Gemeentelijke regelgeving

Nota bodembeheer 2022-2032

Gemeente Roosendaal · geldt sinds 12 december 2022

Aanhef

De raad van de gemeente Roosendaal;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 september 2022;

gezien het advies van de Commissie van 6 oktober 2022;

BESLUIT

vast te stellen de Nota bodembeheer 2022-2032

Inleiding

I. Beheergebied

Het regionale bodembeleid is tot stand gekomen in samenwerking met 23 gemeenten in de regio Midden-West Brabant en de Omgevingsdienst Midden-West Brabant. De deelnemende gemeenten zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

Het bodembeleid dat in deze Nota is beschreven, is van toepassing op het beheergebied van de deelnemende gemeenten, zie figuur 1.

II. Reikwijdte

Deze Nota bodembeheer is opgesteld als een uitvoeringsdocument waarin is beschreven op welke wijze moet worden omgegaan met grondstromen. In de Nota zijn de regels en procedures voor het binnen de deelnemende gemeenten toepassen van (licht verontreinigde) grond en baggerspecie als bodem nader toegelicht.

Daarnaast is in de Nota beschreven wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem.

Naast grondverzet binnen de gemeentegrenzen en binnen het beheergebied (zie figuur 1) is in deze Bodembeheernota ook beschreven hoe moet worden omgegaan met het toepassen van een partij grond of baggerspecie die afkomstig is van een locatie die buiten het beheergebied is gelegen (introduceren van grond en/of baggerspecie van buiten het beheergebied).

Bij zowel de gebiedsspecifieke als de generieke toepassingseisen is uitgegaan van het op landbodem toepassen van grond en baggerspecie, inclusief het op aangrenzende percelen verspreiden van baggerspecie. Toepassingen in oppervlaktewater maken geen onderdeel uit van deze Bodembeheernota.

De bodemkwaliteitskaarten geven een beeld van de algemene kwaliteit van de bodem in een gebied. De Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn niet van kracht op locaties die verdacht zijn op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Verdachte locaties zijn locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk een negatieve invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit. Voor deze locaties dient altijd door middel van bodemonderzoek de milieuhygiënische kwaliteit te worden bepaald. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een te ontgraven of toe te passen partij ligt altijd bij de initiatiefnemer.

Het gemeentelijke gebiedsspecifieke beleid voor het toepassen van grond en baggerspecie, zoals beschreven in deze Nota, is daarentegen wel van toepassing op dit soort locaties. Met andere woorden, de kwaliteit grond die op deze locaties wordt toegepast, mag niet slechter zijn dan de kwaliteit zoals aangegeven op de gebiedsspecifieke toepassingskaart. Hiermee wordt invulling gegeven aan het stand-still principe hetgeen ervoor zorgt dat de bestaande bodemkwaliteit binnen het beheergebied van de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant niet negatief wordt beïnvloed.

III. Vaststelling en geldigheidsduur

De herziene Nota bodembeheer moet voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld zijn door de gemeenteraad van de afzonderlijke gemeenten en daarmee vigerend zijn op moment van inwerkingtreden van de Omgevingswet. Voor de vaststelling zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing

Na inwerkingtreden van de Omgevingswet wordt deel 1 van de voorliggende Nota bodembeheer van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. In deel 2 van de Nota zijn de andere bodem-gerelateerde onderwerpen van de deelnemende gemeenten uitgewerkt als beleid en beleidsregels. Door de Nota bodembeheer en deze beleidsregels vast te stellen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het huidige (lokale) bodembeleid op basis van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Zo wordt een beleidsneutrale overgang gewaarborgd. In deel 3 is vervolgens het huidige landelijke bodem-beleid tezamen met het toekomstige landelijke bodembeleid na inwerkintreding van de Omgevingswet beschreven.

IV. Omgevingswet

Op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, worden verschillende gemeentelijke regels en verordeningen onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. De bruidsschatregels worden ook onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Tijdens de overgangsfase (tot eind 2029) heeft de gemeente de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan omvat alle ruimtelijke regels, waaronder ook een deel van de regels voor onder andere grondverzet uit de Nota bodembeheer.

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de lokale regels die zijn vastgesteld op basis van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit (voor inwerkingtreding van de Omgevingswet) gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze regels, verwerkt in deel 1 van deze Nota, betreffen de vastgestelde Lokale Maximale Waarden én de vastgestelde afwijkende percentages bodemvreemde bijmengingen. De bodemkwaliteitskaarten als grondslag voor de afgifte van de milieuverklaring bodemkwaliteit worden geen onderdeel van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Deze kunnen evenwel ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruikt blijven worden om de kwaliteit van de ontvangende bodem of de kwaliteit van binnen het beheersgebied toe te passen grond vast te stellen. De bodemfunctieklassekaart is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet daarentegen wel gelijk gesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Overig lokaal bodembeleid verliest onder de nieuwe regelgeving zijn grondslag, indien hier geen nieuwe regels voor opgesteld zijn.

Om te voorkomen dat een deel van het lokale bodembeleid zijn grondslag verliest bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn in deze Nota de andere onderwerpen die de deelnemende gemeenten als lokaal bodembeleid willen hanteren, uitgewerkt als beleidsregels. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met de haar toegekende bevoegdheid omgaat. Deze regels kunnen mogelijkerwijs in de toekomst toch nog worden opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan als maatwerkregels of andere decentrale regels. Maatwerkregels worden opgenomen in het omgevingsplan en wijzigen de algemene regels binnen het beheergebied. Er kan uitsluitend maatwerk plaatsvinden zolang een hoger bestuursorgaan daar ruimte toe geeft. Naast maatwerkregels kan een gemeente decentrale regels in het omgevingsplan opnemen voor onderwerpen die niet door het Rijk geregeld zijn. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben nog niet alle gemeenten het nieuwe deel van hun omgevingsplan paraat voor vaststelling. Door het bodembeleid nu vast te leggen in beleidsregels, wordt voorkomen dat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet een beleidsvacuüm ontstaat.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de wettelijke basis van het lokale bodem-beleid. Waar tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit het normenkader vormen voor lokaal bodembeleid, zijn onder de Omgevingswet nieuwe beleidskaders van kracht. Met betrekking tot bodembeleid worden de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) relevant:

•Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl);

•Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Tevens is een gewijzigd Besluit bodemkwaliteit en een nieuwe Regeling bodemkwaliteit 2021 van kracht.

Het Bal is gericht aan burgers, bedrijven en bestuursorganen en omvat algemene regels over de leefomgeving, activiteiten, vergunningen en meldingsplichten. In het Bkl, welke gericht is aan bestuursorganen, worden regels opgenomen welke met name betrekking hebben op normen en instructies voor milieu en veiligheid.

Bij het opstellen van dit document is gebruik gemaakt van de volgende wetsdocumenten en ver-sienummers:

•Besluit activiteiten leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 14-12-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzicht-geconsolideerde-teksten-omgevingswet/

•Besluit kwaliteit leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 30-06-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzicht-geconsolideerde-teksten-omgevingswet/

•Besluit bouwwerken leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 23-06-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzicht-geconsolideerde-teksten-omgevingswet/

•Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet en bijbehorende Nota van Toelichting, publicatiedatum 25-02-2021, beschikbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-98.html. Hierin is onder meer de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen;

•Bruidsschat Omgevingsplan Artikelen, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 15-12-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/geconsolideerde-tekst-bruidsschat/

V. Leeswijzer

In deel 1 van de Nota bodembeheer is het gebiedsspecifieke bodembeleid beschreven (maatwerk onder de Omgevingswet). Het betreft hierbij onderwerpen die volgen uit artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. In deel 2 van de Nota zijn verschillende bodemthema’s uitgewerkt waarin de deelnemende gemeenten een standpunt hebben genomen. De bijbehorende beleidsregels geven aan hoe de gemeenten in bepaalde situaties handelen. Deel 3 van de Nota behandelt het huidige en toekomstige wettelijke kader voor grondverzet, wat de generieke toepassingseisen zijn in algemene en bijzondere gevallen, welke bewijsmiddelen de deelnemende gemeenten accepteren en hoe melding, procedures en toezicht zijn vormgegeven bij grondverzet. Deel 4 behandelt vervolgens hoe de bodemkwaliteitskaart geïnterpreteerd en gehanteerd dient te worden.

Bijlage 1 Afkortingenlijst

Bijlage 1 Afkortingenlijst

AMvB = Algemene maatregel van bestuur

BAG = Basisregistratie Adressen en Gebouwen

Bal = Besluit activiteiten leefomgeving

Bbk = Besluit bodemkwaliteit

BGT = Basisregistratie Grootschalige Topografie

Bkl = Besluit kwaliteit leefomgeving

BSO = Buitenschoolse opvang

BUS = Besluit uniforme saneringen

DSO = Digitaal stelsel Omgevingswet

GBT = grootschalige bodemtoepassing

GHG = Gemiddeld hoogste grondwaterstand

HUM-Bbk = Handhaving Uitvoerings Methode Besluit bodem kwaliteit

IOV = Interim omgevingsverordening

LWM = lokale maximale waarden

m -mv = meter onder het maaiveld

msPAF = meer-soorten Potentieel Aangetaste Fractie

NNP = Natte natuurparel

PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen

PCB = Polychloorbifenyl

PFAS = Poly- en perfluoralkylstoffen

PFOA = Perfluoroctaanzuur

PFOS = Perfluoroctaansulfonzuur

PMV = Provinciale milieuverordening

TAM = Tijdelijke alternatieve maatregelen

TGG = Thermisch gereinigde grond

Wbb= Wet bodembescherming

Wro = Wet ruimtelijke ordening

ZZS = Zeer zorgwekkende stoffen

m/m = massa percentage

Bijlage 2 Geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart Midden- en West-Brabant

Zie de PDF in de bijlage.

Bijlage 3 Geactualiseerde toepassingskaart Midden- en West-Brabant

Zie de PDF in de bijlage.

Bijlage 4 Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden in de Concept Omgevingsverordening

Zie de PDF in de bijlage.

Bijlage 5 Toets herkomst NEN 5725

Dit formulier is een toelichting op de historische gegevens van een perceel (een locatie).

Als een perceel verdacht is van bodemverontreiniging, is namelijk aanvullende informatie nodig voor grondverzet en is informatie van de bodemkwaliteitskaarten (de ontgravings- en de toepassingskaarten) niet zonder meer toereikend om de bodemkwaliteit te bepalen.

Geadviseerd wordt het historisch onderzoek te laten uitvoeren door een bedrijf dat erkend is voor het BRL 2000 - protocol 2001.

Op dit (gemeentelijk) formulier voor historische informatie kunt u, naast algemene gegevens, de historische gegevens vermelden van de ontgravingslocatie en vervolgens van de toepassingslocatie. Op het (landelijke) formulier voor grondverzet kunt u de adresgegevens vermelden van de ontgravingslocatie en van de toepassingslocatie en moet u de hoeveelheid toe te passen materiaal aangeven.

Identificatie ontgravingslocatie en of toepassingslocatie

Het adres van de locatie zoals hieronder gemeld en/ of te melden bij het Meldingsformulier Besluit bodemkwaliteit www.meldpuntbodemkwaliteit.nl

In de volgende situaties is er geen meldingsplicht voor het toepassen van grond:

•Het toepassen van grond onder het Besluit Uniforme Saneringen (BUS).

•De toepassing van grond door particulieren, anders dan in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

•Het toepassen van grond binnen een landbouwbedrijf als de grond afkomstig is van een tot dat landbouwbedrijf behorend perceel grond waarop een vergelijkbaar gewas wordt geteeld als op het perceel grond waar de grond wordt toegepast.

•Het verspreiden van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen.

•Het toepassen van schone grond in hoeveelheden kleiner dan 50 m3. Voor het toepassen van schone grond in hoeveelheden vanaf 50 m3 moet eenmalig de toepassingslocatie worden gemeld.

Ontgravingslocatie

Adres: ...........................................................................................................................................................

X-coördinaat: .......................................................... y -coördinaat:..............................................................

Toepassingslocatie

Adres: ............................................................................................................................................................

X-coördinaat: ....................................................... y -coördinaat: ................................................................

Bronvermelding

Welke bronnen heeft u geraadpleegd om alle bovenstaande vragen te beantwoorden? Ook als een ge-raadpleegde bron geen informatie heeft opgeleverd, moet u dit aangeven.

…………………………………………………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………………………………………………

…………………………………………………………………………………………………………………………………………

Indien van toepassing: Verificatieonderzoek (bij al eerder uitgevoerd (historisch) onderzoek)

Omdat al een eerder (historisch) onderzoek is uitgevoerd is op de ontgravingslocatie en/ of de toepas-singslocatie geverifieerd of tussentijds op de onderzoekslocatie activiteiten hebben plaatsgevonden die de bodemkwaliteit hebben kunnen beïnvloeden. De verificatie heeft plaatsgevonden

Ontgravingslocatie

Toepassingslocatie

Bijlage 6 Benaming gevoelige bestemmingen

•Speelterrein

Basisregistratie Grootschalige Topografie. Hierin zijn selecties gemaakt naar type gebruik (Speel-terrein, speelvoorziening) en type verharding van de speelterreinen (onbegroeid, begroeid, boomschors).

•Speelterrein met boomschors

•Speelvoorziening (onbegroeid)

•Speelvoorziening (begroeid)

•Scholen

Basisregistratie Adressen en Gebouwen (selectie op Onderwijs), hierin zitten zowel lagere als middelbare scholen. De kaartlaag is gecombineerd met de ESRI risicokaart waarmee alleen lagere scholen (leeftijd <12 jaar) konden worden geselecteerd. Met behulp van BAG, kadastrale kaarten en BGT (erf) is steeds het terrein van de school geselecteerd waar geen gebouw op staat (dus speelplaats, parkeerterrein e.d. rondom het schoolgebouw)

•Kinderopvang

Landelijk Register Kinderopvang, dit zijn zowel BSO (buitenschoolse opvang) en crèches maar ook opvangouders.

Met behulp van BAG, kadastrale kaarten en BGT (erf) is steeds het terrein van de BSO/thuisopvang geselecteerd waar geen gebouw op staat (dus speelplaats, tuin, parkeerterrein rondom het gebouw)

•Volkstuin

CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Volkstuinen)

•Park en plantsoen

CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Park en Plantsoen)

•Sportterrein

CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Sportterrein)

•Verblijfsrecreatie

CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Verblijfsrecreatie)

•Dagrecreatie

CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op (dag)recreatie)

•Sport en Vrije tijd

Open Street Map (Point of Interest is Sport of Vrije Tijd (uitgezonderd Nature reserve))

•Natuurgebied

Open Street Map (Point of Interest is Vrije Tijd, waarde is Nature reserve)

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.