaar ten behoeve van de ontwikkeling. Deze worden afgekocht en de adressen krijgen de beschikking over twee parkeervergunning. 2 adressen komen daarmee niet op de AUP-lijst, de overige adressen wel. Afspraken tussen de gemeente en de ontwikkelaar bepalen welke appartementen op de AUP-lijst komen. Met deze stap is het autoparkeervraagstuk afgerond.

Daarnaast blijkt uit de meting dat in de openbare ruimte ook nog 18 fietsparkeerplaatsen binnen acceptabele loopafstanden beschikbaar zijn of te realiseren zijn voor bezoekers. Omdat de ruimte in de bergingen voldoende is voor de fietsen van bewoners, gaat de gemeente akkoord met het voorstel van de ontwikkelaar om hier gebruik van te maken, met name voor bezoekers. Hiermee komt het totaal op 48+18 = 66 fietsparkeerplaatsen, waardoor het parkeervraagstuk akkoord wordt bevonden.

Stap 9 – Afkoop

Wanneer stap 8 nog niet sluitend zou zijn geweest, was het nog mogelijk om een aantal parkeerplaatsen af te kopen. Hiermee wordt het tekort opgevangen dat niet privaat of openbaar kan worden opgelost. Wanneer dit het geval is, komen de adressen wél op de AUP-lijst te staan en is het verkrijgen van een parkeervergunning niet meer mogelijk.

Iteratief proces - nadere afstemming met gemeente

Het kan voorkomen dat het plan niet meteen akkoord is. Samen met de verkeerskundig adviseur van de gemeente en de projectleider ruimtelijke ordening is het dan mogelijk om het programma te herijken totdat het wel passend is.

Resultaat ingevuld in de parkeerbalans

Onderstaande tabel geeft weer op welke wijze vraag en aanbod in balans zijn. Hierbij valt op dat er meer fietsparkeerplaatsen gerealiseerd worden dan er vraag naar is. Dit is het gevolg van een ander maatgevend moment voor bezoekers.

Het aanbod moet ook afgestemd zijn met het gebruik. De parkeerplaatsen voor bezoekers moeten toegankelijk zijn voor hen. In dit geval kan het zijn dat men vrij toegang kan verlenen tot de parkeerplaatsen op eigen terrein, dat men vrij toegang kan verlenen aan de alternatieve private parkeeroplossing of dat het bezoek in de openbare ruimte wordt aangemeld of dat bezoek in de openbare ruimte betaalt parkeert. Het toedelen van parkeerplaats hoort thuis in de onderbouwing.

Bijlage X – Voorbeeldcasus gebruik deelauto

Onderstaande casus geeft een beeld hoe binnen de kaders van de Nota Parkeernormen een ontwikkelaar gebruik kan maken van de mobiliteitscorrectie via deelauto’s.

Situatie

Een ontwikkelaar transformeert een bestaand kantoorpand (sloop en nieuwbouw) in het centrum van Roosendaal tot 22 appartementen. De locatie ligt binnen het gereguleerd gebied met een hoge parkeerdruk en valt onder het deelgebied "Centrum". Parkeren op eigen terrein is beperkt mogelijk.

Parkeerbehoefte

De normatieve parkeerbehoefte voor 22 koopappartementen met een vloeroppervlak van 75m² tot 100 m² bedraagt 1,0 pp/woning + 0,1 pp/woning voor bezoekers = 24,2 parkeerplaatsen. Omdat de deelauto alleen gebruikt kan worden voor bewoners is de maximale parkeerbehoefte die gecorrigeerd kan worden door de deelauto 22 parkeerplaatsen.

Correctie met deelauto’s

In het centrumgebied mag maximaal 25% van de parkeerbehoefte worden gecorrigeerd door middel van de inzet van deelauto’s. Dit komt neer op een maximale reductie van:

22parkeerplaatsen × 25% = 5,5 parkeerplaatsen (correctieplafond).

De ontwikkelaar stelt 2 deelauto’s beschikbaar. De nota stelt dat 1 deelauto in het centrum maximaal 3 autoparkeerplaatsen vervangt. De werkelijke correctie bedraagt: 2 deelauto’s × 3 parkeerplaatsen = 6 parkeerplaatsen correctie. Dit is meer dan het plafond. Het plafond is dus de maat voor de correctie.

De parkeerbehoefte na deelautocorrectie bedraagt: 22 – 5,5 = 16,5 parkeerplaatsen = 17 parkeerplaatsen.

Parkeeroplossing

•Op eigen terrein gerealiseerd: 17 parkeerplaatsen (incl. 2 parkeerplaatsen voor de deelauto's);

•Deelauto’s op eigen terrein: 2 (mobiliteitscorrectie: 5,5 plaatsen);

De beschikbaarheid van de deelauto’s wordt geborgd via:

•Intentieverklaring exploitant;

•Opname in splitsingsakte van VvE;

•Rapportageverplichting aan gemeente (jaarlijks gebruiksoverzicht);

•Adres wordt opgenomen op de AUP-lijst (geen parkeervergunningen).

Bijlage XI – Begrippenlijst

Afkoopregeling

Mogelijkheid om (een deel van) de parkeerbehoefte financieel af te kopen indien realisatie op eigen terrein of via alternatieve oplossingen niet haalbaar is. De afkoopsom wordt gestort in het gemeentelijke mobiliteitsfonds.

AUP-lijst (Adressen Uitgesloten van Parkeervergunning)

Lijst van adressen waarvoor geen parkeervergunning of bezoekersregeling kan worden aangevraagd. Van toepassing bij ontwikkelingen die op andere wijze aan de parkeerbehoefte voldoen.

Autoluw gebied

Gebied binnen Roosendaal waar het ontsluiten van parkeerplaatsen naar de openbare weg in principe niet is toegestaan.

Bereikbaarheidsprofiel

Een bereikbaarheidsprofiel is een analyse die inzicht geeft in de bereikbaarheid van een locatie/ ontwikkeling voor verschillende vormen van vervoer. Het geeft een beschrijving van de mate van bereikbaarheid voor een locatie/ ontwikkeling op het gebied van openbaar vervoer, fietsers, voetgangers, auto's en vrachtverkeer.

Bezoekersaandeel

Aanvullende parkeerruimte die nodig is voor bezoek aan een functie, zoals woningen of voorzieningen. Verschilt per gebied en modaliteit.

Correctiefactor / Mobiliteitscorrectie

Verlaging van de normatieve parkeerbehoefte op basis van alternatieve mobiliteitsoplossingen, zoals de inzet van deelauto’s of nabijheid van een OV-knooppunt.

Deelauto

Een auto die door meerdere gebruikers wordt gedeeld, bijvoorbeeld via een commercieel platform of binnen een bewonerscollectief. Kan onder voorwaarden leiden tot verlaging van de parkeerbehoefte.

Dubbelgebruik

Het meervoudig inzetten van parkeerplaatsen bij verschillende functies binnen een ontwikkeling, door gebruik te maken van gespreide aanwezigheidsmomenten. Gebaseerd op aanwezigheidspercentages (CROW).

Eigen terrein:

Grond die niet in eigendom of beheer is van de gemeente en waarvoor de eigenaar zelf verantwoordelijk is.

Functiewijziging:

Een verandering van het gebruik van een gebouw of perceel naar een andere bestemming of functie, bijvoorbeeld van kantoor naar wonen of van winkel naar horeca.

Gecorrigeerde parkeerbehoefte

De parkeerbehoefte na toepassing van mobiliteitscorrecties, zoals de stationscorrectie of de inzet van deelmobiliteit.

Kwaliteitseisen parkeren

Richtlijnen waaraan parkeerplaatsen moeten voldoen met betrekking tot bruikbaarheid, afmetingen, bereikbaarheid en toegankelijkheid. Uitgewerkt in bijlagen.

Loopafstand

Acceptabele loopafstand tussen de parkeerplaats en de hoofdentree van een functie. Verschilt per modaliteit, doelgroep en gebied.

Maatwerk

Afwijking van standaardnormen op basis van locatie-specifieke omstandigheden of beleidsdoelen. Altijd onderbouwd en getoetst door de gemeente.

Mobiliteitsfonds

Gemeentelijk fonds waarin afkoopsommen worden gestort. Wordt ingezet voor mobiliteitsvoorzieningen die bijdragen aan duurzame bereikbaarheid (zoals fietsenstallingen, OV-knooppunten of mobiliteitshubs).

Normatieve parkeerbehoefte

De parkeerbehoefte op basis van parkeernormen, vóór toepassing van eventuele correcties. Geldt als ondergrens voor het aantal benodigde parkeerplaatsen.

Parkeerbalans

Overzicht van de berekende parkeervraag en de voorgestelde parkeeroplossing binnen een ontwikkeling. Dient sluitend te zijn en onderbouwd met berekeningen.

Parkeerbehoefte

Het aantal parkeerplaatsen dat noodzakelijk is voor een ontwikkeling. Wordt bepaald op basis van normen, aanwezigheidspercentages en eventuele correcties.

Parkeernormen

Standaardgetallen (per functie) die aangeven hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn, uitgedrukt per eenheid (zoals m² BVO of per woning). Gebaseerd op CROW-publicatie 744.

Ruimtelijke ontwikkeling

Het geheel van plannen, activiteiten en beleidskeuzes waarmee de fysieke ruimte wordt ingericht en gebruikt, zoals woningbouw, bedrijventerreinen en openbare ruimte.

Salderen

Verrekening van parkeerbehoefte door het vervallen van bestaande functies binnen een herontwikkelingslocatie. Alleen toegestaan bij aantoonbare parkeerdruk uit het verleden.

Stationscorrectie

Reductie van 25% op de parkeerbehoefte voor plannen binnen 500 meter van het treinstation Roosendaal, vanwege de goede bereikbaarheid met OV en aanwezigheid van voorzieningen.

Stedelijkheidsgraad

Mate van verstedelijking van een gebied, op basis van adressendichtheid. Bepaalt mede de hoogte van de toe te passen parkeernormen.

Toepassingskader

Stappenplan in de nota waarmee ontwikkelaars, ontwerpers en toetsers tot een passende parkeerbehoefte en invulling daarvan komen.

Bijlage XII - Gebiedsindeling

Hieronder is de gebiedsindeling weergegeven. Let op bij de straten Borchwerf en Jan Vermeerlaan, hierbij ligt de scheiding niet midden op de weg maar aan de centrumzijde van de weg.

Blauw is de scheiding tussen centrum en schil centrum. Rood is de scheiding tussen schil centrum en rest bebouwde kom.

De scheiding tussen rest bebouwde kom en het buitengebied is de bebouwde kom grens, waarbij de bebouwde kom van dorpen overeenkomt met rest bebouwde kom. Deze schuift dus mee wanneer deze kom grens opschuift.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.