Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten
Besluit;
Vast te stellen:
De beleidsregels evenementen Rijssen-Holten 2020
Bijlagen overzicht
1Handhavingsprotocol.
2Link Parapluplan evenementen.
3Onderdelen veiligheidsplan.
4Informatiefolder preventie gehoorschade.
5Geneeskundige richtlijnen (gratis) drinkwater bij evenementen.
6Geneeskundige richtlijnen alcohol en drugsgebruik bij evenementen.
7Geneeskundige richtlijnen risicovol weer bij evenementen.
8Hygiënerichtlijnen eten en drinkwatervoorziening bij evenementen.
9Hygiënerichtlijnen (tijdelijke) zwemwatervoorzieningen bij evenementen.
10Hygiëne richtlijnen afvalverwerking bij evenementen.
11Hygiënerichtlijnen evenementen met dieren.
12Hygiënerichtlijnen legionellapreventie bij evenementen.
13Hygiënerichtlijnen overnachten bij evenementen.
14Hygiënerichtlijnen sanitaire voorzieningen bij evenementen.
15Hygiënerichtlijnen tatoeëren, piercen en pmu bij evenementen.
16Hygiënerichtlijnen kinderopvang en -activiteiten bij evenementen.
17Standaardadvies Publieke gezondheid voor evenementen.
18Geluid bij evenementen
19Richtlijn constructieve toetsingscriteria evenementenvergunning.
20Locaties plaatsen tijdelijke reclame.
21Aansprakelijkheid tijdens evenementen.
22EN14960 opblaasbare speeltoestellen.
Bijlage 1 Handhavingsprotocol
Uitgangspunten
De organisator draagt primair de verantwoordelijk voor, tijdens en na het evenement
De gemeente is in beginsel tijdens een evenement als toezichthouder aanwezig of bereikbaar. De toezichthouder ziet toe op de naleving van de (vergunning)voorschriften
Belangenafweging
Bij toezicht op evenementen is er sprake van maatwerk en van een afweging van belangen. Er wordt rekening gehouden met het waarborgen van de openbare orde en veiligheid, de belangen van de organisator en de belangen van de omgeving. Het doel van handhaving is het beëindigen van een eventuele overtreding. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd.
•De toezichthouder kijkt naar het doel van het voorschrift en stelt zich de vraag of het gekozen middel passend is voor het beëindigen van de overtreding; daarbij moet worden gekozen voor het minst bezwarende middel (proportionaliteitsbeginsel).
•Bij de keuze van het middel tot handhaven kan van het gebruik van de bevoegdheid worden afgezien, wanneer handhaving langs andere weg even doelmatig kan plaatsvinden (subsidiariteitsbeginsel).
•Bij het bepalen van de wijze waarop handhavend wordt opgetreden worden eerdere ervaringen met de organisator en/of met het evenement meegewogen.
•De ernst van de overtreding bepaalt de zwaarte van het handhavingsinstrument.
De afweging van belangen kan in sommige gevallen betekenen dat het ogenschijnlijk lijkt alsof er weinig wordt gehandhaafd, maar dat het proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginsel in combinatie met de openbare orde en veiligheid de gemeente dwingt tot een bepaalde keuze in de handhaving van een overtreding. In de uitvoering werkt een toezichthouder volgens het principe van de landelijke handhavingsstrategie.
Reikwijdte
Dit protocol beperkt zich tot de evenementenvergunning en de geluidsontheffing. Tijdens een evenement word ook regelmatig toezicht gehouden op de naleving van andere voorschriften, zoals Drank- en Horecawet.
Toezicht
Naast toezicht tijdens het evenement vindt er ook toezicht plaats voor en na het evenement.
Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten
De bestuursrechtelijke instrumenten worden gebruiken om de overtreding te laten beëindigen en hebben tevens als doel om herhaling van de overtreding te voorkomen. De instrumenten zijn:
•Waarschuwing;
•voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang;
•last onder bestuursdwang en kostenverhaal (artikel 5:21 Algemene wet bestuursrecht);
•last onder dwangsom (artikel 5:32 Awb);
•(gedeeltelijk) intrekken van de vergunning (artikel 1:6 APV).
Waarschuwing
Een waarschuwing wordt gegeven om een overtreder te bewegen om zelf de overtreding te beëindigen of om te voorkomen dat een overtreding begaan wordt. De waarschuwing wordt gegeven als de overtreding niet doelbewust is begaan, het kennelijk een incident betreft of het is veroorzaakt door een normaliter goed nalevende overtreder, die direct maatregelen heeft getroffen.
De waarschuwing kan ook de mededeling bevatten dat bij een volgende overtreding overgegaan kan worden tot een voornemen tot het nemen van een formeel handhavingsbesluit. Een waarschuwing wordt mondeling of schriftelijk gegeven. Bij spoedsituaties wordt geen waarschuwing gegeven. Er wordt dan direct overgegaan tot een last onder bestuursdwang. Een waarschuwing is geen Awb besluit. Er staat geen bezwaar of beroep tegen open.
Voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang (mondeling of schriftelijk)
Als de waarschuwing niet voldoende effect heeft gehad, volgt een voornemen tot handhavend optreden. In spoedeisende situaties, ter beoordeling van de toezichthouder, kan van een voornemen worden afgezien. Er wordt dan direct overgegaan tot een last onder bestuursdwang. In het voornemen wordt de overtreder meegedeeld dat er een overtreding is geconstateerd en dat de burgemeester voornemens is om een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom op te leggen. De overtreder krijgt de gelegenheid zijn zienswijze daarover kenbaar te maken (mondeling).
Last onder bestuursdwang (artikel 5.21 Awb)
Als het voornemen niet het gewenste effect heeft, of in spoedeisende situaties, kan een last onder bestuursdwang worden opgelegd. De last onder bestuursdwang bestaat uit twee elementen:
•een last tot herstel van de overtreding en;
•de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
Het doel van een herstelsanctie is het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de overtreding, dan wel de gevolgen van de overtreding te beperken of weg te nemen.
De overtreder krijgt de tijd om zelf de overtreding ongedaan te maken (begunstigingstermijn). De lengte van de begunstigingstermijn hangt af van de aard en omstandigheden van de overtreding. Als binnen deze termijn de overtreding niet wordt beëindigd, wordt de overtreding op kosten van de overtreder door de gemeente beëindigd dan wel stilgelegd.
Bij het niet naleven van de last onder bestuursdwang kan de burgemeester bepalen dat de kosten van de toepassing van de bestuursdwang verhaald worden op de overtreder.
Tegen de last onder bestuursdwang staat bezwaar en beroep open.
Last onder dwangsom (artikel 5.32 Awb)
Als het voornemen niet het gewenste effect heeft gehad, kan een last onder dwangsom worden opgelegd. Een last onder dwangsom wordt gegeven om een overtreding ongedaan te maken dan wel een herhaling van een overtreding te voorkomen. Een last onder dwangsom verplicht de overtreder tot betaling van een geldsom als de overtreding niet binnen een termijn die gegeven is beëindigd wordt. Een dwangsom kan ineens opgelegd worden of per tijdseenheid (bijvoorbeeld per dag of week) of per overtreding.
De hoogte van de dwangsom moet in redelijke verhouding staan tot de ernst van de overtreding en het doel van de opgelegde dwangsom. In de last onder dwangsom staat het maximum bedrag opgenomen. Als dit bedrag is bereikt wordt er geen dwangsom meer verbeurd.
Tegen de last onder dwangsom staat bezwaar en beroep open.
Preventieve last onder dwangsom
Een preventieve dwangsom is een dwangsom die al opgelegd wordt voordat de desbetreffende overtreding heeft plaatsgevonden. Een preventieve last onder dwangsom kan worden opgelegd in het geval van een dreigende overtreding of dreigende illegale situatie. De overtreding moet klaarblijkelijk dreigen.
Tegen de preventieve last onder dwangsom staat bezwaar en beroep open.
(gedeeltelijk) intrekken van de vergunning (artikel 1:6 APV)
Als een vergunninghouder de voorschriften van de vergunning niet nakomt waarbij er grote risico’s ontstaan voor de openbare orde en veiligheid kan de burgemeester besluiten tot het (gedeeltelijk) intrekken van de verleende vergunning en het evenement beëindigen. Een besluit tot (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning moet deugdelijk gemotiveerd worden. Er kunnen ook aanvullende maatregelen opgelegd worden zoals het verkleinen van het evenemententerrein, het bijstellen van het aantal maximum bezoekers of het tijdelijk stopzetten van het schenken van alcohol (artikel 21 Drank- en Horecawet). In alle gevallen dient er een zorgvuldige afweging plaats te vinden of het gehanteerde middel wel in verhouding staat tot het te dienen doel. Over het (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning brengt de juridisch medewerker APV& Bijzondere wetten advies uit aan de burgemeester. Als de vergunning wordt ingetrokken maar de overtreding wordt niet beëindigd, dan dient er bestuursdwang toegepast te worden.
Tegen het intrekken van de vergunning staat bezwaar en beroep open.
Geluid bij evenementen
Bij muziekevenementen wordt middels geluidsmetingen na gegaan of de geluidsbelasting binnen de gestelde normen blijft. Indien tijdens het evenement een overschrijding van de geluidsnorm wordt geconstateerd, dan wordt direct contact gezocht met de organisator.
Sanctie bij overschrijding van 1 t/m 3 dB(A) of dB(C)
Overschrijdingen van 1 t/m 3 dB(A)/dB(C) krijgen geen vervolg, omdat de meetonzekerheid zodanig is dat bij deze waarden niet met zekerheid gesteld kan worden dat er daadwerkelijk sprake is van een
overschrijding van de gestelde norm. Bij muziekevenementen is er namelijk sprake van moeilijke
omstandigheden door wisselende muziekfragmenten en wisselende achtergrondniveau door het
aanwezige publiek en installaties.
Sanctie bij overschrijding van 4 dB(A)/dB(C) of meer
Bij een overschrijding van 4 dB(A)/dB(C) of meer wordt de organisator gewaarschuwd, zodat er direct
maatregelen genomen kunnen worden om het geluidsniveau te herstellen. Hiermee wordt de organisator in de gelegenheid gesteld weer te voldoen aan de geluidsnormen uit de evenementenvergunning.
Mocht er tijdens het evenement een tweede keer een dergelijke overschrijding plaatsvinden, dan zal de organisator een aanschrijving ontvangen van de geconstateerde overtreding. Hierin wordt aangegeven dat bij een derde, zelfde soort, overtreding door de burgemeester bestuursrechtelijk wordt opgetreden, door middel van het opleggen van een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang. Uiteraard kan daarnaast ook het strafrechtelijke traject worden gevolgd. Er wordt dan een proces verbaal opgemaakt door de Boa of de politie al dan niet met inbeslagname van apparatuur.
Hoogte dwangsom
De hoogte van de dwangsom is gekoppeld aan het aantal dB(A) of dB(C) waarmee de geluidsnorm wordt overschreden.
Mate van overschrijding geluidsnormen
Hoogte dwangsom
4tot 7 dB(A) of dB(C)
€ 500,-
7tot 10 dB(A) of dB(C)
€ 1.000,-
10dB(A)/dB(C) of meer
€ 5.000,-
Hoogte dwangsom
De hoogte van de dwangsom is gekoppeld aan het aantal dB(A) of dB(C) waarmee de geluidsnorm wordt overschreden.
Mate van overschrijding geluidsnormen
Hoogte dwangsom
4tot 7 dB(A) of dB(C)
€ 500,-
7tot 10 dB(A) of dB(C)
€ 1.000,-
10dB(A) of dB(C) en meer
€ 5.000,-
Interventieladder
Bij de constatering van overtredingen van de evenementenvergunning, APV en DHW wordt handhavend opgetreden door de toezichthouders van de gemeente. Hieronder wordt op hoofdlijnen weergegeven hoe deze interventie eruit zal zien. Voor handhaving van de DHW geldt een andere sanctietabel.
Het streven is dat in samenwerking met de organisator de voorschriften van de vergunning worden nageleefd en dat bij een constatering kan worden volstaan met een waarschuwing. Mocht waarschuwen niet het gewenste resultaat hebben, dan gaat de toezichthouder in overleg met de organisatie om te bekijken welk vervolg wenselijk is om de overtreding ongedaan te maken.
Als de overtredingen betrekking hebben op de vergunningsvoorschriften, dan legt de toezichthouder deze overtreding vast in zijn checklist. Aan de hand van aard en ernst van overtreding wordt de interventiebepaald. Bij het niet opvolgen van aanwijzingen hoort de sanctie die past bij de onderliggende overtreding.
De hieronder genoemde overtredingen zijn niet uitputtend. Er kan ook een maatregel volgen op een overtreding die niet benoemd is in de interventieladder. De grondslag voor optreden is het niet naleven van de aan vergunninghouder opgelegde voorschriften in de op grond van de APV verleende evenementenvergunning.
Overtreding
Maatregel
Constatering door
Evenement zonder vergunning
-1e constatering: overleg en waarschuwing
-2e constatering: het evenement kan beëindigd worden door middel van bestuursdwang
Toezichthouders
Overtreding geluidsnormen bij een evenement
-1e constatering: een waarschuwing waarbij er een hersteltermijn wordt gegeven.
-2e constatering: voornemen tot het opleggen dwangsom
-3e constatering: het opleggen van een last onder dwangsom
-Bij volgende constateringen: één of meerdere keren verbeuren dwangsom.
Toezichthouders en/of politie
-Nooduitgangen niet in orde (niet vrijgehouden, niet op aangegeven locatie)
-Calamiteitenroutes worden niet vrijgehouden of zijn niet conform tekening
-Fysiek bouwwerk niet (goed)gekeurd en daardoor gevaar voor bezoekers
-1e constatering: overleg en waarschuwing waarbij een hersteltermijn wordt gegeven.
-2e constatering: voornemen tot het opleggen dwangsom en/of aanvullende beperkende voorschriften stellen of (gedeeltelijk) intrekken van de evenementenvergunning
-3e constatering: het opleggen van een last onder dwangsom
-Bij volgende constateringen: één of meerdere keren verbeuren dwangsom.
Wordt de overtreding ten tijde van het evenement geconstateerd dan wordt er overgegaan op bestuursdwang
Toezichthouders /
brandweer / politie
Te weinig EHBO’ers/
Niet gecertificeerd/
Niet conform goedgekeurd veiligheidsplan
-1e constatering: overleg en waarschuwing
-2e constatering: last onder bestuursdwang en/of aanvullende beperkende voorschriften of (gedeeltelijk) intrekken van de vergunning of ontheffing
Toezichthouders / GHOR / politie
Te weinig beveiligers/niet aangemeld of gecertificeerd/niet conform goedgekeurd veiligheidsplan
-1e constatering: overleg en waarschuwing
-2e constatering: last onder bestuursdwang en/of aanvullende voorschriften stellen of (gedeeltelijk) de vergunning intrekken
Toezichthouders en/of politie
-Te weinig verkeersregelaars;
-Niet gecertificeerd/aangestelde verkeersregelaars;
-Niet conform goedgekeurd verkeersplan
-1e constatering: overleg en waarschuwing
-2e constatering: last onder bestuursdwang en/of aanvullende voorschriften stellen of (gedeeltelijk) de vergunning intrekken
Toezichthouders en/of politie
Overige overtredingen vergunningsvoorschriften
-1e constatering: overleg en waarschuwing
-2e constatering: een waarschuwing waarbij er een hersteltermijn wordt gegeven.
-3e constatering: voornemen tot het opleggen dwangsom of bestuursdwang
-4e constatering: het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang
-Bij volgende constateringen: één of meerdere keren verbeuren dwangsom of toepassen bestuursdwang
Toezichthouders
Recidive
Wanneer er handhavend is opgetreden en een organisatie begaat opnieuw een overtreding en daarvoor een sanctiebeschikking krijgt, wordt dezelfde overtreding van de dezelfde overtreder binnen 2 jaar na de 1e sanctiebeschikking beschouwd als recidive.
Voor zover de periode van 2 jaar verstrijkt zonder overtreding door de organisator, vervalt deze termijn en wordt bij een nadien gepleegde overtreding in beginsel weer gestart met de eerste stap in de interventieladder.
Als de aanbevolen sanctie niet effectief blijkt te zijn, ligt het voor de hand te kiezen voor een ander (effectief) interventiemiddel.
Bijlage 2 Link Parapluplan evenementen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1742.BPP2012001-0401/r_NL.IMRO.1742.BPP2012001-0401_index.html
Bijlage 3 Onderdelen veiligheidsplan
Aanleiding opstellen veiligheidsplan
De organisator van een evenement is verantwoordelijk voor de veiligheid van de bezoekers en een ordelijk verloop van het evenement. Door het opstellen van een veiligheidsplan bereidt men (de organisator) zich voor op de bestrijding van een mogelijk incident en wordt inzichtelijke welke preventieve maatregelen er zijn genomen om calamiteiten te voorkomen danwel te bestrijden. Relevante informatie als belangrijke telefoonnummers en afspraken over onder andere brandveiligheid, EHBO en verkeer en de taken en verantwoordelijkheden van betrokken partners staan hierin beschreven.
Onderdelen veiligheidsplan
Een veiligheidsplan omvat in ieder geval de volgende onderdelen:
1Omschrijving van het evenement en bijbehorende activiteiten
Bij meerdaagse evenementen of diverse locaties dient er per activiteit aangegeven te worden wat wanneer waar plaatsvindt en hoeveel gelijktijdig aanwezige bezoekers er maximaal aanwezig zijn. Ook neem je, indien van toepassing, hierin op hoeveel deelnemers je verwacht.
2Risico-inventarisatie
Beschrijf de (realistisch) te verwachten risico’s bij je evenement. Dit kun je benaderen vanuit drie invalshoeken:
o De locatie waar je evenement plaatsvindt (bijv. in een binnenstad of in een weiland).
o Het type dat op je evenement afkomt (bijv. het aantal en het type publiek).
o De activiteiten die organiseert (bijv. sportwedstrijd, optredens, stuntshow).
3Omschrijving van de organisatie en communicatieschema
Welke personen vervullen welke rol binnen de organisatie, denk hierbij bijvoorbeeld aan coördinator calamiteiten, coördinator EHBO enz. Geef hierbij ook aan hoe deze personen met elkaar in verbinding staan, kortom maak een communicatieschema. Houdt er rekening mee dat bij veel evenementen de telefonische bereikbaarheid slecht is. Zorg dan voor portofoons.
4Beschrijving geneeskundige inzet, beveiliging, verkeersmaatregelen
Indien er EHBO/ambubikers/ambulance, beveiliging en/of verkeersregelaars worden ingezet geef dan aan hoeveel, waar ze staan en wat hun taken zijn.
5Bereikbaarheid
Geef aan hoe de bereikbaarheid van de evenementlocatie voor hulpdiensten geregeld is. Denk hierbij o.a. aan het inrichten van een calamiteitenroute. Geef dit door aan de hulpdiensten.
6Scenario’s
Benoem welke risico’s er eventueel bij het evenement kunnen komen kijken en geef aan hoe hier op voorbereidt is. Beschrijf wie welke rol en verantwoordelijkheden heeft en denk hierbij ook weer aan de onderlinge communicatie. Wie alarmeert wie, hoe lopen de lijntjes? Veelvoorkomende scenario’s zijn:
o Slecht weer (Denk aan weersmonitoring, doet dat iemand uit de eigen organisatie via Buienradar of wordt hier een meteoconsult voor ingeschakeld? Bepaal vooraf bij welke weersomstandigheden het evenement niet doorgaat, stopgezet wordt of een andere invulling krijgt. Bijvoorbeeld door het programma/locatie aan te passen)
o Ongeval (Denk er bijvoorbeeld bij een wielerronde of carnavalsoptocht aan dat het evenement tijdelijk stopgezet kan worden)
o Ordeverstoring
o Brand (denk aan het plaatsen van blusmiddelen en wijs mensen uit de organisatie hier op)
o Overcrowding (hoe voorkom je dat het maximaal aantal toegestane mensen op één (of meer) locatie(s) niet overschreden wordt)
7Ontruiming
Benoem in welke gevallen (gedeeltelijke) ontruiming plaats zou moeten vinden en op welke wijze.
8Bijlagen (indien van toepassing)
Denk hierbij onder andere aan:
o Situatietekening met daarop aangegeven:
route/parcours evenement
calamiteitenroute
ingangen evenementenlocatie
EHBO-post
Toiletten
Verkeersmaatregelen
Tenten
o Uitgebreid programma van activiteiten met o.a. artiesten enz.
o Reglement van de (branche)vereniging waar deelnemers zich aan dienen te houden (bijv. bij carnavalsoptochten).
o Huisregels (bijv. bij festivals).
Tip: Combineer de onderdelen 1 en 3 (en deels 4) met elkaar in een tabel. Dit is makkelijk en geeft direct een goed overzicht.
Aandachtspunten
•Houdt het veiligheidsplan actueel. Let hierbij op de contactpersonen en telefoongegevens.
•Stem indien er meerdere evenementen op hetzelfde moment op dezelfde locatie worden georganiseerd door verschillende organisatoren de plannen met elkaar af. Zo voorkom je dat er in geval van een calamiteit op een verschillende manier gehandeld wordt en loop je elkaar niet in de weg.
Bijlage 4 tot en met 17 Richtlijnen GHOR
https://ghortwente.nl/downloads/
Bijlage 18 Geluid bij evenementen
Rijssen-Holten streeft ernaar een aantrekkelijke en levendige gemeente te zijn. Evenementen maken hier onderdeel van uit. Het is onvermijdelijk dat hierdoor af en toe enige (geluid)hinder optreedt. Er mag van worden uitgegaan dat bewoners in de centra dit aspect hebben meegenomen in het besluit om daar te gaan wonen. De levendigheid vormt een onderdeel van het woon- en leefklimaat in het centrum. Het aspect geluid wordt in het centrum dan ook anders gewogen dan in andere (woon)gebieden. Voor zowel de woon- als centrumgebieden geldt wel dat het woon- en leefklimaat binnen in een woning door geluid niet onevenredig mag worden verstoord.
Bij welk geluidniveau sprake is van een onevenredige verstoring van het woon- en leefklimaat in de woning staat niet vast. Het Activiteitenbesluit en de Wet geluidhinder geven wettelijke normen voor het geluid van bedrijfsmatige activiteiten bij en in woningen. Deze normen gelden niet voor vergunde evenementen.
Verondersteld wordt dat de gevel van een gemiddelde woning, geventileerd met ventilatieroosters en niet met opstaande ramen, een geluidwering bezit van tenminste 20-25 dB(A). Dat betekent dat genoemde binnenniveaus met 20-25 dB(A) moeten worden verhoogd om te bepalen bij welke gevelbelasting er sprake is van hinder. Buiten het centrumgebied is dat dus bij een gevelbelasting van 50-55 dB(A) en binnen het centrumgebied bij een gevelbelasting van 60-65 dB(A). Uitgaande van de toelaatbare gevelgeluidbelasting van 75 dB(A) buiten het centrumgebied en 85 dB(A) binnen het centrumgebied is dat dus bij een gevelbelasting van 50 dB(A) en binnen het centrumgebied bij een gevelbelasting van 60 dB(A).
Vanwege het belang van eerder genoemde levendigheid is het aanvaardbaar dat er beperkte hinder vanwege evenementen optreedt. Daarom wordt voor evenementen een gevelbelasting tot 75 dB(A) en daarmee een binnen niveau tot 50 dB(A) aanvaardbaar geacht. Bij nog hogere niveaus wordt de dagelijkse gang van zaken in de woning in toenemende mate verstoord. Gesprekken moeten dan met stemverheffing worden gevoerd en de televisie moet harder worden gezet om verstaanbaar te zijn. Als deze effecten gaan optreden, wordt dat door veel mensen ervaren als een sterke aantasting van de persoonlijke levenssfeer. Het is uiteraard geen scherpe grens; de mate van hinder varieert per persoon, hangt af van het soort muziek, de aard van het evenement en de frequentie waarmee het wordt gehinderd door evenementen .
In de praktijk is het vaststellen van een te handhaven norm van bijvoorbeeld 75 dB(A) op de gevel van een woning lastig te hanteren. Woningen in centrumgebieden liggen vaak op de verdieping en meten ter plaatse is lastig. Daarom wordt de toegestane geluidsbelasting op gevels teruggerekend tot een norm op een referentiepunt.. De metingen worden verricht op 1,5 meter hoogte met een gemiddelde duur van 5 minuten. Er wordt gemeten buiten de invloed van de gevel en er wordt geen correctie muziekgeluid toegepast.
Bovenstaande gaat op bij muziek in het popspectrum. Muziek in het ‘house’ en ‘dance’ spectrum bevat vaak veel lage tonen (bassen). Lage tonen geven ook op grote afstand hinder omdat lage tonen minder snel uitdempen en minder worden tegengehouden door gevels. Bij evenementen met dergelijke muzieksoorten wordt afgewogen geluidsnormen op te nemen die het maximaal toelaatbare waarde in dB(C) beschrijft. Wanneer een norm in dB(C) wordt verboden aan een evenement is er sprake van maatwerk.
Praktijkervaringen laten zien dat wanneer op 10 meter van het podium een controlemogelijkheid bestaat dat de norm van 93 dB(A) / 106 dB(C) voldoet; dit niveau geeft het aanwezige publiek voldoende ‘sfeerbeleving’. Bij een grotere afstand tussen de bron en referentiepunt wordt de waarde naar rato aangepast, rekening houdende met de eigenschappen van het geluid en de omgeving.
Bij enkele grootschalige evenementen, is vaak zo veel publiek aanwezig dat organisatoren een wat hoger geluidniveau wensen om het publiek voldoende sfeerbeleving te kunnen geven. Bij deze evenementen wordt daarom een niveau van 96 dB(A) / 109 dB(C) toegestaan, wederom gemeten op 10 meter van het podium of een referentiepunt.
De afweging in welke gevallen een norm wordt opgelegd van 96 dB(A) / 109 dB(C) wordt geadviseerd door de gemeentelijke adviespartner. Hiervoor geldt wel dat er sprake moet zijn van een bijzondere omstandigheid en dat er terughoudend mee wordt omgegaan.
De organisator is zelf verantwoordelijk voor het inregelen van de muziekwaarde.
Om de hoeveelheid geluid dragende evenementen op een evenementlocatie te reguleren zijn rustweekenden verplicht. Voor elke locatie geldt de regel: één verplicht geluidsarm weekend na drie opeenvolgende weekenden met een geluidevenement.
De evenementen die plaatsvinden op de locaties die de bestemming evenementen terrein hebben, worden getoetst aan de regels die in het bestemmingsplan opgenomen zijn.
Bijlage 19 Richtlijn constructieve toetsingscriteria evenementenvergunning
https://www.ifv.nl/kennisplein/evenementenveiligheid/publicaties/richtlijn-constructieve-toetsingscriteria-evenementenvergunning
Bijlage 20 Locaties plaatsen tijdelijke reclame
Rijssen
•Nijverdalseweg/Plaagslagen op het grasveld bij de rotonde N347
•Rotonde Wierdensestraat ter hoogte van de Reggesingel
•Enterstraat thv huisnummer 151/Enterveenweg
•Markeloseweg ter hoogte van speelveld thv Lantaarnpaalnummer 31
•(Reggesingel ter hoogte van lichtmast nrs. N96 en N95
Holten
•Rotonde Oranjestraat, tankstation Avia
•Larenseweg thv plan Liezen
•Deventerweg thv Parkeerplaats bushalte lantaarnpaal nummer 25
Dijkerhoek
•Dijkerhoekseweg thv Beumersteeg
Espelo
•Raalterweg N332 ter hoogte van de Espelodijk
Bijlage 21 Aansprakelijkheid tijdens evenementen
Steeds vaker krijgen wij de vraag hoe de aansprakelijkheid is geregeld tijdens een evenement. Met name als er een ongeval plaatsvindt is het belangrijk om te weten hoe de aansprakelijkheid is geregeld. In dit stuk wordt ingegaan op de verschillende aspecten omtrent aansprakelijkheid en soorten verzekeringen.
Aansprakelijkheid voor de gemeente
Veelal worden bepalingen in vergunning opgenomen dat de gemeente niet aansprakelijk is of de aansprakelijkheid wordt afgewend. Wanneer de gemeente aansprakelijk zou zijn, heeft een bepaling in de evenementenvergunning dat de gemeente niet aansprakelijk is, niet tot het gevolg dat de gemeente niet aansprakelijk is.
Als er tijdens een evenement schade ontstaat, is het mogelijk dat de burgemeester hiervoor aansprakelijk is. Een belangrijke vraag daarbij is of het verbinden van een voorschrift aan de vergunning schade had kunnen voorkomen. Een rechter zal voor de beoordeling van de (on)rechtmatigheid van de vergunning afwegen of de burgemeester gelet op de ernst van de waarschijnlijkheid van de schade, aard en nut van het evenement en de bezwaarlijkheid om voorzorgsmaatregelen te nemen, in redelijkheid van het opleggen van het voorschrift of de beperking had kunnen afzien.
Voor aansprakelijkheid bij schade kent het burgerlijk recht de leer van de formele rechtskracht. Een burgerlijke rechter gaat in beginsel uit van de rechtmatigheid van het besluit als de eiser de bestuursrechtelijke rechtsgang onbenut heeft gelaten. Hiervan is sprake als er geen bezwaar en beroep is ingesteld
Aansprakelijkheid voor de organisatie
Bij mogelijke aansprakelijkheid voor de organisatie wordt onderscheid gemaakt tussen een vrij toegankelijk evenement en een evenement waarvoor een kaartje moet worden gekocht. Bij het vaststellen van de aansprakelijkheid van een organisator dienen twee belangen, het vrijheidsbelang van de organisator en het beschermingsbelang van deelnemers en niet-deelnemers, tegen elkaar te worden afgewogen.
Bezoekers die een kaartje voor het evenement hebben gekocht
In dit geval bestaat een overeenkomst tussen de organisator en de bezoeker. Veelal zal in de algemene voorwaarden een beperking van de aansprakelijkheid zijn opgenomen.
Met name bij bezoekers geldt dat een beperking van de aansprakelijkheid al snel als onredelijk wordt aangemerkt. Dit geldt helemaal wanneer de kans op schade groot is en de organisator onvoldoende maatregelen heeft genomen om die schade zoveel als mogelijk te voorkomen.
Vrij toegankelijk evenement
Op de organisator van een evenement ligt een zorgplicht. De zorgvuldigheidsplicht is afhankelijk van een aantal factoren:
-Is er sprake van (mogelijk) gevaar?
-Hoe (on)voorzichtig zijn de potentiële slachtoffers?
-Wat is de kans op ongeval/schade?
-Wat zijn de mogelijke preventieve maatregelen?
De zorgvuldigheidsplicht wordt groter als het evenement gevaarlijker is, de kans op onvoorzichtigheid deelnemers groter is, de kans op schade groter is en de preventieve maatregelen eenvoudiger zijn.
Indien de organisator niet de juiste passende en redelijke maatregelen heeft genomen, wordt de kans op aansprakelijkheid groter. Een beperking van de aansprakelijkheid in algemene voorwaarden zal hier zo goed als zeker niet werken omdat er geen contractuele verhouding bestaat tussen organisator en bezoeker.
Uitsluiten aansprakelijkheid
In de praktijk komt het vaak voor dat de aansprakelijkheid voor eventueel ontstane schade eenzijdig wordt uitgesloten door bijvoorbeeld de bepaling ‘het deelnemen aan het evenement is geheel voor eigen rekening en risico’ op te nemen. Ook wordt in de voorwaarden de verplichting opgenomen dat iemand zich dient te verzekeren tegen eventuele schade als gevolg van het evenement.
Als de deelnemer een natuurlijk persoon is dan wel gelijk gesteld dient te worden aan een natuurlijk persoon, dan geldt dat die bepaling als onredelijk bezwarend kan worden aangemerkt, omdat de bepaling als een algemene voorwaarde wordt gekwalificeerd.
Als de deelnemer niet een natuurlijk persoon is en niet gelijk gesteld kan worden aan een natuurlijk persoon, dan geldt de redelijkheid en billijkheid (hetgeen een hogere drempel voor aansprakelijkheid oplevert).
Met name bij sport- en spelsituaties en snelheids- of behendigheidsritten zit een ongeluk in een klein hoekje. De lat voor aansprakelijkstelling door de deelnemer richting de organisator ligt hoog, omdat het evenement op zichzelf een hoger risico op een ongeval met zich meebrengt en de deelnemer dat aanvaardt. Uiteraard blijft op de organisator een zorgplicht rusten om ongevallen zoveel als mogelijk te voorkomen.
Het uitsluiten van de aansprakelijkheid heeft geen rechtsgevolg. Wanneer de organisatie aansprakelijk zou zijn, heeft een bepaling in de regels dat de organisatie niet aansprakelijk is, niet tot het gevolg dat de organisatie niet aansprakelijk is.
Het is zeker aan te raden dat de organisator veiligheidsvoorschriften en/of spelregels die door de deelnemer in acht genomen dienen te worden, aan de deelnemer overhandigt en daarnaast duidelijk zichtbaar ophangt voor de deelnemer (bijvoorbeeld dat die voorschriften bij kleedkamers, etc. hangen). Daarnaast verdient het aanbeveling dat de organisator in rechte kan aantonen dat de veiligheidsvoorschriften en/of spelregels aan de deelnemer zijn overhandigd.
Vrijwilligersverzekering
Per 1 januari 2013 heeft de gemeente een collectieve vrijwilligersverzekering afgesloten. Voor deze verzekering wordt verstaan onder een vrijwilliger:
‘Degene die in enig organisatorisch verband onverplicht en onbetaald werkzaamheden verricht voor anderen en/of de samenleving waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend’.
Via deze verzekering worden meerdere aspecten omtrent aansprakelijkheid geregeld namelijk:
-Ongevallenverzekering vrijwilligers
-Persoonlijke eigendommenverzekering vrijwilligers
-Aansprakelijkheid voor vrijwilligers
-Aansprakelijkheid voor rechtspersonen
-Bestuurdersaansprakelijkheid voor vrijwilligers
-Verkeersaansprakelijkheid voor rechtspersonen
-Rechtsbijstandsverzekering
Via onderstaande website is het mogelijk per onderdeel de polisvoorwaarden door te nemen. In de polisvoorwaarden staat beschreven wie verzekerd-, wat er verzekerd- , hoeveel er verzekerd - en wat niet verzekerd is.
https://www.centraalbeheer.nl/zakelijk/bedrijfsverzekeringen/Vrijwilligersverzekering/Paginas/voorwaarden-en-meer.aspx
Hoe ver strekt de dekking?
Vrijwilligers (individueel) zijn gedekt voor schade aan individuele eigendommen en aansprakelijkheid. Echter, aansprakelijkheid op organisatieniveau kan alleen worden gedekt door een aansprakelijkheidsverzekering / evenementenverzekering. De aansprakelijkheid van bijvoorbeeld een stichting in zijn rechtsvorm is niet verzekerd. De organisatie is zelf verantwoordelijk voor een adequate verzekering.
Evenementenverzekering organisatoren
De gemeente verplicht de organisatie niet een aansprakelijkheid- en/of evenementenverzekering af te sluiten. Wel raden wij het aan, gezien alle risico’s. Als organisator van een evenement kunt u een evenementenverzekering afsluiten. Een evenementenverzekering dekt veelal een deel van de aansprakelijkheid in het geval van schade, maar ook onvoorziene omstandigheden zoals extreem weer, onkosten, materiaal, ongevallen.
Bijlage 22 EN14960 opblaasbare speeltoestellen
Als bijlage op de website geplaatst onder het product ‘evenement organiseren’.