Aanhef
Inleiding
De Woningwet verplicht gemeenten om een welstandsnota vast te stellen als zij bouwwerken willen toetsen aan redelijke eisen van welstand.
1De Nota BK is gebaseerd op het wettelijk voorgeschreven toezicht op de kwaliteit van de (on)bebouwde omgeving geregeld (art. 12 Ww). De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het bevorderen en de instandhouding van deze kwaliteit binnen de gemeentegrenzen. Voor de afgifte van een vergunning wordt een bouwplan onder andere “op zich en in relatie tot zijn omgeving” beoordeeld op “redelijke eisen van welstand”. Deze “redelijke eisen van welstand” worden in de vorm van objectieve criteria door de gemeenteraad vastgesteld.
Voor het laatst heeft de gemeente Roermond op 30 september 2010 de Nota Beeldkwaliteit (hierna: Nota BK) vastgesteld. In de Nota BK zijn voor omgevingsvergunningplichtige activiteiten redelijke eisen van welstand geformuleerd.
Redelijke eisen van welstand is een begrip dat zich moeilijk laat vertalen in concrete regels die algemeen toepasbaar zijn. Daarom zijn uitgangspunten beschreven die de Commissie Beeldkwaliteit (hierna Cie. BK) hanteert bij de advisering over bouwplannen waarvoor een vergunning is vereist. Daarnaast adviseert de Cie. BK over plannen die betrekking hebben op het wijzigen van monumenten en gebouwen in bijzonder welstandsgebied, die in deze nota zijn genoemd, en voor het buitengebied. De werkzaamheden van de leden van de Cie. BK zijn omschreven in de Verordening op de Commissie Beeldkwaliteit.
Het gemeentebestuur streeft naar de bevordering van een goede ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit van woon- en werkomgeving in Roermond. Deze kwaliteit is mede afhankelijk van de samenhang van beeldbepalende elementen zoals landschap, openbare ruimte en architectuur. Daarom zijn in de voorliggende Nota BK de uitgangspunten van welstandstoezicht op hoofdlijnen beschreven. De systematiek van de voorliggende Nota BK beoogt bij te dragen aan een snelle afhandeling van omgevingsvergunningplichtige bouwplannen.
Leeswijzer
In deze nota wordt de lezer eerst geïnformeerd over een situatie waarin géén welstandstoets is vereist, te weten voor de omgevingsvergunningvrije bouwwerken. Een aantal omgevingsvergunning-plichtige bouwplannen is welstandsvrij als wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de betreffende bouwwerken zijn gesteld. Deze zijn alle omschreven in de Nota BK.
Voor alle overige omgevingsvergunningplichtige bouwplannen is een welstandstoets vereist. Voor deze toets zijn algemene criteria beschreven die betrekking hebben op:
-schaal en maatverhoudingen;
-relatie tussen gebruik, vorm en constructie;
-evenwicht tussen helderheid en complexiteit;
-materiaal, textuur en kleur;
-relatie tussen bouwwerk en omgeving.
Voor omgevingsvergunningplichtige bouwplannen die worden gerealiseerd in een bijzonder welstandsgebied en in het buitengebied zijn nadere uitgangspunten en aanvullende criteria gegeven. Als het gebouw een beschermd monument is, een monumentaal karakter heeft of gelegen is binnen een van rijkswege beschermd stads- of dorpsgezicht, wordt het bouwplan voor advies voorgelegd aan de afdeling Plannen en Projecten/monumentenzorg en de Cie. BK. Tot slot wordt nog aandacht besteed aan beeldkwaliteitsplannen, de hardheidsclausule, de excessenregeling en de aansluiting van de Nota BK op andere beleidsdocumenten.
In bijlage 1 zijn deelkaarten van het bijzondere welstandsgebied opgenomen.
In bijlage 2 is de welstandstoetsing in een stroomschema weergegeven.
De gemeenteraad heeft de volgende omgevingsvergunningplichtige activiteiten onder voorwaarden welstandsvrij verklaard:
Bijlage 1: kaartmateriaal bijzondere welstandsgebieden
12.1 beschermd stadsgezicht Roermond, en de stadsdelen Buitenop, Voorstad Sint Jacob, Deemsel en Roerzicht, Kapellerlaan– Kapel in ’t Zand
122 beschermd dorpsgezicht Asselt
12.3 kern Swalmen
124 Swalmen, kern Boukoul
12.5 Asenray
12.6 Maasniel
12.7 Kern Leeuwen
12.8 Herten
12.9 Ool
12.10 Merum
122
Bijlage 3: Addendum
Algemeen uitgangspunt
We zetten in op ruimtelijke kwaliteit. Nieuwbouw in de binnenstad moet zich voegen in het bestaande weefsel, met respect voor de omgeving. Nieuwe elementen dienen met het historisch karakter te harmoniëren. Het contrast geldt niet per se als een kwaliteit.
Architectuur
1De binnenstad kent een grote en waardevolle variëteit aan bouwstijlen. Deze variëteit maakt deel uit van de bijzondere rijkdom van de stad. In een moderne ontwikkeling dient plaats ingeruimd te worden voor nieuwe stijlelementen. Hierbij dient in dialoog met het historische idioom van de omgeving gestreefd te worden naar een kwalitatief hoogwaardige architectuur waarbij plaats kan worden ingeruimd voor vernieuwende elementen.
2De stad wordt van oudsher gekenmerkt door een deels grootschalige bebouwing (kloosters, scholen, bestuursgebouwen etc.) Deze historische grootschalige bebouwing kent over het algemeen een hoge architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit. Deze hoge kwaliteit dient ook bij nieuwe grootschalige invullingen gerealiseerd te worden. Ook bestond er in de binnenstad een evenwicht tussen klein- en grootschaligheid waarbij zelfs de meest enorme gebouwen en complexen werden gekenmerkt door de menselijke maat. Het aanwezige evenwicht tussen de grote en de kleine schaal dient bewaakt te worden. Eveneens mag van toekomstige grootschalige invullingen verwacht worden dat zij zich in hun vormgeving naar de menselijke maat richten.
3De ligging van de stad boven het Maasdal en onder het plateau van de Maasnielder Beek brengt met zich mee dat er vanuit een aantal invalswegen een fraai uitzicht op de stad geboden wordt. Belangrijk onderdeel van dit schouwspel vormt de ‘skyline’ van de stad. Deze wordt gevormd door een afwisseling van hoge torens met lage gebouwen in een grote verscheidenheid van karakteristieke vormen in het centrum. Waar hoogbouw stedenbouwkundig akkoord wordt bevonden, dient de toekomstige bebouwing de skyline van Roermond vanuit architectonisch oogpunt kwalitatief te versterken.
4Veel historische panden hebben elementen die de gevel ‘aankleden’. Ornamenten, bijzondere metselverbanden en plastische details zijn waardevol. Dit soort architectonische details dienen behouden te blijven en waar deze verborgen zijn opnieuw in het zicht gebracht te worden (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 2). Bij nieuwbouw resulteert dit in gebruik van hoogwaardige materialen.
5Overhoekse oriëntatie van gebouwen en panden is een historisch kenmerk van de Roermondse binnenstad. Dat wil zeggen: er is een duidelijke hiërarchie tussen hoofd- en zijstraten. Een dergelijke oriëntatie dient versterkt te worden (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 3). Hoekpanden krijgen een overhoekse oriëntatie.
6De bebouwing van de binnenstad wordt grotendeels gekenmerkt door gesloten straatwanden en hoeken van rechthoekige bouwvolumes van twee tot vier lagen met een kap met de nok evenwijdig of haaks op de straat en een afwisselende goothoogte. Ondanks deze afwisseling is er een harmonieus straatbeeld ontstaan. Naar het behoud hiervan dient in beginsel gestreefd te worden.
7Wanneer een pand op de begane grond is opgedeeld in meerdere winkels, dienen deze winkels hun puien met elkaar af te stemmen. De uitstraling van het gehele pand moet het uitgangspunt zijn. De onderlinge verschillen in expressie van de winkels moeten ingekaderd zijn en ondergeschikt zijn aan de eenheid van het pand (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 1).
8Gevels zijn binnen het beschermde stadsgezicht traditioneel als één geheel ontworpen. Sinds de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw hebben er echter veel aanpassingen in de plinten en vervanging van de originele puien plaatsgevonden. De gevels zijn vaak gesplitst in boven en beneden. Voorzetgevelelementen verstoren het totale gevelbeeld. Hierdoor zijn de gevels niet meer goed in de openbare ruimte verankerd. De puien dienen in vormgeving en materialisatie weer één te gaan vormen. Door het toepassen van een plint aan de gevelvoet (minimaal 30 centimeter) dient een duidelijke beëindiging van de gevel aan de onderzijde te ontstaan (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 4). Bij nieuwbouw resulteert dit in gebruik van hoogwaardige materialen en architectuur. In gebieden met hoge cultuurhistorische waarden zal het ontwerp zich meer aan de historische context moeten aanpassen dan in gebieden met een lage historische context.
9De splitsing van gevels in beneden en boven wordt vaak benadrukt door luifels. Deze hebben een zeer negatieve impact op het straatbeeld. Gestreefd wordt naar het verwijderen van bestaande luifels, tenzij deze deel uitmaken van de oorspronkelijke gevel. Als alternatief gelden markiezen en zonneschermen ter breedte van de gevelopeningen. Deze moeten passend gemaakt worden op de breedte van de gevelopeningen. De bevestiging op of boven het kozijn vraagt om aandacht in de uitwerking (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 6).
10Een relatief nieuw element binnen het beschermde stadsgezicht zijn de winterterrassen. De diversiteit in het uiterlijk van de winterterrassen in grootte, in hoogte, in constructiewijze en in materiaaltoepassing resulteert in een rommelig straatbeeld en verhult de kwaliteit van de achterliggende gevels. Winterterrassen dienen specifiek voor hun beoogde plek ontworpen te worden waarbij recht wordt gedaan aan de kwaliteit van het pand en het straatbeeld. De winterterrassen moeten daarbij zo luchtig en transparant mogelijk ontworpen worden. De daken dienen van glas te zijn. De stijlen van de glaspuien moeten het gevelritme van het pand overnemen en de gevel moet altijd goed zichtbaar blijven. De puien van een winterterras moeten verticaal worden opgebouwd in een oneven verdeling waardoor de pui zelf altijd symmetrisch is en een centrale entree heeft. Winterterrassen moeten passen bij de karakteristiek van het pand (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 8).
11Typisch voor de binnenstad zijn panden met de nok evenwijdig aan de straat in een gesloten straatwand. Deze grote stadspanden zijn als regel voorzien van een grote koetspoort links of rechts in de gevel. Deze koetspoorten verrijken het stadsbeeld niet alleen met hun vaak fraaie architectuur maar ook met vele interessante doorkijkjes naar de binnenterreinen.
12Typerend voor de panden in het beschermd stadsgezicht zijn de grote gesloten kappen, slechts geopend door ondergeschikte dakkapellen tussen de spanten. Gestreefd dient te worden naar het behoud van deze kappen met hun eveneens voor de stad typische leistenen of gesmoord ceramische bedekking.
13De grote variatie en type reclame-uitingen en naamborden resulteren in een vertroebeld straatbeeld. Aan reclame dient in samenhang met de architectuur, op een terughoudende wijze vorm te worden gegeven. Gestreefd wordt naar standaardafmetingen van borden en losse letters op de gevel (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 7).
14De bebouwing in de binnenstad wordt gekenmerkt door het gebruik van hoogwaardige maar ingetogen en op ambachtelijk hoogstaande wijze verwerkte bouwmaterialen. In het verleden werden de gebouwen veelal opgetrokken uit warmrode baksteen, met raam- en deuromlijstingen en andere tectonische details uit blauwe natuursteen. Later werden de gevels geslempt of bepleisterd en voorzien van uitbundige stucdecoraties in nabootsing van natuurstenen details. Deze kwaliteit van de materialen en de ambachtelijke verwerkingswijze dient in het moderne materiaalgebruik te worden behouden.
15Een historische binnenstad kenmerkt zich uit de aard van de zaak door duurzaamheid van de gebouwen en objecten. Eigentijdse toevoegingen moeten bij het historische materiaalgebruik en de verwerking ervan passen.
16Het kleurgebruik in de historische binnenstad is vanouds ingetogen, maar niet somber. Door het gebruik van natuurlijke bouwmaterialen overheersen natuurlijke kleuren. Verfkleuren zijn vaak in dezelfde tint als de natuursteendetails gekozen of in dezelfde kleur als het metselwerk uitgevoerd. Felle detonerende kleuren (waaronder helder wit) dienen alleen in beperkte accenten te worden toegepast. Alvorens wijzigingen aan de gevels worden aangebracht dient stratigrafisch historisch kleurenonderzoek plaats te vinden waarna de nieuwe gevelafwerking hierop wordt afgestemd (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 10).
17Om de kwaliteit en eigenheid van het beschermde stadsgezicht ook in de avond en tijdens donkere dagen tot zijn recht te laten komen kan gekozen worden voor het aanlichten van speciale elementen. Gestreefd moet worden naar een goede afstemming van de verlichting van de openbare ruimte en die van de winkeletalages en de winkelgevels (Gebiedsprofiel Binnenstad, gouden regel 9).
De bovengenoemde uitgangspunten gelden voor het gehele beschermde stadsgezicht. Binnen het beschermde stadsgezicht zijn echter niet overal evenveel en even belangrijke cultuurhistorische waarden voorhanden. Desalniettemin is het binnen het gehele beschermde stadsgezicht waardevol om ontwikkelingen te stimuleren, die rechtdoen aan de kwaliteit van de gehele historische binnenstad. Het beschermde stadsgezicht van de binnenstad kan weliswaar, conform bijlage 1, onderverdeeld worden in gebieden met hoogste, hoge en lage cultuurhistorische waarden. Dit wil echter niet zeggen dat er zonder meer concessies aan kwaliteit gedaan moeten worden in gebieden met een lage historische waardering. Door juist hier ook kwaliteit te stimuleren, kan de waarde van het gehele beschermde stadsgezicht opgewaardeerd worden. Hier zal gestreefd worden naar het in gang zetten van een ontwikkeling waarin een vitale vormgeving ontstaat die in kwaliteit aansluiting zoekt bij de historische waarden elders in de stad. Conserveren wordt het beleid in de gebieden met een hoogste historische waardering. Gestreefd wordt hier naar het behoud van het bestaande gezicht.
Toelichting
De aanvrager en/of ontwerper kan verzoeken om een mondelinge toelichting op het advies.
Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven door de ambtelijk secretaris. Indien de aanvrager en/of ontwerper vervolgens een nadere toelichting wenst wordt een afspraak gemaakt met de Cie. BK dan wel een namens haar gemandateerd lid.