Artikel 1 - Begripsbepalingen.
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.de minister: de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
b.de circulaire: de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 21 november 2001, kenmerk bk01/96074;
b.de commissaris: de commissaris van de Koningin in Zuid-Holland;
c.de burgemeester: de burgemeester van de gemeente Rijswijk, mevrouw G.W. van der Wel;
d.de commissie: de vertrouwenscommissie, zijnde een raadscommissie, die belast is met de voorbereiding van de aanbeveling inzake de herbenoeming van de burgemeester.
Artikel 2 - Taak en werkwijze van de commissie
1De commissie heeft tot taak de aanbeveling van de gemeenteraad inzake de herbenoeming van de burgemeester, als bedoeld in artikel 61a van de Gemeentewet voor te bereiden.
2De commissie vormt zich een oordeel over het functioneren van de burgemeester.
3De commissie formuleert de informatiebronnen op basis waarvan zij zich een oordeel vormt over het functioneren van de burgemeester. Deze informatiebronnen maakt zij vooraf kenbaar aan de burgemeester, de raad en de commissaris.
4De commissie brengt over haar oordeel schriftelijk en vertrouwelijk verslag uit aan de raad en de commissaris. Dit verslag wordt voorzien van een conceptaanbeveling.
5Bij de vervulling van haar taak neemt de commissie het gestelde in de circulaire in acht.
Artikel 3 - Samenstelling commissie
1De commissie bestaat uit de volgende raadsleden:
-Mevrouw M. Borsboom;
-De heer J. Bikker;
-De heer K. de Graaf;
-Mevrouw C.Y.D. Hagenaars;
-De heer R.D. Hompe;
-Mevrouw H.W.C. van der Horst-van Roon;
-De heer B.D. Lugthart;
-De heer A.H.J.M. Sterk.
2De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
3De commissie kent geen plaatsvervangende leden.
Artikel 4 - Ambtelijke ondersteuning
1De griffier is secretaris van de commissie.
2De griffier draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de commissie.
3De griffier is geen lid van de commissie.
4De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend secretaris aan.
Artikel 5 - Vergaderingen
1De vergaderingen van de commissie zijn besloten.
2De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter of ten minste twee leden dit noodzakelijk achten.
3De voorzitter doet van elke vergadering ten minste vierentwintig uur tevoren aankondiging aan de leden van de commissie.
4De commissie vergadert niet als niet ten minste de helft plus één van het aantal leden aanwezig is.
Artikel 6 - Geheimhouding.
1De commissie legt in elke vergadering, met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de vergadering, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.
2De voorzitter ziet erop toe dat aan het gestelde in het vorige lid wordt voldaan.
3De commissie en haar leden verstrekken geen inzage in de stukken noch informatie over de stukken en over het behandelde in haar vergadering aan raadsleden die geen zitting hebben in de commissie, noch aan anderen, behoudens het bepaalde in artikel 2, lid 4.
4De commissie, noch de gemeenteraad zal de geheimhouding waartoe het eerste lid verplicht, opheffen.
5De geheimhouding blijft na ontbinding van de commissie van kracht.
6Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de secretaris.
Artikel 7 - Verslag
1Het verslag van de commissie wordt bij meerderheid van stemmen vastgesteld.
2Leden van de commissie kunnen in het verslag van een minderheidsstandpunt blijk geven.
3Bij het staken van de stemmen over het uit te brengen verslag, wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot de volgende vergadering. Is uitstel van de beslissing niet mogelijk of staken de stemmen ook in die volgende vergadering, dan worden geen opvattingen van de commissie, maar de verschillende meningen binnen de commissie in het verslag opgenomen.
Artikel 8 - Overleg tussen de commissie en de burgemeester
1De commissie kan bij de aanvang van haar werkzaamheden een gesprek hebben met de burgemeester.
2Alvorens het verslag aan de raad te zenden, bespreekt de commissie het concept met de burgemeester.
3Indien ter zake van zijn functioneren in het in lid 2 genoemde gesprek afspraken met de burgemeester worden gemaakt, worden deze in het verslag aan de raad vermeld.
4De commissie biedt het verslag de raad, de burgemeester en de commissaris aan. De burgemeester kan, voorafgaand aan de bespreking in de raad, zijn zienswijze over het verslag geven.
Artikel 9 - Ontbinding vertrouwenscommissie
De vertrouwenscommissie wordt geacht te zijn ontbonden met ingang van de dag volgend op die waarop de minister een besluit heeft genomen op de aanbeveling van de raad.
Artikel 10 - Archivering van stukken
1De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat op het tijdstip bedoeld in artikel 9 alle archiefbescheiden onverwijld in een verzegelde envelop en gerubriceerd als "geheim" worden overgebracht naar een krachtens de wet door de raad aangewezen archiefbewaarplaats.
2De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat van de in het eerste lid bedoelde overbrenging een verklaring van overbrenging als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995 wordt opgemaakt. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15, lid 1, sub a en c van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid, geldende voor een periode van 75 jaar.
3De voorzitter en de secretaris van de commissie dragen er zorg voor dat alle overige bescheiden en kopieën van de in dit artikel bedoelde bescheiden onmiddellijk worden vernietigd.
Artikel 11 - Contactpersoon
1De voorzitter van de commissie treedt op als contactpersoon naar buiten.
2Alle stukken bestemd voor de commissie worden gericht aan de voorzitter en gezonden aan het privé-adres van de secretaris en aldaar bewaard.
3Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter en de secretaris ondertekend en vanaf het privé-adres van de secretaris verzonden.
Artikel 12- Onvoorziene aangelegenheden
In alle gevallen waarin deze verordening dan wel de circulaire niet voorzien, beslist de commissie.
Artikel 13 - Inwerkingtreding en vervaldatum
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.
2Deze verordening vervalt met ingang van de dag volgend op die waarop door de minister een besluit is genomen op de aanbeveling van de raad, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 6 van kracht blijft.
Artikel 14 – Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als de ‘Verordening vertrouwenscommissie herbenoeming burgemeester Rijswijk 2011’.
Aldus besloten door de Raad van de Gemeente Rijswijk, in zijn openbare vergadering van 1 november 2011.
de griffier, de voorzitter,
mr.P.A. Vink mw. G.W. van der Wel-Markerink