Aanhef
De raad van de gemeente Ridderkerk; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en
wethouders op 9 januari 2024;
BESLUIT:
1De Nota parkeernormen 2024 vast te stellen
2Deelmobiliteit pas toe te passen als de raad aanvullend beleid op dit gebied heeft vastgesteld
2. Artikelsgewijze beleidsregels
2.1 Hoofdstuk 1: algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
a.ASVV / CROW: een landelijk kennisplatform gericht op infrastructuur, mobiliteit en parkeren;
b.Autoparkeereis: het aantal te realiseren autoparkeerplaatsen voor een bouwplan;
c.Autoparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen benodigd zijn voor een functie per vastgestelde eenheid, zoals opgenomen in Bijlage 2;
d.Autoparkeervraag: de totale vraag (programma * norm) naar autoparkeerplaatsen vanuit een bouwplan, rekening houdend met de ligging van een ontwikkeling binnen de gemeente (de gebiedsindeling) en met toepassing van aanwezigheidspercentages;
e.Bezoekersaandeel: het deel van de auto- en fietsparkeervraag dat bestaat uit bezoekers;
f.College: het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk;
g.Deelauto: een auto, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze krachtens een overeenkomst gedeeld wordt met (ten minste) één andere particuliere deler van een ander huishouden;
h.Eigen terrein: grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van het bouwplan dan wel in de directe nabijheid binnen de in Bijlage 5 genoemde maximale loopafstanden van de ontwikkeling;
i.Fietsparkeereis: het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen voor een bouwplan;
j.Fietsparkeernorm: een getal dat aangeeft hoeveel fietsparkeerplaatsen benodigd zijn voor een functie per vastgestelde eenheid, zoals opgenomen in Bijlage 6;
k.Fietsparkeervraag: de totale vraag (programma * norm) naar fietsparkeerplaatsen vanuit een bouwplan;
l.HOV: Hoogwaardig Openbaar Vervoer
1Hyperlink: Raadsbesluit 15 juni 2020, HOV-bus variantenstudie Rotterdam-Ridderkerk-Drechtsteden.
, een aanduiding voor openbaar vervoer dat aan hogere kwaliteitseisen voldoet op het gebied van doorstroming; op dit moment gelden HOV-Ridderkerk en R-net buslijn 489 als HOV;
m.Vaste gebruikersaandeel: het deel van de auto- of fietsparkeervraag dat bestaat uit vaste gebruikers, niet zijnde bezoekers;
n.Kwaliteitseis: een eis die gesteld wordt vanuit het oogpunt van bruikbaarheid van een nieuw te realiseren parkeervoorziening;
o.Maatgevende parkeervraag: het dagdeel waarop de verschillende functies binnen het programma gezamenlijk op basis van de aanwezigheidspercentages hun maximale parkeervraag hebben, ervan uitgaande dat parkeerplaatsen voor iedere parkeerder toegankelijk zijn;
p.NEN 2443: een richtlijn met functionele eisen, prestatie-eisen en aanbevelingen voor het ontwerp van parkeervoorzieningen, uitgebracht door NEN in maart 2013;
q.NEN 2580: een richtlijn met uitgangspunten en definities voor het bepalen van de oppervlakten en inhouden van gebouwen, uitgebracht door NEN in mei 2007;
r.Openbare ruimte: de door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen de gemeente Ridderkerk is gelegen;
s.Parkeerdruk: het totaal aantal geparkeerde voertuigen gedeeld door de parkeercapaciteit in de openbare ruimte of in de gebouwde openbare parkeervoorzieningen, uitgedrukt in een percentage;
t.Programma: het totaal aan verwachte hoeveelheid functies in het bouwplan uitgedrukt in de in Bijlage 2 en Bijlage 6 gehanteerde eenheden;
u.Ruimtelijke activiteit: een activiteit zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet;
v.Salderingsregeling: een methodiek op basis waarvan in transformatieontwikkelingen autoparkeerplaatsen die toebehoorden tot de voorgaande functie(s) in mindering worden gebracht op de autoparkeervraag van de nieuwe functie(s);
w.Transformatieontwikkeling: een begrip waaronder wordt verstaan renovatiebouw en het wijzigen van de gebruiksfunctie van een gebouw, niet zijnde volledige nieuwbouw;
Artikel 1:2 Reikwijdte nota
1Deze nota is van toepassing bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning.
2Indien auto- en fietsparkeernormen zijn vastgelegd in een vastgesteld ruimtelijk-planologisch kader (bijvoorbeeld een omgevingsplan) dan gelden die parkeernormen boven de normen zoals opgenomen in deze nota.
Artikel 1:3 Wijze van afronden
De berekende auto- en fietsparkeereis is een heel getal en wordt in voorkomende gevallen wiskundig afgerond, derhalve bij minder dan of gelijk aan 0,49 naar beneden en bij 0,50 of meer naar boven.
Artikel 1:4 Compensatie van vervallen parkeerplaatsen
Indien als gevolg van een bouwplan openbare auto- en/of fietsparkeerplaatsen komen te vervallen, dan dienen deze in de openbare ruimte te worden gecompenseerd binnen de maximale loopafstand die geldt voor de desbetreffende functie (Bijlage 5). De kosten die gepaard gaan met deze compensatie zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
Artikel 1:5 Wijze van meten
1De bruto vloeroppervlakte (bvo) van een ruimte, dan wel van meerdere ruimten, wordt gemeten volgens NEN 2580 op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de betreffende ruimte(n) omhult.
2De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de openbare ruimte vanaf de (gemeenschappelijke) voordeur van elk apart gebouw tot het hart van de parkeerplaats. De loopafstand wordt gemeten door middel van een online routenavigatiesysteem.
2.2 Hoofdstuk 2: autoparkeren
Artikel 2:1 Bepaling van de autoparkeereis
1Om te bepalen of bij een ruimtelijke activiteit in voldoende mate ruimte beschikbaar is ten behoeve van het parkeren van auto’s, geldt de autoparkeereis.
2De autoparkeereis wordt vastgesteld door achtereenvolgens:
a.Het bepalen van de normatieve autoparkeervraag van de binnen het bouwplan geplande functie(s), op basis van de autoparkeernormen (Bijlage 2), waarbij de gebiedsindeling auto (Bijlage 1) van toepassing is;
b.Indien van toepassing, het in mindering brengen van een of meerdere reducties op de normatieve autoparkeervraag, zoals bepaald in artikel 2:2;
c.Indien van toepassing, het op basis van de salderingsregeling in mindering brengen van bestaande parkeerplaatsen die toebehoren tot de huidige functie(s), zoals bepaald in artikel 2:3;
d.Het bepalen van de maatgevende autoparkeervraag, waarbij aanwezigheidspercentages (Bijlage 3) worden toegepast op de (gereduceerde) normatieve autoparkeervraag, zoals bepaald in artikel 2:4.
Artikel 2:2 Reductie van de autoparkeervraag (HOV en/of R-net, deelauto) De normatieve autoparkeervraag van een bouwplan kan worden gereduceerd indien:
1Het bouwplan is gelegen nabij een halte van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) en/of Rnet, onder de voorwaarde dat:
a.De locatie van het bouwplan op maximaal 200 meter loopafstand of 500 meter fietsafstand van de HOV of R-net halte is gelegen;
b.De HOV of R-net halte operationeel is op het moment dat het bouwplan is voltooid;
c.De autoparkeervraag van alle binnen het bouwplan geplande functies met 10% wordt gereduceerd, waarbij de reductie ook geldt voor de bezoekersparkeervraag;
d.In de te verlenen omgevingsvergunning en/of anterieure overeenkomst de verplichting is opgenomen dat toekomstige gebruikers worden geïnformeerd over het feit dat er in het bouwplan minder autoparkeerplaatsen beschikbaar zijn, omdat het bouwplan is gelegen nabij een halte van het HOV of R-net.
2De initiatiefnemer van het woningbouwplan structureel één of meerdere deelauto’s ter beschikking stelt aan bewoners, onder de voorwaarde dat:
a.De inzet van deelauto’s alleen leidt tot een reductie van de bewonersparkeervraag, waarbij de reductie op basis van aanwezigheidspercentages per dagdeel wordt vastgesteld.
b.De bewonersparkeervraag met maximaal 20% wordt gefaciliteerd door de inzet van een of meerdere deelauto’s, waarbij de daadwerkelijke reductie afhankelijk is van het aantal in te zetten deelauto’s;
c.De inzet van 1 deelauto maximaal 4 reguliere auto’s vervangt;
d.De beschikbaarheid van een of meerdere deelauto’s wordt aangetoond door middel van een ondertekende anterieure overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de deelauto leverancier, waarin is vastgelegd dat de deelauto’s 24 uur per dag en 7 dagen ter beschikking staan aan de bewoners;
e.Voor iedere deelauto binnen de geldende maximale loopafstand (Bijlage 5) een geoormerkte deelautoparkeerplaats wordt aangelegd, die in het geval van een elektrische deelauto is voorzien van een elektrische laadpaal;
f.Publieke deelauto’s die reeds in de openbare ruimte beschikbaar zijn leiden niet tot een reductie van de bewonersparkeervraag.
3De mogelijkheden om de autoparkeervraag te reduceren, zoals bepaald in lid 1 en 2, kunnen worden gecombineerd binnen één bouwplan, waarbij lid 1 vóór lid 2 geldt;
4Parkeerplaatsen die als gevolg van de HOV reducties op de autoparkeervraag niet worden aangelegd, dienen op eigen terrein en/of in de openbare ruimte, maar binnen het bouwplan, te worden aangewezen in de vorm van een ruimtelijke reservering.
5Parkeerplaatsen die als gevolg van deelauto reducties op de autoparkeervraag niet worden aangelegd, dienen voor 25% op eigen terrein en/of in de openbare ruimte, maar binnen het bouwplan, te worden aangewezen in de vorm van een ruimtelijke reservering. De totale reservering (incl. deelauto) komt hiermee op 50%. Voorbeeld: Er worden deelauto’s gerealiseerd bij een ontwikkeling, deze deelauto’s vervangen 12 autoparkeerplaatsen. Er worden in het bouwplan dan 3 (25%) extra parkeerplekken gereserveerd mocht het deelauto-concept niet functioneren worden deze plekken aangelegd als reguliere parkeerplekken. De 3 deelauto parkeerplekken worden in dit geval ook aangepast naar reguliere parkeerplaatsen, het totaal komt hiermee op 6 (50%) parkeerplekken voor regulier gebruik.
Artikel 2:3 Salderingsregeling
Op transformatieontwikkelingen, waarin bestaande parkeerplaatsen die toebehoren tot de huidige functie(s) in stand worden gehouden, is de volgende salderingsregeling van toepassing:
1Het aantal parkeerplaatsen dat toebehoort tot de huidige functie(s) wordt bepaald op basis van een toewijzing, deze toewijzing komt als volgt tot stand:
a.Vaststelling van het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein beschikbaar is ten behoeve van de doelgroepen die horen bij de huidige functie(s);
b.Vaststelling van het aantal openbare parkeerplaatsen dat in gebruik is genomen door de doelgroepen die horen bij de huidige functie(s), onder de voorwaarde dat het laatst vergunde gebruik van de desbetreffende functie(s) niet langer dan vijf jaar geleden is:
i.Op basis van de autoparkeernormen die zijn gehanteerd bij de oprichting van de huidige functie(s), zoals vastgelegd in het bijbehorend ruimtelijk-planologische kader;
ii.Indien het salderen op basis van de gehanteerde autoparkeernormen, zoals bedoeld onder i, naar het oordeel van het college niet redelijkerwijs mogelijk is, dan wordt op basis van een parkeeronderzoek het aantal parkeerplaatsen bepaald dat in gebruik is genomen door de doelgroepen die horen bij de huidige functie(s).
2Indien toepassing van de in het eerste lid opgenomen salderingsregeling naar het oordeel van het college niet redelijkerwijs mogelijk is, dan wordt het aantal parkeerplaatsen dat toebehoort tot de huidige functie(s) bepaald op basis van de autoparkeervraag van deze functie(s) conform de vigerende autoparkeernormen (Bijlage 2).
Artikel 2:4 Bepaling van de maatgevende autoparkeervraag
1Op de (gereduceerde) normatieve autoparkeervraag van een bouwplan kunnen aanwezigheidspercentages (Bijlage 3) worden toegepast waarmee het dagdeel wordt vastgesteld waarop de collectieve autoparkeervraag van de geplande functies het hoogst is, dit is de maatgevende autoparkeervraag.
2Aanwezigheidspercentages zijn van toepassing op bouwplannen waarin enkel woonfuncties worden gerealiseerd, waarbij het verschil in parkeerplaatsen tussen de normatieve- en maatgevende autoparkeervraag dient te zijn aangewezen in de vorm van een ruimtelijke reservering.
3Aanwezigheidspercentages zijn niet van toepassing op parkeerplaatsen die exclusief zijn toegewezen aan specifieke gebruikersgroepen.
Artikel 2:5 Kwaliteitseisen autoparkeren
Autoparkeerplaatsen die worden aangelegd of beschikbaar worden gesteld om te voorzien in de autoparkeereis dienen te voldoen aan de eisen die volgen uit de volgende publicaties:
1In parkeergarages en op parkeerterreinen: NEN 2443 (of diens opvolgers), Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages.
a.Voor parkeerplaatsen in stallingsgarages geldt in alle gevallen een minimale parkeervakbreedte van 2,50 meter.
2In de openbare ruimte: ASVV 2021 (of diens opvolgers), Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom.
Artikel 2:6 Gehandicaptenparkeren
1Bij functies binnen de hoofdgroep ‘sociaal-maatschappelijk’, met een autoparkeereis van minimaal 15 parkeerplaatsen, dient ten minste 5% van de parkeereis uitgevoerd te worden als algemene gehandicaptenparkeerplaats, met een minimum van 1, gelegen op een loopafstand van maximaal 100 meter gemeten tot de voordeur van het gebouw.
2Bij functies binnen de hoofdgroep ‘sport, cultuur en ontspanning’ en ‘winkelen en boodschappen doen’, met een autoparkeereis van minimaal 25 parkeerplaatsen, dient ten minste 2% van de parkeereis uitgevoerd te worden als algemene gehandicaptenparkeerplaats, met een minimum van 1, gelegen op een loopafstand van maximaal 100 meter gemeten tot de voordeur van het gebouw.
3Bij functies binnen de hoofdgroep ‘werken’, met een autoparkeereis van minimaal 50 parkeerplaatsen, dient ten minste 1% van de parkeereis uitgevoerd te worden als algemene gehandicaptenparkeerplaats, met een minimum van 1, gelegen op een loopafstand van maximaal 100 meter gemeten tot de voordeur van het gebouw.
4Bouwplannen waarin seniorenwoningen worden gerealiseerd, met een autoparkeereis van minimaal 20 parkeerplaatsen, dient ten minste 2% van de parkeereis uitgevoerd te worden als algemene gehandicaptenparkeerplaats, met een minimum van 1, gelegen op een loopafstand van maximaal 50 meter gemeten tot de voordeur van het gebouw. Ter voorbereiding op de mogelijk toekomstige aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken, dient additioneel 5% van de parkeerplaatsen breder te worden uitgevoerd, eveneens gelegen op een loopafstand van maximaal 50 meter gemeten tot de voordeur van het gebouw.
Artikel 2:7 Laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen
1De infinitiefnemer is verantwoordelijk voor het aanbrengen van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.
2Een woongebouw met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeerplaatsen, heeft leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor iedere parkeerplaats.
3Een gebouw, anders dan een woongebouw, met parkeergelegenheid in het gebouw of buiten het gebouw op hetzelfde perceel, met meer dan tien parkeerplaatsen, heeft ten minste een oplaadpunt en leidingdoorvoeren voor oplaadpunten voor ten minste een op de vijf parkeerplaatsen.
4Alle oplaadpunten in een parkeergarage moeten tegelijkertijd centraal kunnen worden uitgezet.
5Bij de ingang van de garage moet duidelijk zijn aangegeven waar de oplaadpunten zich bevinden en hoe deze centraal kunnen worden afgeschakeld.
6Oplaadpunten maken gebruik van de laadtechnieken ‘mode drie’, ‘mode vier’ conform NEN 1010 (of diens opvolgers), Elektrische installaties voor laagspanning.
Artikel 2:8 Laden en lossen van goederen en het in- en uitstappen van personen
1Indien een ruimtelijke activiteit daartoe aanleiding geeft dan dient op eigen terrein voldoende ruimte te zijn aangebracht ten behoeve van het laden en lossen van goederen en/of het in- en uit laten stappen van personen, conform ASVV 2021 (of diens opvolgers).
2Indien het laden en lossen en/of het in- en uit laten stappen van personen, naar het oordeel van het college niet redelijkerwijs op eigen terrein kan plaatsvinden, dan kan het college gemotiveerd van deze eis afwijken.
Artikel 2:9 Voorzien in de autoparkeereis
1In beginsel wordt op eigen terrein in de autoparkeereis voorzien.
a.Bij het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein dienen omrekenfactoren (Bijlage 4) te worden toegepast waarbij per type parkeervoorziening wordt uitgegaan van het opgenomen berekeningsaantal.
2Indien op eigen terrein niet (volledig) in de autoparkeereis kan worden voorzien, dan kan de parkeereis op een bestaand privaat terrein worden gefaciliteerd, onder voorwaarde dat:
a.Het desbetreffende terrein binnen de maximale loopafstand (Bijlage 5) ligt die geldt voor de betreffende functie;
b.De structurele beschikbaarheid van het desbetreffende terrein dient voor rechtsopvolgers te zijn vastgelegd via een erfdienstbaarheid of een kettingbedding;
c.De initiatiefnemer aantoonbaar heeft gemaakt dat het benodigde aantal parkeerplaatsen, op ieder dagdeel, beschikbaar is;
d.Het privaat terrein voldoet aan de kwaliteitseisen autoparkeren zoals opgenomen in artikel 2:5, lid 1.
3Indien op eigen terrein en op privaat terrein niet (volledig) in de autoparkeereis kan worden voorzien, dan kan de parkeereis in de openbare ruimte worden gefaciliteerd gebruikmakend van bestaande openbare parkeerplaatsen, onder voorwaarde dat:
a.De desbetreffende parkeerplaatsen binnen de maximale loopafstand (Bijlage 5) liggen die geldt voor de betreffende functie(s);
b.De parkeerdruk op de desbetreffende parkeerplaatsen, na afwenteling van de parkeervraag vanuit het bouwplan, in de dagsituatie niet hoger is dan 85% en in de avond- en nachtsituatie niet hoger is dan 90%;
c.De beschikbaarheid van de desbetreffende parkeerplaatsen op ieder dagdeel aantoonbaar is gemaakt door middel van een representatief parkeeronderzoek;
d.De desbetreffende parkeerplaatsen voldoen aan de kwaliteitseisen autoparkeren zoals opgenomen in artikel 2:5, lid 2;
e.Het college instemming heeft verleend voor het gebruik van de desbetreffende parkeerplaatsen.
4Indien op eigen terrein, op privaat terrein en gebruikmakend van bestaande openbare parkeerplaatsen niet (volledig) in de autoparkeereis kan worden voorzien, dan kan met instemming van het college worden onderzocht of de aanleg van extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte mogelijk is, waarbij het kostverhaal in een anterieure overeenkomst wordt geregeld.
2.3 Hoofdstuk 3: fietsparkeren
Artikel 3:1 Bepaling van de fietsparkeereis
1Om te bepalen of bij een ruimtelijke activiteit in voldoende mate ruimte beschikbaar is ten behoeve van het parkeren van fietsen, geldt de fietsparkeereis.
2De fietsparkeereis wordt vastgesteld door achtereenvolgens:
a.Het bepalen van de normatieve fietsparkeervraag van de binnen het bouwplan geplande functie(s), op basis van de fietsparkeernormen (Bijlage 6);
b.Het toepassen van de salderingsregeling, conform de uitgangspunten in artikel 2:3, indien het in mindering brengen van bestaande fietsparkeerplaatsen die toebehoren tot de huidige functie(s) naar het oordeel van het college is te legitimeren;
c.Het toepassen van aanwezigheidspercentages op de normatieve fietsparkeervraag, conform de uitgangspunten in artikel 2:4, indien dubbelgebruik van fietsparkeerplaatsen naar het oordeel van het college is te legitimeren.
Artikel 3:2 Kwaliteitseisen fietsparkeren
1Fietsparkeerplaatsen die worden aangelegd of beschikbaar worden gesteld om te voorzien in de fietsparkeereis dienen te voldoen aan de kwaliteitseisen fietsparkeren (Bijlage 7).
2In woningbouwontwikkelingen kan op basis van gelijkwaardigheid een gemeenschappelijke fietsenberging worden toegepast.
3Het realiseren van nieuwe fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte gebeurt in beginsel in de vorm van fietsnietjes.
Artikel 3:3 Voorzien in de fietsparkeereis
1Op eigen terrein dient te worden voorzien in de fietsparkeervraag van vaste gebruikers.
2In beginsel dient op eigen terrein te worden voorzien in de fietsparkeervraag van bezoekers, indien dit niet (volledig) mogelijk blijkt te zijn dan kan met instemming van het college maximaal 10% van de bezoekersparkeervraag in de openbare ruimte worden gefaciliteerd.
3Indien ten behoeve van het faciliteren van de bezoekersparkeervraag nieuwe fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte moeten worden aangelegd, dan zijn de kosten die hiermee gepaard gaan voor rekening van de initiatiefnemer.
4Fietsparkeerplaatsen die in de openbare ruimte worden aangelegd ten behoeve van het voorzien in de bezoekersparkeervraag, dienen zich te bevinden binnen de maximale loopafstand (Bijlage 5) die geldt voor de betreffende functie(s).
2.4 Hoofdstuk 4: overgangs- en slotbepalingen
Artikel 4:1 Discretionaire bevoegdheid
Het bevoegd gezag heeft de bevoegdheid om bij het verlenen van een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk af te wijken van de berekende auto- en fietsparkeereis, waarbij een dergelijke afwijking dient te worden gemotiveerd.
Artikel 4:2 Overgangsrecht
Deze beleidsregels blijven buiten toepassing bij de toetsing van: ruimtelijke activiteiten waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels. Deze aanvragen worden getoetst aan de uitgangspunten die in de aanvraag zijn opgenomen tenzij het bepaalde in deze beleidsregels voor de initiatiefnemer gunstiger is.
Artikel 4:3 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Nota parkeernormen Ridderkerk 2024.
3. Toelichting beleidsregels
3.5 Hoofdstuk 4: overgangs- en slotbepalingen
Artikel 4:1 Overgangsrecht
Ruimtelijke activiteiten kunnen een lange doorlooptijd hebben. Een overgangsrecht is van belang om duidelijkheid en rechtszekerheid te bieden aan initiatiefnemers en belanghebbenden. Het overgangsrecht is van toepassing op bouwplannen waarvoor vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend. Voor deze bouwplannen geldt dat getoetst wordt aan de parkeernormen die in de aanvraag zijn opgenomen, tenzij toepassing van deze beleidsregels voor de initiatiefnemer gunstiger is.
Bijlage 1 Gebiedsindeling auto (inclusief HOV en R-net)
Uitsnede Centrum en Schil
Bijlage 2 Autoparkeernormen
Hoofdgroep: wonen
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Woning, koop, vrijstaand
Per woning
1,6
1,8
2,1
Woning, koop, twee-onder-een kap
Per woning
1,5
1,7
2,0
Woning, koop, tussen/hoek
Per woning
1,4
1,6
1,8
Woning, huur, tussen/hoek, groter dan 101 m²
Per woning
1,4
1,6
1,8
Woning, huur, tussen/hoek, kleiner dan en/of gelijk aan 100 m²
Per woning
1,3
1,4
1,6
Appartement, koop/huur, groter en/of gelijk aan 161 m²
Per woning
1,4
1,6
1,9
Appartement, koop/huur, van 101 t/m 160 m²
Per woning
1,3
1,5
1,7
Appartement, koop/huur, van 61 t/m 100 m²
Per woning
1,2
1,3
1,5
Appartement, koop/huur, kleiner en/of gelijk aan 60 m²
Per woning
1,0
1,1
1,3
Sociale huur, liberalisatiegrens
Per woning
1,1
1,2
1,3
Sociale huur, 1e aftoppingsgrens
Per woning
0,9
1,1
1,2
Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)
Per kamer
0,5
0,55
0,65
Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig
Per kamer
0,25
0,25
0,25
Koop, kleine eenpersoonswoning/tiny house, kleiner en/of gelijk aan 30 m²
Per woning
0,5
0,55
0,65
Geclusterd wonen (voorheen serviceflat/aanleunwoning)
Per woning
0,6
0,9
1,1
•De opgenomen parkeernormen zijn inclusief de geldende bezoekersparkeernorm. Deze bezoekersparkeernormen zijn: in de gebieden Centrum en Schil 0,2 parkeerplaats per woning en in het gebied overig grondgebied Ridderkerk 0,3 parkeerplaats per woning.
•Voor de functies kamerverhuur zelfstandig en onzelfstandig geldt in heel Ridderkerk een bezoekersnorm van 0,2 parkeerplaats per kamer.
•Voor de functie geclusterd wonen geldt in heel Ridderkerk een bezoekersnorm van 0,1 parkeerplaats per woning.
•De huurprijsklassen voor sociale huur worden jaarlijks door de Rijksoverheid vastgesteld.
•Bij woningen waarvoor de specifieke functie zorgwoningen/woningen voor senioren zijn, mag een correctiefactor toegepast worden van 0,3 per woning. De ervaring leert dat het autobezit en -gebruik bij (oudere) senioren die woonachtig zijn in zorgwoningen minimaal is.
•Voor zorginstelling voor intramurale zorg (verpleeg- en verzorgingstehuis) zie normen hoofdgroep ‘Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen.
Hoofdgroep: werken
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Kantoor (zonder baliefunctie)
Per 100 m² bvo
1,2
1,6
1,7
5%
Commerciële dienstverlening
Per 100 m² bvo
1,6
1,9
2,3
20%
Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief
Per 100 m² bvo
1,4
1,8
2,2
5%
Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief
Per 100 m² bvo
0,7
0,8
1,0
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
Per 100 m² bvo
1,1
1,4
1,6
5%
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Buurtsupermarkt
Per 100 m² bvo
1,9
2,7
3,4
89%
Fullservice supermarkt
Per 100 m² bvo
3,3
4,3
5,2
93%
Grote supermarkt (XL)
Per 100 m² bvo
5,9
6,8
7,7
84%
Groothandel specialist
Per 100 m² bvo
n.v.t.
5,7
5,9
80%
Groothandel algemeen
Per 100 m² bvo
n.v.t.
6,4
6,4
80%
Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum
Per 100 m² bvo
3,4
n.v.t.
n.v.t.
82%
Buurt- en dorpscentrum
Per 100 m² bvo
1,9
3,1
3,7
72%
Wijkcentrum (klein)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
3,7
4,5
76%
Wijkcentrum (gemiddeld)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
4,3
5,1
79%
Wijkcentrum (groot)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
4,8
5,7
81%
Stadsdeelcentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
5,2
6,3
85%
Hoofdgroep: winkelen en boodschappen doen
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Woonwarenhuis (zeer groot)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
4,8
95%
Meubelboulevard/woonboulevard
Per 100 m² bvo
n.v.t.
1,9
2,3
93%
Winkelboulevard
Per 100 m² bvo
n.v.t.
3,5
4,0
94%
Outletcentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
8,8
9,6
94%
Bouwmarkt
Per 100 m² bvo
n.v.t.
1,8
2,3
87%
Tuincentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
2,3
2,6
89%
Groencentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
2,3
2,6
89%
Hoofdgroep: sport, cultuur en ontspanning
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Bibliotheek
Per 100 m² bvo
0,5
0,8
1,1
97%
Museum
Per 100 m² bvo
0,4
0,6
1,0
95%
Bioscoop
Per 100 m² bvo
3,2
7,9
11,0
94%
Filmtheater/filmhuis
Per 100 m² bvo
2,6
5,2
7,7
97%
Theater/schouwburg
Per 100 m² bvo
7,3
7,9
9,8
87%
Musicaltheater
Per 100 m² bvo
2,9
3,4
3,9
86%
Casino
Per 100 m² bvo
5,7
6,1
6,5
86%
Bowlingcentrum
Per bowlingbaan
1,6
2,2
2,8
89%
Biljart-/snookercentrum
Per tafel
0,9
1,1
1,4
87%
Dansstudio
Per 100 m² bvo
1,5
3,8
5,4
93%
Fitnessstudio/sportschool
Per 100 m² bvo
1,4
3,4
4,7
87%
sport, cultuur en ontspanning
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Fitnesscentrum
Per 100 m² bvo
1,7
4,4
6,2
90%
Wellnesscentrum
Per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
9,3
99%
Sauna, hammam
Per 100 m² bvo
2,5
4,6
6,6
99%
Sporthal
Per 100 m² bvo
1,5
2,1
2,7
96%
Sportzaal
Per 100 m² bvo
1,1
1,9
2,7
94%
Tennishal
Per 100 m² bvo
0,3
0,4
0,5
87%
Squashhal
Per 100 m² bvo
1,6
2,4
2,7
84%
Zwembad overdekt
Per 100 m² bvo
n.v.t.
10,7
11,5
97%
Zwembad openlucht
Per 100 m² bvo
n.v.t.
10,1
12,9
99%
Zwemparadijs
Per 100 m² bvo
n.v.t.
n.v.t.
4,0
99%
Sportveld
Per ha. netto terrein
20,0
20,0
20,0
95%
Stadion
Per zitplaats
0,1
0,1
0,1
99%
Kunstijsbaan (kleiner dan 400 meter)
Per 100 m² bvo
1,2
1,4
1,7
98%
Kunstijsbaan (400 meter)
Per 100 m² bvo
n.v.t.
2,1
2,4
98%
Ski- en snowboardhal
Per 100 m² sneeuw
n.v.t.
n.v.t.
2,4
98%
Jachthaven
Per ligplaats
0,6
0,6
0,6
99%
Golfoefencentrum (pitch en putt)
Per centrum
n.v.t.
n.v.t.
50,7
93%
Golfbaan (18 holes)
Per 18 holes
n.v.t.
n.v.t.
95,6
98%
Indoorspeeltuin, gemiddeld en kleiner
Per 100 m² bvo
2,9
3,7
4,4
97%
Indoorspeeltuin, groot
Per 100 m² bvo
3,5
4,3
5,3
98%
Indoorspeeltuin, zeer groot
Per 100 m² bvo
3,7
4,6
5,5
98%
Kinderboerderij (stadsboerderij)
Per boerderij
2,9
3,7
4,4
97%
Manege (paardenhouderij)
Per box
n.v.t.
n.v.t.
0,4
90%
sport, cultuur en ontspanning
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Dierenpark
Per ha. netto terrein
8,0
8,0
8,0
99%
Attractie- en pretpark
Per ha. netto terrein
n.v.t.
n.v.t.
8,0
99%
Volkstuin
Per 10 tuinen
n.v.t.
1,3
1,4
100%
Plantentuin (botanische tuin)
Per gemiddelde tuin
n.v.t.
7,5
10,5
99%
Hoofdgroep: horeca en (verblijfs)recreatie
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Camping (kampeerterrein)
Per standplaats
n.v.t.
n.v.t.
1,2
90%
Bungalowpark (huisjescomplex)
Per bungalow
n.v.t.
n.v.t.
1,6
91%
1* hotel
Per 10 kamers
0,4
0,8
2,3
77%
2* hotel
Per 10 kamers
1,4
2,2
3,9
80%
3* hotel
Per 10 kamers
2,0
3,1
4,7
77%
4* hotel
Per 10 kamers
3,2
4,9
6,8
73%
5* hotel
Per 10 kamers
5,0
7,6
10,1
65%
Café/bar/cafetaria
Per 100 m² bvo
5,0
5,0
6,0
90%
Restaurant
Per 100 m² bvo
9,0
9,0
13,0
80%
Discotheek
Per 100 m² bvo
6,1
12,3
18,4
99%
Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw
Per 100 m² bvo
4,0
5,5
7,5
99%
gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Huisartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
2,1
2,5
3,0
57%
Apotheek
Per apotheek
2,3
2,8
3,2
45%
Fysiotherapiepraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,3
1,5
1,8
57%
Consultatiebureau
Per behandelkamer
1,3
1,6
1,9
50%
Consultatiebureau voor ouderen
Per behandelkamer
1,3
1,6
1,9
38%
Tandartsenpraktijk (-centrum)
Per behandelkamer
1,6
2,0
2,4
47%
Gezondheidscentrum
Per behandelkamer
1,6
1,9
2,2
55%
Ziekenhuis
Per 100 m² bvo
1,4
1,6
1,7
29%
Crematorium
Per gelijke plechtigheid
n.v.t.
n.v.t.
30,1
97%
Begraafplaats
Per gelijke plechtigheid
n.v.t.
n.v.t.
31,6
37%
Penitentiaire inrichting
Per 10 cellen
1,7
2,2
3,3
97%
Religiegebouw
Per zitplaats
0,2
0,2
0,2
60%
Zorginstelling voor intramurale zorg (verpleeg- en verzorgingstehuis)
Per wooneenheid
0,6
0,6
0,6
57%
Ziekenhuis
Per 100 m² bvo
1,4
1,6
1,7
29%
Crematorium
Per gelijke plechtigheid
n.v.t.
n.v.t.
30,1
97%
•Bij geclusterd wonen (voorheen serviceflat/aanleunwoning), wonen mensen zelfstandig en betalen huur of hypotheek voor de woning. Er vindt (dagelijkse) zorgverlening plaats in de woning. Bij een zorginstelling voor intramurale zorg (verpleeg- en verzorgingstehuis) wordt de zorg door een instelling verleend.
Bewoners wonen niet zelfstandig en de zorgverzekering betaalt (met soms een eigen bijdrage) kost en inwoning. In de hoofdgroep ‘Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen staan de parkeernormen voor de zorginstelling aangegeven.
onderwijs
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Kinderdagverblijf (exclusief Kiss & Ride)
Per 100 m² bvo
0,9
1,1
1,2
0%
Basisonderwijs (exclusief Kiss & Ride)
Per leslokaal
0,8
0,8
0,8
0%
Middelbare school
Per 100 leerlingen
3,3
4,0
4,3
11%
ROC
Per 100 leerlingen
4,2
4,8
5,2
7%
Hoofdgroep: onderwijs
Functie
Eenheid
Centrum
Schil
Overig grondgebied Ridderkerk
Percentage bezoekers
Hogeschool
Per 100 leerlingen
8,3
8,9
9,5
72%
Universiteit
Per 100 leerlingen
11,7
13,5
14,7
48%
Avondonderwijs
Per 10 leerlingen
4,0
5,0
6,0
95%
Bijlage 3 Aanwezigheidspercentages
Functie
Werkdagochtend
Werkdagmiddag
Werkdagavond
Koopavond
Werkdagnacht
Zaterdagmiddag
Zaterdagavond
Zondagmiddag
Wonen, bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
Wonen, bezoekers van bewoners
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
Kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
5%
0%
0%
0%
0%
Commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
0%
Detailhandel*
30%
60%
10%
75%
0%
100%
0%
0%
Grootschalige detailhandel**
30%
60%
70%
80%
0%
100%
40%
0%
Horeca
30%
40%
90%
80%
0%
75%
100%
50%
Hotel
40%
50%
100%
100%
100%
60%
75%
40%
Supermarkt
30%
60%
40%
80%
0%
100%
40%
75%
Sportfuncties binnen
50%
50%
100%
100%
0%
100%
100%
75%
Sportfuncties buiten
25%
25%
50%
50%
0%
100%
25%
100%
Bioscoop/theater/podium
5%
25%
90%
90%
0%
40%
100%
40%
Sociaal-culturele voorzieningen
10%
40%
100%
100%
0%
60%
90%
25%
Religiegebouw (kerk, moskee, synagoge, etc.)**
10%
30%
50%
50%
0%
30%
50%
0%
Sociaal-medisch arts/consultatiebureau
100%
75%
10%
10%
0%
10%
10%
10%
Zorginstelling voor intramurale zorg (Verpleeg- en verzorgingshuis/aanleunwoning)
50%
50%
100%
100%
25%
100%
100%
100%
Ziekenhuis, patiënten (inclusief bezoekers)
60%
100%
60%
60%
5%
60%
60%
60%
Ziekenhuis, medewerkers
75%
100%
40%
40%
25%
40%
40%
40%
Dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Avondonderwijs
0%
0%
100%
100%
0%
0%
0%
0%
*Bij zondagsopenstelling gelden op zondagmiddag dezelfde aanwezigheidspercentages als zaterdagmiddag.
**Afhankelijk van het type religiegebouw kunnen afwijkende aanwezigheidspercentages gelden.
Bijlage 4 Omrekenfactoren eigen terrein
Type parkeervoorziening
Theoretische capaciteit
Berekeningsaantal
Toelichting
Enkele oprit zonder garage
1parkeerplaats
0,8 parkeerplaats
Minimaal 5 meter diep
Lange oprit zonder garage of carport
2parkeerplaatsen
1,0 parkeerplaats
Minimaal 10 meter diep
Dubbele oprit zonder garage
2parkeerplaatsen
2,0 parkeerplaatsen
Minimaal 6 meter diep en 5,5 meter breed
Dubbele oprit met garage
3parkeerplaatsen
2,0 parkeerplaatsen
Minimaal 5 meter diep en 5,5 meter breed
Garage zonder oprit (bij woning)
1parkeerplaats
0,6 parkeerplaats
Minimaal 5 meter diep
Garagebox (niet bij woning)
1parkeerplaats
0,4 parkeerplaats
-
Garage met enkele oprit
2parkeerplaatsen
1,5 parkeerplaatsen
Minimaal 5 meter diep
Garage met lange oprit
3parkeerplaatsen
2,0 parkeerplaatsen
-
Bijlage 5 Maximale loopafstanden
De onderstaande loopafstanden gelden zowel voor vaste gebruikers (bewoners, werknemers) als voor bezoekers van functies.
Autoparkeren
Gebied
Wonen
Werken
Overige functies
Centrum
200meter
600meter
300meter
Schil
150meter
400meter
200meter
Overig grondgebied Ridderkerk
150meter
400meter
100meter
Fietsparkeren
Gebied
Wonen
Werken
Overige functies
Ridderkerk
50meter
75meter
75meter
Bijlage 6 Fietsparkeernormen
Hoofdgroep: wonen
Functie
Eenheid
Bewonersparkeernorm
Bezoekersparkeernorm
Woning, groter en/of gelijk aan 101 m²
Per woning
5,0
0,5
Woning, van 61 t/m 100 m²
Per woning
4,0
0,5
Woning, kleiner of gelijk aan 60 m²
Per woning
3,0
0,5
Studentenhuis
Per kamer
1,0
0,5
Toelichting: één fietsparkeerplaats staat gelijk aan het ruimtegebruik (in bijvoorbeeld een stalling) van 2,5 m². Dit betekent dat, wanneer in een bouwplan bergingen worden gerealiseerd voor het faciliteren van de fietsparkeervraag, voor 5 fietsparkeerplaatsen een berging benodigd is van ten minste 12,5 m² (= 5 * 2,5).
Hoofdgroep: niet-wonen
Functie
Eenheid
Parkeernorm
Percentage bezoekers
Kantoor (personeel)
Per 100 m² bvo
1,3
n.v.t.
Kantoor met balie (bezoekers)
Per 100 m² bvo
3,0
n.v.t.
Winkelcentrum
Per 100 m² bvo
1,5
94%
Supermarkt
Per 100 m² bvo
1,6
93%
Bouwmarkt
Per 100 m² bvo
0,1
87%
Tuincentrum
Per 100 m² bvo
0,1
89%
Basisschool (< 250 leerlingen)
Per 10 leerlingen
3,0
n.v.t.
Basisschool (250 tot 500 leerlingen)
Per 10 leerlingen
3,5
n.v.t.
Basisschool (>500 leerlingen)
Per 10 leerlingen
4,3
n.v.t.
Basisschool (medewerkers)
Per 10 leerlingen
0,2
n.v.t.
Middelbare school (leerlingen)
Per 100 m² bvo
6,0
n.v.t.
Middelbare school (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,4
n.v.t.
Hoofdgroep: niet-wonen
Functie
Eenheid
Parkeernorm
Percentage bezoekers
ROC (leerlingen)
Per 100 m² bvo
8,0
n.v.t.
ROC (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,6
n.v.t.
Apotheek (bezoekers)
Per locatie
4,0
n.v.t.
Apotheek (medewerkers)
Per locatie
2,0
n.v.t.
Begraafplaats/crematorium
Per gelijktijdige plechtigheid
3,0
67%
Gezondheidscentrum (bezoekers)
Per 100 m² bvo
1,0
n.v.t.
Gezondheidscentrum (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,3
n.v.t.
Kerk/moskee
Per 100 zitplaatsen
20,0
60%
Ziekenhuis (bezoekers)
Per 100 m² bvo
0,2
n.v.t.
Ziekenhuis (medewerkers)
Per 100 m² bvo
0,3
n.v.t.
Bibliotheek
Per 100 m² bvo
2,0
97%
Bioscoop
Per 100 m² bvo
4,0
94%
Fitness
Per 100 m² bvo
3,5
90%
Museum
Per 100 m² bvo
0,5
95%
Sporthal
Per 100 m² bvo
1,4
96%
Sportveld
Per ha netto terrein
30,0
95%
Sportzaal
Per 100 m² bvo
2,2
94%
Stadion
Per 100 zitplaatsen
5,0
99%
Stedelijk evenement
Per 100 bezoekers
18,0
99%
Theater
Per 100 zitplaatsen
13,0
87%
Zwembad (openlucht)
Per 100 m² bassin
15,0
97%
Zwembad (overdekt)
Per 100 m² bassin
11,0
99%
Fastfoodrestaurant
Per 100 m² bvo
8,0
90%
Restaurant/café/bar/cafetaria
Per 100 m² bvo
3,0
80%
Bijlage 7 Kwaliteitseisen fietsparkeren en scootmobielen
Eisen voor toegankelijkheid
1Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en).
2De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/ neven/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd.
3De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.).
4Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden.
5Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.
6Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer.
Eisen voor inrichting en bruikbaarheid
1Een gemeenschappelijke fietsenstalling biedt ruimte voor de fietsparkeerplaatsen van maximaal 100 woningen.
2De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld.
3Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (door het gebouw) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling.
4De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.
5Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren.
6Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParKeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm.
7De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen.
8De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 650 mm breed.
9De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 375 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag.
10De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter.
11De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten:
a.Minimaal 5% van de plaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1000 mm breed);
b.Minimaal 15% van de plaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm).
12De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor scootmobielen, waarbij voor 1 scootmobiel wordt uitgegaan van een parkeerplaats met een lengte van 1400 mm en een breedte van 700 mm (inclusief benodigde manoeuvreerruimte betekent dit gemiddeld 3 m² per scootmobiel).
13De benodigde ruimte voor het parkeren van scootmobielen is afhankelijk van het aantal woningen en wordt bepaald op basis van de volgende formule:
a.< 50 woningen: aantal woningen / 7 * 3 m²
b.50 tot 100 woningen: aantal woningen / 9 * 3 m²
c.100 tot 150 woningen: aantal woningen / 11 * 3 m²
d.150 tot 200 woningen: aantal woningen / 13 * 3 m²
e.> 200 woningen: aantal woningen / 15 * 3 m²
14De ruimten voor het parkeren van scootmobielen zijn (bij voorkeur) apart gesitueerd van ruimten voor het parkeren van fietsen.
15Parkeerplaatsen voor scootmobielen zijn voorzien van een elektrische oplaadmogelijkheid.
16Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald.
17De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers.
18De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 1800 mm lang en 750 mm breed.