Aanhef
Besluit van de burgemeester van de gemeente Rijswijk houdende nadere regels omtrent beoordeling aanvraag en verdeling exploitatievergunning Speelautomatenhal
4. Uitsluitingscriteria / Weigeringsgronden
4.3 Besluitvormingsfase
4.3.1 Bibob-toets
De aanvraag die op basis van de beoordeling van de commissie als hoogste eindigt, kan worden getoetst aan de wet Bibob. Indien de gemeente op basis van het Bibob-advies tot de conclusie komt dat geen sprake is van gevaar, zal de burgemeester de vergunning verlenen aan de betreffende aanvrager. Indien sprake is van een mindere mate van gevaar, kan de vergunning verleend worden onder nadere voorschriften die zijn gericht op het wegnemen of beperken van het gevaar.
Voordat de burgemeester aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid van de Wet Bibob, en voordat de burgemeester een voor de betrokkene negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet Bibob, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid van de Wet Bibob, stelt de burgemeester de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. Hiervoor geeft de burgemeester een termijn van twee weken. De eventuele reacties worden besproken in de commissie. Dit kan leiden tot een aanpassing van het advies aan de burgemeester. Op basis van de genoemde adviezen zal de burgemeester uiteindelijk een besluit nemen.
Indien de burgemeester besluit op grond van de Bibob-toets de vergunning te weigeren aan de aanvrager met de hoogste score, kan de opvolgend aanvrager worden getoetst op basis van de Wet Bibob.
4.3.2 Andere vergunningen
Er kan pas gebruik worden gemaakt van de exploitatievergunning voor een speelautomatenhal als het gebruik van het pand voor de speelautomatenhal en de overige te realiseren functies planologisch is toegestaan. Dit kan tot gevolg hebben dat de exploitatievergunning voor een speelautomatenhal niet gebruikt kan worden omdat de ruimtelijke procedure of aanvraag voor een omgevingsvergunning niet leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan of omgevingsvergunning.
4.3.3 Vergunningverlening en rechtsbescherming
De burgemeester zal besluiten aan welke aanvrager de exploitatievergunning zal worden vergund. In aanvulling op de weigeringsgronden van artikel 7 van de Verordening geldt dat indien de burgemeester van mening is dat de (ontvankelijke) aanvragen een onvoldoende niveau hebben en er geen aanvragen zijn waaraan voldoende punten kunnen worden toegekend naar het oordeel van de burgemeester, de burgemeester de exploitatievergunning kan weigeren. Het is de beleidsvrijheid van de burgemeester om hetzij een nieuwe ronde van aanvragen open te stellen, of dat niet te doen. Uiteraard gelden de mogelijkheden van bezwaar en beroep voor de aanvrager(s) van de (afgewezen) aanvragen.