Introductie
De groenstructuur van Rijswijk
De Rijswijkse groenstructuur bestaat uit drie groene lagen: de boomstructuur, de natuurstructuur en de recreatiestructuur. Dat zijn drie lagen die nauw met elkaar samenhangen. Bij de hoofd-groenstructuur kaarten zijn die lagen op drie afzonderlijke kaarten weergegeven. Bij de kaart van de groenstructuur van Rijswijk zijn alle verschillende onderdelen van de groenstructuren op één kaart bij elkaar gezet.
•Hoofd-Boomstructuur
•Hoofd-Natuurstructuur
•Hoofd-Recreatiestructuur
•Groenstructuur van Rijswijk
Themabladen
In deze viewer zijn naast de vier kaarten van de groenstructuur ook onderstaande themabladen opgenomen.
•Groen ambities van Rijswijk
•Groensferen van Rijswijk
•Plekken voor bijzondere beplanting
•Natuurverbindingszones
•Versterken groene knooppunten
•Natuurwaardenkaart
•Groen kwaliteit en kwantiteit
Groen ambities Rijswijk
De kwaliteit van het openbaar groen verbeteren
De kwaliteitsverbetering van het Rijswijkse groen wordt op meerdere manieren gerealiseerd:
1De Rijswijkse straatbomen worden gezonder, groter en ouder door het vergroten van de boomspiegels en het toepassen van standplaatsverbetering.
2De levensduur van beplanting verbetert door beplanting te kiezen die het beste bij een bepaalde plek past. Daardoor neemt de waarde voor mens (belevingswaarde) en natuur (biodiversiteit) toe.
3De natuurkwaliteit van het Rijswijkse groen wordt hoger door voldoende variatie in beplantingshoogten;
4Bij gebiedsontwikkelingen worden er regels gesteld voor het natuurinclusief en duurzaam inrichten van gebouwen en de buitenruimte. Op deze manier wordt gezorgd dat de kwaliteit van de natuur (de natuurwaarden) in Rijswijk wordt vergroot;
De meer technische toelichting waarom dit van belang is en hoe deze ambities vorm te geven, staan in het themablad groen kwaliteit en kwantiteit
De kwantiteit (m2) van het groen behouden
Het op peil houden van de hoeveelheid (kwantiteit) groen in Rijswijk wordt op meerdere manieren gerealiseerd;
1Zorgen dat vanuit ieders directe woon- of werkomgeving groen van omvang zichtbaar is;
2Zorgen dat er in ieders directe woon- of werkomgeving een groene plek van enige omvang is;
3Zorgen dat ook bij stedelijke verdichting (zoals in de stads-as) groen behouden blijft of wordt toegevoegd.
4Bij het verwijderen van bomen en beplantingen door gebiedsontwikkelingen of noodzakelijk onderhoud wordt dit voldoende gecompenseerd binnen de gemeente, bijvoorbeeld gefaciliteerd met het oprichten van een Bomenfonds;
5Zorgen dat (indien mogelijk) groen met een ander functie wordt gecombineerd.
6Zorgen dat er genoeg groen en bomen in verschillende delen van Rijswijk zijn.
•Bij herinrichtingen en herontwikkelingen in de stad wordt de 3-30-300 regel als richtlijn gehanteerd;
•Bij gebiedsontwikkelingen of het verdichten van bebouwing worden de kansen benut om extra groen toe te voegen;
•Naast het hanteren van de 3-30-300 richtlijn, wordt er geïnvesteerd in de landgoederenzone en de stadsparkzone. Deze investeringen zorgen voor de verdere ontwikkeling en verbetering van deze grote groengebieden, zodat de parken en bossen een kwaliteitsimpuls krijgen waardoor ze optimaal kunnen meegroeien met de stad.
De meer technische toelichting waarom dit van belang is en hoe deze ambities vorm te geven, staan in het themablad groen kwaliteit en kwantiteit.
Groene routes
Groene routes nodigen inwoners uit tot bewegen. Rijswijk heeft veel groen. In de landgoederenzone en de stadsparkzone ligt een netwerk van wandelpaden. Beide groengebieden zijn voor de meeste Rijswijkers vanaf huis per fiets of soms zelfs lopend bereikbaar.
Het doel is om door Rijswijk een netwerk van groene wandelpaden te realiseren. Dat kan door openbaar en besloten (terreinen van derden) wijkgroen via eenvoudige wandelpaadjes met elkaar te verbinden. Dat maakt het voor iedereen gemakkelijker om dicht bij huis een groen ommetje te maken. Of en hoe dit mogelijk is, wordt verder onderzocht.
Groensferen van Rijswijk
Introductie
Rijswijk kan op basis van bodemeigenschappen en stedelijke ontwikkeling in vieren worden gedeeld. Elk van die vier delen heeft groene kenmerken, waarmee het zich van de anderen onderscheidt. Dit is vertaald in vier helder omschreven groensferen met eigen groene karakteristieken. Om de groenwaarden van Rijswijk verder te ontwikkelen en versterken, zijn deze vier groensferen het uitgangspunt.
Groensferen van Rijswijk:
•Het oude dorp en de landgoederenzone
•20e eeuwse woon- en werkgebieden
•Het nieuwe centrum
•21ste eeuwse woon- en werkgebieden en de stadsparkzone
Groensfeer: het oude dorp en de landgoederenzone
Deze groensfeer ligt aan de noordkant van Rijswijk op een zandrug (strandwal) parallel aan de kustlijn. Door de hoge ligging ontstond hier in de middeleeuwen het dorp Rijswijk. Vanaf de 17e eeuw werden er landgoederen en buitenplaatsen aangelegd. De groensfeer bestaat uit buitenplaatsen, parken, villatuinen, lanen en oprijlanen en stenige straten met veel grote bomen. Door de lemige rijke bodem staat hier binnenduinbos bestaande uit drie lagen beplanting, namelijk kruiden, heesters en bomen.
De Hoofd-Boomstructuur bestaat hier uit linde, beuk, kastanje, inlandse eik en haagbeuk. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in smalle en brede straatprofielen voor. Daarnaast staan in de smalle straatprofielen ook bloeiende sierbomen. Onder invloed van de Engelse Landschapsstijl komen hier ook prachtige parkbomen voor zoals tulpenboom en walnoot. Mooi gevormde hagen van soorten als taxus, beuk en haagbeuk horen ook bij deze groensfeer.
De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur en bos- en parknatuur. De natuurwaarden van deze groensfeer zijn Eiken-beukenbos met gecultiveerde heesterbegroeiing, bos- en stinzeplanten en oude holle bomen. In deze bomen komen holenbroeders als bosuil voor en koloniën vleermuizen.
Groensfeer: 20e eeuwse woon- en werkgebieden
Deze groensfeer ligt in het midden van Rijswijk op de jonge zeeklei. Vanaf de middeleeuwen was dit gebied in gebruik als weidegebied. Vanaf 1950 ontstond hier het nieuwe Rijswijk. De eerste delen werden razendsnel gebouwd. Er ontstond een afwisseling van flats, portiekwoningen en eengezinswoningen. Vanuit de gedachte dat iedere wijk een kleine gemeenschap was, kwamen er ook voorzieningen in alle wijken. Deze groensfeer bestaat daardoor uit functionele wijken met buurtcentra, tuinstraten en buurtparkjes. Zeer kenmerkend voor deze groensfeer zijn de vele portiekflats met grote fraaie groene binnen ruimtes. Binnen deze groensfeer bevinden zich meerdere singels met een parkachtige, grazige sfeer.
De Hoofd-boomstructuur bestaat hier vaak uit linde, plataan, eik, esdoorn en berk. Er staan grotere bomen in de hoofdstraten en kleine (bloeiende) sierbomen in de andere straten. Langs de singels staan vaak treurwilgen, bloeiende sierbomen en dennen.
De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur, bos- en parknatuur en water- en moerasnatuur. De natuurwaarden die hierbij horen zijn openbaar wijkgroen en bomenrijen.
Groensfeer: Het nieuwe Centrum
Deze groensfeer ligt ook op de jonge zeeklei in het midden van Rijswijk. Het is het gebruiks-intensieve gebied van Bogaard Stadscentrum en het Stationsgebied. De groensfeer is kleurrijk en verzorgd met tuinachtige aspecten. Er is een grote variëteit aan bomen, heesters en vaste planten.
De bomen in dit gebied begeleiden en verbinden de routes voor langzaam verkeer. De Hoofd-Boomstructuur van Rijswijk loopt langs en door dit gebied. Boomsoorten die bij deze groensfeer passen zijn linde, veldesdoorn, berk, valse christusdoorn, eik, amberboom en es. Door verschil in vorm, hoogte en dichtheid van de kroon, zorgen de bomen op straten en pleinen voor afwisseling in de uitstraling van dit centrumgebied.
Het biotooptype dat bij dit gebied hoort is stadsnatuur (de natuurinclusieve stad). De natuurwaarden die hierbij horen zijn sierlijke insectenvriendelijke vaste planten, groene elementen, plantenvakken en losse elementen.
Groensfeer: 21ste eeuwse woon- en werkgebieden en de stadsparkzone
Deze groensfeer bevindt zich in het zuiden van Rijswijk in het kleiige krekenlandschap van Vliet en Zweth. Na ontginning ontstond hier in de middeleeuwen een slagenlandschap (strokenlandschap). De stadsparkzone is vanaf de jaren 70 op voormalige vuilstorten aangelegd. Nu is het een afwisselend waterrijk bos- en parkgebied. Het opgaande bos bestaat uit drie lagen beplanting: kruiden, heesters en bomen. In deze groensfeer komen planten als populier, els, knotwilg, rijshout en riet voor.
Vanaf begin van de 21ste eeuw wordt ten zuiden van de stadsparkzone de nieuwbouw van RijswijkBuiten gebouwd. Kenmerken zijn de grondgebonden woningen en de afwisseling van groene woonstraten en straten met parkeerkoffers. Alle singels worden aangelegd met een natuurrijke oeverbeplanting.
De Hoofd-Boomstructuur bestaat in deze groensfeer uit Els, Es, Populier, (Knot-)wilg en Abeel. Deze boomsoorten komen in bosachtige delen maar ook in brede straatprofielen voor. Als singelbeplanting zijn ook soorten als sierkers, gewone vleugelnoot en trompetboom toegevoegd. Veel smalle straatprofielen zijn ingericht als buurtboomgaard met verschillende fruitbomen.
De biotooptypes die in deze groensfeer voorkomen zijn stadsnatuur, voedselrijk bos, water- en moerasnatuur.
Natuurverbindingszones
Versterken groene knooppunten
Op veel plekken in Rijswijk doorkruisen wegen de Hoofd-Boomstructuur en de Natuurverbindingszones van de Hoofd-Natuurstructuur. De kaart hieronder laat zien waar in Rijswijk het groen wordt onderbroken door wegen.
Planten en dieren kunnen het beste leven in grote aaneengesloten gebieden met bomen, groen en water. De uitwisseling van planten en dieren tussen verschillende gebieden is van belang. Voor zowel de planten en dieren als voor de aantrekkelijkheid van het groen moeten onderbrekingen tussen de groengebieden en het water zo klein mogelijk zijn. We houden bij de inrichting van kruispunten uiteraard rekening met goed zicht voor verkeer en een goede afwatering.
Hieronder staan vijf inrichtingsvoorstellen om de onderbrekingen van de bomenrijen te minimaliseren. Voorstel 1 heeft de meeste waarde voor de natuur. Als voorstel 1 niet mogelijk is, kies dan voorstel 2, enzovoort.
Sommige specifieke maatregelen zijn bij meerdere afbeeldingen opgenomen en toegelicht. Zo zijn de afbeeldingen ook onafhankelijk van elkaar goed te begrijpen.
Natuurwaardenkaart
Natuurtypes
Op een later moment worden kwalitatieve eisen voor natuur uitgewerkt in de vorm van natuurtypes die kenmerkend zijn voor Rijswijk. Een natuurtype is een uniform landschap waarin meerdere soorten planten en dieren kunnen leven. Deze aanpak richt zich niet op individuele soorten, maar op groepen van soorten en hun leefgebieden, De natuurtypes worden gekoppeld aan de kerngebieden, de stapstenen, de natuurverbindingszones en Rijswijk als stadsbiotoop. De toekomstige natuurwaardenkaart vormt bij ruimtelijke ontwikkelingen het programma van eisen voor de stadsnatuur. Dat programma van eisen bestaat uit eisen voor de inrichting, voor landschapselementen en voor het beheer. Op basis van dit soort gegevens kunnen de inrichtingsmaatregelen voor de natuur straks ook worden gemonitord. De natuurstructuur kan zo – stap voor stap –worden gerealiseerd. In Pasgeld en Havenkwartier wordt deze methode al toegepast.
Daarnaast zoekt Rijswijk hiervoor samenwerking met de provincie en de omliggende gemeentes. Bijvoorbeeld als het gaat om de Vlietzone, het realiseren van het Nationaal Park Hollandse Duinen en vergelijkbare regionale ontwikkelingen die groen en water beschermen. Rijswijk zal daarnaast de beschikbare tellingen van sleutelsoorten verzamelen. En Rijswijk gaat de effecten van beheermaatregelen en inrichtingsmaatregelen op de natuur monitoren.
Planten en dieren in natte natuurverbindingszones hebben in hun leefgebied gezond water, verblijfplaatsen en voedsel nodig. Elke doelsoort stelt eigen specifieke eisen aan het leefgebied. In de natuurtypes worden de eisen die verschillende doelsoorten aan een leefgebied stellen gecombineerd. Het gaat om de natuurtypes bos- en parknatuur (droog), water- en moerasnatuur (nat) en stadsnatuur. Stadsnatuur geeft onder andere uitgangspunten voor natuurinclusief bouwen. Door deze natuurtypes te gebruiken bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, worden de leefomstandigheden voor de doelsoorten verbeterd.
Doelsoorten
De doelsoorten die van de kerngebieden, stapstenen en verbindingszones gebruik maken bepalen de inrichtingseisen voor de natuurstructuur. Deze doelsoort(groep)en zijn gebaseerd op de icoonsoorten van de provincie Zuid-Holland, Rijswijkse soorten en begeleidende soorten. Aan de hand van de vijf V’s voor de doelsoorten worden kwalitatieve eisen bepaald voor de inrichting en het beheer van natuurtypes. De 5 V’s zijn: Verblijfplaatsen, Voedsel, Veiligheid, Verbinding en Variatie. In elk natuurtype vinden meerdere doelsoorten hun leefgebied. Maatregelen die voor één bedreigde soort worden genomen, kunnen ook gunstig zijn voor andere soorten. Hieronder staan enkele voorbeelden voor de verschillende bouwstenen van de natuurwaardenkaart.
Kerngebied Landgoederenzone
Het kerngebied van de Landgoederenzone bestaat uit eiken-beukenbos met een gecultiveerde heesterbegroeiing, stinzeplanten, oude holle bomen, kruidenrijk en insectenrijk grasland en een zoete plas.
Icoonsoorten van de provincie Zuid-Holland die hier een leefgebied, of delen daarvan, vinden zijn egel, rosse vleermuis, meervleermuis, konijn, nachtegaal, blauwborst, merel, boomklever, argusvlinder, weidehommel, dotterbloem en wilde hyacint. Begeleidende soorten die ook in dit kerngebied en natuurtype Bos & parknatuur thuishoren zijn eekhoorn, blauwe reiger, boomvalk, fluiter, bosuil, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, houtsnip, kleine bonte specht, wielewaal, eikenpage, bruin blauwtje, bosanemoon, stinzeplanten, zomereik, franjestaart, grootoorvleermuis en watervleermuis.
Zie hieronder een voorbeeld van een programma van eisen voor Bos- en parknatuur. Op basis van de doelsoorten zijn maatregelen voorgesteld voor beheer en inrichting.
Kerngebied Stadsparkzone
Het Kerngebied van de Stadsparkzone bestaat uit elzenwilgenbeplanting met veel ondergroei van vlier, hazelaar en braam, ruigtekruiden, diverse paddenstoelen en veel watergebonden natuur.
Icoonsoorten van de provincie Zuid-Holland die hier hun leefgebied, of delen daarvan, vinden zijn meervleermuis, bittervoorn, rugstreeppad, argusvlinder, glassnijder, dotterbloem en rietorchis. Begeleidende soorten die je ook in dit kerngebied en natuurtype Water & moerasnatuur aantreft, zijn watervleermuis, blauwe reiger, fuut, kievit, lepelaar, ooievaar, bunzing, waterspitsmuis, driehoornige stekelbaars, kleine modderkruiper, kleine watersalamander. Ook de ransuil is een belangrijke soort voor dit kerngebied.
Hieronder staat een voorbeeld van een programma van eisen voor natuurtype Water & moerasnatuur. Op basis van de doelsoorten zijn maatregelen voorgesteld voor beheer en inrichting.
Natuurtype Stadsnatuur
Het landschap van het natuurtype stadsnatuur bestaat uit veel verschillende elementen. De belangrijkste elementen zijn: gebouwen, tuinen, openbare ruimte, losse bomen en bomenrijen, groene gevels, nestkasten, plantenbakken, sierheesters en groene en bruine daken.
Icoonsoorten van de provincie Zuid-Holland die in stadsnatuur hun leefgebied, of delen daarvan, vinden zijn gierzwaluw, huismus, merel, egel en weidehommel. Begeleidende soorten die je ook in stadsnatuur vindt zijn de gewone pad, slechtvalk, spreeuw, zanglijster, zwarte roodstaart, steenhommel, metselbijgroep, driedoornige stekelbaars, gewone en ruige dwergvleermuis en scholekster.
Hieronder staat een voorbeelduitwerking van een maatregelenpakket voor de merel (Bron: Havenkwartier) aan de hand van de vijf V’s. Deze kan gebruikt worden bij natuurinclusief bouwen.
Groen kwaliteit en kwantiteit
De kwaliteit van het openbaar groen verbeteren
1De Rijswijkse straatbomen worden gezonder, groter en ouder door het vergroten van de boomspiegels en het toepassen van standplaatsverbetering.
•Om te zorgen dat boomwortels meer voeding, lucht en water kunnen opnemen, worden boomspiegels zo groot mogelijk gemaakt. Door grotere boomspiegels komt er ook ruimte beschikbaar voor onderbeplanting (dat maakt de straten ook weer groener).
•Door standplaatsverbetering verbetert de gezondheid van bomen en krijgen bomen een betere conditie. Voor standplaatsverbetering bij de aanplant van bomen van 1e & 2e grootte geldt een groeiplaatsverbetering van 25-40 m3 doorwortelbaar volume. Bij aanplant van bomen 3e grootte geldt een groeiplaatsverbetering van >25 m3. Het streven is een maximale hoeveelheid van 40 m3 doorwortelbaar volume per boom.
2De levensduur van beplanting verbetert door beplanting te kiezen die het beste bij een bepaalde plek past. Daardoor neemt de waarde voor mens (belevingswaarde) en natuur (biodiversiteit) toe.
•Beplanting groeit beter als die past bij de natuurlijke omstandigheden van de standplaats, zoals grondsoort, hoogste grondwaterstand en wind- en zonbelasting.
•Beplanting kan ook een bijdrage aan de biodiversiteit leveren, wanneer rekening wordt gehouden met de betekenis van die beplanting voor de stadsnatuur.
•De beplanting levert een extra bijdrage aan de groenkwaliteit van de stad als de keuze van die beplanting past bij de groensfeer van het deelgebied.
3De natuurkwaliteit van het Rijswijkse groen wordt hoger door voldoende variatie in beplantingshoogten;
•Hoogteverschillen in het groen zijn belangrijk voor het verbeteren van de biodiversiteit. De verdeling: 25% hoge beplanting (bomen), 15% middelhoge beplanting (heesters, vaste planten) en 20% lage beplanting (gras en kruipende vaste planten) is optimaal voor natuur in de stad. In Rijswijk is die verhouding momenteel 24 - 4 - 30%. Bij aanleg en omvorming van plantvakken kan deze gelaagdheid verder worden verbeterd.
De kwantiteit (m2) van het groen behouden
Het op peil houden van de hoeveelheid (kwantiteit) groen in Rijswijk wordt op meerdere manieren gerealiseerd;
1Zorgen dat vanuit ieders directe woon- of werkomgeving groen van omvang zichtbaar is;
•Het zichtbare groen bestaat uit: de straatbomen, al het buurtgroen en wijkgroen maar ook gevelgroen en groene daken.
•Elke straat in Rijswijk heeft straatbomen' blijft daarom voor Rijswijk een belangrijk uitgangspunt.
•Wijdvertakt over Rijswijk ligt een groen netwerk, met onder andere wijkparken, buurtgroen en groene singels. Dat groene netwerk zorgt voor zichtbaar groen.
•Ook gevelgroen en dakgroen kunnen een aandeel leveren in het zichtbaar vergroenen van de stad.
2Zorgen dat er in ieders directe woon- of werkomgeving een groene plek van enige omvang is;
•Zo’n groene plek is een wijkpark of buurtgroen dat op 5 à 10 minuten lopen vanaf een woning/bedrijfsgebouw te bereiken is.
•Die groene plek is bedoeld om even tot rust te kunnen komen of te kunnen recreëren.
3Zorgen dat ook bij stedelijke verdichting (zoals in de stads-as) groen behouden blijft of wordt toegevoegd.
•Indien de ruimte op maaiveldniveau te beperkt is om groen toe te voegen, wordt groen op een ander niveau toegevoegd. Bijvoorbeeld groen langs wanden (gevelgroen) en groene of bruine daken.
4Zorgen dat (indien mogelijk) groen met een ander functie wordt gecombineerd.
•Bijvoorbeeld door te kiezen voor doorwortelbare parkeervakken.
5Zorgen dat er genoeg groen en bomen in verschillende delen van Rijswijk zijn. Bij herinrichtingen en herontwikkelingen in de stad zal daarbij de 3-30-300-regel als hulpmiddel worden gehanteerd:
•de 3-regel: dicht bij elke woning, school of werkplek staan minimaal 3 volwassen bomen. Hoewel er in Rijswijk veel bomen staan, ontbreekt bij die bomen regelmatig de groeiruimte om uit te groeien tot volwassen exemplaren.
•de 30-regel: elke buurt heeft minstens 30% boomkronen en daardoor schaduw. En dat zorgt voor een koelere buurt. In Rijswijk zijn er op het gebied van de ‘30’ regel uitdagingen. Soms staan er namelijk weinig bomen in een straat of wijk (dat raakt ook de 3-regel). Ook komt het voor dat er genoeg bomen staan, maar zijn de boomkronen klein. Dat komt doordat de bomen nog jong zijn, er een te kleine boomgrootte is aangeplant of de groeiomstandigheden van de bomen niet goed zijn.
•de 300-regel: vanuit iedere woning, school of werkplek is er binnen 300 m buurtgroen of een wijkparkje om te verblijven of te recreëren. Voor de 300-regel geldt dat het grootste deel van Rijswijk daaraan voldoet.