Gemeentelijke regelgeving

Integriteitsbeleid gemeente Rijssen-Holten 2022

Gemeente Rijssen-Holten · geldt sinds 15 juli 2022

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders

Gelet op:

Artikel 4 van de Ambtenarenwet

Besluit:

Het Integriteitsbeleid gemeente Rijssen-Holten 2022 vast te stellen.

1. Wat is integer handelen?

1.2 Hoe draagt dit beleid bij aan integer handelen?

De doelstelling van dit integriteitsbeleid is: Onze inwoners en ketenpartners mogen er zonder meer vanuit gaan dat wij betrouwbaar en integer zijn.

Doel van het integriteitsbeleid is het vastleggen van de kaders met betrekking tot integriteit binnen de gemeente Rijssen-Holten. Concreet betekent dit:

•Het bevorderen van het integriteitbewustzijn en het verantwoord handelen van medewerkers.

•Medewerkers beschermen tegen misstappen door onnodige risico’s en verleidingen weg te nemen.

•Het versterken van het vertrouwen van medewerkers in elkaar.

•Het versterken van het vertrouwen van de cliënten en klanten in Rijssen-Holten.

•Het borgen van integriteit binnen Rijssen-Holten.

•Het voorkomen en zorgvuldig aanpakken van integriteitschendingen.

Integriteitsbeleid is vooral bedoeld om richting te geven aan het gedrag van medewerkers en borging van integriteit als gespreksonderwerp op de lange termijn. Het beleid bestaat uit een mix van instrumenten met als doel: duidelijkheid geven voor toelaatbaar en ontoelaatbaar gedrag en het bevorderen van het bewustzijn van integriteit van werknemers. Het belangrijkste is dat medewerkers situaties waarin integriteit een rol kan spelen herkennen en bespreekbaar maken.

1.3 Wat is er veranderd sinds 1 januari 2020?

Vanaf 1 januari 2020 vormt de Ambtenarenwet 2017 het nieuwe wettelijke kader voor het integriteitsbeleid van overheidswerkgevers. In de artikelen 4 tot en met 11 van de Ambtenarenwet 2017 (zie bijlage) staan de verplichtingen voor de werkgever en verplichtingen voor de medewerkers op integriteitsgebied.

6. Monitoren en evalueren

6.1 Monitoren

-Op organisatieniveau wordt verantwoording over integriteit afgelegd.

-Op individueel niveau vindt monitoring plaats als onderdeel van het contact tussen leidinggevende en medewerker.

Als onderdeel van de periodiek uit te voeren medewerkers tevredenheidonderzoeken meet de gemeente hoe medewerkers aspecten van integriteit beleven en ervaren. Op de resultaten hiervan kan gericht worden gestuurd.

6.2 Evalueren

De gemeente evalueert en actualiseert het integriteitsbeleid en de onderliggende gedragscode elke drie jaar. De evaluatie wordt uitgevoerd door de integriteitscoördinator in samenwerking met P&O, met input van het management. Het verslag van de evaluatie en de eventuele verbeterpunten worden behandeld en vastgelegd en besproken in de ondernemingsraad.

Inwerkingtreding

Dit beleid kan worden aangehaald als ‘Integriteitsbeleid gemeente Rijssen-Holten 2022’ en treedt in werking op de dag na waarop zij bekend is gemaakt.

Het ‘integriteitsbeleid gemeente Rijssen-Holten 2021’ wordt hiermee ingetrokken.

Bijlage: Artikel 4 t/m 11 uit de Ambtenarenwet 2017

§ 2. Verplichtingen van overheidswerkgevers

Artikel 4

1Een overheidswerkgever voert een integriteitsbeleid dat is gericht op het bevorderen van goed ambtelijk handelen en dat in ieder geval aandacht besteedt aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie.

2Een overheidswerkgever zorgt ervoor dat het integriteitsbeleid een vast onderdeel uitmaakt van het personeelsbeleid, in ieder geval door integriteit in functioneringsgesprekken en werkoverleg aan de orde te stellen en door het aanbieden van scholing en vorming op het gebied van integriteit.

3Een overheidswerkgever draagt zorg voor de totstandkoming van een gedragscode voor goed ambtelijk handelen.

4Een overheidswerkgever maakt jaarlijks een verantwoording met betrekking tot de uitvoering van dit artikel openbaar.

5Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het derde lid.

Artikel 5

1Een overheidswerkgever draagt zorg voor:

a.de aflegging van de eed of belofte door de ambtenaar bij zijn indiensttreding;

b.de registratie van nevenwerkzaamheden van ambtenaren die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met hun functievervulling, kunnen raken;

c.de openbaarmaking van de krachtens onderdeel b geregistreerde nevenwerkzaamheden van ambtenaren aangesteld in een functie waarvoor ter bescherming van de integriteit van de openbare dienst openbaarmaking van nevenwerkzaamheden noodzakelijk is;

d.de aanwijzing van ambtenaren die werkzaamheden verrichten waaraan in het bijzonder het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenlijk gebruik van koersgevoelige informatie verbonden is, het aanwijzen van de financiële belangen die zij niet mogen bezitten of verwerven en de registratie van de door hen gedane meldingen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b;

e.een procedure voor het omgaan met bij een ambtenaar levende vermoedens van misstanden binnen de organisatie waar hij werkzaam is.

2Een overheidswerkgever draagt er zorg voor dat de ambtenaar die te goeder trouw de bij hem levende vermoedens van misstanden meldt volgens de procedure, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, als gevolg van het melden van die vermoedens geen nadelige gevolgen voor zijn rechtspositie ondervindt tijdens en na het volgen van die procedure.

3Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het bepaalde in het eerste lid.

§ 3. Verplichtingen van ambtenaren

Artikel 6

De ambtenaar is gehouden de bij of krachtens de wet op hem rustende en uit zijn functie voortvloeiende verplichtingen te vervullen en zich ook overigens te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt.

Het niet naleven van het eerste lid geldt voor de toepassing van het Burgerlijk Wetboek als een tekortkoming in het nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt.

Artikel 7

De ambtenaar legt een eed of belofte af, overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld formulier, dat voor verschillende functies verschillend kan zijn.

Artikel 8

1Het is de ambtenaar niet toegestaan:

a.nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd;

b.middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen en leveringen ten behoeve van openbare diensten, tenzij de overheidswerkgever waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft daarvoor toestemming heeft verleend;

c.financiële belangen te hebben, effecten te bezitten of effectentransacties te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd;

d.financiële belangen te bezitten of te verwerven, welke door de overheidswerkgever waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft zijn aangewezen op de voet van artikel 5, eerste lid, onderdeel d;

e.zonder toestemming van de overheidswerkgever giften, vergoedingen, beloningen en beloften van een derde aan te nemen of hierom te vragen, indien de ambtenaar als ambtenaar met deze derde betrekkingen onderhoudt.

2De ambtenaar is verplicht aan de overheidswerkgever waarmee hij een arbeidsovereenkomst heeft:

a.opgave te doen van de nevenwerkzaamheden die hij verricht of voornemens is te gaan verrichten, die de belangen van de dienst voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken;

b.indien hij is aangewezen in de zin van artikel 5, eerste lid, onderdeel d, melding te doen van zijn financiële belangen alsmede van het bezit van en transacties met effecten die de belangen van de openbare dienst voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, kunnen raken en daaromtrent desgevraagd nadere informatie te verschaffen.

3Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid.

Artikel 9

De ambtenaar en de gewezen ambtenaar zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hen in verband met hun functie ter kennis is gekomen, voor zover die verplichting uit de aard der zaak volgt.

Artikel 10

1De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.

2Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:

a.een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet;

b.een vakvereniging.

Artikel 11

De ambtenaar is verplicht tijdens het verblijf op zijn werk zich te onderwerpen aan een in het belang van de dienst door de overheidswerkgever gelast onderzoek aan zijn lichaam of aan zijn kleding of van zijn daar aanwezige goederen. De overheidswerkgever op wiens last het onderzoek plaatsheeft, neemt de nodige maatregelen ten einde daarbij een onredelijke of onbehoorlijke bejegening tegen te gaan.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.