Gemeentelijke regelgeving

Treasurystatuut gemeente Rijssen-Holten

Gemeente Rijssen-Holten · geldt sinds 3 november 2022

2. Treasurystatuut

I Begrippenkader

Artikel 1.

In dit statuut wordt verstaan onder:

-Decentrale overheden

De decentrale overheid omvat publiekrechtelijke overheidslichamen met een zelfstandige boekhouding bestaande uit provincies, gemeenten, waterschappen en de gemeenschappelijke regelingen.

-Derivaten

Financiële beleggingsinstrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals opties, leningen, swaps of obligaties zijn. Volgens de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale (Ruddo) mogen derivaten uitsluitend worden gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Open posities worden niet toegestaan en een beperkt aantal eenvoudige instrumenten mogen gehanteerd worden. Daarnaast is het verboden om eenzijdige bijstortverplichtingen aan gemeenten op te leggen.

-Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal een jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

-Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

-Intern liquiditeitsrisico

De risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

-Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;

-Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

-Kredietrisico

De risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;

-Liquiditeitenbeheer

Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot een jaar;

-Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;

-Rating

De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;

-Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;

-Renterisiconorm

Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal bestaande uit de totale lasten op de gemeentelijke begroting dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;

-Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

-Saldobeheer Rentevisie

Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;

-Schatkistbankieren

Bij wet fido geregelde verplichting tot het aanhouden van een privaatrechtelijke rekening-courant overeenkomst tussen de staat en decentrale overheden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.

-Solvabiliteitsratio van 0%

Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling;

Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;

-Treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;

-Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan decentrale overheden of aan de schatkist tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot een jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Tot aan het drempelbedrag heeft de gemeente de vrije hand tot uitzetting bij willekeurige marktpartijen.

II Doelstellingen van de treasuryfunctie

Artikel 2.

De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:

1Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

2Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en liquiditeitsrisico's;

3Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

3. Risicobeheer

III Uitgangspunten risicobeheer

Artikel 3.

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

1Het college van Burgemeester en Wethouders mag middelen uitzetten en garanties verstrekken uit hoofde van de “publieke taak”, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. Tevens wordt bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak zekerheden geëist;

Het verstrekken van hypothecaire geldleningen ten gunste van nieuwe aanvragen door het personeel is niet toegestaan. De ruimte binnen de bestaande leningovereenkomst kan nog wel worden gebruikt voor aanvullende hypotheek verstrekkingen.

2Het college van Burgemeester en Wethouders kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben. Het is expliciet verboden om aangetrokken middelen aan te trekken met als doel het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;

3Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico's, waarbij vooraf instemming van het college van burgemeester en wethouders wordt gekregen.

IV Renterisicobeheer

Artikel 4.

1De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;

2De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido;

3Nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. Uitzettingen vinden alleen plaats in de schatkist bij het ministerie van Financiën of worden onderling uitgeleend aan andere decentrale overheden.

4De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zover als mogelijk afgestemd op de actuele rentestand, de rentevisie en de (indien aanwezige aantoonbare) relatie tussen afschrijvingstermijnen en de onderliggende activa.

5De rentevisie van de gemeente wordt opgenomen in de begroting op basis van de rentevisie van minimaal 2 vooraanstaande financiële instellingen;

6Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen.

V Koersrisicobeheer

Artikel 5.

1De gemeente is bij wet verplicht tot uitzetten van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën in de vorm van rekening courant of via deposito’s. Decentrale overheden mogen onderling de aanwezige overtollige middelen uitzetten zolang er maar geen (verticale) toezichtrelatie aanwezig is. De uitzetting bij decentrale overheden bestemd voor de uitoefening van de publieke taak mag in de vorm van rekening courant of via deposito’s waarbij een bestaande geldleningovereenkomst de basis vormt voor de transactie.

2Tevens beperkt de gemeente de koersrisico's door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.

3Het drempelbedrag dat wettelijke bepaald is voor schatkistbankieren wordt primair ingezet als buffer voor onverwachtse uitgaven. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van een decentrale overheid, afgemeten aan de omvang van de begroting. Voor onze gemeente bedraagt de drempel minimaal € 1 miljoen of 2% van het begrotingstotaal (vanaf 1 juli 2021). Het is wettelijke toegestaan om dit drempelbedrag buiten de publieke uitgaven te houden en op rente te zetten bij een bancaire instelling met een minimale single A rating voor uitzettingen korter dan 3 maanden. Voor uitzettingen gedurende een periode langer dan 3 maanden wordt een AA-rating vereist.

VI Kredietrisicobeheer

Artikel 6.

1Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten:

Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:

-de schatkist in de vorm van het aanhouden van een rekening courant (rc) en/of in de vorm van één of meerdere deposito’s;

-andere decentrale overheden waarbij geen sprake is van een (verticale) toezichtsrelatie;

-overige financiële instellingen voor ten hoogste het gehanteerde drempelbedrag dat buiten de schatkist aangehouden mag worden. De financiële instelling moet een minimale single A rating van tenminste twee van de volgende erkende rating-bureaus: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;

2Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.

VII Intern liquiditeitsrisicobeheer

Artikel 7.

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot een jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 2 jaar.

VIII Valutarisicobeheer

Artikel 8.

Valutarisico's worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.

4. Gemeentefinanciering

IX Financiering

Artikel 9.

Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van een jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

1Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Uitzondering hierop vormt de opname van hypothecaire ruimte binnen bestaande hypothecaire geldleningen.

2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico's en het renteresultaat te optimaliseren;

3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen en medium term notes (MTN);

4Indien financiering geldt voor een periode langer dan drie jaar vraagt de gemeente offertes op bij minimaal 2 instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.

X Langlopende uitzettingen

Artikel 10.

Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van een jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:

1Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 6 genoemde voorwaarden.

XI Relatiebeheer

Artikel 11.

De gemeente beoogt het realiseren van gunstige dan wel marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

1Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6;

2Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht

1Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.

te vallen, zoals De Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer en de Europese Centrale Bank (ECB)..

3Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.

5. Kasbeheer

XII Geldstromenbeheer

Artikel 12.

Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt:

1Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.

2Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door een bank;

3Geconformeerd aan het contract voor financiële dienstverlening.

XIII Saldo- en liquiditeitenbeheer

Artikel 13.

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

1De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen een rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;

2Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt - conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;

3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;

4Bij het extern uitzetten van gelden korter dan een jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;

5Bij het aantrekken van een kasgeldlening met een overeengekomen storting tot maximaal 10 miljoen euro kan volstaan worden met minimaal 1 offerte. Hiervan vindt achteraf schriftelijke vastlegging plaats. Overige aantrekkingen vinden plaats op basis van minimaal 2 offertes.

6. Administratieve orqanisatie en interne controle

XIV Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

Artikel 14.

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.

1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

2Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat hierbij schriftelijk vastgelegd;

3Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

a.iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);

b.de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

c.de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

4Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere financieringstransactie te versturen naar de financiële administratie ter attentie van een andere medewerker dan diegenen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

5Een financieringstransactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten. Schriftelijke vastlegging bestaat uit een intern opgemaakte notitie of van derde ontvangen bevestiging;

6Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de financieringstransactie direct gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle nader benoemd als administrateur. Middels een checklist wordt vastgelegd of vanuit het vierogen-principe is gehandeld.

7Jaarlijkse vindt beoordeling plaats of gehandeld is volgens protocol.

XV Verantwoordelijkheden

Artikel 15.

De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

De Gemeenteraad

•Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten middels de financiële verordening;

•Het vaststellen, toezichthouden en uitvoering geven aan het treasurybelei•d vastgelegd in de treasuryparagraaf van de begroting en de jaarrekening.

Het college van B&W

•Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

•Het vaststellen van het treasurystatuut

•Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten leningen;

•Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid via de treasuryparagraaf bij de jaarrekening;.

De portefeuillehouder financiën

•Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).

De controller

•Het vastleggen en periodiek actualiseren van administratieve processen

•Het jaarlijks beoordelen van de controleverslagen opgesteld door de medewerker belast met de interne controle binnen de afdeling financiën. Hierover wordt gerapporteerd aan het college.

De treasurer

•Het uitvoeren van de aan hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de treasuryparagraaf;

•Het opstellen van de rentevisie

•Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van saldo- en liquiditeitenbeheer (geldleningen);

•Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten;

•Het rapporteren aan B&W over de aangetrokken financieringen en uitgezette middelen.

•Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen met betrekking tot beheersmatige activiteiten.

•Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de kassier

De budgethouder

•Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten (liquiditeitenplanning).

•Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling faciliteiten en bedrijfsvoering.

Functie

Verantwoordelijkheden

Administrateur

•Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en de treasuryparagraaf worden uitgevoerd en de transacties dienen geautoriseerd te zijn door het hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering; Het beheren van de geldstromen;

•Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;

•Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;

•Het adviseren van de afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten; ;

•Het afleggen van verantwoording aan het hoofd Faciliteiten en Bedrijfsvoering over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde beleids- en beheersmatige activiteiten.

•Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de medewerker belast met treasury;

•Schatkistbankieren;

•Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover jaarlijks rapporteren aan de concern controller

Kassier

•Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen (saldoregulatie);

•Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;

•Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste gegevens aan de financiële administratie inzake de liquiditeitspositie;

Sub-kassier

•Het ontvangen van contante gelden en afstorten ervan aan de bank

De externe accountant

•Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.

XVI Bevoegdheden

Artikel 16.

In onderstaande tabel staan na besluitvorming door het college de bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde flattering.

Voorbereiding door (eerste handtekening)

Autorisatie door (tweede handtekening)

Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer

1. Het uitzetten van middelen via callgeld,

Treasurer

Administrateur

2Het aantrekken van middelen via callgeld of kasgeld

Treasurer

Administrateur

3.A Betalingsopdrachten voorbereiden

3.B Betalingsopdrachten versturen

Incassomedewerker

Autorisatiefunctionaris cf overzicht bank

Autorisatiefunctionaris cf overzicht bank

Bankrelatiebeheer

4Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Administrateur

Algemeen directeur

5Bankcondities en tarieven afspreken

Administrateur

Algemeen directeur

Risicobeheer

6Het afsluiten van derivatentransacties

Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering

College van B&W

Financiering en uitzetting

7Het vaststellen van kredietfaciliteiten

Administrateur

Algemeen directeur

8Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen en MTN's zoals vastgelegd in de treasuryparagraaf

Administrateur

Algemeen directeur

9.A Het uitzetten van middelen via MTN's, CD's, onderhandse geldleningen zoals vastgelegd in het treasurystatuut en nader benoemd in artikel X langlopende uitzettingen met een looptijd van ten minste 1 jaar

9.B Het uitzetten van middelen via (staats)obligaties

9.C Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak

Administrateur

Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering

Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering

Algemeen directeur

College van B&W

College van B&W

10Het beleggen van middelen in garantieproducten

Afdelingshoofd faciliteiten en bedrijfsvoering

College van B&W

11Het garanderen van middelen uit hoofd van de publieke taak

Afdelingshoofd faciliteiten en bedrijfsvoering

College van B&W

XVII Informatievoorziening

Artikel 17.

Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:

Informatie

Frequentie

Informatie-verstrekker

Informatie-ontvanger

1Gegevens met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning

Kwartaal / Incidenteel *

afdelingshoofd

Beleidsmedewerker belast met opstellen liquiditeitsplanning

2Liquiditeitenplanning

Naar behoefte

Beleidsmede-werker belast met opstellen liquiditeits-planning

Treasurer

3Schatkistbankieren

Dagelijks

Administrateur

Kassier

3Beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf van begroting

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

4Evaluatie en verantwoording van treasuryactiviteiten in treasuryparagraaf van de jaarrekening

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

5Informatie aan derden (CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido

Kwartaal

Ambtenaar belast met invulling van IV-3

Derden

6.A Leningenbesluit van uitgezette middelen via MTN’s, CD’s, onderhandse geldleningen met een looptijd van tenminste 1 jaar

6.B Uitzetting van middelen via (staats)obligaties

6.C Garantiebesluiten die voortvloeien uit verstrekkingen van middelen aan derden uit hoofde van de publieke taak

binnen 14 dagen na besluit

per uitzetting eenmalig vooraf

per verstrekking eenmalig vooraf

Treasurer

Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering

Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering

College van B&W

College van B&W

College van B&W

* bij het opstellen van de begroting/beleidsplan, bijstelling in elk geval bij de voor- en najaarsnota en bij het constateren van belangrijke afwijkingen van de prognose.

XVIII Inwerkingtreding

Artikel 18.

Dit treasurystatuut treedt vanaf 01-07-2021 in werking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.