Aanhef
Vastgesteld door het college van B&W op 3 december 2024
Dit hoofdstuk beschrijft wat we doen in het basisonderwijs wat betreft het tegengaan van onderwijsachterstanden.
Bijlage Zorgprotocol peuters
Inleiding
Ieder kind ontwikkelt zich uniek. Dit geldt ook voor peuters. Zij doorlopen de verschillende fasen in hun ontwikkeling op hun eigen tempo en op hun eigen manier. Het is belangrijk om opvallendheden binnen de ontwikkeling vroeg te zien en hier op tijd wat mee te doen. Dit doen we in Ridderkerk op een integrale manier met ouders en de betrokken onderwijs- en zorgpartners. Zo kan een kind zich zo goed mogelijk ontwikkelen en goed voorbereid het onderwijs instromen.
Doel
Doel van het zorgprotocol is om door vroegsignalering, vroegdiagnostiek en door vroege interventie (dreigende) ontwikkelingsachterstanden zoveel mogelijk te verminderen en/of weg te werken, zodat peuters goed voorbereid het onderwijs kunnen instromen.
Stappenplan
Het zorgprotocol bestaat uit een stappenplan en een hierbij horende routekaart, zie ook de infographic (bladzijde 30). Het stappenplan treedt in werking wanneer er twijfels zijn rond de ontwikkeling van een peuter. In veel gevallen zal deze ongerustheid het eerst geconstateerd worden bij het CJG of bij de kinderopvang. Daarbij denken we aan:
•(Dreigende) ontwikkelingsachterstand (motorisch, cognitief, sociaal-emotioneel, zintuiglijk bv. slecht horen, taal, functiestoornis bv. niet zindelijk worden).
•Vermoeden van een ontwikkelingsvoorsprong.
•Gedragsproblemen (agressief, angstig, schuw, concentratieproblemen, te druk, niet spelen).
•Problemen in de thuissituatie (opvoedvaardigheden, verwaarlozing, mishandeling).
De problemen kunnen met elkaar samenhangen, maar hoeven niet tegelijkertijd voor te komen.
Aangezien de kinderopvang een belangrijke taak vervult rond vroegsignalering is in dit zorgprotocol uitgegaan van de kinderopvang als belangrijke vindplaats naast het gezin. Daarom zijn de stappen van het zorgprotocol afgestemd op de werkwijze van de kinderopvangorganisaties in Ridderkerk.
Het zorgprotocol peuters bestaat uit het onderstaande vijf stappenplan:
Stap 1: Signaleren kinderopvang
De pm’er heeft twijfels over de ontwikkeling van een kind. Dit kan zijn vanwege de KIJK! registratie en/of vanuit dagelijkse observatie.
Stap 2: Beoordeling kinderopvang: observatie en intercollegiale bespreking kinderopvang
De pm’er bespreekt direct haar ongerustheid met collega’s en met ouders en legt dit vast.
Als de laatste KIJK! registratie langer dan 3 maanden geleden is opgesteld, wordt een nieuwe KIJK! observatie uitgevoerd en vergeleken met de vorige registratie. De observatie zorgt ervoor dat de pm’er in de opvang- en de thuissituatie kijkt naar de algehele ontwikkeling van het kind, rekening houdend met de context van kind/gezin. De pm’er bespreekt tijdig haar zorg met de leidinggevende of ve-coach, wat er uit de observaties en KIJK! registratie naar voren komt. Zorg en de actiepunten worden in het kinddossier vastgelegd bij de kinderopvang.
Vve-indicatie
Kinderopvang gaat na of het kind voldoet aan de (vastgestelde) definitie voor vve. Indien het kind voldoet aan de definitie voor vve, maar nog geen vve-indicatie heeft, meldt de kinderopvang het kind i.o.m. de ouder aan voor het VZAT-overleg. Dit gaat via het VZAT-aanmeldformulier, waarin een aanvraag onderbouwing staat voor de vve-indicatie.
Als aan een peuter een vve-indicatie wordt toegekend, schrijft de kinderopvang voor het vve-kind een plan van aanpak met doelen, waaraan wordt gewerkt in de peutergroep. Ouders/verzorgers ondertekenen, samen met het CJG het vve-formulier.
NB: Bij kinderen met een vve-indicatie vanwege een achterstand in de spraak-/ taalontwikkeling en die nog niet zijn aangemeld bij logopedie, wordt een peuterscreening logopedie aangevraagd bij de ve-kinderopvang. De logopedische peuterscreening kan een voorwaarde zijn om een vve-indicatie toe te kennen. De kinderopvang koppelt de uitkomst van de logopedische peuterscreening terug naar het VZAT. De jeugdarts van CJG schrijft de verwijzing naar logopedie aan de hand van de uitkomst van de logopedische peuterscreening.
Resultaat: alle vve-kinderen met een achterstand in spraak- en taalontwikkeling zijn aangemeld bij logopedie.
Uitvoeren, evalueren en afsluiten
Bovenstaande aanpak voor lichte ondersteuning wordt uitgevoerd door de kinderopvang. De kinderopvang bespreekt na observatie of de aanpak heeft geholpen bij het kind. Dan volgt een besluit of de aanpak nog verder nodig is, rekening houdend met de context van kind/gezin, en zo ja of dit moet worden bijgesteld. Er zijn drie mogelijkheden:
1Aanpak wordt voortgezet: Voortzetting wordt besproken met ouders, geëvalueerd en er wordt een gespreksverslag opgesteld.
2Aanpak heeft voldoende geholpen: Aanpak wordt afgerond en er wordt verslag opgesteld. Het verslag wordt opgeslagen in het kinddossier van de kinderopvang.
3Aanpak heeft onvoldoende geholpen: Door naar stap 3.
De uitkomst wordt met ouders besproken, hiervan wordt een verslag opgesteld.
Stap 3: Onderzoek: de kinderopvang geeft aan dat er meer ondersteuning nodig is
Bij de kinderopvang wordt met ouders/opvoeders besproken dat de kinderopvang contact wil met het CJG/VZAT, om de zorg met meerdere partners te bespreken.
Rol CJG
Vanuit het CJG kan de jeugdverpleegkundige (JV) die verbonden is aan de kinderopvanglocatie en/of de JV die deelneemt aan het VZAT ingezet worden bij een hulpvraag van de kinderopvang. De kinderopvang neemt contact op met het CJG en bespreekt de hulpvraag.
In overleg met de ouders/opvoeders kan het volgende door het CJG ingezet worden:
•Het kind oproepen voor een extra consult.
•Een huisbezoek afleggen.
•De pedagoog voor een gesprek en/of een observatie thuis.
•Home Start voor extra ondersteuning in het gezin.
Ouders/opvoeders herkennen het probleem niet of willen niet meewerken
Wanneer ouders/opvoeders niet volledig willen meewerken of het probleem niet herkennen, wordt datgene uitgevoerd waar zij wel akkoord mee gaan. Wanneer ouders meer tijd nodig hebben om het proces te verwerken, dan wordt hier rekening mee gehouden. De jeugdverpleegkundige noteert dit in het elektronisch kinddossier van het CJG (Kidos) en koppelt het terug aan de kinderopvang. Zij bespreekt met de kinderopvang hoe ouders/opvoeders ondersteund kunnen worden bij het onderkennen van het probleem.
Melding Veilig Thuis/Beëindigen van de opvang
Wanneer ouders /opvoeders blijvend niet willen meewerken met de kinderopvang, wordt het volgende besproken:
•Of de ontwikkeling van het kind gevaar loopt vanwege het in gebreke blijven van de ouder.
•Of de situatie in de groep nog houdbaar is, voor het kind zelf, voor de andere kinderen en voor de medewerkers.
Als er geen medewerking van ouders is of een kind zonder toelichting geen/beperkt gebruik maakt van de geboden zorgondersteuning/ve, schakelt de kinderopvang met het CJG. Het CJG probeert dan contact te leggen met ouders.
Kinderopvang overweegt om een melding te doen bij Veilig thuis (niet meewerken aan een vorm van hulpverlening terwijl het kind dat wel nodig heeft, is een vorm van verwaarlozing; zie hiervoor de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling).
Stap 4: VZAT-overleg
Het Voorschools Zorg – en Adviesteam (VZAT) bestaat uit een jeugdverpleegkundige (CJG), een jeugdarts (CJG), de coördinator voorschoolse voorzieningen (CJG), een pedagoog op afroep (CJG), een wijkteam lid en een medewerker van het samenwerkingsverband (RiBA). Vertegenwoordigers van de kinderopvang en onderwijs zijn op afroep aanwezig tijdens het VZAT-overleg. Het VZAT biedt multiprofessionele ondersteuning voor ouders bij vragen of zorgen over kinderen van 0 tot 4 jaar. Samen wordt er met ouders meegedacht over de situatie van hun kind, de hele context van het kind/gezin wordt hierbij betrokken. Na aanmelding van het kind (altijd met toestemming van ouders) verzamelt het VZAT informatie en bespreekt het kind in het VZAT-overleg.
Het VZAT bespreekt of het zelf een ondersteuningsplan kan opstellen en uitvoeren of dat de ingebrachte casus opgeschaald wordt naar wijkteam voor casusregie en/of voor gespecialiseerde zorg. Context van het kind/gezin worden hierbij in de breedte meegenomen, zodat er een zo’n passend mogelijk vervolg komt.
De notulen van elk VZAT overleg worden vastgelegd en gedeeld met de samenwerkingspartners. Het CJG registreert de afspraken en actiepunten in Kidos. De aanmelder voor het VZAT koppelt het besluit van het VZAT aan ouders terug. Acties worden uitgezet in het VZAT-overleg en uitgevoerd door de betrokken partners. Vanaf de aanmelding neemt de coördinator voorschoolse voorzieningen van het CJG een verbindende en coördinerende rol op zich.
Met ingang van 2025 bestaat het VZAT uit een ve-overleg en een Expertise-overleg om aan het toenemend aantal aanmeldingen en hulpvragen te kunnen voldoen.
Vanuit het VZAT overleg kan naast de bij stap 3 genoemde mogelijkheden de volgende zes mogelijkheden toegekend en ingezet worden. Hierbij heeft het CJG in alle hieronder genoemde mogelijkheden een verbindende rol naar de thuis -en opvoedsituatie.
1Opvoedondersteuning en adviezen over de aanpak van bepaald gedrag thuis of elders
Begeleidings-, ondersteunings- en adviseringstrajecten (bestaande uit gemiddeld vijf contactmomenten) bieden aan ouders en jeugdigen met meer complexe opvoed- of opgroeivragen (opvoedingsondersteuning enkelvoudige problematiek).
2Een observatie op de voorschoolse voorziening uitvoeren
Afhankelijk van de observatievraag wordt in het VZAT besloten wie de observatie zal uitvoeren. Dit kunnen zijn:
•Een observatie door Auris, middels Auris Consult & Advies.
•Een observatie door coördinator voorschoolse voorzieningen van het CJG. Hierbij kunnen naar aanleiding van de observatie de mogelijkheden vanuit het CJG, genoemd bij stap 3, worden besproken en ingezet.
•Een observatie door de pedagoog of ve-coach van de voorschoolse voorziening.
•Een observatie door de IB’er onderwijs.
•Een observatie door de gedragswetenschapper van het samenwerkingsverband RiBA.
3Extra ondersteuning kinderopvang en onderwijs
De kinderopvang kan extra ondersteuning aanvragen voor een peuter als het nodig is om individueel of in een kleine groep te werken aan de doelen van het plan van aanpak. Belangrijkste doel van de inzet van dit ondersteuningstraject is om te onderzoeken in hoeverre een kind leerbaar is en met 4 jaar kan doorstromen naar onderwijs. Als een kind is aangemeld bij onderwijs wordt de IB’er van school betrokken bij het (bestaande) plan van aanpak en de doelen waaraan gewerkt wordt in de groep. Het gaat om 120 ondersteuningsuren in de groep op de voorschoolse voorziening. De aanvraag voor extra ondersteuning wordt toegekend door het VZAT.
4Vroeg Samen Bespreking (VSB)
Het CJG heeft de taak om een significante achterstand in de ontwikkeling van een kind te signaleren en zo nodig ouders/opvoeders en kind toe te leiden naar de juiste plek en daarbij nauw samen te werken met onderwijs, kinderopvang en andere organisaties waar kinderen opgroeien. Uit ervaring weet het CJG, dat voor de groep jonge kinderen met ontwikkelingsproblemen en hun gezinnen specifieke deskundigheid nodig is. Specifieke expertise op het gebied van vroeg signalering, vroege diagnostiek en vroege interventie.
Het VZAT kan, bij zorgen zijn over de (brede) ontwikkeling van een peuter, adviseren om een Vroeg Samen Bespreking (VSB) te organiseren. Een VSB wordt georganiseerd om voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand tot passende vervolgstappen te komen. In een VSB wordt de ondersteuningsvraag van ouders en kind besproken. Ouders zijn hierbij aanwezig en nemen actief deel aan de bespreking, samen met voor de ondersteuningsvraag relevante netwerkpartners. Met elkaar wordt een multidisciplinair plan opgesteld.
Een VSB vindt plaats in de voorschoolse periode. Het CJG/VZAT organiseert het VSB. De ‘Kijk Mij methodiek’ is onderdeel van een VSB. Deze methodiek richt zich op het (vroeg) samen vinden en ondersteunen van kinderen met een ontwikkelingsvraag en hun ouders. Een VSB versterkt de rol van ouders als regisseur en coördineert de activiteiten van de samenwerkende organisaties.
Doelgroep VSB: Ouders met kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar die wonen in de gemeente Ridderkerk. De maximale leeftijd van de peuter is 4 jaar en 0 maanden.
Doelstelling VSB: Kinderen bij een (dreigende) ontwikkelingsachterstand toeleiden naar de juiste hulpverlening of begeleiding.
Een Vroeg Samen Bespreking moet voor ouders het volgende opleveren:
•Een passende oplossing;
•Ondersteuning in het gekozen traject;
•Coördinatie van de uitgezette acties.
Vooraf aan de Vroeg Samen Bespreking vindt een intakegesprek plaats, waarin ouders aangeven hoe de ontwikkeling tot dan toe is verlopen en wat hun ondersteuningsvraag is. Dit gesprek wordt in een verslag vastgelegd en vooraf aan de bespreking met alle aanwezigen gedeeld.
Bij de VSB zijn naast ouders ook het CJG, de kinderopvang, het onderwijs, samenwerkingsverband RiBA en het wijkteam betrokken. Op afroep worden andere professionals als logopedisten, fysiotherapeut, Auris, kinderarts of gezinscoaches uitgenodigd.
Een Vroeg Samen Bespreking bestaat uit twee delen. In het eerste gedeelte wordt door de verschillende partners, zoals onderwijs, kinderopvang, RiBA, wijkteam, CJG en indien aanwezig logopedie ect., alle informatie over de ontwikkeling van het kind verzameld en met elkaar gedeeld. In het tweede gedeelte wordt ingegaan op de ondersteuningsvraag van ouders en kind. Ouders en samenwerkingspartners bespreken welke mogelijkheden er zijn om tot passende vervolgstappen te komen en/of toe te leiden naar de juiste hulpverlening/begeleiding.
Voorbeelden zijn:
-Inzet van extra begeleiding op de groep en/of toeleiden naar onderzoek,
-Observatie door RiBA om een beeld te krijgen van de onderwijsmogelijkheden en ondersteuningsbehoeften;
-Home Start, logopedie, fysiotherapie of pedagoog;
-VVE-verlening op de peutergroep, in combinatie met een ondersteuningsarrangement;
-Extra ondersteuning op de peutergroep of in groep 1 van de basisschool.
-Observatie door de IB’er van school op de peutergroep.
Van de bespreking wordt een verslag gemaakt door CJG en met ouders en alle betrokken partners gedeeld.
NB. Ouders worden vanuit het CJG en kinderopvang geadviseerd om hun kind schriftelijk aan te melden bij een basisschool in de gemeente, zodat de verbinding kinderopvang-onderwijs in een vroeg stadium tot stand komt. Onderwijs wordt op afroep uitgenodigd bij de VSB om mee te denken in het proces van plaatsing en zorg op de basisschool.
5Toeleiding naar de peuterobservatiegroep De Kleine Ridder
Als blijkt dat een peuter nog niet toe is aan onderwijs, maar behoefte heeft aan een langere ontwikkeltijd, dan kan een peuter vanuit een VSB of wanneer er voldoende informatie aanwezig is, via het VZAT, toegeleid worden naar De Kleine Ridder. Voorwaarde voor toeleiden naar De Kleine Ridder is dat de uitstroom uiteindelijk onderwijs is. Als een kleuter 4 jaar is, aangemeld is bij onderwijs en toegeleid is naar de Kleine Ridder, maar nog niet geplaatst kan worden vanwege een wachtlijst, dan heeft onderwijs zorgplicht.
6Toeleiding naar een ontwikkel- en/of behandelcentrum
Als een kind nog niet toe is aan onderwijs kan het toegeleid worden naar een ontwikkel- en/of een behandelcentrum. Het wijkteam en in sommige gevallen de jeugdarts van het CJG, kan het kind direct naar deze organisaties verwijzen. Als een kleuter 4 jaar is en aangemeld is bij een Medisch KinderDagverblijf (MKD) of dagcentrum, maar nog niet geplaatst is vanwege een wachtlijst, dan is het wijkteam de regievoerder.
Stap 5: Escalatie en doorzettingsmacht
Als bovenstaande stappen onvoldoende oplevert voor een peuter wordt dit gesignaleerd in het VZAT. De coördinator voorschoolse voorzieningen van het CJG kan de casus met spoed opschalen.
Taken van de samenwerkingspartners zorgprotocol
We sluiten deze bijlage af met apart weergegeven wie welke taken heeft bij het zorgprotocol.
CJG, als professional
•Signaleert een (dreigende) achterstand in de ontwikkeling van het jonge kind.
•Registreert informatie over de ontwikkeling van het kind, de ouder- en opvoedsituatie, de omgevingsfactoren en levert aanvullende informatie aan vanuit Kidos tijdens overlegmomenten.
•Begeleidt ouders/opvoeders in het traject om te komen tot een juiste hulpvraag en te zorgen dat ze het kind inschrijven voor de basisschool. Als ouders geen zorgaanbod willen afnemen, neemt professional VJG contact op om hen te wijzen op meerwaarde van zorgondersteuning.
•Ondersteuningsmogelijkheden inzetten van bijv. Home Start (vrijwilligers), 1ste lijn zorg (logopedie, kinderfysio of pedagoog), basisplek peutergroep of ve, ondersteuningstraject.
•Mogelijkheid via jeugdarts CJG om direct toe te leiden en/of te verwijzen van kinderen naar specialistisch onderzoek van Auris, Yulius of YOUZ, MKD of CityKids.
•Toeleiding naar een Vroeg Samen Bespreking via VZAT of consult/huisbezoek.
CJG, als coördinator
•Het organiseren en coördineren van VZAT-overleggen en Vroeg Samen besprekingen met ouders/opvoeders, VSB-team en overig netwerk (logopedie, kinderfysio, wijkteam, onderwijs).
•Verslaglegging (in het kinddossier) en coördineren van acties naar betrokken partners.
•Onderhouden van samenwerkingscontacten met kinderopvang, onderwijs, wijkteam, welzijnswerk, gemeente en overige organisaties waar kinderen opgroeien.
•Informeert onderwijs, RiBA en gemeente over de kinderen voor wie geen passende plek is en bespreekt (met toestemming van ouders/opvoeders) de acties van Vroeg Samen advies met onderwijs.
•Opschalen als zorg te groot is.
Wijkteam
•Medewerker van het jonge kind team met een Vroeghulp achtergrond neemt structureel deel aan de VZAT-overleggen en Vroeg Samen Besprekingen (voorzitten van VSB-overleg).
•Het wijkteam draagt zorg voor hulpvragen van de ouders/opvoeders van het kind. Dit kan betrekking hebben op bijv. casusregie of ondersteuning in het gezin. Wijkteam vraagt de hulpvraag uit en leidt het gezin toe naar de juiste hulpverlening. Coördineert de hulpverlening en informeert de organisaties die betrokken zijn bij het gezin.
•Onderhouden van netwerkcontacten om de nodige expertise en kwaliteit rond kennis over ontwikkelingsachterstanden, sociale kaart en uitwisseling van informatie te borgen.
•Aanmelding van een kind bij een ontwikkel- of dagcentrum.
•Als een kleuter 4 jaar is en aangemeld is bij een MKD of dagcentrum, maar nog niet geplaatst is vanwege een wachtlijst, dan heeft het wijkteam zorgplicht.
Samenwerkingsverband RiBA
•Wordt via het VZAT geïnformeerd over alle kinderen met een aanvullende zorgvraag vanaf 3,5 jaar. Het advies is om kinderen in te schrijven op een basisschool zodat kinderen die (nog) niet kunnen doorstromen gemonitord kunnen worden via Kindkans - registratie thuiszitters.
•Vast aanwezig bij de VZAT overleggen en bij een VSB.
•Vanuit een VSB kan geadviseerd worden om een vervolgafspraak vorm te geven in de vorm van een HIA. Uitgangspunt: er wordt gedacht aan een doorstroom richting een vorm van onderwijs (eventueel met ondersteuning). Een HIA is dan nodig om eventueel een TLV-aanvraag te kunnen doen, dit beoordeelt het RiBA. Een VSB wordt dan opgevolgd door een (verkort) HIA (aanvraag door de IB’er via Kindkans).
•Kan observaties uitvoeren op de kinderopvang om de ondersteuningsmogelijkheden en onderwijsbehoeften van een kind in beeld te krijgen.
•De leerling is aangemeld bij een school, de school heeft de zorgplicht over de betreffende leerling. Het samenwerkingsverband kan ondersteuning bieden.
•Er is een ouderfunctionaris gekoppeld aan het samenwerkingsverband RiBA. De ouderfunctionaris kan vanuit een HIA/SOT betrokken worden op het moment dat ondersteuning wenselijk is.
•Werkt nauw samen met CJG, onderwijs, wijkteam en kinderopvang.
•Als een leerling een TLV heeft gekregen, 4 jaar is en nog niet geplaatst kan worden vanwege een wachtlijst, dan heeft onderwijs zorgplicht.
Kinderopvang
•Tussen kinderopvang en onderwijs vindt een warme overdracht plaats voor alle vve-kinderen en alle zorgpeuters: ingevulde KIJK-lijsten, observaties en plan van aanpak worden overgedragen naar het onderwijs.
•Kinderopvang is bij een specifieke aanmelding aanwezig bij de VZAT-overleggen en bij de Vroeg Samen Besprekingen.
•Volgt het zorgprotocol bij twijfels rond de ontwikkeling van het kind.
•Registreert de ontwikkeling in KIJK en bespreekt bevindingen met ouders/opvoeders.
•Maakt een plan van aanpak voor elk vve-kind met extra zorgbehoefte, met duidelijke doelen waaraan gewerkt wordt in de groep. Deze doelen worden geëvalueerd en aangepast waar nodig. Bij zorg kan ondersteuning worden aangevraagd bij het VZAT om extra aan deze doelen te werken in de groep.
•Indien reguliere kinderopvang met voorschoolse educatie, niet passend is vanwege de intensieve zorgvraag van een kind of ernstige gedragscomplicatie kan de kinderopvang de contractuele plaatsing, vanuit de algemene voorwaarden ontbinden. Bij een kind met een doelgroepindicatie vve of Sociaal Medische Indicatie (SMI), meldt de kinderopvang beëindiging van plaatsing bij het CJG.
•Kinderen met een doelgroepindicatie kunnen gedurende de voorschools educatieve periode niet overstappen naar een andere ve-locatie, vanwege redenen, anders dan verhuizing.
Onderwijs
•Is op afroep aanwezig bij de VZAT-overleggen en de Vroeg Samen Besprekingen als er zorg is en het kind 3,5 jaar is. Bij deze overleggen wordt informatie over het kind met elkaar gedeeld. Bij een aanmelding wordt de IB’er op voorhand voor het overleg uitgenodigd.
•Is er een hulpvraag rond aanmelding en plaatsing op onderwijs: het onderwijs bekijkt of extra ondersteuning in groep 1 nodig is en/of het kind kan doorstromen naar regulier of passend onderwijs en/of het kind meer ontwikkelingstijd nodig heeft.
•Kan een observatie uitvoeren op de kinderopvang voor meer informatie rond aanmelding en plaatsing. De informatie wordt na toestemming ouders met elkaar gedeeld.
•Uitvoering van de afspraak tussen kinderopvang en onderwijs als ouders/opvoeders geen toestemming geven om informatie over de ontwikkeling met onderwijs te delen. Deze luidt: de IB’er onderwijs gaat met ouders nogmaals in overleg om uit te leggen dat de warme overdracht van de ontwikkelingsgegevens in het belang van het kind is.
•Als een leerling een TLV heeft gekregen, 4 jaar is en nog niet geplaatst kan worden vanwege een wachtlijst, dan heeft onderwijs zorgplicht.
Logopedie
•Logopedische screening kan door kinderopvang worden aangevraagd bij een van de twee gecontracteerde logopediepraktijken.
•De logopediste kan aangeven wat de resultaten zijn van de taaltesten en denkt mee of aanmelding voor onderzoek mogelijk is.
•Op afroep aansluiten bij VSB-overleg.
Overig netwerk (bijv. fysiotherapeut, kinderarts, orthopedagoog, ambulant begeleider Enver)
•Op afroep aansluiten bij VSB-overleg.
•Aandachtspunten of zorgen op specifiek gebied toelichten.
•Doelen waaraan gewerkt worden en evt. testresultaten in kaart brengen en waar mogelijk delen met externen.
•Mogelijkheid inzet van een tolk.