3. HET BIJSTANDSBESLUIT ZELFSTANDIGEN (BBZ)
1. De regeling in vogelvlucht
Het Bbz 2004 regelt het recht op een bedrijfskrediet of inkomensaanvulling. De regeling geldt voor zowel gevestigde zelfstandigen als voor personen die vanuit een werkloosheidssituatie een eigen bedrijf willen beginnen. De belangrijkste voorwaarden om in aanmerking te komen zijn:
1de onderneming is levensvatbaar
1Op termijn voorziet de ondernemer zelfstandig in zijn onderhoud en kan de onderneming voortbestaan.
2de zelfstandige is aangewezen op een inkomen uit eigen bedrijf
3en een Bbz-uitkering is de enige oplossing
De doelgroep:
1Voorbereidende zelfstandige:
Dit is de zelfstandige met een uitkering, die in maximaal 12 maanden begeleid wordt naar de start van een onderneming. Eventueel wordt een voorbereidingskrediet verstrekt.
2Startende zelfstandige:
Dit is de zelfstandige, die in maximaal 3 jaar een levensvatbaar bedrijf heeft. Ter ondersteuning krijgt hij een uitkering voor levensonderhoud en kapitaal.
3Gevestigde zelfstandige:
Dit is de zelfstandige, die 3 jaar of langer een onderneming heeft, maar door omstandigheden tijdelijk financiële ondersteuning nodig heeft.
4Oudere zelfstandige:
Dit is de zelfstandige, die 55 jaar of ouder is en al minstens 10 jaar als zelfstandige werkt.
5Beëindigende zelfstandigen:
Deze zelfstandige ontvangt alleen een uitkering voor levensonderhoud.
De uitkering:
Hieronder is schematisch in kaart gebracht op welke financiële ondersteuning de zelfstandige maximaal kan rekenen. Naast de financiële ondersteuning kan de zelfstandige ook gecoacht worden, ook na de start nog.
Maximaal
2Peildatum 1 januari 2019
bedrijfskapitaal
Maximale duur uitkering levensonderhoud
Voorbereidende zelfstandige
€ 2.708
12maanden
Startende zelfstandige
€ 36.762
36maanden
Gevestigde zelfstandige
€ 199.680
36maanden
Oudere zelfstandige
€ 9.984
tot 65 jaar
Beëindigende zelfstandige
n.v.t.
12maanden
Er geldt een maximale looptijd van tien jaar en een vaste rente van 8% per jaar.
3Onder looptijd wordt de periode verstaan die is gelegen tussen de datum van verstrekking en de laatste aflossingstermijn.
Per situatie wordt de werkelijke looptijd bepaald. Tijdens deze looptijd kan uitstel van rente en aflossing worden aangevraagd.
Een uitkering voor levensonderhoud is gelijk aan de bijstandsnorm die op de persoonlijke situatie van toepassing is, eventueel verhoogd met woonkostentoeslag. Ook deze uitkering wordt in de vorm van een lening verstrekt en achteraf definitief bepaald, aan de hand van de winst uit onderneming.
2. Het Bbz vanaf 2020
In 2017 en in 2019 is in opdracht van het ministerie van SZW onderzoek uitgebracht over het Bbz.
4Normbatenregeling Bbz, 2017 Bureau Bartels en zelfstandigen uit de bijstand, 2019 SEO.
Het ministerie van SZW heeft de adviezen overgenomen; per 1 januari 2020 wijzigt het Bbz als volgt:
5De wijzigingen gaan in per 1 januari 2020. Bestaande rechten worden niet aangetast.
1Vereenvoudiging van de financieringssystematiek
2Uniformering van het Bbz met de Participatiewet
6Voortaan wordt algemene bijstand voor levensonderhoud niet meer in de vorm van een rentedragende lening verstrekt maar in een bedrag om niet. Deze laatste wijziging houdt verband met vereenvoudiging van de financieringssystematiek, waarover hieronder meer.
3Bbz aan zelfstandigen in de binnenvaart niet meer bij een centrumgemeente
7Deze ondernemers kunnen voortaan een aanvraag indienen bij hun woongemeente of gemeente van de feitelijke ligplaats ten tijde van de aanvraag.
4Instroom van oudere zelfstandigen, die zijn geboren voor 1 januari 1960 beperken.
De financieringssystematiek en uniformering met de Participatiewet:
Veel belangenorganisaties hebben kritiek op de wijzigingen. In plaats van een meer effectieve aanpak van de regeling voor zelfstandigen wordt vooral ingezet op verschuiving van de financiële verantwoordelijkheid van het Rijk naar de gemeente. Het Rijk doet dit als volgt:
1De middelen voor het levensonderhoud voor gevestigde, oudere en beëindigende zelfstandigen worden toegevoegd aan de gebundelde uitkering. Dit betekent voortaan volledige budgettering en een overgang van een financiering op basis van historische uitgaven naar een financiering volledig op basis van objectieve factoren.
2Het bedrijfskapitaal wordt in een periode van 5 jaar tot 75% van gemeenten teruggevorderd door het Rijk.
8
Dit ziet er schematisch als volgt uit:
3De gemeente draagt zelf het financiële risico als de zelfstandige niet in een periode van 5 jaar 75% van de lening terugbetaalt aan de gemeente. Daar staat tegenover dat de gemeente het meerdere mag houden.
4De middelen ten behoeve van onderzoekskosten worden toegevoegd aan het gemeentefonds en aan het btw-compensatiefonds.
4. DE UITVOERING IN RIJSWIJK
1. De inrichting van het Bbz in Rijswijk
Het Bbz is een specialistische, heel technische regeling. Een consulent Bbz moet kennis hebben van de lokale economie, kennis van vergunningen, inzicht in de economische ontwikkeling van bedrijfstakken. Een consulent Bbz moet ook kennis hebben van benodigde ondernemersvaardigheden en daarbij de inschatting kunnen maken of de startende of gevestigde zelfstandigen in voldoende mate beschikt over deze vaardigheden of deze kan aanleren. Daarnaast is de doelgroep erg klein, dat is landelijk zo en in Rijswijk is dat niet anders. Rijswijk heeft daarom geen eigen Bbz consulent, maar huurt hiervoor specialistische kennis in. Al jaren maakt Rijswijk gebruik van dezelfde persoon. De feitelijke uitvoering gebeurt wel in Rijswijk. De uitvoering is belegd bij de afdeling Inkomen & Participatie
2. Het Bbz proces
Het proces dat doorlopen wordt, start met een melding en (indien nodig) een intake. Vervolgens start de aanvraag en het onderzoek naar de levensvatbaarheid. Op deze manier worden alleen ondernemingen gestimuleerd die succesvol lijken. Dit onderzoek wordt uitbesteed aan het IMK. In een enkel geval wordt ook deze fase overgeslagen en wordt overgegaan tot toekenning (bij lage risico’s). Na de toekenning vangt de fase aan van aflossing van de lening. Ook dit proces wordt uitgevoerd door de consulent Bbz. In de toekenning is een op maat gemaakte aflossingsafspraak gemaakt. Er wordt regelmatig (doorgaans 1 keer per kwartaal) gecontroleerd of aan de betalingsverplichting wordt voldaan. Optioneel vindt een heronderzoek plaats of wordt uitstel van betaling verleend. Tot slot kan worden overgegaan tot beslag als de zelfstandige is opgehouden te betalen.
Zelfstandigen, die willen starten met een bedrijf, zullen zich daar eerst op moeten voorbereiden. Deze periode wordt een voorbereidingsperiode genoemd. In een jaar tijd bereidt de zelfstandige, daarbij begeleid door een aangewezen re-integratiebureau en de consulent Bbz, zich voor op zijn onderneming. Dit jaar wordt afgesloten met de indiening van de aanvraag, waarbij de procedure zoals als hierboven beschreven, wordt gevolgd.
3. Uitkeringsbestand Bbz
Aantal aanvragen
Het aantal formele aanvragen neemt de laatste jaren iets toe. Daarmee wijkt Rijswijk af van andere gemeenten. Gevestigde zelfstandigen zijn ondervertegenwoordigd ten opzichte van starters.
Jaar
Aantal totaal
Aantal toekenningen
Waarvan gevestigd
2017
15
5
2
2018
17
14
3
2019
21
15
5
Een aanvraag wordt toegekend als het bedrijf naar verwachting levensvatbaar is. Die levensvatbaarheid wordt vastgesteld nadat een onafhankelijk, gespecialiseerd bureau advies uitbrengt. Dit advies is nog geen garantie; in Rijswijk moest de afgelopen jaren gemiddeld 50% toch stoppen met de onderneming. Deze groep zal het geleende bedrijfskrediet ook moeten terugbetalen. Landelijk is het slagingspercentage iets hoger (65%).
9Ecorys, april 2011.
Het zijn vooral starters die een aanvraag indienen. Gevestigde zelfstandigen dienen minder vaak een aanvraag in. De groep gevestigde zelfstandigen die wel een beroep doet op het Bbz stopt minder vaak met zijn onderneming nadat een Bbz krediet is verleend.
Aantal zelfstandigen met een uitkering
Op dit moment heeft Rijswijk 11 zelfstandigen met een Bbz-uitkering voor starters en 4 zelfstandigen met een Bbz-uitkering voor gevestigde zelfstandigen. Dit is lager dan de het landelijke percentage; gemiddeld worden er 18 Bbz uitkeringen verstrekt.
10Divosa benchmark.
Van de 1403 zelfstandigen met een uitkering is 0,007 uitgestroomd naar een eigen onderneming. Landelijk stroomt 0,8 van de zelfstandigen met een uitkering uit naar een eigen onderneming.
4. Bekendheid met de regeling
Zelfstandigen, die willen starten met hun bedrijf, melden zich via hun werkcoach bij de consulent Bbz. Zelfstandigen, die in financiële problemen komen, melden zich via hun boekhouder of 155 – Help een bedrijf bij de consulent Bbz.
155- Help een bedrijf is een dienst van het Instituut Midden- en Kleinbedrijf (IMK). Zelfstandigen krijgen advies van het IMK als zij in de problemen dreigen te komen. Het IMK kan voor deze zelfstandigen de weg banen naar sociale regelingen, waaronder het Bbz. Uit de jaarcijfers 2019 blijkt dat deze dienst 64 meldingen kreeg van Rijswijkse zelfstandigen met financiële problemen. 5 hiervan doen een beroep op het Bbz. Rijswijk (de consulent Bbz) werkt verder met bureaus, die gespecialiseerd zijn in schuldhulpverlening aan zelfstandigen, zoals Menzing & Partners en Zuidweg & Partners.
Van het Bbz is bekend dat de regeling vrij onbekend is. Dit geldt niet alleen in Rijswijk, dat is een landelijk beeld. Ten behoeve van deze uitvoeringsnotitie is uitgezocht hoe Rijswijk bekendheid geeft aan het Bbz en hieruit blijkt dat op de website van Rijswijk ontbreekt informatie over de regeling, is de regeling intern ook onbekend en zijn er weinig werkafspraken (vastgelegd).
5. Debiteurenbeheer11Debiteurenbeheer betekent aflossing en rentebetaling van leningen en teruggevorderde uitkeringen.
Als eenmaal een lening is toegekend en uitbetaald, en een aflossingsafspraak is vastgelegd, wordt de lening toegevoegd aan het debiteurenbestand en vangt de afgesproken aflossing aan.
12Dit is afhankelijk van de omzet. In de tabel is dit terug te vinden onder ‘afboeking’ .
Als de debiteur ook niet meer in staat is om de lening terug te betalen, of als blijkt dat de lening ten onrechte is verstrekt, wordt de lening omgezet in een vordering. Incasso en beslag volgen. In de praktijk controleert de consulent Bbz regelmatig of wordt terugbetaald conform afspraak.
Het actuele debiteurenbestand is als volgt: er zijn 80 debiteuren, die samen een openstaande schuld hebben van € 684.539,55. Voor de toekomstige financiële verantwoordelijkheid is vooral de aflossing op de 33 bedrijfskredieten van belang. De overige leningen worden doorgaans omgezet naar een bedrag om niet en vallen voortaan in de reguliere BUIG.
De aflossing op bedrijfskredieten is jaarlijks meer dan 75%.
13Dit percentage is van belang voor de regeling vanaf 2020 (zie hiervoor hoofdstuk 5).
De reden voor dit hoge percentage is dat op een groot aantal oude Bbz leningen trouw wordt afgelost. Een tweede reden van dit hoge aflossingspercentage is dat ten tijde van de kredietcrisis een groot aantal Bbz werd verstrekt, die trouw aflost en Rijswijk ‘profiteert’ daar nu van. Dit hoge aflossingspercentage zal op duur verdwijnen, omdat er jaarlijks minder bedrijfskredieten worden verstrekt.
14Hiervoor waarschuwt het VNG ook.
Conclusie
64gevestigde zelfstandigen meldden zich in 2019 bij het IMK met financiële problemen. Ondersteuning met Bbz gebeurde in slechts 8% van de gevallen. Het aantal Rijswijkse starters en gevestigde zelfstandigen ligt lager dan landelijk gemiddeld. Vooral starters vallen sneller terug in de bijstand dan landelijk gemiddeld.
De (interne en externe) communicatie is beperkt. De regeling wordt van A tot Z uitgevoerd door 1 medewerker. De regeling wordt technisch juist uitgevoerd. De regeling is goed beheersbaar, omdat de aantallen (aanvragen, uitkeringen en debiteuren) erg klein zijn.