Aanhef
De raad van de gemeente Roermond,
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 september 2025;
gezien het advies van de commissie Burgers en Samenleving en de commissie Ruimte van 7 oktober 2025;
besluit :
1De nota “Spelen, Bewegen en Ontmoeten in de openbare ruimte Roermond 2026-2035” en het uitvoeringsprogramma 2026-2030 vast te stellen onder voorbehoud van de toekenning van extra middelen die binnen de brede bestuurlijke afwegingen in het reguliere proces van de begroting kan worden gemaakt.
SPELEN, BEWEGEN EN ONTMOETEN IN DE OPENBARE RUIMTE
AMBITIES EN BELEIDSOPGAVE 2025-2035
GEMEENTE ROERMOND
26AUGUSTUS 2025
2 AMBITIES EN SPEERPUNTEN
2.1 AMBITIES BEWEEG & ONTMOET IN DE PUBLIEKE RUIMTE
2.1.1 TOELICHTING AMBITIES
De ambities en bijbehorende speerpunten geven richting aan het beleid dat de gemeente Roermond wil voeren op het gebied van spelen, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Ze vormen het fundament voor een toekomstgerichte aanpak die aansluit bij de behoeften van inwoners én bij maatschappelijke en lokale uitdagingen.
Elke ambitie omvat meerdere thema’s die raken aan bredere vraagstukken, zoals gezondheid, inclusie, sociale cohesie en duurzaamheid. Deze thema’s overlappen met andere beleidsgebieden binnen de gemeente en worden daarom integraal opgepakt. In deze toelichting worden de thema’s per ambitie benoemd, zodat duidelijk wordt hoe ze bijdragen aan een samenhangende en effectieve uitvoering.
Ambitie 1. Het vergroten van passend aanbod van speel- en beweegvoorzieningen waardoor bewegen en ontmoeten in de wijk gestimuleerd wordt, de speel- en belevingswaarde in de wijk vergroot wordt en veelzijdig bewegen gestimuleerd.
Laagdrempelige speel- en beweegmogelijkheden in de wijk die passen bij de behoefte van de bewoners zijn van belang voor spelen, bewegen en ontmoeten in de wijk. Daarbij is het belangrijk om kritisch te zijn naar de gebruikswaarde van bestaande ingerichte locaties. Ook de kwaliteit en de beleving van de speel- en beweegruimte is van belang om de kans te vergroten dat jeugd, jongeren en ouderen de voorzieningen ook echt goed gebruiken.
Thema’s:
•Gebruikswaarde
•Beheer- en onderhoud
•Keuzes voor meer kwaliteit
•Koppeling gebiedsontwikkelingen
Ambitie 2. Versterken functionaliteit en gebruikswaarden van bestaand groen en blauw in de gemeente voor bewegen en ontmoeten. Waar nodig groen toevoegen in de openbare ruimte als onderdeel van de beweegvriendelijk wijk.
bewegen, recreatie, ontspanning en verkoeling in het stedelijk gebied. Ze vormen aantrekkelijke routes en verblijfsplekken die uitnodigen tot gebruik. Een veilige en beweegvriendelijke bereikbaarheid van deze netwerken, evenals van speel-, beweeg- en ontmoetlocaties, is essentieel.
Robuuste groenblauwe structuren dragen bij aan een gezonde leefomgeving en bevorderen zowel de fysieke als mentale gezondheid van inwoners. Door groen, bewegen en ontmoeten op de juiste manier en op de juiste plek met elkaar te verbinden, versterken deze elementen elkaar.
Binnen dit beleid ligt de nadruk op het vergroten van het welzijn van inwoners. Daarbij worden kansen benut die ontstaan door de slimme inzet van groen en water in de openbare ruimte.
Thema’s:
•Ommetjes
•Ondersteunen onderwijs – buitengym, bewegend leren
•Koppeling vergroeningsopgave (hitte, verblijfsklimaat)
•Koppeling wateropgave (berging, zichtbaar water)
•Duurzaamheid en circulariteit
Ambitie 3. Vergroten aanbod grootschalige kwalitatief hoogwaardige speel-, beweeg- en ontmoetvoorzieningen, multifunctioneel van karakter en geschikt van jong tot oud.
Multifunctionele beweeg- en ontmoetplekken, verspreid over de gemeente en geschikt voor alle leeftijden, hebben een sterke aantrekkingskracht. Deze plekken vormen levendige ontmoetingspunten waar van ’s ochtends tot ’s avonds activiteit en reuring is. Voorwaarde is dat ze multifunctioneel worden ingericht, zodat ze ruimte bieden aan diverse vormen van sport, spel, beweging en ontmoeting.
Deze centrale plekken zijn niet alleen belangrijk vanwege hun functionele waarde, maar ook vanwege hun sociale rol. Ze brengen mensen samen en versterken de sociale cohesie in wijken en buurten. Door hun omvang is het mogelijk om een breed scala aan voorzieningen aan te bieden, variërend van sport- en speeltoestellen tot vrije ruimte voor informeel bewegen en ontmoeten.
Thema’s:
•In elke wijk een kwaliteitslocatie van omvang
•Multifunctioneel
•Jong tot oud, valide en minder valide
•Centrale ligging in de wijk
•Beweegvaardigheden ouderen
•Urban sports
•Veilig en bereikbaarheid
•Motorische ontwikkeling kinderen - veelzijdig bewegen
2.2 KADERSTELLEND UITVOERINGSPROGRAMMA
2.2.1 TYPE MAATREGELEN
Om de ambities en speerpunten daadwerkelijk te vertalen naar een aantrekkelijke en beweegvriendelijke leefomgeving, zijn op basis van werksessies en de thema’s uit paragraaf 2.1.1 concrete hoofdmaatregelen opgesteld. Deze hoofdmaatregelen zijn onderverdeeld in drie typen projecten, elk met een eigen karakter en bijdrage aan de beleidsuitvoering. In de bijbehorende tabel zijn de maatregelen per projecttype overzichtelijk weergegeven.
P – Procesmatige projecten
Deze projecten richten zich op het opzetten of verbeteren van interne processen binnen de gemeentelijke organisatie. Denk aan het opstellen of actualiseren van beleidsplannen, of het aanpassen van werkwijzen. De benodigde investering zit vooral in capaciteit: structureel extra uren (FTE) om deze processen goed te kunnen uitvoeren.
S – Studie- en onderzoeksprojecten
Deze projecten zijn gericht op eenmalige onderzoeken of verkenningen die nodig zijn om kansen en mogelijkheden in kaart te brengen. Voorbeelden zijn het onderzoeken van subsidiemogelijkheden of het verkennen van communicatiestrategieën rondom beweegvriendelijke plekken. De investeringen zijn doorgaans eenmalig van aard
U – Uitvoeringsprojecten
Deze projecten omvatten fysieke ingrepen in de openbare ruimte. Ze hebben direct invloed op de kapitaallasten, zoals rente, afschrijving en onderhoud van voorzieningen. Dit kan gaan om eenmalige herinrichtingen van speel- en beweegplekken, of om meerjarige investeringen zoals het verbeteren van de toegankelijkheid van voorzieningen.
2.2.2 WIJKGERICHTE AANPAK
De gemeente Roermond vindt het belangrijk dat inwoners actief betrokken zijn bij de uitwerking van het beleid. Voor de inrichting van speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken wordt daarom samen met bewoners uit wijken en buurten gekeken naar een passende invulling.
Een passende invulling gaat verder dan het kiezen van een speeltoestel. Het gaat om een afstemming op de ontwikkeling van de wijk, de behoeften van bewoners en het bestaande aanbod. Daarbij wordt gekeken naar de spreiding en ligging van voorzieningen: welke plekken worden goed gebruikt, waar is behoefte aan vernieuwing, en waar kunnen voorzieningen beter aansluiten op de wensen van de wijk.
Ook wordt beoordeeld welke voorzieningen niet meer functioneren of waar ander aanbod gewenst is — eventueel in combinatie met activiteiten die ontmoeting en beweging stimuleren.
In het schema op pagina 18 wordt globaal inzicht gegeven in de werkwijze van deze wijkgerichte aanpak.
2.2.3 PASSEND AANBOD BEWEGEN EN ONTMOETEN
Spelen is essentieel voor de ontwikkeling van kinderen. Het draagt bij aan de motorische ontwikkeling, stimuleert sociale vaardigheden en leert kinderen van en met elkaar. Samen spelen versterkt het zelfvertrouwen en bevordert samenwerking. Daarom faciliteert de gemeente Roermond diverse vormen van spelen in de openbare ruimte. Spelen is een laagdrempelige manier van bewegen die bijdraagt aan een gezonde ontwikkeling en leefstijl.
De gemeente ziet daarnaast kansen om het aanbod voor bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte te versterken, als aanvulling op de bestaande speelvoorzieningen. Door deze functies te combineren, ontstaat een veelzijdige en uitnodigende leefomgeving voor jong en oud.
Naast een passend speelaanbod wordt er ruimte gecreëerd om voorzieningen voor bewegen en ontmoeten toe te voegen in de wijken. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden binnen de bestaande speelruimte. Uitbreiding vindt plaats in samenhang met de renovatie van speelvoorzieningen, zodat kansen optimaal worden benut.
In sommige gevallen kunnen beweeg- en ontmoetvoorzieningen (deels) het bestaande speelaanbod vervangen, mits dit beter aansluit bij de behoeften van de wijk. Samen met inwoners wordt per locatie bekeken welke maatregelen nodig zijn om spelen, bewegen en ontmoeten op een passende manier vorm te geven.
2.2.4 UITVOERINGSPLANNING
Het beleid wordt opgesteld voor een periode van tien jaar. Voor de eerste vijf jaar (2026–2030) is een wijkgericht uitvoeringsprogramma opgesteld (zie paragraaf 4.5). In het vijfde jaar vindt een tussentijdse evaluatie plaats, waarna een nieuw uitvoeringsprogramma wordt opgesteld voor de periode 2031–2035.
De uitvoeringsplanning richt zich op de gebieden die aangepakt worden, niet op vooraf vastgestelde maatregelen. De concrete invulling van maatregelen gebeurt samen met de wijk, op basis van lokale behoeften en kansen.
In de eerste uitvoeringsfase wordt ingezet op:
-Het opstellen van een wijkontwikkelingsplan voor spelen, bewegen en ontmoeten voor alle wijken, inclusief nieuwbouwwijken.
-Het gedeeltelijk uitbreiden van voorzieningen voor bewegen en ontmoeten in een aantal wijken, geselecteerd op basis van het grootste verwachte effect (zie deel B van deze rapportage).
-Toevoeging één grote multifunctionele locatie binnen de gemeente Roermond.
De wijkgerichte aanpak geldt voor de gehele gemeente Roermond. Bij renovatie van bestaande speelvoorzieningen en bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken wordt gewerkt volgens het wijkplan en de beleidskaders.
In bestaande wijken waar in de komende jaren nog geen uitbreiding van voorzieningen gepland is, wordt wél gekeken naar mogelijkheden in overleg met de omgeving. Deze afspraken worden vastgelegd in het wijkplan. Voor nieuwbouwwijken geldt dat spelen, bewegen en ontmoeten vanaf het begin integraal worden meegenomen in de inrichting van de openbare ruimte.
Ten behoeve van een grote hoogwaardige impuls voor bewegen en ontmoeten wordt binnen de eerste vijf jaar (2029) één grote multifunctionele voorziening in de gemeente Roermond gerealiseerd.
2.2.4 MIDDELEN
Om de ambities uit dit beleid te realiseren, zijn aanvullende financiële middelen nodig.
Investeringen op wijkniveau
Op wijkniveau is gekeken naar het bestaande areaal aan speellocaties en de beschikbare ruimte om voorzieningen voor ontmoeten en bewegen toe te voegen.
Omdat de exacte maatregelen – conform dit beleidsdocument – pas worden vastgesteld in de wijkplannen, is het op dit moment niet mogelijk om precieze investeringsbedragen te benoemen. Wel is, op basis van kengetallen en beschikbare fysieke ruimte per wijk, een inschatting gemaakt van de verwachte investeringen en bijbehorende beheerkosten die nodig zijn om de ambities te realiseren.
Voor een haalbare en realistische uitvoering in de eerste vijf jaar wordt gestart in vier wijken. Voor deze wijken is een kostenoverzicht opgesteld waarin de verwachte investeringen en structurele lasten zijn opgenomen voor het aanvullend aanbod op het gebied van bewegen en ontmoeten. Dit budget komt bovenop het reeds beschikbare budget voor het in stand houden van de bestaande speelvoorzieningen.
In de bijgevoegde tabel zijn de volgende elementen inzichtelijk gemaakt:
-De verwachte investeringen in fysieke maatregelen
-De effecten op afschrijving, rente en beheerkosten
-De benodigde middelen voor studie- en onderzoeksprojecten
Investering grote multifunctionele locatie
Om bewegen en ontmoeten een grote kwalitatieve impuls te geven wordt een grote multifunctionele locatie toegevoegd op een nader te bepalen locatie binnen de gemeente Roermond. De invulling en de locatie wordt nader bepaald aan de hand van de behoefte, bereikbaarheid, doelgroepen en beschikbare ruimte
Onderstaand het kostenoverzicht voor de toevoeging van deze voorziening.
2.3 VUISTREGELS, PRINCIPES EN ONTWERPRICHTLIJNEN VOOR SPELEN, BEWEGEN EN ONTMOETEN IN DE OPENBARE RUIMTE
2.3.1 INLEIDING
Gezondheidswinst en sociaal sterker
De lichamelijke en mentale gezondheid van inwoners is één van de grootste maatschappelijke uitdagingen van deze tijd. Sport en bewegen leveren een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van alle inwoners van Roermond. Ze versterken de leefomgeving, vergroten het gevoel van veiligheid en maken Roermond tot een aantrekkelijke gemeente om te wonen, werken en bezoeken.
Een beweegvriendelijke omgeving stimuleert inwoners om meer te bewegen. Dit draagt bij aan het terugdringen van overgewicht en bevordert de lichamelijke, sociale en mentale gezondheid. Daarnaast versterken beweegvriendelijke voorzieningen de sociale samenhang in wijken, doordat ze ontmoeting en interactie stimuleren.
Voorzieningen in de openbare ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten moeten een samenhangend geheel vormen. Alleen dan kunnen ze effectief inspelen op de behoeften van alle inwoners en hen uitdagen tot actief gebruik van hun leefomgeving.
In dit hoofdstuk worden de ontwerprichtlijnen gepresenteerd die richting geven aan de inrichting van deze voorzieningen.
Gewenste situatie
Om een beweegvriendelijke omgeving te realiseren, zijn ontwerprichtlijnen en ontwerpprincipes opgesteld voor bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Deze richtlijnen waarborgen niet alleen voldoende ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten, maar zijn ook bedoeld om ontwerpers en beleidsmakers te inspireren. Ze ondersteunen bij het creëren van een fysieke omgeving die uitnodigt tot verplaatsen, sporten, spelen en ontmoeten.
De richtlijnen vormen een inhoudelijke aanvulling op de eisen voor beeldkwaliteit en materiaalkeuze uit het Handboek Openbare Ruimte
*Bij het opstellen van dit beleidsdocument was het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente Roermond nog in ontwikkeling en nog niet vastgesteld of openbaar beschikbaar.
en richten zich specifiek op de inrichting van beweegomgevingen.
Hoewel deze richtlijnen niet ingaan op de organisatie van beweegactiviteiten, communicatie of begeleiding, is de samenhang tussen de fysieke omgeving en de zogenaamde ‘software’ (zoals activiteiten, begeleiding en communicatie) van groot belang. Juist deze koppeling draagt bij aan duurzaam en succesvol gebruik van de openbare ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten.
Verankering ontwerprichtlijnen en principes
Voor de inrichting van de openbare ruimte hanteert de gemeente Roermond duidelijke regels. Deze zijn vastgelegd in het Handboek Openbare Ruimte
*Bij het opstellen van dit beleidsdocument was het Handboek Openbare Ruimte van de gemeente Roermond nog in ontwikkeling en nog niet vastgesteld of openbaar beschikbaar.
, waarin eisen voor beeldkwaliteit en materiaalkeuzes zijn opgenomen. Dit handboek waarborgt de kwaliteit van onder andere straten, pleinen, verlichting en straatmeubilair.
De openbare ruimte wordt echter steeds intensiever gebruikt door inwoners die willen bewegen en sporten. Voor ontwerpers is het daarom van belang om aanvullende richtlijnen te hebben die inspelen op deze ontwikkeling. Een sportieve invulling van de ruimte vraagt om specifieke ontwerpprincipes.
Daarom is een aanvulling op het handboek wenselijk. De ontwerprichtlijnen voor sport en beweging geven richting aan hoe de openbare ruimte zó kan worden ingericht dat deze inwoners stimuleert om actief te zijn. Ze vormen daarmee een belangrijk instrument om de beweegvriendelijke leefomgeving in Roermond verder te versterken
2.3.2 OVERKOEPELENDE VUISTREGELS VOOR BEWEEGSTIMULERING (RIVM)
Een beweegvriendelijke leefomgeving omvat meer dan alleen speellocaties. Verschillende typen voorzieningen dragen bij aan een omgeving die uitnodigt tot bewegen en daarmee een gezonde leefstijl stimuleert. Denk aan wandelroutes, sportplekken, ontmoetingsplekken en groene verblijfsruimtes.
Om gemeenten te ondersteunen bij het inrichten van zo’n omgeving, bieden organisaties zoals Jantje Beton en het RIVM praktische vuistregels. Deze richtlijnen helpen bij het ontwerpen van een openbare ruimte die spelen en bewegen bevordert.
Ter inspiratie en overweging zijn deze vuistregels hieronder opgenomen. Ze vormen waardevolle handvatten voor ontwerpers, beleidsmakers en andere betrokkenen bij de inrichting van een gezonde, actieve leefomgeving.
Afstanden tot voorzieningen
1Voor kinderen tot en met 12 jaar is een speelplek binnen 200 meter loopafstand bereikbaar, iedereen >12 jaar heeft toegang tot een speel/sportplek in de openbare ruimte binnen 400 meter.
2Ieder huis heeft binnen 1.500 meter loopafstand minimaal 3 typen formele sportaccommodaties.
3Ieder huis heeft binnen 300 meter loopafstand toegang tot aaneengesloten beweeggroen van minimaal 3 hectare
4Ieder huis heeft binnen 800 meter loopafstand een supermarkt, huisartsenpraktijk, basisschool en OV-halte.
Spelen
-10% van openbare ruimte moet bespeelbaar zijn; groen incluis, stoep inclusief (mits breed genoeg)
-Jantje Beton richtlijn: 3% openbare ruimte voor formele speelplekken
2.3.3 ALGEMENE RICHTLIJNEN VOOR EEN BEWEEGVRIENDELIJKE OMGEVING
De beweegvriendelijke wijk maakt sportief bewegen in de buitenlucht nog aantrekkelijker. Roermond zet in op een beweegvriendelijke gemeente, waarbij de openbare ruimte wordt gezien als ‘het grootste speel- en beweegpark van de wijken’. Zie hieronder de algemene richtlijnen voor een beweegvriendelijke omgeving:
Beweegnetwerk
-Verbind beweegroutes met elkaar, zodat wandelaars, hardlopers en fietsers – zowel voor korte als lange afstanden – eenvoudig hun weg vinden. Deze beweegroutes zijn routes op de openbare weg (of in de openbare ruimte) die zodanig met elkaar worden verbonden dat het uitnodigt om in beweging te komen. Denk hierbij aan wandel- of fietspaden.
-Maak zoveel als mogelijk gebruik van bestaande routes (wandel en fietsenpaden) en zorg dat deze routes aansluiten op of een toeleiding zijn naar stads- en sportparken en het water. Denk ook aan aantrekkelijke beweegroutes in, op en langs het water.
-Maak een netwerk van aantrekkelijke, ruime, comfortabele en veilige beweegroutes door heel de gemeente, zodat wijken en parken aan elkaar verbonden worden met wandel- en fietspaden, hardlooproutes, waterroutes en ook mountainbike- en ruiterroutes. Houd daarbij rekening met conflicterende andere gebruikers: zoals drukke verkeerkruisingen en honden uitlaatplekken. De beweegroutes kunnen vanuit verschillende beweegmotieven gebruikt worden, bijvoorbeeld voor het ‘actief verplaatsen (zoals fietsen)’ of het ‘recreatief bewegen’ (zoals wandelen of de hond uitlaten). Dit maakt ook onderdeel uit van het verkeersveiligheidsplan.
Planvorming
-Betrek bewoners, uitvoeringsorganisaties en belangstellenden in het ontwerp van de openbare ruimte (bijvoorbeeld door middel van participatie). Denk na over de te bereiken doelgroep. Juist in het zicht van woningen (in verband met sociale veiligheid) of juist iets uit het zicht (in verband met privacy). De aan- of juist afwezigheid van andere individuen heeft invloed op het gebruik, maar beperkt ook het overlast en/ of mogelijk vandalisme. Daarbij is zichtbaarheid belangrijk, want zien bewegen doet bewegen.
-Plan voldoende ruimte. Garandeer ruimte voor sporten en bewegen in de openbare ruimte om de hoek en zorg ook voor voldoende speelveldjes en multicourts.
-Integreer sport- en beweeg inclusief denken in ruimtelijke plannen en projecten voor de openbare ruimte, en veranker dit in de programma’s van eisen. Het gaat erom dat de fysieke omgeving zodanig wordt ingericht dat het voor iedereen mogelijk is om op een gemakkelijke, plezierige en veilige manier te bewegen, ongeacht leeftijd, fysieke mogelijkheden of achtergrond.
-Integreer beheer en onderhoud in de planvorming, zodat voorzieningen schoon, heel, veilig en aantrekkelijk blijven voor gebruik.
-Zorg dat het ontwerp van de voorzieningen de inwoners stimuleert om tebewegen.
Voorzieningen
-Voor iedere leeftijdsgroep is, op veilige (bij de leeftijd) passende afstand van de woning een beweegplek aanwezig. Dat is een plek om buiten te spelen, bewegen, sporten en/of te ontmoeten.
-In een wijk/buurt is een kleine speel- en sportplek zoals bijvoorbeeld; een speelplek, basket of pannakooi (voetbalkooi) aanwezig.
-Voldoende schaduw is bij sportief en recreatief bewegen van belang, omdat langdurig bewegen in de zon bij extreme hitte voor bepaalde doelgroepen minder aantrekkelijk is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hittestress.
2.3.4 ONTWERPRICHTLIJNEN VOOR RUIMTES GERICHT OP BEWEGEN
De volgende ontwerprichtlijnen hebben betrekking op alle soorten van sport en bewegen in de dagelijkse leefomgeving, die je vanuit huis kunt doen in je vrije tijd. Denk aan activiteiten als een ommetje maken, tuinieren, de hond uitlaten of buitenspelen.
-Groen en water bieden niet alleen diverse mogelijkheden tot bewegen, maar stimuleren als aantrekkelijke plek ook sociale interactie, ontspanning, mentale gezondheid en een actieve leefstijl.
-Voorzie de openbare ruimte van voldoende zitgelegenheid en plaats waar mogelijk watertappunten.
-Sport- en speelplekken zijn goed toegankelijk voor verschillende doelgroepen.
-Sport-, speel- en ontmoetingsplekken hebben een groene inrichting en heldere aanduidingen.
-Heb aandacht voor rookvrije zones in de wijken in afstemming met de wijk.
-Maak in het ontwerp plaats voor urban sport en sport- en spelaanleiding, zoals; outdoor fitness, calisthenics, skaten, steppen, crossfietsen, bootcamp, conditietraining en speelaanleidingen op trottoirs.
-Maak en verbind aantrekkelijke beweegroutes die helder zijn aangegeven.
-Bied verscheidenheid aan (multifunctionele) speel- en sportaanleidingen in de openbare ruimte. Dat kan in kleine clusters, maar ook gecombineerd met bijvoorbeeld sporttoestellen en beweegbanken.
-Benut verschillende locaties in de wijken, gebruik locaties zoals historische hotspots, groene oases, pleintjes, uitkijkpunten en openbare binnen locaties, zoals bibliotheken en het stadhuis.
-Maak gebruik, daar waar mogelijk, om schoolpleinen open te stellen als speel- en sportplek in de buurt.
-Richt een schoolplein zo in dat het aanleiding geeft tot beweging door bijvoorbeeld gebruik te maken van groen/ blauwe schoolpleinen.
2.3.5 SPEEL- EN BEWEEGPLEKKEN
Grote en middelgrote speel- en beweegplekken (circa 400 – 2.000 m2)
De volgende ontwerprichtlijnen hebben betrekking op grote en middelgrote locaties binnen de wijken en buurten die ingericht worden op spelen, bewegen en ontmoeten.
Uitgangspunten:
-Centrale ligging dichtbij maatschappelijke voorzieningen en in het zicht van woningen.
-Voorzieningen geschikt voor meerdere leeftijdsgroepen.
-Creëren van een ontmoetingsfunctie als onderdeel van een beweegplek, met zitgelegenheid (schaduwrijke plekken).
-De beweeg- en ontmoetplek dient een goede toegankelijkheid te hebben, ook voor mensen met een beperking.
-Veilige routes naar beweegplekken vanuit de wijken.
-Watertappunten waar mogelijk toevoegen aan de beweeg- en ontmoetingsplek
-Op grote speelplekken minstens 25% vrije ruimte te houden. Dit biedt mogelijkheden voor vrij spel en programmering.
-Streven om het plaatsen van losse (enkele) speeltoestellen met weinig speelwaarde te vermijden omdat deze weinig toegevoegde waarde hebben en het potentiële gebruik van de ruimte beperken.
-Divers aanbod op speelplekken. Dit geldt zowel voor de verschillende middelgrote speelplekken in een wijk als voor de grote speelplekken.
-Speeltoestellen staan niet centraal in speelplekken. Bij het ontwerp staat de ruimte centraal en waar nodig kunnen elementen voor sport, spelen en bewegen ingepast worden om mensen te activeren. Dit kan met speel- en beweegtoestellen maar ook met hoogteverschillen, water, groen of andere elementen.
-Richt speelplekken in zodat deze aanzet tot verschillende beweegvormen. Als uitgangspunt hiervoor geldt de schijf van 10 van het Athletic Skills Model (ASM).
-Een speel- en beweegplek moet een gevoel van veiligheid geven. Een open en goed verlichte speelplek in het zicht van de voorkant van woningen wordt vaak als veilig ervaren.
-Zorg voor voldoende ruimte voor fietsparkeren.
Kleine speelplekken (circa < 400 m2)
De volgende ontwerprichtlijnen hebben betrekking op kleine locaties binnen de wijken en buurten die ingericht worden op spelen, bewegen en ontmoeten.
Uitgangspunten:
Kleine speelplekken (< 400 m2) met weinig speeltoestellen en/of een enkele speelfunctie hebben vaak minder speelwaarde of beperken de speelwaarde van een plek (bijvoorbeeld een losse ‘wipkip’ op een grasveld). Bij bestaande kleine speelplekken zetten we in op het volgende:
•Het vergroten van de gebruiks- en belevingswaarde van de speelplek en mogelijk vergroten van de diversiteit van het speel- en beweegaanbod. De inrichting biedt een stimulans voor (groot)ouders om samen met hun (klein)kind te spelen en te bewegen.
•De speelplek waar dat mogelijk is vervangen door vrije speelruimte met mogelijk kleine beweegaanleidingen zoals hoogteverschil, groen of objecten die op meerdere manieren gebruikt kunnen worden.
•Creëren van een ontmoetingsfunctie als onderdeel van een beweegplek, met zitgelegenheid (schaduwrijke plekken).
•Een speel- en beweegplek moet een gevoel van veiligheid geven. Een open en goed verlichte speelplek in het zicht van de voorkant van woningen wordt vaak als veilig ervaren.
•Op locaties die niet gebruikt worden wordt de speelplek verwijderd en de plek krijgt een nieuwe inrichting. De nieuwe inrichting waarborgt de beschikbaarheid van de locatie voor (informeel) spelen en wordt klimaatadaptief ingevuld.
DEEL B Achtergrond en analyse
4 PROCES
4.2 PARTICIPATIE
4.2.1 WERKSESSIES EN VELDBEZOEKEN
Om te komen tot ambities en maatregelen die aansluiten bij de vraagstukken in de gemeente Roermond, andere beleidsterreinen en de behoefte van de inwoners zijn werksessies georganiseerd.
Met verschillende betrokken partijen zowel binnen de organisatie van de gemeente Roermond en daarbuiten is door middel van werksessie input opgehaald. In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste bevindingen van de verschillende sessies opgenomen
4.3 WERKSESSIES
4.3.1 BELEIDSAMBTENAREN
Op 28 oktober 2024 heeft een eerste denktank plaatsgevonden met verschillende beleidsambtenaren van de gemeente Roermond. Met de aanwezige personen, vanuit verschillende beleidsterreinen (o.a. beheer, sport en inclusiviteit), is gekeken naar het spelen en bewegen in de gemeente Roermond. Aan de hand van drie vragen is gekeken naar de bestaande situatie voor spelen en bewegen
Wat gaat goed?
-Cruyffcourt – Donderberg met jongerencentrum
-Speelaanleidingen in de openbare ruimte
-Routestructuren en ontsluiting met buitengebied
-Groenblauwe schoolpleinen
Wat kan beter?
-Samenwerking met sportverenigingen voor buitensport Ophalen behoeften en creëren draagvlak (centraal meldpunt initiatieven)
-Geen zicht op gebruik speelplekken
-Ontmoetingsplekken voor jeugd en jongeren voor jongens
-en meiden
-Watertappunten en afstemming op beweegnetwerk Sport- en speelplekken afstemmen op behoefte en inzetten op beleving
-Laagdrempelige beweegaanleidingen op straatniveau
-Minder vandalisme, versterken sociale veiligheid
-Bereikbaarheid en toegankelijkheid
-plekken
-Aandacht voor instandhoudingskosten (beheer)
-Inclusiviteit van locaties versterken Inspelen op behoeften van ouderen
Waar nemen we afscheidvan?
-Verharde omgeving/ hittegevoelige inrichting
-Te weinig ruimte reservering in nieuw te ontwikkelen wijken
Waar beginnen we mee?
-ASM inzetten in de inrichting openbare ruimte
-Inzetten op multifunctionele plekken
-Koppelingen met klimaat adaptieve stad Daar wat waar energie zit
-Koppeling bewegen en onderwijs
-Schaduwrijke plekken
Op basis van de eerste denktank met de beleidsambtenaren zijn de volgende aandachtspunten opgesteld:
-Multifunctioneel ingerichte plekken – voor jong tot oud
-Kwalitatief hoogwaardige speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken
-Vergroening in de stad en koppeling met beweegaanleidingen
-Toegankelijkheid en inclusiviteit van speel-, beweeg-en ontmoetingsplekken
-Ruimte voor vernieuwend aanbod voor sport en bewegen: beleving!
4.3.2 WERKSESSIE GEMEENTERAAD
Tijdens de gele avond op 19 november 2024 is de gemeenteraad meegenomen in het proces dat ingezet wordt om te komen tot ambities en de beleidsopgave. Aan de hand van stellingen is input vanuit de gemeenteraad opgehaald voor passende ambities op gebied van spelen en bewegen.
Krijgt spelen, bewegen of ontmoeten de grootste prioriteit in het nieuwe beleid?
-Ontmoeten is de basis
-Spelen = bewegen en ontmoeten
-Aandacht voor kinderen preventie
Meerdere kleine locaties verspreid door de wijken heen of minder maar grotere, multifunctionele locaties op centrale plekken?
-Versnippering kan leiden tot mindere kwaliteit
-Ook kleine voorzieningen op straatniveau
-Uitdaging om goede mogelijkheden voor grote locaties in de gemeente te vinden
-Voorzieningen dicht bij de mensen om gebruik stimuleren
-Combinatie van grote en kleine locaties / balans
-Kwaliteit boven kwantiteit
Aan welke doelgroep moet de meeste aandacht geschonken worden in het nieuwe beleid? Jongeren of Ouderen?
-Aandacht voor eenzaamheid onder ouderen
-Plek voor jongeren- is inrichten voldoende?
-Jong geleerd = oud gedaan
Welke typen voorzieningen missen nu/zijn er meer van nodig in Roermond voor spelen, bewegen en ontmoeten?
-3x3 basketbal
-Multifunctioneel sporten
-Organisatie van activiteiten
-Informele/laagdrempelige
-inrichting Veilig spelen op straat
-Fysieke maar ook maatschappelijke ruimte voor kinderen
Het realiseren van multifunctionele voorzieningen in wijken met beweegarmoede of het realiseren van multifunctionele voorzieningen in alle wijken?
-Zinvolle investeringen
-Integrale benadering
-Inzetten op nieuwe plekken, inwoners hebben baat bij meer voorzieningen
De meest succesvolle koppelkansen rond bewegen in de openbare ruimte liggen: In de nabijheid van scholen of In de nabijheid van maatschappelijke voorzieningen of op zoveel mogelijk plekken, ook zonder koppelkansen
-Koppelen aanmaatschappelijke voorzieningen
-In schoolomgevingen (bewegend naar school)
-Aandacht voor veiligheid rondom scholen / ontstaan van overlast
Op basis van de sessie met de gemeenteraad zijn de volgende aandachtspunten opgesteld:
-Multifunctioneel ingerichte plekken – voor jong tot oud
-Kwaliteit voor kwantiteit
-Aansluiten bij behoefte
-Breed aanbod met aandacht voor alle doelgroepen Speel en beweegruimte in de openbare ruimte zijn een belangrijke maatschappelijke voorziening
-Toegankelijkheid en inclusiviteit van speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken
-Ruimte voor vernieuwend aanbod voor sport en bewegen:
Heeft Roermond genoeg of te weinig plekken?
-Niet op de juiste plekken
-Niet aansluitend aan de huidige behoefte/wensen.
4.3.3 WERKSESSIE UITVOERINGSPROGRAMMA (MAATREGELEN)
Met verschillende betrokken partijen zowel binnen de gemeentelijke organisatie als daarbuiten is gesproken over de factoren die een beweeg-, speel- en ontmoetplek tot een succes maken. Welke maatregelen zijn passend bij de ambities en speerpunten om het bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte van de gemeente Roermond te versterken en uit te breiden.
Afdeling Beheer Openbare Ruimte
-Duidelijke afspraken aanleg en beheer
-Inclusieve omgevingen: normen voor leeftijd maar ook voor toegankelijkheid
-Randvoorwaarden en kaders voor
-inrichting Duidelijkheid voor inwoners
-Diversiteit in materialen
-Budgetten
-Flexibiliteit in inrichting per wijk (maatwerk)
-Valondergronden: uniformiteit, wat, waar en wanneer
Kinderwijkraad
-Betrekken jeugd bij plannen
Seniorenraad
-Combineer binnen met buiten bewegen/lezingen)
-Bereikbaarheid voorzieningen voor ouderen
-Zorg voor voldoende en goed onderhoud
-Toegankelijkheid (begaanbare paden)
-Sociale controle -zicht vanuit omgeving
-Vergroten eigenaarschaps uit omgeving vrijwilligers)
-Middenstand betrekken door voorzieningen in omgeving
-te plaatsen
-Aantrekkelijk maken om te bewegen
-Veilig parkeren (auto en (elektrische) fiets)
Afdeling stedenbouw en mobiliteit
-Investeringen vanuit woningontwikkelaars
-Programma van Eisen voor nieuwe ontwikkelingen Goed en veilig bereikbaar
-Fietsen en wandelen op 1
-Minder auto in de stad
-Informele speelplekken
-Verbeteren fietsroutes
-Ruimte houden voor informele plekken
-Schoolroutes
Jongerenraad
-Stimuleren bewegend naar
-scho0l/beweegvriendelijke schoolomgevingen
-Aandacht voor veiligheid rondom
Sessie Sport en gezondheid
-Functionaliteit overdag – sportparken los van beleid maar aanhaken
-Beachvelden bij de wijken Aansluiten bij gezondheidsbeleid Groene omgeving
-Veilige omgeving
-Jogg-aanpak
-Voor kinderen en jeugd, gezond gedrag en gezonde keuzes
-Meer omgeving voor bewegen, spelen en ontmoeten Bereikbaarheid
-Schoon
-Samen met inwoners Athletic Skills Model
-Alle vormen van bewegen Wandelen… maar niet alleen Informeel netwerk inzetten Beweegmakelaar Buurtsportcoach
-Platform ondernemende sportaanbieders
Steetculture
-Sociale controle,zichtbaarheid
-Verschillende ondergronden, verschillend gebruik
-Aandacht voor jaarrond gebruik (materiaal en ligging)
-Zorg voor een nette en functionele plek (repareer wanneer nodig)
-Grote vraag naar Urban (groeiend)
-Meer ruimte voor ontmoeten (zien en gezien worden)
-Sportplekken niet combineren met parkeervoorzieningen (overlast/onveiligheid)
Groen en klimaatadaptatie
-Aandacht voor biodiversiteit
-Schoolomgeving > schoolplein, schoolplein (tot 2026)
-Gezonde leefomgeving
-Versterken en verbeteren bestaand groen Koppeling woonzorgvisie
-Aanknopingspunten
-Renovatie wijken
-Woon – zorg visie
-Groenblauwe revolutie
-schoolpleinen Stimuleringsregeling
Op basis van verdiepende versie verschillende betrokken partijen maatregelen opgesteld. Een rode lijn uit de gevoerde gesprekken:
-Veilig gebruik en breed inzetbaar
-Goed beheer en onderhoud
-Sociale veiligheid
-Combineren van functies
-Gebruik maken van de bestaande structuur
-Maatwerk
-Vergroten eigenaarschap
-Goede en uniforme keuzes rondom kwaliteit en materialen
-Aansluiten bij andere beleidsterreinen voor maximaal effect
4.4 TRENDS EN ONTWIKKELINGEN
4.4.1 BEWEGEN - ONDERDEEL VAN EEN GEZONDE LEEFSTIJL
In onze samenleving brengen mensen steeds meer tijd zittend door. Dit leidt tot beweegarmoede, met ingrijpende gevolgen voor de lichamelijke en mentale gezondheid. Vooral bij kinderen is deze ontwikkeling zichtbaar. De motorische vaardigheden van basisschoolleerlingen nemen al jaren af. Uit een rapport van de Onderwijsinspectie (2018) blijkt dat leerlingen in groep 8 op vijf van de acht gemeten onderdelen minder vaardig zijn dan tien jaar eerder. Deze trend heeft grote gevolgen voor het welzijn op de lange termijn en kan leiden tot hogere zorgkosten.
[Bron: Alles over sport (2022). Basisschoolleerlingen minder bewegingsvaardig: vakleerkrachten gewenst]
In 2022 onderstreepten de Nederlandse Sportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving in een gezamenlijk advies het belang van meer aandacht voor bewegen en sporten op school – zowel binnen als buiten de gymles. Bewegen draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar ondersteunt ook bredere onderwijsdoelen zoals kwalificatie, socialisatie, persoonsvorming en het stimuleren van cognitieve functies. [Bron: Nederlandse Sportraad]
In onderstaande tabel wordt inzicht gegeven in hoe Roermond scoort op een aantal gezondheid gerelateerde indicatoren. Over het algemeen liggen de scores onder het landelijk gemiddelde. Dit onderstreept de noodzaak om te investeren in een beweegvriendelijke leefomgeving die inwoners structureel stimuleert tot een actievere leefstijl.
4.4.2 MEEBEWEGEN MET DE TREND
Sportverenigingen vervullen een centrale en blijvend belangrijke rol in Roermond, vooral voor de jeugd. Ze bieden structuur, begeleiding en sociale verbinding. Tegelijkertijd verandert de manier waarop volwassenen en jongeren sporten en bewegen. Steeds vaker zoeken zij flexibiliteit: zelf bepalen wanneer, waar en met wie ze actief zijn.
Landelijk zien we een duidelijke trend: het aantal mensen dat ongeorganiseerd of anders georganiseerd sport neemt toe, terwijl het aantal leden van traditionele sportverenigingen daalt. De Sport Toekomstverkenning (2018) voorspelt dat deze ontwikkeling zich verder zal doorzetten.
[Bron: RIVM & SCP, 2023. Sport Toekomstverkenning – ‘Een sportiever Nederland’, Trendscenario vrijwilligerswerk]
Ook aan de aanbodzijde verandert het landschap. Er zijn steeds meer sport- en beweegaanbieders actief in de openbare ruimte, zoals bootcampgroepen en urban sportinitiatieven. In Roermond is een vergelijkbare trend zichtbaar: de populariteit van ongeorganiseerd en flexibel sporten neemt toe.
Deze ontwikkeling vraagt om een openbare ruimte die ruimte biedt aan zowel traditionele verenigingssport als nieuwe, informele vormen van bewegen. Het beleid speelt hierop in door te investeren in een beweegvriendelijke omgeving die aansluit bij de veranderende behoeften van inwoners.
4.4.3 MAATSCHAPPELIJKE OPBRENGSTEN SPORTEN EN BEWEGEN
De maatschappelijke waarde van sport en bewegen is groot. Uit berekeningen blijkt dat de Social Return on Investment (SROI) van sport en bewegen in Nederland gemiddeld 1 op 2,7 bedraagt. Dit betekent dat elke euro die wordt geïnvesteerd, gemiddeld €2,70 aan maatschappelijke baten oplevert.
[Bron: Rebel (2019). De Social Return On Investment (SROI) van sport en bewegen]
De vijf grootste opbrengsten zijn:
-Verbeterde kwaliteit van leven
-Minder ziekteverzuim
-Hogere arbeidsproductiviteit
-Lagere zorgkosten
-Verhoogde levensverwachting
Ook voor specifieke vormen van bewegen zijn de baten inzichtelijk gemaakt. Zo blijkt uit Europees onderzoek dat elke extra gewandelde kilometer een maatschappelijke winst van circa €0,37 oplevert. Als iedere inwoner van Roermond dagelijks één kilometer extra zou lopen, levert dat de stad jaarlijks naar schatting €10,97 miljoen aan maatschappelijke baten op.
Deze cijfers onderstrepen het belang van investeren in een beweegvriendelijke leefomgeving. Maatregelen die sport en bewegen stimuleren zijn niet alleen goed voor de gezondheid, maar ook voor de economische en sociale toekomst van Roermond.
4.5 UITVOERINGSPROGRAMMA - AANPAK
4.5.1. UITVOERINGSVOLGORDE
De hoofdmaatregelen en projecten zoals beschreven in paragraaf 2.2.1 zijn omvangrijk. De uitvoering vraagt daarom tijd en een stapsgewijze aanpak. De gemeente Roermond kiest ervoor om het beleid actief en doelgericht uit te voeren via twee sporen:
A. Implementatie bij renovatie
B. Aanvullend aanbod op wijkniveau op basis van rangorde
Implementatie beleid bij renovatie
De wijkgerichte aanpak uit het beleid geldt voor de gehele gemeente Roermond. Bij renovatie van bestaande speelvoorzieningen en bij de ontwikkeling van nieuwbouwwijken wordt gewerkt volgens het wijkplan en de vastgestelde beleidskaders.
Ook in bestaande wijken waar in de komende jaren nog geen uitbreiding van voorzieningen gepland is, wordt – in overleg met de omgeving – gekeken naar mogelijkheden om bewegen en ontmoeten te integreren. Deze afspraken worden opgenomen in het wijkplan. Voor nieuwbouwwijken geldt dat spelen, bewegen en ontmoeten vanaf het begin gezamenlijk worden meegenomen in de inrichting van de openbare ruimte.
Aanvullend aanbod ontmoeten en bewegen op wijkniveau op basis van rangorde.
-Om te komen tot een haalbare uitvoeringsopgave voor de periode 2026–2030 is, op basis van een aantal parameters, bepaald in welke wijken de grootste gezondheidswinst te behalen is. Deze analyse heeft geleid tot een rangorde van wijken waar de uitvoering van maatregelen het meeste effect verwacht wordt.
Op basis van deze rangorde en beschikbare middelen wordt in de periode 2026–2030 uitvoering gegeven aan:
-Het aanvullen van bestaande voorzieningen met extra ruimte voor bewegen en ontmoeten
-Het uitvoeren van studie- en onderzoeksprojecten ter voorbereiding op toekomstige maatregelen
De geselecteerde wijken voor deze eerste uitvoeringsfase zijn:
-Roermond-Oost
-Donderberg
-Roermond-Zuid
-Centrum*
*Op basis van de gehanteerde parameters scoorden het Centrum en Maasniel gelijk. Omdat er op inhoudelijk niveau geen onderscheid kon worden gemaakt, is gekozen voor het Centrum als vierde wijk. Deze keuze sluit aan bij de geplande ruimtelijke transformatie in het gebied, zodat tijdig kan worden aangesloten bij lopende ontwikkelingen.
Hoogwaardige multifunctionele voorziening
Voor de stimulering van bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte wordt één nieuwe, grote multifunctionele voorziening gerealiseerd. Deze voorziening bedient meerdere doelgroepen, heeft een wijkoverstijgend karakter en wordt tussen 2026 en 2030 gebouwd. De exacte invulling wordt afgestemd op de locatie en de lokale behoefte.