Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning Rijswijk 2026

Gemeente Rijswijk · geldt sinds 1 juli 2026

Hoofdstuk 7 – Leveringsvormen

7.2 Het persoonsgebonden budget (pgb):

7.2.1 De visie achter het pgb

Het pgb is een bewuste keuze voor eigen regie. Het is met name geschikt voor inwoners met een specifieke hulpvraag die niet goed binnen het aanbod in natura past, of voor inwoners die vanuit een eigen overtuiging zelf hun hulpverleners willen selecteren.

7.2.2 Onderscheid immateriële en materiële maatwerkvoorzieningen

Bij de verstrekking van een pgb maakt de wet onderscheid tussen twee vormen van ondersteuning:

•Immateriële maatwerkvoorzieningen (Begeleiding en Huishoudelijke hulp): Dit pgb wordt ingezet voor het inkopen van ondersteuning bij professionals of het sociale netwerk. De hoogte van het budget is gekoppeld aan de resultaatgebieden en tredes zoals beschreven in hoofdstuk 8 en de tarieven in hoofdstuk 11.

•Materiële maatwerkvoorzieningen (Hulpmiddelen en woningaanpassingen): Dit pgb wordt gebruikt voor de aanschaf van een tastbaar middel. De hoogte van het budget wordt bepaald op basis van offertes of de prijs van een vergelijkbare maatwerkvoorziening in natura, inclusief een vergoeding voor onderhoud en verzekering (zie hoofdstuk 10).

7.2.3 Het budgetplan

Bij een pgb voor een immateriële maatwerkvoorziening stelt de inwoner een budgetplan op. Dit plan is voor het college hét middel om te beoordelen of het pgb veilig, rechtmatig en doelmatig wordt ingezet. De inwoner legt hierin uit waarom de keuze op een pgb valt en hoe de kwaliteit van de ondersteuning wordt bewaakt.

7.2.4 Beoordeling van pgb-vaardigheid

Het college beoordeelt de bekwaamheid van de inwoner (of diens vertegenwoordiger) op basis van de landelijke '10 punten voor pgb-vaardigheid' van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De inwoner of de gekozen pgb-vertegenwoordiger moet ten minste over deze kennis en vaardigheden beschikken om zelfstandig de zorg te kunnen inkopen, aansturen en verantwoorden.

Het college weigert de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb als er sprake is van gegronde twijfel over deze bekwaamheid, of wanneer sprake is van de volgende lokale uitsluitingsgronden:

•Financieel risico: De aanwezigheid van problematische schulden of eerdere fraude, omdat dit een direct risico vormt voor de rechtmatige besteding van het budget.

•Gebrek aan betrokkenheid: Het niet actief betrokken zijn van de budgethouder (of vertegenwoordiger) bij het gehele proces, zoals het onderzoek, de evaluaties en het contact met de gemeente.

•Onafhankelijke vertegenwoordiging: Om de objectiviteit te bewaken, moeten het beheer van het pgb (de vertegenwoordiging) en de uitvoering van de zorg in de basis gescheiden zijn. De pgb-vertegenwoordiger mag daarom niet tegelijkertijd de uitvoerende zorgverlener zijn, noch een financiële relatie met de zorgaanbieder hebben.

○ Uitzondering (Maatwerk bij een smal netwerk): Enkel in zeer uitzonderlijke situaties kan het college gemotiveerd afwijken van deze scheiding tussen geld en zorg. Dit kan uitsluitend als de inwoner - de budgethouder een heel smal sociaal netwerk heeft, er aantoonbaar niemand anders beschikbaar is, én de beoogde pgb-vertegenwoordiger/zorgverlener een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is van de inwoner. De Wmo-consulent toetst hierbij op drie punten:

○ Veiligheid en regie: Is het veilig en blijft de inwoner zelf de baas over de zorg? (Er mag geen financiële of mentale afhankelijkheid ontstaan).

○ Volhoudbaarheid: Kan het familielid de dubbelrol (zowel de administratie regelen als de zorg uitvoeren) fysiek en mentaal aan zonder overbelast te raken?

○ Noodzaak: Blijft de inwoner zonder zorg achter als we dit pgb weigeren, omdat er bijvoorbeeld ook geen passend Zorg in Natura-aanbod is?

7.2.5 Inzet van het sociale netwerk

Rijswijk waardeert de inzet van naasten, maar is terughoudend met betaling uit een pgb voor hulp die normaal gesproken 'gebruikelijk' is (zie Hoofdstuk 6). De focus ligt op de continuïteit van de zorg en het voorkomen van overbelasting van de naaste.

7.2.6 SVB en Trekkingsrecht

In de gemeente Rijswijk werken we met het systeem van trekkingsrecht via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Dit betekent dat het pgb-bedrag niet op de rekening van de inwoner wordt gestort, maar bij de SVB klaarstaat voor de betaling van ingediende declaraties. Door te werken met declaraties op basis van feitelijk geleverde ondersteuning, behoudt de inwoner de regie en wordt voorkomen dat er budget wordt uitgekeerd wanneer er door bijvoorbeeld vakantie of ziekte geen hulp is verleend.

Regels rondom het maandloonmodel

Het is in de basis niet toegestaan om een vast maandsalaris af te spreken met een zorgverlener. Betaling vindt uitsluitend plaats op basis van de feitelijk gewerkte uren of dagdelen.

Uitzonderingen

Alleen in zeer uitzonderlijke situaties kan het college toestemming geven voor een maandloonmodel. Hierbij moet aan alle volgende voorwaarden worden voldaan:

•Stabiliteit: De zorgsituatie is al minimaal één jaar ongewijzigd en de verwachting is dat dit zo blijft.

•Administratieve last: De inwoner kan aantonen dat de wekelijkse urenverantwoording leidt tot een administratieve belasting die niet in verhouding staat tot het toezicht.

•Geen betaling bij afwezigheid: Ook bij een maandloonmodel mag er niet worden doorbetaald tijdens vakantie of ziekte van de hulpverlener.

Hoofdstuk 10 – Materiële maatwerkvoorzieningen

10.1 Leveringsvormen en beheer

10.1.1 Zorg in natura (ZIN)

Bij de keuze voor een maatwerkvoorziening in natura bepaalt het college op basis van doelmatigheid de verstrekkingsvorm. We maken hierbij onderscheid tussen losse hulpmiddelen en bouwkundige (nagelvaste) aanpassingen:

•Losse hulpmiddelen (< € 500,-): Worden doorgaans in eigendom verstrekt. De inwoner wordt eigenaar en is zelf verantwoordelijk voor onderhoud, reparatie en verzekering.

•Losse hulpmiddelen (≥ € 500,-): Worden in bruikleen verstrekt. De gemeente blijft eigenaar van het hulpmiddel. Het college draagt via de gecontracteerde leverancier zorg voor de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering.

•Bouwkundige en nagelvaste aanpassingen: Aanpassingen die vastzitten aan de woning (behalve trapliften, zoals een badkamer- of keukenaanpassing), worden nooit in bruikleen verstrekt. Deze worden na oplevering direct eigendom van de huiseigenaar. De gemeente is daarna niet verantwoordelijk voor het onderhoud of de reparatie hiervan.

○ Uitzondering (altijd bruikleen): Ongeacht de prijs worden trapliften, tilliften, deurdrangers, scootmobielstallingen (scootsafes) and specifieke drempelhulpen altijd in bruikleen verstrekt. Voor deze specifieke hulpmiddelen vergoedt de gemeente wel het onderhoud en de reparaties.

10.1.2 Persoonsgebonden budget (pgb)

Als de inwoner kiest voor een pgb om zelf een hulpmiddel of woningaanpassing aan te schaffen, gelden de volgende regels voor de vaststelling van de hoogte van het budget:

•Toereikend en vergelijkbaar: Het pgb is in beginsel gelijk aan de kosten van de maatwerkvoorziening in natura. We baseren ons hierbij op de prijsafspraken met onze gecontracteerde leveranciers of op minimaal twee door de Wmo-consulent goedgekeurde offertes.

•Eigendom en verantwoordelijkheid: In tegenstelling tot ZIN (bruikleen) wordt een via pgb aangeschaft hulpmiddel of woningaanpassing altijd eigendom van de inwoner. De inwoner is daarmee zelf verantwoordelijk voor de aanschaf, het beheer en het tijdig organiseren van onderhoud en reparaties.

•Onderhoud, reparatie en verzekering hulpmiddelen: Het college neemt in de beschikking een jaarlijks budget op voor deze kosten; dit bedrag is gemaximeerd op 10% van het door de gemeente beschikbaar gestelde pgb-aanschafbudget (de tegenwaarde van de natura-voorziening). Eventuele extra onderhouds- of reparatiekosten door een luxere, eigen bijbetaalde voorziening komen volledig voor rekening van de inwoner.

10.3 Inleveren en verwijderen van maatwerkvoorzieningen

10.3.1 Maatwerkvoorzieningen in bruikleen (ZIN)

Omdat de gemeente de eigenaar blijft van deze hulpmiddelen, moeten deze bij beëindiging worden ingeleverd.

•Ophalen: De gecontracteerde leverancier haalt het hulpmiddel (zoals een scootmobiel of losse unit) op.

•Woningaanpassingen (nagelvast): Gaat het om een hulpmiddel dat aan de woning vastzit (zoals een traplift)? Dan haalt de leverancier alleen het hulpmiddel zelf weg en neemt dit mee.

•Herstel van de woning: De kosten voor het volledig in de oude staat terugbrengen van de woning (zoals het dichtmaken van gaten, herstellen van vloerbedekking of schilderwerk) komen niet voor rekening van de gemeente. Dit is de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de woning (de inwoner of de verhuurder).

10.3.2 Maatwerkvoorzieningen in eigendom (pgb en zin < € 500,-)

Wanneer een maatwerkvoorziening in eigendom is verstrekt, is de inwoner (of zijn erfgenaam) de eigenaar van het product.

•Verwijdering en afvoer: De inwoner is zelf verantwoordelijk voor het verwijderen of afvoeren van de maatwerkvoorziening. De gemeente haalt deze goederen niet op en vergoedt de kosten voor verwijdering niet.

•Geen restwaarde: Er vindt geen verrekening plaats van de restwaarde van de maatwerkvoorziening met de gemeente.

10.4 Woonmaatwerkvoorzieningen

10.4.1 Het primaat van verhuizen

Wanneer een woning door beperkingen niet meer geschikt is voor de inwoner, onderzoekt het college wat de meest passende en duurzame oplossing is. Er wordt een afweging gemaakt tussen het aanpassen van de huidige woning en een verhuizing naar een woning die al geschikt is. Wanneer de kosten voor de noodzakelijke woningaanpassing hoger zijn dan € 10.000, -, is verhuizing in de basis de voorliggende oplossing.

Bij deze afweging houdt het college altijd rekening met:

•Medische noodzaak: De snelheid waarmee het woonprobleem moet worden opgelost (richtlijn maximaal 6 maanden).

•Sociale en financiële factoren: De haalbaarheid van een verhuizing en de sociale gevolgen voor de inwoner.

•Marktsituatie: De feitelijke beschikbaarheid van passende woningen.

Indien verhuizen op basis van dit primaat de gekozen oplossing is, ontvangt de inwoner een vaste (forfaitaire) tegemoetkoming van € 3.000, - voor de verhuizing en herinrichting.

10.4.2 Preventief verhuizen

Rijswijk stimuleert inwoners met een beginnende ondersteuningsbehoefte of een progressieve aandoening om tijdig naar een passende woning te verhuizen. Door te verhuizen nog vóórdat een situatie acuut wordt, behoudt de inwoner de regie en worden ingrijpende aanpassingen op een later moment voorkomen. Een besluit voor preventief verhuizen is 36 maanden geldig.

De Wmo-check

Om voor een tegemoetkoming bij preventief verhuizen in aanmerking te komen, voert de Wmo-consulent een check uit op de volgende punten:

•Verwachte beperking: Er is een medische onderbouwing of een duidelijke constatering dat de huidige woning door de fysieke situatie van de inwoner binnen afzienbare tijd (richtlijn 24 tot maximaal 36 maanden) ontoegankelijk wordt. Als er sprake is van een progressief ziektebeeld, kan de Wmo-consulent gemotiveerd afwijken van deze maximale termijn als nu al vaststaat dat de woning in de toekomst ongeschikt wordt.

•Geschiktheid nieuwe woning: De nieuwe woning moet 'leeftijdsadequaat' of levensloopbestendig zijn. Dit betekent dat de woning drempelloos is en dat essentiële functies (wassen, slapen, koken) op de begane grond of per lift bereikbaar zijn en dat er—indien van toepassing—een geschikte en bereikbare stallingsmogelijkheid is voor hulpmiddelen (zoals een scootmobiel of rolstoel).

•Resultaat: De verhuizing moet een duurzame oplossing bieden die toekomstige aanvragen voor zware woningaanpassingen (zoals een traplift) voorkomt.

•Bij een positieve Wmo-check heeft de inwoner bij verhuizing recht op de forfaitaire vergoeding van € 3.000, -.

10.4.3 Eigen verantwoordelijkheid bij verhuizing

Van inwoners die verhuizen, wordt verwacht dat zij zelf zoeken naar een woning die zo geschikt mogelijk is voor hun (toekomstige) situatie. Het college weigert een woningaanpassing in de nieuwe woning in de volgende situaties:

•Verhuizing zonder medische noodzaak: Als er in de verlaten woning geen problemen werden ervaren, is de verhuizing zelf de oorzaak van het woonprobleem. Een aanpassing wordt dan geweigerd, tenzij er een belangrijke reden voor de verhuizing was (zoals huwelijk, samenwoning of werk elders).

•Keuze voor een ongeschikte woning: Als een inwoner met een bekende ondersteuningsbehoefte verhuist naar een woning die niet geschikt of eenvoudig aan te passen is, worden achteraf geen zware aanpassingen vergoed.

○ Omkering van de bewijslast: Verhuist een inwoner met een ondersteuningsbehoefte zonder vooraf afstemming te zoeken of toestemming te vragen aan het college? Dan ligt de bewijslast bij de inwoner. De inwoner moet in dat geval met controleerbare gegevens zelf aannemelijk maken dat er op dat moment geen andere, geschikte woning beschikbaar was in de markt.

10.4.4 Bezoekbaar maken en dubbel hoofdverblijf

In Rijswijk vinden we het belangrijk dat inwoners met een beperking deel kunnen blijven uitmaken van hun sociale omgeving. Afhankelijk van de situatie maken we onderscheid tussen het 'bezoekbaar' maken van een woning en het ondersteunen van kinderen in een co-ouderschapssituatie.

Bezoekbaar maken (Wlz)

Wanneer een inwoner permanent in een instelling verblijft (Wlz), kan het college ondersteuning bieden om één woning in Rijswijk bezoekbaar te maken. Dit is doorgaans de woning van ouders of naaste familieleden.

Reikwijdte van de aanpassing

Het bezoekbaar maken is beperkt tot de essentie die nodig is om deel te kunnen nemen aan het gezinsleven. Dit betekent dat de inwoner:

•De woning kan betreden (entree);

•De woonkamer kan bereiken;

•Het toilet kan gebruiken.

Er worden via deze regeling geen aanpassingen gedaan voor het slapen of het douchen in de betreffende woning. De maximale tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken is € 5.000, -.

Co-ouderschap (Dubbel hoofdverblijf)

Voor minderjarige inwoners met een beperking die na een echtscheiding bij beide ouders wonen, kan er sprake zijn van een dubbel hoofdverblijf. In deze situatie moet de tweede woning niet alleen bezoekbaar, maar ook bewoonbaar zijn. Dit houdt in dat de inwoner er ook moet kunnen slapen en zichzelf moet kunnen wassen.

Criteria voor toekenning

Om in aanmerking te komen voor ondersteuning bij een tweede hoofdverblijf, gelden de volgende voorwaarden:

•Juridische basis: De zorgregeling is officieel vastgelegd, bijvoorbeeld in een door de rechter bekrachtigd ouderschapsplan. De gemeente waar de minderjarige in de BRP staat ingeschreven is verantwoordelijk voor de noodzakelijke aanpassingen, ook als de woning van de andere ouder in een andere gemeente ligt.

•Substantieel verblijf: De inwoner verblijft een aanzienlijk en nagenoeg gelijkwaardig deel van de tijd bij beide ouders. Een incidentele bezoekregeling valt hier niet onder.

Maatwerk en omvang (Wonen en Vervoer)

•Woning: Bij een dubbel hoofdverblijf is de grens van € 5.000, - voor bezoekbaar maken niet van toepassing. De Wmo-consulent onderzoekt welke aanpassingen medisch noodzakelijk zijn om het verblijf in beide woningen mogelijk te maken. Hierbij wordt altijd eerst gekeken naar de goedkoopst adequate oplossing, zoals de inzet van losse (verplaatsbare) hulpmiddelen in plaats van vaste bouwkundige aanpassingen.

•Vervoer (o.a. autoaanpassingen): Indien er voor het vervoer bij de andere ouder een aanpassing noodzakelijk is, onderzoekt het college altijd eerst of de reeds aanwezige maatwerkvoorziening (bijvoorbeeld de aangepaste auto van de hoofdhuisvesting) gedeeld of logistiek ingezet kan worden. Een tweede individuele (auto)aanpassing wordt enkel overwogen als delen aantoonbaar onmogelijk is én dit de goedkoopst adequate oplossing blijkt te zijn in vergelijking met alternatieven (zoals taxivervoer).

10.4.5 Woonsanering (Allergie)

In uitzonderlijke situaties kan woonsanering worden ingezet als maatwerkvoorziening. Dit is aan de orde wanneer er een objectief vastgestelde medische noodzaak is (zoals een ernstige allergie of longaandoening), waarbij sanering de enige adequate oplossing is om de woning normaal te kunnen gebruiken.

Criteria voor toekenning

Om te bepalen of een maatwerkvoorziening voor woonsanering noodzakelijk is, toetst het college de aanvraag aan de volgende kaders:

•Medische onderbouwing: De noodzaak moet blijken uit een onafhankelijk medisch advies. Hieruit moet naar voren komen dat vervanging van materialen de enige doeltreffende manier is om de medische belemmeringen weg te nemen.

•Reikwijdte: De ondersteuning richt zich uitsluitend op de ruimten die noodzakelijk zijn voor de basisfuncties van het wonen. In de basis betreft dit de woonkamer en de slaapkamer van de inwoner.

•Effectiviteit en omgevingsfactoren: Sanering wordt alleen ingezet als omgevingsfactoren het resultaat niet tenietdoen. Een aanvraag wordt afgewezen als de effectiviteit van de sanering vooraf al wordt verhinderd door factoren zoals roken in de woning, of door de aanwezigheid van harige of gevederde huisdieren die een dusdanige impact hebben op de luchtkwaliteit dat de sanering aantoonbaar niet doelmatig is.

De financiële afweging

Bij het vaststellen van de hoogte van de tegemoetkoming hanteert het college de volgende uitgangspunten:

•Algemeen gebruikelijk: De beoordeling of de vervanging van materialen (zoals vloerbedekking of gordijnen) als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd, vindt plaats op basis van de criteria in hoofdstuk 5. Indien de materialen naar algemeen maatschappelijke opvattingen gangbaar zijn en de kosten hiervoor gedragen kunnen worden door een inwoner met een inkomen op minimumniveau, wordt er geen maatwerkvoorziening verstrekt.

•Gebruiksduur en afschrijving: Bij de vergoeding wordt rekening gehouden met de resterende levensduur van de te vervangen materialen. Voor stoffering wordt uitgegaan van een gemiddelde levensduur van 8 jaar.

○ Indien de materialen jonger zijn dan 8 jaar, wordt de tegemoetkoming naar rato van de resterende levensduur berekend.

○ Indien de materialen 8 jaar of ouder zijn, wordt in beginsel geen vergoeding verstrekt. Vervanging na deze periode wordt beschouwd als regulier onderhoud waarvoor de inwoner zelf verantwoordelijk is.

•Individuele uitzondering: Indien de inwoner aantoont dat hij door aantoonbare onvoorziene omstandigheden niet heeft kunnen reserveren voor vervanging, én de kosten voor vervanging op minimumniveau niet zelf gedragen kunnen worden, kan het college besluiten om alsnog een (gedeeltelijke) maatwerkvoorziening te verstrekken. Dit is enkel aan de orde wanneer het uitblijven van ondersteuning ertoe leidt dat de inwoner niet meer op een gezonde wijze gebruik kan maken van de woning.

Uitvoering en resultaat

Het college is verantwoordelijk voor een passende oplossing die de belemmeringen daadwerkelijk wegneemt.

•Eigen organisatie: Van de inwoner wordt verwacht dat deze de uitvoering van de sanering (zoals het verwijderen van oude materialen en het aanbrengen van de nieuwe maatwerkvoorzieningen) zelf organiseert. Dit kan door eigen inzet of door hulp uit het sociaal netwerk.

•Ondersteuning bij uitvoering: Wanneer de inwoner aantoont de uitvoering niet zelf te kunnen organiseren of financieren, en er geen hulp vanuit het sociaal netwerk beschikbaar is, kan het college ondersteuning bieden bij de noodzakelijke uitvoeringskosten. Dit is noodzakelijk om te waarborgen dat het beoogde resultaat (een gezonde woonomgeving) daadwerkelijk wordt behaald.

10.5 Mobiliteit en vervoer

10.5.1 Collectief vervoer (De Regiotaxi)

In Rijswijk is de Regiotaxi de eerste oplossing waar we naar kijken als de inwoner zich niet meer zelfstandig kan verplaatsen. Dit noemen we 'het primaat van collectief vervoer'.

•De norm: Indien een inwoner aantoonbare beperkingen ervaart bij het gebruik van het reguliere openbaar vervoer, wordt een Wmo-vervoerspas voor de Regiotaxi verstrekt.

•Kilometerbudget: De ondersteuning is gericht op een lokale vervoersbehoefte van in beginsel maximaal 1.500 kilometer per jaar. Hiermee wordt de inwoner in staat geacht om sociale contacten te onderhouden en de dagelijkse boodschappen te doen.

•Inkomen: Een laag inkomen is op zichzelf geen reden voor toekenning van een vervoersmaatwerkvoorziening; de noodzaak moet altijd medisch of ergonomisch onderbouwd zijn.

10.5.2 Individuele maatwerkvoorzieningen en combinaties

Wanneer het collectief vervoer niet passend of niet toereikend is voor de vervoersbehoefte, kan een individuele vervoersmaatwerkvoorziening worden verstrekt. Bij de beoordeling hiervan geldt het uitgangspunt van eigen kracht: indien de inwoner beschikt over een eigen auto (of wanneer deze structureel beschikbaar is binnen het netwerk), wordt gewogen in hoeverre dit al voorziet in de (bovenlokale) vervoersbehoefte.

•Scootmobiel of driewielfiets: Deze maatwerkvoorzieningen zijn bedoeld voor de korte en middellange afstanden en het behoud van zelfstandige mobiliteit in de directe omgeving.

•Combinatieregeling: Wanneer een inwoner naast een vervoerspas ook een andere individuele maatwerkvoorziening heeft (zoals een scootmobiel of driewielfiets) of in het bezit is van een eigen auto, wordt het kilometerbudget voor de Regiotaxi in beginsel beperkt tot 50% (750 kilometer per jaar). Het college gaat ervan uit dat een aanzienlijk deel van de vervoersbehoefte hiermee wordt ingevuld.

•Financiële tegemoetkoming eigen auto: Als de inwoner door medische belemmeringen aantoonbaar geen gebruik kan maken van de Regiotaxi, maar wel over een eigen auto beschikt, kan een financiële tegemoetkoming worden verstrekt voor de variabele kosten (op basis van de Nibud Prijzengids 2026, tot max. 1500 km per jaar).

○ Geen volledige kostendekking: Aangezien autobezit en de vaste lasten hiervan (verzekering, wegenbelasting) als algemeen gebruikelijk worden beschouwd, betreft dit een tegemoetkoming in de variabele vervoerskosten en geen volledige dekking van alle autokosten.

•Individueel (rolstoel)taxivervoer: In uitzonderlijke medische situaties waarbij reizen met een collectief systeem (met medereizigers) aantoonbaar onmogelijk is, kan een financiële tegemoetkoming voor individueel taxivervoer worden verstrekt. Als de inwoner voor zijn vervoer afhankelijk is van een rolstoel, wordt dit budget gebaseerd op de tarieven voor een rolstoeltaxi.

10.5.3 Scootmobiel: Aanvullende criteria

Voor de verstrekking van een scootmobiel als maatwerkvoorziening gelden, naast de algemene criteria voor mobiliteit, de volgende specifieke voorwaarden:

•Vervoersbehoefte en loopafstand: De inwoner heeft een substantiële en frequente vervoersbehoefte in de directe nabijheid van de woning (tot circa 5 kilometer). Er is sprake van een dusdanig beperkte loopafstand dat de inwoner niet zelfstandig de dagelijkse bestemmingen kan bereiken. Voor incidenteel vervoer of vervoer over langere afstanden wordt in beginsel verwezen naar de Regiotaxi.

•Stallingsmogelijkheid: Er dient een veilige, overdekte stallingsplek met oplaadmogelijkheid aanwezig te zijn die voldoet aan de geldende brandveiligheidseisen. Indien een geschikte stalling ontbreekt, onderzoekt de gemeente of deze met redelijke aanpassingen gerealiseerd kan worden. Als er feitelijk geen veilige stallingsmogelijkheid gecreëerd kan worden, kan de maatwerkvoorziening worden geweigerd om veiligheidsrisico’s (zoals brandgevaar in vluchtwegen) te voorkomen.

•Verkeersveiligheid: De inwoner moet fysiek en cognitief in staat zijn om het hulpmiddel veilig te bedienen in het verkeer. Om dit objectief vast te stellen, kan het college een rijvaardigheidstest of een medisch advies verplicht stellen. Indien nodig kan een training worden ingezet als onderdeel van de maatwerkvoorziening.

10.5.4 Auto-aanpassingen

Een tegemoetkoming voor de aanpassing van een eigen auto is een uitzondering binnen de Wmo. In de basis wordt voor de vervoersbehoefte verwezen naar het collectief vervoer (Regiotaxi). Een auto-aanpassing kan echter worden overwogen wanneer collectief vervoer of andere individuele maatwerkvoorzieningen (zoals een scootmobiel) niet leiden tot een passend resultaat.

Criteria voor toekenning

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een auto-aanpassing hanteert het college de volgende criteria:

•Noodzaak en passendheid: De aanpassing wordt overwogen als de inwoner door medische beperkingen geen gebruik kan maken van de Regiotaxi, óf wanneer de specifieke vervoersbehoefte (bijvoorbeeld in een gezinssituatie met een minderjarig kind met een beperking) door het collectief vervoer niet op een passende wijze kan worden ingevuld.

•Goedkoopst adequaat: Een aanpassing kan worden verstrekt als dit op de lange termijn de meest doelmatige (goedkoopst adequate) oplossing is voor het vervoersprobleem vergeleken met andere maatwerkvoorzieningen.

•Substantiële vervoersbehoefte: Er moet sprake zijn van een frequente en substantiële vervoersbehoefte die noodzakelijk is voor de participatie en die niet op een andere wijze kan worden opgelost.

Voorwaarden aan de auto

Omdat een auto-aanpassing een kapitaalintensieve investering is, stelt de gemeente eisen aan het voertuig om de duurzaamheid van de oplossing te waarborgen:

•Staat en leeftijd: De auto mag als richtlijn niet ouder zijn dan 5 tot 7 jaar en moet technisch in goede staat verkeren. Het college kan een onafhankelijke technische keuring verlangen om vast te stellen of de resterende levensduur van de auto de investering in de aanpassing rechtvaardigt.

•Eigendom: De auto moet op naam staan van de inwoner of een gezinslid uit de leefeenheid.

Hoogte van de vergoeding

De tegemoetkoming is beperkt tot de noodzakelijke meerkosten van de aanpassing die direct gerelateerd is aan de beperking. Regulier onderhoud of algemeen gebruikelijke kosten van het autobezit komen niet voor vergoeding in aanmerking.

10.5.5 Bovenregionaal vervoer (Valys)

Verplaatsingen buiten de regio (meer dan 5 zones van het openbaar vervoer of verder dan 25 km vanaf de woning) vallen buiten de reikwijdte van de Wmo. Hiervoor kan de inwoner een beroep doen op de landelijke regeling Valys.

10.6 Rolstoelen

10.7.1 De meest passende oplossing

Bij de verstrekking van een rolstoel kijken we eerst naar de meest eenvoudige en doeltreffende oplossing.

•Standaard gaat voor: Als een standaard rolstoel uit het depot van de leverancier voldoet aan de ergonomische eisen, is dat de voorliggende oplossing.

•Individueel maatwerk: Alleen als een standaardmaatwerkvoorziening medisch aantoonbaar niet volstaat, wordt een rolstoel individueel aangepast of speciaal besteld.

Bijlage 1 – Tarieventabel Wmo Rijswijk 2026

Deze tarieven gelden vanaf 01/07/2026. Alle pgb-tarieven voor diensten zijn gebaseerd op een percentage van het natura-tarief (100% voor formeel, 80% voor informeel).

Maatwerkvoorzieningen: Diensten (Begeleiding & ORH)

De tarieven worden per maand verstrekt, tenzij anders aangegeven.

Resultaatgebied & Trede

Formeel (100%)

Informeel (80%)

Periode

Sociaal Persoonlijk Functioneren

-Trede 1

€ 795,47

€ 636,37

Per maand

-Trede 2

€ 618,70

€ 494,96

Per maand

-Trede 3

€ 530,31

€ 424,25

Per maand

-Trede 4

€ 265,16

€ 212,13

Per maand

-Waakvlam

€ 132,58

€ 106,06

Per maand

Financiën/ Huisvesting/ Gezondheid

-Trede 1

€ 530,31

€ 424,25

Per maand

-Trede 2

€ 353,54

€ 282,83

Per maand

-Trede 3

€ 265,16

€ 212,13

Per maand

-Trede 4

€ 176,76

€ 141,41

Per maand

-Waakvlam

€ 88,38

€ 70,71

Per maand

Daginvulling

-Trede 1

€ 1.503,16

€ 1.202,53

Per maand

-Trede 2

€ 1.033,41

€ 826,73

Per maand

-Trede 3

€ 657,63

€ 526,10

Per maand

-Trede 4

€ 289,35

€ 231,48

Per maand

-Toeleiding naar passende dagbesteding

€ 289,35

€ 231,48

Per maand

Ondersteuning en Regie bij het Huishouden (ORH)

-Trede 1

€ 724,75

€ 579,80

Per maand

-Trede 2

€ 481,26

€ 385,01

Per maand

-Trede 3

€ 401,06

€ 320,85

Per maand

-Trede 4

€ 358,08

€ 286,46

Per maand

-Trede 5

€ 272,14

€ 217,71

Per maand

-Aanvullend product wasverzorging

€ 100,26

€ 80,21

Per maand

-Maaltijdmaatwerkvoorziening

€ 21,46

€ 17,17

Per maaltijd

Opslag werkgeverslasten (SVB)

Als de budgethouder op basis van de SVB-richtlijnen verplicht is een reguliere arbeidsovereenkomst aan te gaan, worden de hierboven genoemde pgb-tarieven verhoogd met de wettelijke SVB-opslag van 22,71% voor de verschuldigde werkgeverslasten.

Overige pgb-tarieven

Type

Tarief

Eenheid

Kortdurend Verblijf (formeel)

€ 230,88

Per etmaal

Kortdurend Verblijf (informeel)

€ 184,70

Per etmaal

Vervoer naar dagbesteding (f)

€ 19,39

Per dag (2x)

Vervoer naar dagbesteding (i)

€ 15,51

Per dag (2x)

Algemene maatwerkvoorzieningen (Eigen bijdragen & Tarieven)

Maatwerkvoorziening

Bijdrage inwoner

Facturatie via

Basismaatwerkvoorziening HbH

€ 21,80*

CAK (Abonnementstarief)

Ontmoetingscentrum

€ 21,80*

CAK (Abonnementstarief)

Wasservice

€ 5,00 per waszak van 8 kilo

Rechtstreeks aan aanbieder

Regiotaxi (Wmo-tarief)

Opstap € 1,16 / Km € 0,201

Rechtstreeks aan vervoerder

* Of het op dat moment geldende wettelijke landelijke abonnementstarief.

Financiële tegemoetkomingen & Forfaitaire bedragen

Type vergoeding

Bedrag

Toelichting

Eigen vervoer (auto/taxi)

€ 465,00

Per jaar (€ 35,84 p.m.)

Verhuiskostenvergoeding

€ 3.000,00

Eenmalig forfaitair bedrag

Bezoekbaar maken woning

€ 5.000,00

Maximaal bedrag

Taxikosten *

€ 1.417,32

Per jaar (€ 118,10 p.m.)

Rolstoeltaxi *

€ 2.632,92

Per jaar (€ 219,41)

Sportmaatwerkvoorziening

Op basis van offerte

Maximaal eens per 3 jaar. Voor aanschaf en onderhoud.

*De financiële tegemoetkomingen voor (rolstoel)taxikosten zijn voor het kalenderjaar 2026 geïndexeerd op basis van de landelijke NEA-index van oktober 2025 (3,9%).

Sanering vloerbedekking

Leeftijd van het materiaal

Vergoeding (naar rato)

Opmerking/ Voorwaarde

Korter dan 2 jaar

100% van de kosten

Volledige vergoeding (tot maximumtarief)

2tot 4 jaar

75% van de kosten

4tot 6 jaar

50% van de kosten

6tot 8 jaar

25% van de kosten

8jaar of ouder

0% (geen vergoeding)

Beschouwd als regulier onderhoud

Maximale vergoeding: Vloerbedekking (bijv. vinyl/linoleum): Maximaal € 45,- per m2 (dit is inclusief de kosten voor het egaliseren en leggen). **

** Dit bedrag is gebaseerd op de landelijke normen uit de Nibud Prijzengids (Handboek Inrichting en Inventaris, editie 2026) voor een woninginrichting.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.