Gemeentelijke regelgeving

Algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Roosendaal

Gemeente Roosendaal · geldt sinds 29 september 2025

Aanhef

Burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Roosendaal, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

overwegende dat:

-het om redenen van doelmatigheid en efficiency wenselijk is de daarvoor in aanmerking komende bevoegdheden van het bestuur voor zover mogelijk toe te kennen aan de functionarissen werkzaam onder de verantwoordelijkheid van het bestuur;

-de gemeente Roosendaal een autonomere organisatiestructuur kent, waarbij groepen autonomer werken;

-het uitgangspunt bij deze organisatiestructuur is om taken en verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie te beleggen, voor zover de (financiële) aard van de taken en verantwoordelijkheden dit toelaat;

-het algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit derhalve alle bevoegdheden van het bestuur aan functionarissen in de organisatie toekent, tenzij in dit besluit anders is bepaald.

BESLUITEN

onverminderd het bepaalde in de Regeling budgetbeheer gemeente Roosendaal en de mandaten van de heffings- en invorderingsambtenaar en de comptabele;

vast te stellen het algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Roosendaal.

Artikel 1 Definities

a.burgemeester: de burgemeester van de gemeente Roosendaal als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte;

b.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal;

c.domein: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Organisatiebesluit gemeente Roosendaal;

d.financiële verplichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in de regeling budgetbeheer;

e.mandaat: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;

f.volmacht: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen en deze te verrichten;

g.machtiging: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan te besluiten tot feitelijke handelingen en deze te verrichten.

h.medewerker: persoon die werkzaam is voor de gemeente Roosendaal, op basis van een arbeidsovereenkomst, inhuurovereenkomst, detacheringsovereenkomst of overeenkomst met zzp’ers.

i.werkterrein: Het werkterrein van een groep of team dat staat beschreven in het Organisatiebesluit gemeente Roosendaal.

Artikel 2 Schakelbepaling volmacht en machtiging

Waar in dit besluit wordt gesproken over mandaat, dient ook te worden begrepen volmacht en machtiging.

Artikel 3 Mandaat gemeentesecretaris

1Aan de gemeentesecretaris/ algemeen directeur wordt mandaat verleend om alle bevoegdheden van het college en de burgemeester uit te oefenen:

a.met uitzondering van de bevoegdheden als vermeld in bijlage 1 behorend bij dit besluit; en

b.als het past binnen de financiële voorwaarden uit artikel 6 van dit besluit.

2De gemeentesecretaris/ algemeen directeur is bevoegd om het mandaat dat bij dit besluit aan onder hem ressorterende functionarissen is verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan het college gezonden, tenzij het om een concrete, individuele aangelegenheid gaat.

3Bij afwezigheid van de gemeentesecretaris/ algemeen directeur worden de aan hem verleende bevoegdheden in mandaat uitgeoefend door zijn plaatsvervanger of waarnemer.

Artikel 4 Mandaat directeuren II

1Aan de directeur II wordt mandaat verleend om alle bevoegdheden van het college en de burgemeester uit te oefenen:

a.met uitzondering van de bevoegdheden als vermeld in bijlagen 1 en 2 behorend bij dit besluit; en

b.als het past binnen de financiële voorwaarden uit artikel 6 van dit besluit.

2De directeur II mag van de aan hem verleende bevoegdheid slechts gebruikmaken voor zover het aangelegenheden betreft die vallen binnen het domein van de directeur.

3De directeur II kan bij vervanging of waarneming van een andere directeur, de bevoegdheden gebruiken voor aangelegenheden die vallen binnen het domein van de directeur die hij vervangt.

4De directeur II is bevoegd om het mandaat dat bij dit besluit aan onder hem ressorterende functionarissen is verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan het college gezonden, tenzij het om een concrete, individuele aangelegenheid gaat

Artikel 5 Mandaat medewerkers

1Aan de medewerkers wordt mandaat verleend om alle bevoegdheden van het college en de burgemeester uit te oefenen:

a.met uitzondering van de bevoegdheden zoals vermeld in bijlagen 1, 2 en 3 behorend bij dit besluit; en

b.als het past binnen de financiële voorwaarden uit artikel 6 van dit besluit.

2De medewerker mag van de aan hem verleende bevoegdheid slechts gebruikmaken als de uitoefening van die bevoegdheid past binnen diens werkterrein en functie.

3Ingeval van afwezigheid van de mandatarissen, volmachtontvangers of machtigingverkrijgers worden de verleende bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervangers of waarnemers.

Artikel 6 Financiële voorwaarden

1Voorafgaand aan het aangaan van financiële verplichtingen moet met in achtneming van de regeling budgetbeheer, eerst budgettaire toestemming worden verleend door de budgethouder of budgetbeheerder.

2Het besluiten tot en verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen kan alleen nadat de budgettaire toestemming uit het eerste lid is verleend. Het mandaat om te besluiten tot en verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, wordt verleend tot de volgende financiële grenzen:

•de algemeen directeur tot het totale budget op de begroting

•de directeur II tot het totale budget voor diens domein

•de projectleider tot het totale budget dat voor het project beschikbaar is gesteld

•de budgethouder tot € 500.000,-

•de inkoopadviseur tot € 221.000,-

•overige medewerkers tot € 60.000,-

3De bedragen zoals genoemd in het tweede lid van dit artikel, zijn niet van toepassing op het aangaan van anterieure overeenkomsten of overeenkomsten ten behoeve van wettelijk kostenverhaal. Dit mandaat wordt niet in financiële bedragen begrensd.

Artikel 7 Strekking mandaat

1Indien het college of de burgemeester mandaat verleent ten aanzien van de uitvoering van een bevoegdheid, geschiedt deze verlening in de ruimste zin des woords. De gemandateerde is in dat geval bevoegd om alle besluiten te nemen en alle handelingen te verrichten, die nodig zijn binnen het kader van de verleende bevoegdheid. Ook is de gemandateerde in dat geval bevoegd tot vertegenwoordiging van de gemeente in- en buitenrechte met betrekking tot de gemandateerde bevoegdheid.

2Waar volmacht is verleend tot het besluiten en verrichten van een privaatrechtelijke rechtshandeling aan een volmachtontvanger wordt daarmee ook de bevoegdheid verleend tot opzegging van die overeenkomst alsmede tot de eerste bewaking van de uitvoering van die rechtshandeling, waartoe een ingebrekestelling wordt gerekend.

Artikel 8 Mandaat tot ondertekening

1De wethouder wiens portefeuille het betreft heeft een mandaat tot ondertekening van overeenkomsten en andere privaatrechtelijke rechtshandelingen, nadat door het college is besloten om deze aan te gaan.

2Voor zover op grond van deze regeling geen mandaat tot beslissen bestaat, is er wel sprake van mandaat om stukken te ondertekenen, nadat door het college of de burgemeester het benodigde besluit is genomen. Van dit mandaat kan alleen gebruik worden gemaakt in afstemming met het college, de wethouder wiens portefeuille het betreft of de burgemeester.

Artikel 9 Ondertekening

1In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht, dat het besluit is genomen krachtens mandaat, volmacht of machtiging. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden: burgemeester en wethouders van Roosendaal c.q. de burgemeester van Roosendaal, namens dezen c.q. namens deze, vervolgens de functie met daaronder de naam van de mandaathouder, volmachtontvanger of machtigingverkrijger.

2Indien een besluit wordt genomen door de plaatsvervanger of waarnemer van de mandataris, volmachtontvanger of machtigingverkrijger, wordt bij de ondertekening de volgende formulering aangehouden: burgemeester en wethouders van Roosendaal c.q. de burgemeester van Roosendaal, namens dezen c.q. namens deze, met daaronder de functie, vervolgens de woorden ‘’bij afwezigheid’’ of de letters ‘’b.a.’’ met daaronder de naam van de plaatsvervanger of waarnemer.

Artikel 10 Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Roosendaal’.

Artikel 11 Inwerkingtreding

1Dit besluit treedt in werking op de derde dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

2Het algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingbesluit 2022, vastgesteld op 19 juli 2022 en sindsdien meermaals gewijzigd, wordt ingetrokken.

Bijlage 1 Voorbehouden college en burgemeester

A. Aangelegenheden die blijven voorbehouden aan het college van burgemeester en wethouders

Deze bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college van burgemeester en wethouders, voor zover het zijn bevoegdheid betreft. Deze bevoegdheden worden niet gemandateerd aan lagere functionarissen in de organisatie.

Bestuurlijke en publiekrechtelijke aangelegenheden

1Het doen van voorstellen en mededelingen aan de gemeenteraad.

2Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, beleid en beleidsregels.

3Het afleggen van verantwoording aan en het informeren en raadplegen van de raad.

4Het nemen van besluiten, indien ter voorbereiding van deze besluiten een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is gevoerd en zienswijzen, bedenkingen of inspraak- reacties zijn ingebracht.

5Het besluiten tot het instellen van adviescommissies, bestuurscommissies of andere commissies alsmede de benoeming van leden van deze commissies.

6Het verlenen van mandaten aan externen, met uitzondering van het verlenen van de bevoegdheid om de gemeente te vertegenwoordigen bij een rechtssprekend orgaan of een commissie (waaronder de commissie voor de bezwaarschriften).

7Het vaststellen van ontwerp omgevingsplannen, wijzigings- of uitwerkingsplannen.

8Het nemen van (principe-) besluiten op grond van artikel 5.21 lid 2 onder b Omgevingswet (buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)), voor zover geen sprake is van een afwijzing van een principeverzoek of aanvraag.

9Het nemen van besluiten, indien ter voorbereiding van deze besluiten een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is gevoerd en zienswijzen, bedenkingen of inspraak- reacties zijn ingebracht.

10Het opleggen van geheimhouding op basis van de Gemeentewet.

11Het aanwijzen van een Dienst van Algemeen Economisch Belang.

12Het toekennen van namen aan delen van de openbare ruimte en aan gemeentelijke gebouwen en bouwwerken.

13Het nemen van besluiten op bezwaarschriften, gericht aan het college:

-Tegen een besluit dat niet krachtens mandaat is genomen of;

-Voor zover er in afwijking van het advies van de commissie bezwaarschriften wordt besloten (contrair).

14Het behandelen van klachten overeenkomstig artikel 4 leden 2 t/m 5 Klachtenverordening blijft voorbehouden aan de daarin genoemde functionarissen.

Privaatrechtrechtelijke aangelegenheden

Overeenkomsten, financiële verplichtingen en dergelijken

15Besluiten tot oprichting van of deelneming in rechtspersonen.

16Het nemen van besluiten tot het doen van een schenking.

17Het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van een aanbod tot sponsoring.

18Het besluiten tot het aangaan van publiekrechtelijke convenanten, publiek- private samenwerkingsconstructies en bestuursovereenkomsten.

19Het besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen waar het een gemeenteraadslid of medewerker van de gemeente betreft, met uitzondering personele aangelegenheden.

20Het beslissen tot het verstrekken van financiële garantstellingen, waarborgen en leningen.

Personeelsaangelegenheden

21Het besluiten over de arbeidsvoorwaarden, de rechtspositie, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en andere handelingen ten aanzien van de gemeentesecretaris- algemeen directeur.

22Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Roosendaal in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen.

Overig

23Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, belast met de heffing van gemeentelijke belastingen.

24Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, belast met de invordering van gemeentelijke belastingen.

25Het aanwijzen van een Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand (BABS).

B. Aangelegenheden die blijven voorbehouden aan de burgemeester, voor zover het zijn bevoegdheid betreft:

Deze bevoegdheden blijven voorbehouden aan de burgemeester, voor zover het zijn bevoegdheid betreft. Deze bevoegdheden worden niet gemandateerd aan lagere functionarissen in de organisatie.

Bestuurlijke en publiekrechtelijke aangelegenheden

1Het doen van voorstellen en mededelingen aan de gemeenteraad.

2Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften, beleid en beleidsregels.

3Het afleggen van verantwoording aan en het informeren en raadplegen van de raad.

4Het verlenen van mandaten aan externen, met uitzondering van het verlenen van de bevoegdheid om de gemeente te vertegenwoordigen bij een rechtssprekend orgaan of een commissie (waaronder de commissie voor de bezwaarschriften).

5Het nemen van besluiten op bezwaarschriften, gericht aan de burgemeester:

-Tegen een besluit dat niet krachtens mandaat is genomen of;

-Voor zover er in afwijking van het advies van de commissie bezwaarschriften wordt besloten.

6Het nemen van besluiten waarbij wordt afgeweken van door de burgemeester vastgesteld beleid.

7Het nemen van besluiten op grond van de Wet tijdelijk huisverbod.

8Het nemen van besluiten op grond van de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen/ Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg.

9Het geven van de bevelen of het nemen van de besluiten ingevolge de artikelen, 151b, 154a, 172, 172a, 172b, 174 en 174a tot en met 177 Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet.

10Het opleggen van geheimhouding op basis van de gemeentewet, voor zover het een bevoegdheid van de burgemeester betreft.

11Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet Veiligheidsregio’s.

12Het behandelen van klachten overeenkomstig artikel 4 leden 2 t/m 5 blijft voorbehouden aan de daarin genoemde functionarissen.

Bijlage 2 Voorbehouden gemeentesecretaris/ algemeen directeur

Aangelegenheden die blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris/ algemeen directeur:

Personele aangelegenheden

1De WOR-bestuurder. Uitvoering Arbozorg en overleg met OR hierover, zoals vaststelling van het jaarlijks Arboplan, vaststelling Arbojaarverslag etc. binnen de door het college van B&W in het overleg met het Georganiseerd overleg vastgestelde kaders.

2Het nemen van besluiten op grond van de Wet op de Ondernemingsraden

3Aanwijzing bedrijfshulpverlener, verlener EHBO, agressiecoördinator.

4Beslissing betreffende functiebeschrijving en -waardering.

5Benoeming vertrouwenspersoon alsmede het nemen van andere beslissingen die voortvloeien uit de interne klachtenregeling ongewenst gedrag.

6Beslissingen die voortvloeien uit de regionale geschillencommissie.

7Beslissingen die voortvloeien uit de artikelen uit het personeelshandboek betreffende integriteit.

8Beslissingen die voortvloeien uit de regeling Melding financiële belangen.

9Het opdragen van andere werkzaamheden aan directeuren in het geval van een crisis, ramp of daarmee vergelijkbare calamiteit.

10Het afnemen van de ambtseed of ambtsbelofte.

Overige aangelegenheden

1het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.

2Het aanwijzen van de functionaris gegevensbescherming (FG).

3Het aanwijzen van de contactpersoon Wet open overheid (Woo).

4Het aanwijzen van de gemeentearchivaris.

5Het aanwijzen van een klachtencoördinator en zijn plaatsvervanger.

6Het aanwijzen van een secretaris voor de klachtencommissies Jeugd en Wmo.

7Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.

Bijlage 3 Directeur II

Aangelegenheden die blijven voorbehouden aan de directeur wiens domein het betreft:

Privaatrechtelijke aangelegenheden

Personele aangelegenheden

1Het besluiten tot het aangaan, wijzigen, beëindigen en ondertekenen van arbeidsovereenkomsten van medewerkers. (onder dit voorbehoud valt niet de stageovereenkomst en werkervaringsovereenkomst).

2Het nemen van beslissingen die voortvloeien uit de Uitvoeringsregeling beloningsbeleid, zoals salarisverhoging, inpassing in hogere schaal, uitloopschaal, ambtsjubilieum(overgangsrecht), toekennen overwerk, onvoorziene gevallen.

3Beslissen over reis- en verblijfkostenvergoeding, wanneer het afwijkt van de regeling in het personeelshandboek.

4Aanwijzen medewerkers voor beschikbaarheidsdienst alsmede het nemen van andere beslissingen die voortvloeien uit de werktijdenregeling en beschikbaarheidsdienstregeling.

5Het maken van aanvullende afspraken bij verlof.

6Het beslissen over het toekennen van politiek en maatschappelijk verlof.

7Het aangaan en ondertekenen van de detacheringsovereenkomst alsmede het nemen van andere beslissingen de voortvloeien uit de detacheringsregeling.

8Beslissingen omtrent opleiding en ontwikkeling buiten individueel ontwikkelbudget

9Het nemen van beslissingen op basis van het sanctiebeleid, zoals: geven van een schriftelijke waarschuwing, berisping, overplaatsing naar andere groep/team of locatie, onthouding van salarisverhoging of promotie, plaatsing in een lagere functie met vermindering van salaris en salaristoeslagen, ontslag op staande voet, aangaan detacheringsovereenkomst, aangaan overeenkomst collegiaal in- en uitlenen, alle beslissingen die voortvloeien uit het verzuimprotocol.

10Het opleggen van ordemaatregelen aan medewerkers.

11Het beslissen over het toekennen van een collegiale waardering.

Voor de teamleiders die aansturing geven aan een team binnen de gemeente Roosendaal, geldt dat zij de bevoegdheden betreffende personeelsaangelegenheden mogen uitoefenen als genoemd onder nummer 4,5 en 7.

Overige privaatrechtelijke aangelegenheden

12Het besluiten tot het aangaan van samenwerkingsovereenkomsten.

13Het privaatrechtelijk invorderen van geldschulden van bedragen vanaf € 5.000.

14Het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van zowel publiekrechtelijke als privaatrechtelijke vorderingen: vanaf € 5.000.

Publiekrechtelijke aangelegenheden

15Het aanwijzen van toezichthouders.

16Besluiten op aanvragen subsidies vanaf € 150.000.

17Uitoefenen van de in de Algemene Subsidieverordening Roosendaal aan het college toebedeelde bevoegdheden om af te wijken van de Algemene Subsidieverordening.

18Het nemen van besluiten op vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen bestemd voor de gemeente zelf.

Aangelegenheden die voorbehouden blijven aan het directieteam

19Het nemen van besluiten in afwijking van het vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.