Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten het beleidskader huisvesting internationale werknemers Roermond 2024 vast te stellen.
3. Categorieën huisvesting voor internationale werknemers
3.1 Reguliere woningen
3.1.1 Juridisch/Planologische grondslag
In beginsel is deze vorm passend binnen alle bestemmingen die woondoeleinden faciliteren, gemeentebreed.
3.1.2 Waar toegestaan?
Voor huisvesting van internationale werknemers in reguliere woningen gelden vanuit ons beleid géén ruimtelijke toetsingscriteria, omdat dit panden betreft binnen de vrije markt, die op reguliere wijze (kunnen) worden bewoond door een alleenstaande of door één gezin (één huishouden). De enige verbodsbepaling is dat dit nooit vakantiewoningen mogen zijn, want die zijn niet geschikt voor permanente bewoning. Huisvesting van internationale werknemers in reguliere woningen behoeft bijzondere aandacht in de sfeer van handhaving, omdat er een risico bestaat op overbewoning en illegale kamerbewoning.
3.1.3 Toezicht en handhaving
Wanneer een reguliere woning bewoond wordt door mensen die geen onderlinge verbondenheid hebben dan voldoet deze niet aan het éénhuishouden-criterium en zal sprake zijn van een illegale situatie. Feitelijk is dan sprake van kamerbewoning en zulke situaties zijn op basis van het omgevingsplan vergunningsplichtig. Wanneer in een dergelijke situatie géén vergunning is afgegeven dan geldt een beginselplicht tot handhaving. Juist binnen deze categorie heeft de gemeente niet altijd zicht op een mogelijke illegale situatie en komt deze vaak pas aan het licht wanneer concrete overlast of andere sociale problematiek ontstaat bij het woonadres in kwestie.
3.2 Ministudio’s
3.2.1 Juridisch/Planologische grondslag
Artikel 4.2 van Herziening paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio’s bepaalt dat ministudio’s in sommige buurten rechtstreeks zijn toegestaan. Dit paraplubestemmingsplan geldt voor het héle grondgebied (dus alle plannen) van de gemeente Roermond.
3.2.2 Waar toegestaan?
Ministudio’s zijn in beginsel rechtstreeks toegestaan, behalve in de volgende buurten (opgesomd in toelichting bestemmingsplan + verbeelding):
* Binnenstad
* Vliegeniersbuurt
* Kitskensberg
* Roermondse Veld
* Componistenbuurt
* Tegelarijveld-Broekhin
* Sterrenberg
* De Kemp
* Groenekruisgebied
Er is een afwijkingsbevoegdheid van B&W om ministudio’s via vergunning tóch in genoemde buurten toe te staan via een omgevingsvergunning.
3.3 Kamerbewoning
3.3.1 Juridisch/Planologische grondslag
Artikel 4.1 van het paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio’s bepaalt dat kamerverhuur nergens is toegestaan zonder vergunning. Dit parapluplan geldt voor het héle grondgebied (dus alle plannen) van de gemeente Roermond.
3.3.2 Waar toegestaan
Kamerbewoning is nergens rechtstreeks toegestaan. Het is enkel via een omgevingsvergunning mogelijk op basis van de afwijkingsbevoegdheid van het college. Ingevolge artikel 5.1 van het paraplubestemmingsplan kamerverhuur en ministudio’s kunnen via een omgevingsvergunning nieuwe kamerwoningen worden toegestaan. Hiertoe geldt de vastgestelde beleidsregel “Uitvoeringsbeleid kamerverhuur en ministudio’s”.
3.4 Geclusterde huisvesting
3.4.1 Juridisch/Planologische grondslag
Geclusterde huisvesting is in beginsel nergens passend binnen onze omgevingsplannen, omdat de bestemming “agrarisch bedrijf” dergelijke huisvesting niet toestaat. Gelet op de woon-werk relatie met een actief agrarisch bedrijf zal altijd maatwerk nodig zijn via een omgevingsvergunning voor het afwijken van de functie.
3.4.2 Waar toegestaan?
Dit is afhankelijk van de feitelijke verschijningsvorm. Gaat het om kamerbewoning, zijn het ministudio’s of betreft het overige reguliere woonruimte op het actieve agrarische bedrijfsterrein in kwestie?
Voor zover het kamers betreft zal voldaan moeten worden aan het paraplubestemmingsplan en de beleidsregel die daarbij hoort. Ingeval van ministudio’s idem.
Wanneer de (beoogde) woonruimtes groter zijn dan 60m2 is, dan zijn dit dus geen kamers en ook geen ministudio’s, en dan is het paraplubestemmingsplan en de beleidsregel niet van toepassing.
Voor deze agrarische woon-werksituaties (clustering) liggen er in ons beleid geen specifieke locatie- en inrichtingseisen vast. Wat we wél kunnen doen is bij de toetsing ook voor deze categorie op analoge wijze toepassing geven aan de criteria die zijn vastgelegd in de vastgestelde beleidsregel “Uitvoeringsbeleid kamerverhuur en ministudio’s”. Die zien toe op aspecten van leefbaarheid, een goed woon- en leefklimaat en beheer. Hieraan voegen we toe dat deze categorie óók moet voldoen aan de normen van het AKF-keurmerk.
3.4.3 Afwegingscriteria bij aanvraag omgevingsvergunning:
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de huisvesting van internationale werknemers in een geclusterde setting gelden de volgende afwegingscriteria (cumulatief):
> Analoge toets aan de voorwaarden in artikel 3 van Uitvoeringsbeleid kamerverhuur en ministudio’s.
> Geen bewoning door kinderen;
> Een bewoner heeft toegang tot en kan gebruik maken van zijn eigen afsluitbare slaapvertrek;
> Sanitaire voorzieningen en kookfaciliteiten worden gedeeld met maximaal 3 andere personen;
> Voldoen aan voorwaarden van het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AFK);
> Een omgevingsdialoog is verplicht
3.5 Situationele huisvesting
3.5.1 Juridisch/Planologische grondslag
Situationele huisvesting is in beginsel niet passend binnen onze omgevingsplannen omdat de aanvragen in praktijk dikwijls zijn geprojecteerd op locaties die een andere bestemming hebben dan ‘wonen’.
3.5.2 Waar toegestaan?
Dit is afhankelijk van de feitelijke verschijningsvorm in de aanvraag. Gaat het om kamerbewoning, zijn het ministudio’s of betreft het overige reguliere woonruimte op de beoogde locatie in kwestie? Voor zover het kamers betreft zal voldaan moeten worden aan het paraplubestemmingsplan en de beleidsregel die daarbij hoort. Ingeval van ministudio’s idem. Wanneer de (beoogde) woonruimtes groter zijn dan 60m2 is, dan zijn dit dus geen kamers en ook geen ministudio, en dan zijn het paraplubestemmingsplan en de beleidsregel niet van toepassing.
Voor deze “overige” gevallen liggen er in ons beleid geen specifieke locatie- en inrichtingseisen vast. Daarom hanteren we ook voor deze categorie op analoge wijze de criteria die zijn vastgelegd in de vastgestelde beleidsregel “Uitvoeringsbeleid kamerverhuur en ministudio’s”, die vooral toezien op aspecten van leefbaarheid, een goed woon- en leefklimaat en goed beheer. Hieraan voegen we toe dat deze categorie niet toegestaan is op bedrijventerreinen vanwege de beschermde status van ‘wonen’.
3.5.3 Afwegingscriteria bij aanvraag omgevingsvergunning:
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de huisvesting van internationale werknemers is een situationele huisvestingssituatie gelden de volgende afwegingscriteria (cumulatief):
> Analoge toets aan de voorwaarden in artikel 3 van Uitvoeringsbeleid kamerverhuur en ministudio’s.
> Geen bewoning door kinderen;
> Een bewoner heeft toegang tot en kan gebruik maken van zijn eigen afsluitbare slaapvertrek;
> Sanitaire voorzieningen en kookfaciliteiten worden gedeeld met maximaal 3 andere personen;
> Voldoen aan voorwaarden van het keurmerk van Stichting Normering Flexwonen (SNF);
> Niet gelegen op een bedrijventerrein;
> Een omgevingsdialoog is verplicht.
Nadere voorwaarden aan vergunning, mogelijkheid tot Intrekking en Handhaving
In sommige gevallen zullen nieuwe woningen voor deze doelgroep rechtstreeks zijn toegestaan, omdat deze binnen het geldende omgevingsplan vallen. Denk aan initiatieven die plaatsvinden binnen reguliere woningen of ministudio’s in bepaalde buurten. Daarbuiten heeft het college van B&W een discretionaire bevoegdheid bij het al dan niet verlenen van een omgevingsvergunning.
Maatwerk per geval is dus mogelijk. Hoe dit maatwerk toe te passen ligt allereerst vast in de criteria van het paraplubestemmingsplan en de daarbij behorende beleidsregel Uitvoeringsbeleid. Dat kader is echter specifiek van toepassing op kamerverhuur en ministudio’s (categorie 2 en 3), maar overige initiatieven vallen daar formeel buiten. Met onderhavig beleidskader leggen we vast dat voornoemd paraplubeleid tevens zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is op de afwegingscriteria voor de overige soorten initiatieven (categorie 4 en 5). Door middel van deze analoge toetsingswijze wordt uniformiteit en overzichtelijkheid bevorderd. Wel voegen we nog een aantal concrete criteria toe die specifiek verband houden met geclusterde huisvesting (agrarisch bedrijf) en situationele huisvesting en leggen we algemene uitgangspunten vast voor huisvesting van internationale werknemers.
Dit toetsingskader laat onverlet dat het college bij elke beoordeling om een omgevingsvergunning maatwerk kan leveren, doordat zij de afweging kan maken in de ene situatie wél en in de andere situatie géén medewerking te verlenen. Die afweging is gerechtvaardigd, met het oog op borging van de leefbaarheid en woongenot. Instrumenten die het bevoegd gezag hiertoe beschikbaar heeft zijn het stellen van nadere voorwaarden aan de vergunning, het mogelijk intrekken daarvan, en het handhavend optreden.
Dit palet wordt toereikend geacht om alle soorten binnenkomende initiatieven voor huisvesting van internationale werknemers op een kwalitatieve wijze te kunnen beoordelen. Ook kan het kader worden gehanteerd bij een eventuele zoektocht naar geschikte locaties (anders dan reguliere woningen) voor het huisvesten van deze doelgroep, in relatie tot de Quickscan Wonen.
Dit afwegingskader staat los van (nieuwe) wettelijke instrumenten die bijvoorbeeld voortvloeien uit de Wet goed verhuurderschap, de Wet versterking regie volkshuisvesting, de Spreidingswet en de Omgevingswet.