2. Treasurystatuut
I Begrippenkader
Artikel 1.
In dit statuut wordt verstaan onder:
-Decentrale overheden
De decentrale overheid omvat publiekrechtelijke overheidslichamen met een zelfstandige boekhouding bestaande uit provincies, gemeenten, waterschappen en de gemeenschappelijke regelingen.
-Derivaten
Financiële beleggingsinstrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals opties, leningen, swaps of obligaties zijn. Volgens de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale (Ruddo) mogen derivaten uitsluitend worden gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Open posities worden niet toegestaan en een beperkt aantal eenvoudige instrumenten mogen gehanteerd worden. Daarnaast is het verboden om eenzijdige bijstortverplichtingen aan gemeenten op te leggen.
-Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal een jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;
-Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
-Intern liquiditeitsrisico
De risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
-Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
-Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
-Kredietrisico
De risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;
-Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot een jaar;
-Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;
-Rating
De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;
-Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
-Renterisiconorm
Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal bestaande uit de totale lasten op de gemeentelijke begroting dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;
-Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
-Saldobeheer Rentevisie
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
-Schatkistbankieren
Bij wet fido geregelde verplichting tot het aanhouden van een privaatrechtelijke rekening-courant overeenkomst tussen de staat en decentrale overheden. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.
-Solvabiliteitsratio van 0%
Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling;
Status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;
-Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;
-Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan decentrale overheden of aan de schatkist tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot een jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Tot aan het drempelbedrag heeft de gemeente de vrije hand tot uitzetting bij willekeurige marktpartijen.
II Doelstellingen van de treasuryfunctie
Artikel 2.
De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:
1Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
2Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en liquiditeitsrisico's;
3Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
4Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
3. Risicobeheer
III Uitgangspunten risicobeheer
Artikel 3.
Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
1Het college van Burgemeester en Wethouders mag middelen uitzetten en garanties verstrekken uit hoofde van de “publieke taak”, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. Tevens wordt bij het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak zekerheden geëist;
Het verstrekken van hypothecaire geldleningen ten gunste van nieuwe aanvragen door het personeel is niet toegestaan. De ruimte binnen de bestaande leningovereenkomst kan nog wel worden gebruikt voor aanvullende hypotheek verstrekkingen.
2Het college van Burgemeester en Wethouders kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben. Het is expliciet verboden om aangetrokken middelen aan te trekken met als doel het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;
3Het gebruik van derivaten is toegestaan maar deze worden uitsluitend toegepast ter beperking van financiële risico's, waarbij vooraf instemming van het college van burgemeester en wethouders wordt gekregen.
IV Renterisicobeheer
Artikel 4.
1De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido;
2De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido;
3Nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. Uitzettingen vinden alleen plaats in de schatkist bij het ministerie van Financiën of worden onderling uitgeleend aan andere decentrale overheden.
4De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zover als mogelijk afgestemd op de actuele rentestand, de rentevisie en de (indien aanwezige aantoonbare) relatie tussen afschrijvingstermijnen en de onderliggende activa.
5De rentevisie van de gemeente wordt opgenomen in de begroting op basis van de rentevisie van minimaal 2 vooraanstaande financiële instellingen;
6Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen.
V Koersrisicobeheer
Artikel 5.
1De gemeente is bij wet verplicht tot uitzetten van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën in de vorm van rekening courant of via deposito’s. Decentrale overheden mogen onderling de aanwezige overtollige middelen uitzetten zolang er maar geen (verticale) toezichtrelatie aanwezig is. De uitzetting bij decentrale overheden bestemd voor de uitoefening van de publieke taak mag in de vorm van rekening courant of via deposito’s waarbij een bestaande geldleningovereenkomst de basis vormt voor de transactie.
2Tevens beperkt de gemeente de koersrisico's door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning.
3Het drempelbedrag dat wettelijke bepaald is voor schatkistbankieren wordt primair ingezet als buffer voor onverwachtse uitgaven. De hoogte van het drempelbedrag is afhankelijk van de financiële omvang van een decentrale overheid, afgemeten aan de omvang van de begroting. Voor onze gemeente bedraagt de drempel minimaal € 1 miljoen of 2% van het begrotingstotaal (vanaf 1 juli 2021). Het is wettelijke toegestaan om dit drempelbedrag buiten de publieke uitgaven te houden en op rente te zetten bij een bancaire instelling met een minimale single A rating voor uitzettingen korter dan 3 maanden. Voor uitzettingen gedurende een periode langer dan 3 maanden wordt een AA-rating vereist.
VI Kredietrisicobeheer
Artikel 6.
1Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten:
Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:
-de schatkist in de vorm van het aanhouden van een rekening courant (rc) en/of in de vorm van één of meerdere deposito’s;
-andere decentrale overheden waarbij geen sprake is van een (verticale) toezichtsrelatie;
-overige financiële instellingen voor ten hoogste het gehanteerde drempelbedrag dat buiten de schatkist aangehouden mag worden. De financiële instelling moet een minimale single A rating van tenminste twee van de volgende erkende rating-bureaus: Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;
2Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zekerheden of garanties geëist.
VII Intern liquiditeitsrisicobeheer
Artikel 7.
De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot een jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal 2 jaar.
VIII Valutarisicobeheer
Artikel 8.
Valutarisico's worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro's.
4. Gemeentefinanciering
IX Financiering
Artikel 9.
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van een jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
1Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Uitzondering hierop vormt de opname van hypothecaire ruimte binnen bestaande hypothecaire geldleningen.
2Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico's en het renteresultaat te optimaliseren;
3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen en medium term notes (MTN);
4Indien financiering geldt voor een periode langer dan drie jaar vraagt de gemeente offertes op bij minimaal 2 instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
X Langlopende uitzettingen
Artikel 10.
Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van een jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
1Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 4, 5 en 6 genoemde voorwaarden.
XI Relatiebeheer
Artikel 11.
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige dan wel marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
1Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel 6;
2Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht
1Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
te vallen, zoals De Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer en de Europese Centrale Bank (ECB)..
3Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.
5. Kasbeheer
XII Geldstromenbeheer
Artikel 12.
Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt:
1Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.
2Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door een bank;
3Geconformeerd aan het contract voor financiële dienstverlening.
XIII Saldo- en liquiditeitenbeheer
Artikel 13.
Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
1De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen een rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;
2Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt - conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;
3Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;
4Bij het extern uitzetten van gelden korter dan een jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;
5Bij het aantrekken van een kasgeldlening met een overeengekomen storting tot maximaal 10 miljoen euro kan volstaan worden met minimaal 1 offerte. Hiervan vindt achteraf schriftelijke vastlegging plaats. Overige aantrekkingen vinden plaats op basis van minimaal 2 offertes.
6. Administratieve orqanisatie en interne controle
XIV Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Artikel 14.
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.
1De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
2Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat hierbij schriftelijk vastgelegd;
3Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
a.iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe);
b.de uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
c.de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
4Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere financieringstransactie te versturen naar de financiële administratie ter attentie van een andere medewerker dan diegenen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;
5Een financieringstransactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten. Schriftelijke vastlegging bestaat uit een intern opgemaakte notitie of van derde ontvangen bevestiging;
6Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de financieringstransactie direct gecontroleerd door de functionaris belast met de interne controle nader benoemd als administrateur. Middels een checklist wordt vastgelegd of vanuit het vierogen-principe is gehandeld.
7Jaarlijkse vindt beoordeling plaats of gehandeld is volgens protocol.
XV Verantwoordelijkheden
Artikel 15.
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.
Functie
Verantwoordelijkheden
De Gemeenteraad
•Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten middels de financiële verordening;
•Het vaststellen, toezichthouden en uitvoering geven aan het treasurybelei•d vastgelegd in de treasuryparagraaf van de begroting en de jaarrekening.
Het college van B&W
•Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);
•Het vaststellen van het treasurystatuut
•Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten leningen;
•Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid via de treasuryparagraaf bij de jaarrekening;.
De portefeuillehouder financiën
•Het uitvoeren van het treasurybeleid (politieke verantwoordelijkheid).
De controller
•Het vastleggen en periodiek actualiseren van administratieve processen
•Het jaarlijks beoordelen van de controleverslagen opgesteld door de medewerker belast met de interne controle binnen de afdeling financiën. Hierover wordt gerapporteerd aan het college.
De treasurer
•Het uitvoeren van de aan hem gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de treasuryparagraaf;
•Het opstellen van de rentevisie
•Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van saldo- en liquiditeitenbeheer (geldleningen);
•Het zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten;
•Het rapporteren aan B&W over de aangetrokken financieringen en uitgezette middelen.
•Het onderhouden van contacten met banken, geldmakelaars en overige financiële instellingen met betrekking tot beheersmatige activiteiten.
•Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan de kassier
De budgethouder
•Het zorgdragen voor een goede kwaliteit van de informatie met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten (liquiditeitenplanning).
•Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de afdeling faciliteiten en bedrijfsvoering.
Functie
Verantwoordelijkheden
Administrateur
•Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en de treasuryparagraaf worden uitgevoerd en de transacties dienen geautoriseerd te zijn door het hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering; Het beheren van de geldstromen;
•Het afsluiten van financiële contracten voortvloeiend uit bovenstaande deelfuncties;
•Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;
•Het adviseren van de afdelingen over de financiële gevolgen van hun activiteiten en projecten; ;
•Het afleggen van verantwoording aan het hoofd Faciliteiten en Bedrijfsvoering over de uitvoering van de aan hem/haar gemandateerde beleids- en beheersmatige activiteiten.
•Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de medewerker belast met treasury;
•Schatkistbankieren;
•Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover jaarlijks rapporteren aan de concern controller
Kassier
•Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen (saldoregulatie);
•Het afhandelen van het contante en girale betalingsverkeer;
•Het aanleveren van tijdige, volledige en juiste gegevens aan de financiële administratie inzake de liquiditeitspositie;
Sub-kassier
•Het ontvangen van contante gelden en afstorten ervan aan de bank
De externe accountant
•Het in het kader van haar reguliere controletaak adviseren en controleren omtrent de feitelijke naleving van het treasurystatuut.
XVI Bevoegdheden
Artikel 16.
In onderstaande tabel staan na besluitvorming door het college de bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde flattering.
Voorbereiding door (eerste handtekening)
Autorisatie door (tweede handtekening)
Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer
1. Het uitzetten van middelen via callgeld,
Treasurer
Administrateur
2Het aantrekken van middelen via callgeld of kasgeld
Treasurer
Administrateur
3.A Betalingsopdrachten voorbereiden
3.B Betalingsopdrachten versturen
Incassomedewerker
Autorisatiefunctionaris cf overzicht bank
Autorisatiefunctionaris cf overzicht bank
Bankrelatiebeheer
4Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen
Administrateur
Algemeen directeur
5Bankcondities en tarieven afspreken
Administrateur
Algemeen directeur
Risicobeheer
6Het afsluiten van derivatentransacties
Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering
College van B&W
Financiering en uitzetting
7Het vaststellen van kredietfaciliteiten
Administrateur
Algemeen directeur
8Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen en MTN's zoals vastgelegd in de treasuryparagraaf
Administrateur
Algemeen directeur
9.A Het uitzetten van middelen via MTN's, CD's, onderhandse geldleningen zoals vastgelegd in het treasurystatuut en nader benoemd in artikel X langlopende uitzettingen met een looptijd van ten minste 1 jaar
9.B Het uitzetten van middelen via (staats)obligaties
9.C Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak
Administrateur
Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering
Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering
Algemeen directeur
College van B&W
College van B&W
10Het beleggen van middelen in garantieproducten
Afdelingshoofd faciliteiten en bedrijfsvoering
College van B&W
11Het garanderen van middelen uit hoofd van de publieke taak
Afdelingshoofd faciliteiten en bedrijfsvoering
College van B&W
XVII Informatievoorziening
Artikel 17.
Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:
Informatie
Frequentie
Informatie-verstrekker
Informatie-ontvanger
1Gegevens met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten voor de liquiditeitenplanning
Kwartaal / Incidenteel *
afdelingshoofd
Beleidsmedewerker belast met opstellen liquiditeitsplanning
2Liquiditeitenplanning
Naar behoefte
Beleidsmede-werker belast met opstellen liquiditeits-planning
Treasurer
3Schatkistbankieren
Dagelijks
Administrateur
Kassier
3Beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf van begroting
Jaarlijks
Treasurer
Gemeenteraad
4Evaluatie en verantwoording van treasuryactiviteiten in treasuryparagraaf van de jaarrekening
Jaarlijks
Treasurer
Gemeenteraad
5Informatie aan derden (CBS) zoals genoemd in art. 8 Wet fido
Kwartaal
Ambtenaar belast met invulling van IV-3
Derden
6.A Leningenbesluit van uitgezette middelen via MTN’s, CD’s, onderhandse geldleningen met een looptijd van tenminste 1 jaar
6.B Uitzetting van middelen via (staats)obligaties
6.C Garantiebesluiten die voortvloeien uit verstrekkingen van middelen aan derden uit hoofde van de publieke taak
binnen 14 dagen na besluit
per uitzetting eenmalig vooraf
per verstrekking eenmalig vooraf
Treasurer
Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering
Hoofd faciliteiten en bedrijfsvoering
College van B&W
College van B&W
College van B&W
* bij het opstellen van de begroting/beleidsplan, bijstelling in elk geval bij de voor- en najaarsnota en bij het constateren van belangrijke afwijkingen van de prognose.
XVIII Inwerkingtreding
Artikel 18.
Dit treasurystatuut treedt vanaf 01-07-2021 in werking.