Aanhef
De raad van de gemeente Rijssen-Holten;
•Gezien de wens om bij grondverzet niet altijd tegen onderzoeksplicht aan te lopen;
•Gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
•Gelet op de beleidsneutrale omzetting;
•Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 mei 2024;
•Gezien de behandeling in de commissie Grondgebied van 13 juni 2024.
•Gelet op Artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht
Besluit:
•De Regionale Bodemkwaliteitskaart PFAS vast te stellen.
3 Uitvoering
3.4 Dataverzameling/uitgevoerde werkzaamheden
3.4.1 Veldwerkzaamheden
Voor het opstellen van de kaart zijn veldwerkzaamheden en analyses uitgevoerd. De verdeling van deze werkzaamheden is opgenomen in tabel 3.2.
Tabel 3.2 Uitgevoerde werkzaamheden en analyses
Zone
Aantal boringen tot 2,0 m -mv of grepen
Aantal analyses bovengrond*
(0 – 0,5 m -mv)
Aantal analyses ondergrond*
(0,5 – 2,0 m -mv)
AW2000
25
25
25
Wonen
25
25
25
Gebiedsspecifiek Enschede
25
25
25
Gebiedsspecifiek Hengelo
25
25
25
Gebiedsspecifiek Oldenzaal
25
25
25
Zandvangers vrij toepasbaar
(20 stuks)
100
20
-
Zandvangers niet vrij toepasbaar (20 stuks)
100
20
-
TOTAAL
125boringen en 200 grepen
165
125
Er zijn in totaal 125 boringen uitgevoerd tot 2,0 m -mv. Deze boringen zijn ruimtelijk verdeeld over de zones, waarbij in elke zone 25 boringen zijn geplaatst.
Het waterschap Vechtstromen heeft per type zandvanger (‘Vrij toepasbaar’ en ‘Niet toepasbaar’)
20locaties verspreid over de regio geselecteerd voor bemonstering en analyse op PFAS.
Per locatie (40 stuks) is met behulp van vijf grepen een mengmonster in het veld samengesteld. De zandvangers zijn vanaf de waterkant bemonsterd.
Het veldwerk is uitgevoerd door de erkende veldwerker J. (Jos) Marsman van Tauw op 20 januari tot
14februari 2020 onder certificaatnummer K54913). Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten met betrekking tot het veldwerk wordt verwezen naar bijlage 1. De situering van de boorpunten is weergegeven op de kaart in bijlage 2. De boorprofielen zijn te vinden in bijlage 3.
Alle monsters van Tauw zijn door één en dezelfde veldwerker genomen met hetzelfde materieel en zijn in hetzelfde laboratorium onderzocht. Zo wordt beïnvloeding door monstername en analysemethode op de ruimtelijke verdeling uitgesloten.
Voor de bewerking zijn twee bodemlagen aangehouden:
•De bovengrond van 0 - 0,5 m -mv
•De bodemlaag rond de grondwaterstand van maximaal 0,5 m dik tussen 0,5 en 2,0 m -mv
3.4.2 Laboratoriumanalyses
Van elke boring is de bovengrond tot 0,5 m -mv geanalyseerd op PFAS. Van elke boring is ook één monster van de ondergrond geanalyseerd (maximale bodemlaag 0,5 m dik). Hierbij is gevarieerd in het dieptetraject van 0,5 tot 2,0 m -mv, afhankelijk van de grondwaterstand. De uitgevoerde analyses zijn te vinden in tabel 3.2.
Dieptetraject
De dieptetrajecten zijn gekozen op basis van hetgeen het THK aangeeft met onderbouwing van RWS Leefomgeving (Bodem+) ten aanzien van de verdachte bodemlagen. Gezien de verspreidingsroute van PFAS via atmosferische depositie is de bovengrond (0-0,5 m -mv) voornamelijk verdacht op het voorkomen van PFAS. Verder is PFAS mobiel en goed oplosbaar in water. Om deze reden wordt ook de ondergrond rond de grondwaterstand aangemerkt als mogelijk verdacht. Uit de boringen blijkt dat de grondwaterstand varieert van 1,0 tot dieper dan 2,0 m -mv. Veldmonsters van variërende dieptes in de ondergrond en waar mogelijk rond de grondwaterstand zijn geanalyseerd.
Aanvullende data gemeente Almelo
Van de gemeente Almelo waren al wel PFAS-gegevens beschikbaar die conform de eisen voor het opstellen van een bodemkwaliteitskaart zijn verzameld. Voor verdere details verwijzen we naar het separate rapport (Statistische kentallen PFAS - gemeente Almelo. Tauw, kenmerk R001-1272743EVF- V03-rlk-NL, d.d. 6 april 2020). De monsters van Almelo zijn geanalyseerd op 28 PFAS-parameters (advieslijst Bodem+). Verder is er indicatief onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van GenX door drie monsters per zone in de bovengrond te analyseren. Hieruit is gebleken dat GenX niet aangetoond is (beneden de rapportagegrens).
Bijlage 1 Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. Tauw bv is erkend
voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. Tauw bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek:
•Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen
Tauw verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar.
Veiligheid en Gezondheid in ontwerpfase (Arbobesluit)
Bij de ontwerpwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de algemene uitgangspunten van Veiligheid en Gezondheid (V&G) volgens artikel 2.26 van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Tauw heeft als ontwerpende partij de wettelijke verplichting voor het maken van een
Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) van het ontwerp. Tauw streeft ernaar om V&G-risico's bij de bron aan te pakken.
De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium.
De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.