Aanhef
Burgemeester en wethouders van Roerdalen,
gelet op artikel 18, eerste lid, van de “Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Roerdalen 2008”;
besluiten:
vast te stellen de volgende:
nadere regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen te Posterholt, St. Odiliënberg, Herkenbosch, Melick en Vlodrop.
hoofdstuk
Artikel 1 Inleiding
Deze nadere regels verstaan onder:
a.graf: het graf bestaat uit een strook voor de grafbedekking, de plantstrook en de bereikbaarheidsstrook.
b.grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf;
c.plantstrook: strook, gemeten vanaf de achterzijde van het gedenkteken tot aan de bereikbaarheidsstrook, over de volledige breedte van het graf;
d.bereikbaarheidsstrook: grasstrook, gemeten vanaf de plantstrook tot aan het pad,
over de volledige breedte van het graf;
e.gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren;
f.grafbeplanting: winterharde beplanting die door de rechthebbende en/of de gemeente op een graf wordt aangebracht.
I. Gedenkteken
Artikel 2
1Bij de graven kunnen slechts gedenktekens worden geplaatst overeenkomstig de voorschriften, zoals vermeld in artikel 5.
2De gedenktekens worden onder toezicht en volgens de aanwijzingen van de gemeente geplaatst.
3De rechthebbende is niet verplicht een gedenkteken te plaatsen.
4Per graf of dubbelgraf is slechts één gedenkteken toegestaan.
Artikel 3
1Eenmaal geplaatste gedenktekens mogen tijdens de looptijd zonder de toestemming van burgemeester en wethouders niet worden verwijderd, verplaatst of veranderd.
2De gemeente is niet verantwoordelijk voor de gedenktekens die zich op de graven bevinden.
3Schade aan gedenktekens, door welke oorzaak ook ontstaan, wordt door de gemeente niet vergoed, tenzij deze is veroorzaakt door handelingen of nalatigheid van haar personeel.
Artikel 4
De rechthebbende op een graf moet gedogen, dat het daarop geplaatste gedenkteken vanwege de gemeente en op haar kosten tijdelijk wordt weggenomen of verplaatst, als dit voor het begraven van lijken of om andere redenen nodig mocht zijn.
Artikel 5 Eisen gedenktekens
1De lengte en de breedte van het gedenkteken mag de afmeting van de plantstrook niet overschrijden, zoals vermeld in artikel 12.
2De maximale hoogte van het gedenkteken is 110 cm.
3De onderdelen moeten vast aan het gedenkteken zijn verbonden.
4Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, duurzame kunststoffen, metaal, keramiek of een verduurzaamde houtsoort.
5De funderingsblokken moeten binnen het maaiveld blijven.
6De afmeting van de bedekking van een urnengraf bedraagt 50 cm x 50 cm.
II Grafbeplanting
Artikel 6 Winterharde gewassen
1De graven, met uitzondering van de kindergraven, worden bedekt met graszoden met dien verstande, dat over de volledige breedte van het graf een plantstrook wordt vrijgehouden voor het aanbrengen van planten of het plaatsen van vazen met bloemen en gedenktekens.
2Het is niet verplicht beplanting aan te brengen op de plantstrook.
3Als de plantstrook niet wordt ingericht wordt door de gemeente gazon aangebracht.
4De door de gemeente aangebrachte beplanting op de bereikbaarheidsstrook wordt door de gemeente onderhouden.
Artikel 7 Losse bloemen en planten
Op een graf kunnen potplanten en bloemen in vazen worden geplaatst binnen de vrijgehouden plantstrook. Het is toegestaan op de plantstrook eenjarige gewassen te planten en losse bloemen te leggen. Beplanting buiten de plantstrook is niet toegestaan.
Artikel 8 Eisen grafbeplanting
1De winterharde gewassen die in de plantstrook worden geplant mogen bij volle wasdom de voor de plantstrook beschikbare oppervlakte, zoals vermeld in artikel 12, niet overschrijden en moeten door besnoeiing binnen de oppervlakte kunnen worden gehouden.
2De maximale hoogte van de beplanting is 110 cm.
3De begroeiing op de plantstrook moet door de rechthebbende worden onderhouden.
Artikel 9
1De rechthebbende op een graf moet gedogen, dat de winterharde gewassen op het graf worden teruggesnoeid tot de toegestane afmetingen.
2De rechthebbende op een graf moet gedogen, dat de gemeente in uitzonderlijke situaties, de winterharde beplanting op het graf verwijdert.
III Plantstrook
Artikel 10 Plantstrook
1De plantstrook mag worden afgedekt met een plaat die voldoet aan de eisen voor grafbedekkingen, zoals vermeld in artikel 5.
2De plantstrook mag worden ingericht zoals vermeld in de voorschriften in artikel 8.
3Kindergraven mogen, met inachtneming van de onderlinge afstand van 30 cm en de vastgestelde buitenmaten van de gedenktekens, naar eigen inzicht worden ingericht.
Artikel 11 Grens plantstrook
De grens van de plantstrook moet worden gemarkeerd met steenachtig materiaal.
Artikel 12 Afmetingen plantstrook
A. Begraafplaats Ter Borgh
vak
lengte
breedte
AI, AII, AIV, AV
200cm
90cm
BI, BIV
200cm
90cm
BII, BV
150cm
90cm
B. Begraafplaats ’t Zittart:
vak
lengte
breedte
AI en AII
ged. 140 cm ged. 160 cm
90cm
AIII en AIV
160cm
90cm
D
150cm
90cm
C. Begraafplaats Melick
vak
lengte
breedte
A t/m C
80cm
120cm
D t/m F
70cm
100cm
G
80cm
120cm
H kindergraven
70cm
100cm
I urnengraven
165cm
100cm
J t/m P
80cm
120cm
Q
70cm
100cm
R t/m Z
80cm
100cm
D. Begraafplaats Herkenbosch
vak
lengte
breedte
A I t/m J I
70
100
A II
80
120
B II
80
120
C II urnengraven
200
100
D II kindergraven
80
120
E. Begraafplaats Vlodrop
vak
lengte
breedte
A t/m C
80cm
120cm
D t/m F
70cm
100cm
G gedeeltelijk kindergraven
150cm
110cm
G gedeeltelijk urnengraven
150cm
110cm
H t/m P
80cm
120cm
Artikel 13 Slotbepalingen
1Deze nadere regels treden in werking op de dag na de publicatie;
2Deze nadere regels kunnen worden aangehaald als: Nadere regels voor Grafbedekkingen;
3De “Nadere regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen “Ter Borgh” te Posterholt en “Het Zittart” te St. Odiliënberg” van de gemeente Ambt Montfort, vastgesteld op 6 februari 2001, vervallen;
4De “Voorschriften grafbedekkingen” van de gemeente Roerdalen, vastgesteld op 13 april 1993, en de daaruit voortvloeiende collegebesluiten d.d. 1 juni 2003, 10 februari 2004 en 18 augustus 2004, vervallen.