Gemeentelijke regelgeving

Groenbeheerplan 2024 – 2028 Gemeente Ridderkerk

Gemeente Ridderkerk · geldt sinds 17 januari 2024

Aanhef

Vastgesteld door het college op 31 oktober 2023

Groenbeheerplan 2024 – 2028 Gemeente Ridderkerk

DG Groep b.v. is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van de DG Groep b.v. Opdrachtgever vrijwaart de DG Groep b.v. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. © DG Groep® b.v.

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever hierboven aangegeven en is haar eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en de DG Groep b.v., noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

3 Kaders en (beleids)uitgangspunten

3.2 Gemeentelijke kaders

3.2.1 Omgevingsvisie 2035 (2017)

De kaders in de Omgevingswet zijn mede aanleiding geweest om de omgevingsvisie Ridderkerk 2035 op te stellen. De omgevingsvisie geeft aan welke ambities en doelen de gemeente op lange termijn nastreeft en op welke wijze de gemeente deze doelen en ambities wil bereiken. Thema’s als klimaatadaptatie, biodiversiteit, duurzaamheid en gezondheid komen hier veelvuldig in terug. De identiteit van Ridderkerk is in drie kernwaarden samen te vatten:

1Sterke wijken, goed verbonden;

2Groenblauwe oase;

3Kloppend hart.

Een belangrijke eerste opgave voor het versterken van de kernwaarde Groenblauwe oase ligt in het verbeteren van de verbindingen tussen de grotere groengebieden. Daarnaast zijn ook het beter bereikbaar en herkenbaarder maken van de groengebieden en de rivieren en het beter dooraderen van Ridderkerk met groenblauwe zones belangrijke opgaves.

3.2.2 Groenvisie Ridderkerk (2020-2024)

De Groenvisie Ridderkerk ‘Groen is onze toekomst’ beschrijft hoe Ridderkerk wil omgaan met het groen. Hierin zijn ambities voor de lange termijn opgesteld aan de hand van zes thema’s: Identiteit, gezondheid, biodiversiteit, klimaat, energietransitie en economie. In de visie onderscheiden we verschillende deelgebieden: de grote groengebieden, hoofd groenstructuur, wijken en bedrijventerreinen. In hoofdstuk 3.3 zijn de ambities uit de groenvisie beschreven.

3.2.3 Werken vanuit ecologie (2023)

In de groenvisie is de tweede ambitie ‘biodiversiteit’ nader omschreven: “de grote variatie aan samenhangende natuur in onze gemeente zorgt voor een rijke biodiversiteit”. Om dit te kunnen realiseren is meer verdieping en richting nodig om de juiste keuzes te maken. In het rapport ‘ Werken vanuit Ecologie’ is deze verdieping uitgewerkt. In het plan worden diverse maatregelen voorgesteld om de leefomgeving te verbeteren. Werken vanuit ecologie is op 27 januari 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Relevante aspecten zijn meegenomen in dit beheerplan.

3.2.4 Bomenplan Ridderkerk “Geef bomen de ruimte” (2012)

In het bomenplan Ridderkerk is beschreven hoe de gemeente Ridderkerk zich inzet voor een gezond, veilig en duurzaam bomenbestand, voor nu en voor de toekomst. In dit plan zijn de volgende kaders te vinden:

•In het stedelijk gebied is het beter om minder bomen, maar wel op geschikte plaatsen, te planten dan vele exemplaren, die nimmer tot goede volwassen bomen kunnen uitgroeien. Kwaliteit gaat boven kwantiteit;

•In gebieden waar stedelijke vernieuwing en infrastructurele veranderingen in het vooruitzicht zijn, wordt het groen integraal beoordeeld op kwaliteitsverbetering. Een bomentoets, Boom Effect Analyse (BEA), wordt uitgevoerd voor het bepalen of het bomenbestand duurzaam behouden kan blijven.

•Bij werkzaamheden in de omgeving van duurzame bomen wordt gewerkt met een bomen effect analyse.

•Ziekten en plagen worden continue gevolgd met als doel tijdig in te spelen op onvoorziene ontwikkelingen en tijdig inzicht te krijgen in de financiële gevolgen;

•Bij onverwachte ziekten volgt de gemeente de landelijke richtlijnen en adviezen op;

•Het afgeven van een omgevingsvergunning voor belangrijke en (toekomstige) monumentale bomen vindt niet plaats, tenzij er sprake is van grote veiligheidsrisico’s of grote maatschappelijke belangen;

•Nieuwe bomen in de stedelijke- en wijkboomstructuur moeten zodanige groeimogelijkheden mee krijgen, zodat ze tenminste 50 jaar optimaal kunnen functioneren;

•Het behoud van gezonde en vitale bomen met een lange levensduur in belangrijke groenzones is het uitgangspunt;

Voor het terug planten van bomen geldt dat niet naar het aantal maar naar de beschikbare ruimte wordt gekeken. Het is van belang dat nieuw te planten bomen zowel boven- als ondergronds ongehinderd kunnen uitgroeien. De nieuwe plantlocaties moeten zodanig worden gekozen dat een voldoende groen straatbeeld te behalen is. Ter compensatie van het boomverlies dient in de directe omgeving aanplant van bomen plaats te vinden. Indien dit niet lukt dan moet elders in dezelfde wijk naar compensatieruimte worden gezocht. Kwaliteit gaat boven kwantiteit: het is beter minder bomen te planten op geschikte plaatsen dan vele wegkwijnende exemplaren.

Op locaties waar bomen gekapt moeten worden lukt het niet altijd om één op één bomen terug te planten. Oorzaken zijn het grote aantal wensen dat speelt bij de inrichting van de openbare ruimte. Het gaat daarbij meestal om wensen ten aanzien van parkeren, afvalinzameling, openbare verlichting en leidingen/riolering. In dit soort gevallen dienen passende compromissen te worden bereikt met een goede afweging van alle belangen.

3.2.5 Groene kaart (2023)

Bomen bepalen het groene beeld van Ridderkerk. De Groene kaart van Ridderkerk ( figuur 1) bevat een samenhangend geheel van solitaire monumentale bomen, bomen in groengebieden en lijnvormige boomstructuren langs wegen in de gemeente. Om de groene kwaliteit van Ridderkerk in de toekomst te borgen en te voorkomen dat beeldbepalende en monumentale bomen uit het straatbeeld verdwijnen, is de Groene Kaart een belangrijk instrument bij de beoordeling van omgevingsvergunningsaanvragen voor het kappen van bomen.

De regelgeving voor bewoners wordt op deze wijze vereenvoudigd. En de kaart biedt handvatten voor het omgaan met klachten en meldingen van bewoners. Bomen die niet op de Groene Kaart staan, zijn vergunningsvrij. Begin 2023 is de Groene Kaart geactualiseerd.

Figuur 1: Groene kaart Gemeente Ridderkerk 2023.

3.2.6 Handboek Bomen (2022)

Bij plannen voor aanleg of wijziging van de openbare ruimte houdt de gemeente Ridderkerk zich aan de regels uit het Handboek Bomen 2022. Dit handboek bevat onder meer:

•relevante en actuele vakinformatie;

•kwaliteitsborging beheer;

•boomveiligheidscontrole;

•onderzoek, taxatie, dataregistratie;

•verschillende ontwerp - en technische eisen om nieuwe en bestaande bomen voldoende bescherming te bieden bij aanleg en herinrichting.

3.2.7 Bomen en zonnepanelen (2022)

De gemeente hecht grote waarde aan het verduurzamen van woningen middels zonnepanelen. Tegelijkertijd vinden we onze groen- en bomenstructuren ook belangrijk. Om duidelijkheid te scheppen in situaties waarin deze belangen tegenstrijdig kunnen zijn, zijn de volgende beleidsuitgangspunten geformuleerd:

•Op locaties waar reeds een ingerichte openbare ruimte inclusief een bestaand bomenbestand aanwezig is, krijgen bomen voorrang.

•Bij nieuwbouwsituaties wordt bij de inrichting van de openbare ruimte altijd een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het aantal, de locaties en de soorten bomen die worden geplant, rekening houdend met de aanwezigheid en/of komst van zonnepanelen ( maatwerk).

•In geval van herinrichting van de openbare ruimte waarbij bestaande bomen niet op dezelfde locatie kunnen worden gehandhaafd, geldt het uitgangspunt zoals genoemd bij ‘nieuwbouwsituaties’. Het behoud van de bestaande groen -en bomenstructuren ( Groene Kaart) is een voorwaarde. Indien het bestaande bomenbestand behouden blijft bij herinrichting, geldt het uitgangspunt zoals genoemd bij ‘bestaande situaties’.

(Zie verder https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR674333)

3.2.8 Strategie klimaatadaptatie gemeente Ridderkerk (2022)

In de Strategie Klimaatadaptatie Ridderkerk zijn de kerndoelen voor klimaatadaptie als volgt omschreven:

•We zijn water robuust en klimaatbestendig

o Werken aan een water robuuste omgeving

o Natuurlijke waterkringloop

o Alle nieuwbouw klimaat adaptief

•We hebben een leefbare en gezonde leefomgeving

o Klimaat adaptief inrichten stedelijk gebied.

o Klimaatbestendig landelijk gebied

o Werken aan een gezonde leefomgeving

Binnen de gemeente wordt de komende jaren ingezet op het ontwikkelen van een aanpak van duurzame gebiedsontwikkeling, waarbij de duurzaamheidsdoelen integraal in de opdrachtformulering van ruimtelijke plannen worden geborgd. De regelgeving op dit gebied is tevens in ontwikkeling, zo wordt er op dit moment een nationale meetlat opgezet waarbij de minimale normen voor hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen, bodem, biodiversiteit worden vastgesteld. Bovenop deze minimum eisen krijgen de lokale ambities nog vorm. De lokale ambities zijn op dit moment nog niet vastgesteld.

3.2.9 Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR 2023)

Het Handboek Openbare Ruimte (2015) wordt vervangen door de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte. In deze leidraad staan de belangrijkste kaders voor de inrichting van de openbare ruimte.

Bij het schrijven van dit groenbeheerplan was de LIOR nog niet vastgesteld.

5 Huidige situatie groen

5.2 Kwaliteit van het groen

5.2.1 Ambitie

Voor de bezuinigingen in de jaren 2010-2011 was het kwaliteitsniveau voor het groen in de openbare ruimte volgens de CROW beeldmeetlatten vastgesteld op ‘hoog’ (A) voor winkelcentra en ‘standaard’ (B) voor de overige gebieden. In 2013 zijn de kwaliteitsniveaus in het beleidskader Duurzaam Beheer opnieuw vastgesteld voor het groen in de openbare ruimte en teruggebracht naar kwaliteitsniveau B (standaard) voor winkelcentra en woongebieden en onderhoudsniveau C (minimaal) voor bedrijventerreinen. Dit sluit in het algemeen aan op het landelijke gemiddelde en is het onderhoudsbeeld van de openbare ruimte redelijk tot goed.

Het werken met beeldkwaliteit levert veel vragen op omdat binnen de marges van een kwaliteitsniveau ruimte is om ‘niet alles’ te verwijderen zoals bijvoorbeeld bij het verwijderen van onkruid.

In 2019 is gestart met een pilot in een deel van de gemeente om de beeldmeetlatten los te laten en het onderhoud uit te voeren op basis van frequentie, waarbij op vaste momenten onderhoud wordt gepleegd. De ervaringen met deze wijze van onderhoud waren positief. Op basis hiervan is in 2020 het onderhoud op basis van frequentie gemeente breed ingevoerd voor een eenduidig kwaliteitsbeeld. Er is voor een onderhoudsfrequentie gekozen waarbij het groen in de openbare ruimte jaarrond gemiddeld een B-kwaliteit laat zien. Hotspots, zoals het centrum en winkelgebieden worden intensiever onderhouden. Hier moet de kwaliteit op A-niveau zijn. (Zie 5.2.2. figuur 4 voor een voorbeeld beeldmeetlat).

In het coalitieakkoord van 2022 – 2026 staat de volgende ambitie geformuleerd:

“Ondanks de investeringen in het onderhoud van de buitenruimte zien we toch ruimte voor verbetering van het onderhoudsniveau”.

5.2.2 Monitoring van de kwaliteit

Beplanting

In 2022 liet de gemeente elk kwartaal een extern bureau een schouw uitvoeren voor alle beheeronderdelen, ook het groen. Voor inspecties wordt de CROW-systematiek gebruikt. CROW is een Nederlands kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid. Kenmerkend van deze systematiek is het gebruik van beelden/foto’s met normen om de kwaliteit van de openbare ruimte te meten en te beschrijven. Hierbij kan zowel de technische kwaliteit als de verzorgingskwaliteit worden beoordeeld. Er is gecontroleerd aan de hand van een selectie van beeldmeetlatten van het CROW (zie figuur 4).

De landelijke standaard voor beeldkwaliteitsniveaus, zoals in tabel 2, is opgenomen in de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2018. Hierin wordt een algemene beschrijving gegeven van de kwaliteitsniveaus (A+ tot en met D) en een voorbeeld van een beeldmeetlat.

Niveau

Omschrijving

Toelichting

A+

Zeer goed

Nagenoeg ongeschonden

A

Goed

Mooi en functioneel

B

Voldoende

Functioneel

C

Matig

Onrustig beeld enige vorm van hinder

D

Slecht

Functieverlies, sociaal onveilig, juridische aansprakelijkheidsstelling

Tabel 2: Kwaliteitsniveaus volgens kwaliteitscatalogus openbare ruimte (CROW)

Figuur 4: Voorbeeld beeldmeetlat volgens kwaliteitscatalogus openbare ruimte (CROW)

Er is geschouwd op de volgende beeldmeetlatten:

-Groen beplanting beschadiging

-Groen beplanting bodembedekkers kaal oppervlak

-Groen beplanting bodembedekkers snoeibeeld

-Groen beplanting gaten in haag

-Groen beplanting heesters kaal oppervlak

-Groen beplanting struikrozen

-Groen beplanting struikrozen snoeibeeld

-Groen beplanting vaste planten sluiting

Volgens de inspectiegegevens voldoet de gemiddelde beeldkwaliteit van de geïnspecteerde beplanting in Ridderkerk aan de ambitie van B-kwaliteit volgens CROW-normen.

Om deze ambitie te bereiken , moet minimaal 90% van de beplanting op dat niveau zijn. Het is echter belangrijk op te merken dat een gemiddelde beeldkwaliteit een vertekend beeld kan geven. De kwaliteit kan variëren afhankelijk van specifieke locaties of beheergroepen. In sommige gebieden kan de kwaliteit hoog zijn, terwijl deze in andere gebieden juist laag kan zijn. De beheertypen bomen, bosplantsoen, recreatiebos en gazon/gras zijn niet meegenomen in deze inspecties.

In de volgende paragrafen wordt per beheergroep het resultaat van de inspectie toegelicht.

Bomen

Jaarlijks laat de gemeente minimaal een derde van haar bomenbestand controleren op veiligheid en conditie. Deze boomveiligheidscontrole (BVC) is een visuele inspectie gericht op het opsporen en registreren van boomgebreken die binnen een bepaalde tijdsperiode, met het oog op veiligheid, potentiële schade kunnen veroorzaken. Deze inspectie volgt de landelijke richtlijn BoomVeiligheidsRegistratie (BVR), Het uitgangspunt is dat de boomveiligheidscontrole wordt uitgevoerd vanaf de grond, zonder gebruik te maken van aanvullende hulpmiddelen zoals ladders en spades.

5.3 Omvang en kwaliteit per type groen

5.3.1 Bomen

Omschrijving

Een boom is een houtig gewas met een wortelgestel en een enkele, stevige houtige stam, die zich boven de grond vertakt. Bomen worden ingedeeld in vrij uitgroeiende en niet vrij uitgroeiende bomen (bomen langs wegen en straten). Hiernaast bestaan er ook speciale boomvormen zoals lei- en vormbomen. Lei­bomen worden doelbewust gesnoeid of gebonden om unieke vormen zoals schermen te creëren (de bekende lei-lindes). Vormbomen worden gesnoeid om specifieke en vaak opvallende vormen te krijgen (bijvoorbeeld dak-platanen). Ook knotbomen is een aparte beheervorm. Deze bomen worden regelmatig teruggesnoeid om de groei te bevorderen vaak vanuit landschappelijke of cultuurhistorische overwegingen (de overbekende knotwilgen). Kandelaberen is een extreme knottechniek waarbij de takken van de boom sterk worden ingekort Hierdoor krijgt de boom de vorm van een kandelaar. Dit is eigenlijk geen reguliere snoeimethode en wordt soms toegepast wanneer een boom te groot is voor zijn huidige standplaats.

Hoeveelheid

Het bomenbestand van Ridderkerk omvat meer dan 19.000 bomen en bestaat uit ongeveer 450 boomsoorten. De meest voorkomende soort is de esdoorn, deze maakt ruim 14% uit van het bomenbestand, verder komen kers, es en wilg veel voor. In de top 10 komen veel inheemse soorten voor, deze dragen positief bij aan de biodiversiteit. De meeste bomen zijn laan- of straatbomen (84%), daarnaast bevat het bomenareaal 6% knotbomen en 5% vormbomen. Het aantal bomen dat vrij uit kan groeien is 4%. (Parken en recreatiegebieden) De meeste bomen staan in gazon (41%) of beplanting (50%).

Figuur 6: Meest voorkomende boomsoorten in het bomenbestand

Een dendroloog heeft in 2020 een lijst opgesteld met Ridderkerkse bomen die gekozen kunnen worden op basis van lokale oorsprong, klimaatbestendigheid, duurzaamheid (levensduur/niet snelgroeiend) en waarde voor fauna.

Monumentale bomen

In het beheersysteem hebben 145 bomen de waarde ‘monumentaal’ bij “status”. Om te voldoen aan de randvoorwaarden voor een individuele monumentale boom gelden de volgende criteria:

•minstens 50 jaar oud;

•mag geen gevaar opleveren voor de woon- en leefomgeving;

•moet in een conditie verkeren waarbij volledig verval niet binnen 10 jaar te verwachten is;

•moet een extra waarde hebben (beeldbepalend, cultuurhistorisch, ecologisch en/of dendrologisch)

In het openbaar gebied staan 49 monumentale bomen. Van deze bomen heeft een deel een plantjaar tussen 1975 en 1982 en zijn jonger dan 50 jaar. Er is voor gekozen deze wel in de aantallen op te nemen, omdat het potentieel monumentale bomen zijn. Deze bomen stonden ook al op de Groene Kaart van 2013 en 2018.

In ons beheersysteem staan 145 monumentale bomen met een monumentale waarde. Hiervan staan er 49 in openbaar gebied en zijn eigendom van de gemeente. Daarnaast staan er 49 in openbaar gebied maar daarvan is de gemeente geen eigenaar. Deze bomen zijn eigendom van bedrijven, kerken, woningcorporaties of nutsbedrijven. De overige 47 monumentale bomen zijn privé-eigendom en waardevolle particuliere bomen.

Wij vinden deze bomen zo belangrijk dat we ze minimaal 1x per 3 jaar laten inspecteren door een extern boomdeskundig adviesbureau. Als uit deze boomveiligheidscontrole blijkt dat er veiligheidsmaatregelen nodig zijn, dan voert de gemeente deze uit. Let wel: dit betreft alleen het verwijderen van dood hout, het innemen/verwijderen van overbelaste takken, het reduceren van de kroon of het aanbrengen/bijstellen van kroonverankering.

Het oplossen van bestratingsopdruk, het uitvoeren van reguliere snoeiwerkzaamheden (bijv. het snoeien van leilindes), het bestrijden van luizen ed. of het verwijderen van wortels, doen wij als gemeente niet. Als de boom dood is of het advies ‘vellen’ krijgt, stellen wij de eigenaar daarvan op de hoogte. Wij rooien deze boom niet, dat is de verantwoordelijkheid van de boomeigenaar.

Belangrijke bomen in beeld

Op de Groene Kaart 2023 staan alle belangrijke boomstructuren en –gebieden in het openbaar gebied. Dit zijn de beeldbepalende bomenrijen en boomgroepen op de dijken, in de parken, langs de doorgaande wegen, in de woonwijken en op de bedrijventerreinen. Ook de monumentale bomen van bewoners staan op de Groene Kaart 2023. Deze bomen zijn door hun leeftijd uniek voor Ridderkerk, bepalen het beeld in de straat en zijn belangrijk voor de cultuurhistorie of natuur.

Kwaliteit

Jaarlijks wordt 1/3 deel van het bomenbestand gecontroleerd op veiligheid en conditie. In de afgelopen jaren zijn alle bomen in Ridderkerk gesnoeid maar niet allemaal binnen de gestelde veiligheidstermijn van 6 maanden. Op dit moment is er een achterstand in onderhoudssnoei van ongeveer 35% van het totaal aantal bomen. Deze achterstand ontstond door krapte op de arbeidsmarkt voor dit specialistische werk en daardoor een langdurig openstaande vacature. Om de snoeiachterstand weg te werken is in 2022 een groenaannemer ingeschakeld. Snoeiachterstand is ongewenst omdat deze de duurzame ontwikkeling van de bomen in gevaar brengt. Te laat snoeien betekent grotere snoeiwonden, een slechtere boomconditie en daarmee een grotere kans op ziekten en plagen. Ook neemt het risico op takbreuk toe.

Tabel 3 en figuur 7 geven een overzicht van de veiligheidscategorieën. Dit is een momentopname en geeft na recente inspecties een ander beeld. Attentiebomen laten we ieder jaar inspecteren. Bij risicobomen moet een veiligheidsmaatregel worden uitgevoerd. Dit is hoofdzakelijk (grof) dood hout verwijderen of takken innemen. Soms adviseert de inspecteur de boom te vellen. Dit advies volgen we altijd op omdat we risico op (letsel)schade te allen tijde willen voorkomen.

In het bomenareaal is 37% van de bomen is een risico- of attentieboom. Bij risicobomen zijn één of meerdere maatregelen nodig, zoals snoeien, vellen, kroonverankering of nader onderzoek. Attentiebomen zijn bomen die vanwege gebreken jaarlijks moeten worden gecontroleerd om weer te voldoen aan de veiligheidseisen. De percentages zijn een momentopnmane. Een boom kan nog als risicoboom in het beheersysteem staan, maar door middel van snoei kan het veiligheidsrisico al zijn weggenomen.

Boomveiligheid

Aantal

Boom zonder noemenswaardige afwijkingen

12.039

stuks

Risicoboom

6.509

stuks

Attentieboom

492

stuks

Tabel 3:Gegevens boomveiligheidsklassen (Geovisia juni 2023)

Figuur 7: Overzicht boomveiligheidsklassen

Tabel 4 en figuur 8 geven een overzicht van de bomen. 63 % van de bomen heeft een goede of voldoende conditie, terwijl van 37% is de conditie onvoldoende of slecht is beoordeeld. Dit is een normaal beeld omdat bomen van oorsprong niet thuishoren in een stedelijke omgeving en door de vaak beperkte groeiruimte moeite hebben zich goed te ontwikkelen en slechtere conditie deels veroorzaakt wordt door de achterstand in snoeiwerkzaamheden.

Conditie bomen

Aantal

Goed

454

stuks

Voldoende

11.685

stuks

Onvoldoende

6.045

stuks

Slecht/afgestorven

856

stuks

Tabel 4: Gegevens boomconditie (Geovisia juni 2023)

Figuur 8: Overzicht boomconditie

5.3.2 Solitairen

Omschrijving

Een solitair is een hoog opgaande struik die alleen of in groepen is aangeplant (in beplanting of gras). De snoei is gericht op het behoud van de (specifieke) vorm van de solitair. Zo worden solitaire hazelaars of vlinderstruiken regelmatig onderaan de stam afgezet waarna ze weer uitlopen tot meerstammige heesters. Solitaire sneeuwbalstruiken (Viburnum) vragen daarentegen meer specifieke snoei door gericht dode takken weg te knippen of oud hout weg te snoeien.

Hoeveelheid

Er zijn ca. 200 solitairen. De meest voorkomende soorten zijn de Amerikaans krentenboompje (Amelanchier lamarckii), Vlinderstruik (Buddleja davidii) en de Sneeuwbal (Viburnum bodnantense ‘Dawn’).

Kwaliteit

De kwaliteit van de solitairen worden niet apart geschouwd. Deze hebben in het algemeen een voldoende tot goede conditie.

5.3.3 Bosplantsoen

Omschrijving

Bosplantsoen is opgaande beplanting van inheemse houtige gewassen, bestaande uit zowel struik- als boomvormers. Deze beplanting beheren we extensief wat betekent dat we een natuurlijke groeiwijze nastreven en deze beplanting daarmee bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit in de openbare ruimte. Het sortiment bosplantsoen is heel divers en bevat onder andere de bekende soorten als veldesdoorn (Acer campestre), Corylus avellana (hazelaar) en Sambucus nigra (gewone vlier)

Hoeveelheid

Het bosplantsoen betreft circa 8 % van het groenareaal, en een oppervlakte van 161.293 m2. Het bosplantsoen is te vinden in woonwijken (40%), bedrijventerrein( 23%) en langs wegen (12%).

Kwaliteit

Het bosplantsoen maakte geen deel uit van de inspecties. Het bosplantsoen werd de afgelopen jaren onderhouden door de wijkploegen. Er zijn achterstanden in het onderhoud ontstaan en er zijn zaailingen uitgegroeid tot bomen. De achterstand in het bosplantsoen wordt door toezichthouders ingeschat op 30%. Met ingang van 2023 wordt het bosplantsoen onderhouden door een aannemer.

5.3.4 Recreatiebos

Omschrijving

Opgaande beplanting van boomvormers, die extensief wordt beheerd. Recreatiebos is vooral te vinden in de recreatiegebieden en soms langs de wijkontsluitingswegen.

Hoeveelheid

Het betreft 9% van het groenareaal en een oppervlakte van 181.522 m2.

Kwaliteit

Het recreatiebos maakte geen deel uit van de inspecties. Het bos werd de afgelopen jaren onderhouden door de wijkploegen. Door onvoldoende capaciteit zijn achterstanden in het onderhoud ontstaan. Deze wordt door toezichthouders ingeschat op 30%. Met ingang van 2023 wordt het recreatiebos onderhouden door een aannemer.

5.3.5 Heesters

Omschrijving

Heesters zijn houtige gewassen die zich onder of vanaf de grond vertakken, struikvormend zijn en een opgaand karakter hebben. Vanwege hun bloei, bladkleur, vruchten etc. dragen ze bij aan de sierwaarde van en biodiversiteit in de openbare ruimte. Cotoneaster (dwergmispel), Lonicera (struikkamperfoelie), Potentilla (ganzerik) en Spiraea (spierstruik) zijn bekende sierheesters in Ridderkerk. Ook de heesterrozen vallen onder deze beheergroep.

Hoeveelheid

Hoeveel 26,3 ha. Bijna 70% van deze beplanting bevindt zich in de woonwijken. Het betreft circa 14 % van het groenareaal.

Kwaliteit

Uit de inspectie blijkt dat rozen en sierplantsoen voldoen aan de gewenste ambitie. De kwaliteit van de bodembekkende heesters is minder goed. De beeldkwaliteit wordt hier beoordeeld met een C. Een deel van de vakken 21% scoort onder het gewenste ambitieniveau. Bij 6% is een D-kwaliteit waargenomen en is de achterstand van ernstig niveau.

Figuur 9: kwaliteit bodembedekkers (bron: gecombineerde resultaten van schouw Cyber en quickscan DG groep)

Figuur 10: foto quickscan: D-resultaat op beeldmeetlat bodembedekkers – kaal oppervlak.

De theoretische levensduur van heesters is 25 jaar. Het areaal heesters bevindt zich voor 70% in woonwijken, waarvan een groot deel is aangelegd in de jaren 60-70. Hoewel met inboet en snoeien de kwaliteit lang goed is te houden, is na verloop van tijd toch renovatie nodig. Als geen of onvoldoende renovatie heeft plaatsgevonden, is dit is mogelijk een verklaring voor de slechte kwaliteit van de bodembedekkende heesters. Een deel van deze vakken zal gerenoveerd moeten worden.

5.3.6 Hagen

Omschrijving

Hagen zijn heesterbeplantingen die aan de bovenkant en zijkanten worden geknipt (geschoren) in de vorm van een blok of lijn. Hagen zorgen daarmee voor een strakke lijn en structuur in de openbare ruimte. Meer dan de helft van de hagen bestaat uit bekende ‘haagsoorten’ als Acer campestre (veldesdoorn), Carpinus betulus (haagbeuk) en Ligustrum vulgare (gewone liguster)

Hoeveelheid

Het betreft circa 1 % van het groenareaal. Blokhagen komen vooral voor in woonwijken (70%). Lijnvormige hagen komen vooral voor in woonwijken (48%) en parken/ groengebieden (31%).

Kwaliteit

Volgens de inspectieresultaten is de technische kwaliteit van de hagen voldoende. Op de beeldmeetlat gaten in haag, wordt gemiddeld een B-kwaliteit waargenomen.

5.3.7 Vaste planten

Omschrijving

Dit betreft een kruidachtige (niet houtige) bloeiende beplanting, die langer dan twee jaar leven. De plant groeit uit in het voorjaar, bloeit meestal in de zomer en sterft af in de herfst waarbij de wortels overblijven om in het volgende voorjaar opnieuw uit te lopen. Soorten als ooievaarsbek (Geranium), kattekruid (Nepeta) of vrouwenmantel (Alchemilla) vallen onder deze beheergroep.

Hoeveelheid

Het betreft 1% van het groenareaal. Vaste planten komen vooral voor in groen gebieden/parken (29%), in woonwijken (25%) en langs hoofdwegen (19%).

Kwaliteit

De kwaliteit van de vaste planten is goed. Uit de inspectiegegevens blijkt dat 69% van de vaste planten beeldkwaliteit A heeft en ook de toezichthouders geven aan dat de vaste planten op A-kwaliteit zijn. In de inspectieresultaten lijkt 12% van de vaste planten in slechte conditie te zijn.

5.3.8 Gras

Omschrijving

De beheergroep gras delen we op in drie categorieën, te weten gazon, kruidenrijk gras en ruw gras. Gazon is kort gemaaid gras met beperkte kruidengroei (bijv. madeliefje en paardenbloem) bedoeld voor verfraaiing en recreatief gebruik als spelen en picknicken.

Kruidenrijk gras bestaat uit grassen en kruidachtigen waarbij het beheer gericht is op vergroten van de biodiversiteit (maaien en afvoeren). Ruw gras is gras met een ruig karakter dat na klepelen (fijnhakselen) blijft liggen.

Hoeveelheid

Bijna 70% van ons groenareaal bestaat uit gras.

Het grootste grasareaal bestaat uit gazon en ligt voornamelijk in de woonwijken.

Grastype

Areaal

Gazon

751.297

m²

Kruidenrijk gras

428.709

m²

Bloemenmengsel

40.988

m²

Ruw gras

149.119

m²

Totaal gras

1.370.113

m²

Figuur 11: Arealen grastypen (Geovisia juni 2023)

Figuur 12: Verdeling grasareaal (Geovisia juni 2023)

Kwaliteit

De kwaliteit van het gazon is vanuit beheeroogpunt een aandachtspunt (Bron: Groenvisie 2020-2024). Dit speelt in bijna alle wijken van Ridderkerk en komt mogelijk (mede door) de zetting in het gebied. Ook de aannemer geeft aan dat de ondergrond van slechte kwaliteit is (met veel kuilen en bulten) waardoor het moeilijk is om dit op het gewenste niveau te houden. Er is een start gemaakt (eind 2022) met de renovatie van de gazons.

6 Beheer en onderhoud van het groen

6.2 Dagelijks onderhoud

6.2.1 Boomonderhoud

De boominspectie laten we uitvoeren door een boomtechnisch adviesbureau. Dit om te voorkomen dat ‘de slager zijn eigen vlees keurt’. Voor dagelijks beheer van bomen maakt de gemeente Ridderkerk gebruik van een raamovereenkomst. Deze overeenkomst biedt een kader voor het uitvoeren van diverse snoeimaatregelen. Door middel van de raamovereenkomst kan de gemeente efficiënt en effectief het boombeheer organiseren en waarborgen dat het voldoet aan de gestelde kwaliteitsnormen en veiligheidseisen. Daarnaast snoeit de gemeentelijke bomenploeg een deel van de bomen.

6.2.2 Integrale onderhoudsbestekken

Het dagelijks groenonderhoud in Ridderkerk is geregeld via integrale onderhoudsbestekken. De gemeente is opgedeeld in twee percelen, elk met een specifiek onderhoudsbestek. De uitvoering van beide bestekken wordt door dezelfde aannemer uitgevoerd. In deze bestekken zijn alle benodigde werkzaamheden opgenomen en maken we gebruik van frequentiemaatregelen. In tegenstelling tot het beoordelen van het onderhoud op basis van beeldkwaliteit –waarbij het zichtbare resultaat centraal staat– richt een frequentiebestek zich op de regelmatige uitvoering van onderhoudswerkzaamheden. Dit betekent dat het onderhoud volgens een vooraf bepaalde frequentie wordt uitgevoerd, die aansluit bij het gewenste resultaat van de beeldsystematiek conform de CROW kwaliteitscatalogus voor de openbare ruimte. Het gebruik van het frequentiebestek streeft naar een consistente en planmatige aanpak van het onderhoud, waarbij de kwaliteit en verzorging van de openbare ruimte op een beheerste en effectieve manier worden gewaarborgd. Voor de burger is het duidelijk en begrijpelijk dat er in onderhoudsrondes gewerkt wordt in tegenstelling tot een beeldbestek.

De wijkploegen van de eigen dienst worden ingezet voor het onderhouden van het openbaar groen specifieke locaties, hotspots (o.a. winkelcentra).

6.2.3 Onderhoudskwaliteit

Het frequentiebestek is zo opgesteld dat gemiddeld in de gemeente een B-kwaliteit wordt gerealiseerd. Op hotspots, zoals centrum en winkelgebieden zorgen de wijkploegen van de buitendienst ervoor dat A-kwaliteit wordt gerealiseerd. Streefbeelden voor de belangrijkste beheergroepen zijn te vinden in bijlage 6. In het streefbeeld wordt beschreven wat het gewenste (eind)beeld is van een beheergroep en welke onderhoudsmaatregelen nodig zijn om dit beeld te realiseren.

In het coalitieakkoord van 2022 – 2026 staat de volgende ambitie geformuleerd:

“Ondanks de investeringen in het onderhoud van de buitenruimte zien we toch ruimte voor verbetering van het onderhoudsniveau.” Er is echter in dit akkoord niets specifiek vastgelegd wat het gewenste onderhoudsniveau (of beeldkwaliteit) voor openbaar groen zou moeten zijn.

6.2.4 Participatie en communicatie

Bewoners dragen beperkt bij in het groenbeheer. Het gaat hier meestal om onderhoud aan kleine groenperken, boomspiegels en incidentele opruimacties. De gemeente is terughoudend in deze vorm van participatie. Wanneer de vraag komt van bewoners naar het onderhouden van een stuk groen faciliteert de gemeente hier wel in.

Met bewoners van Ridderkerk gaan we in gesprek over de kansen die we samen kunnen oppakken. Zoals het realiseren van groene parels: door participatie van de buurt worden dat plekken met oog voor natuur én de wensen van omwonenden. Doorlopend zullen locaties worden gezocht voor het realiseren van een Groene Parel, waarbij wordt samengewerkt met de wijkregisseur. Uitgangspunt is om minstens twee groene parels per jaar te realiseren (Bron: Werken uit ecologie).

6.2.5 Onkruidbeheersing

Onkruidbeheersing is een belangrijk aspect in het onderhoud van de openbare ruimte. Om een verbetering op dit punt te realiseren is het goed om onkruidbeheersing integraal te bekijken. Dus niet alleen naar onkruid in beplanting en verharding, maar ook naar de frequentie van het schoonhouden van wegen en straten.

Onderdeel

Frequentie in bestek (p.j.)

Onkruid in beplanting

Boomspiegel: 8x

Hagen: 10 x

Sierplantsoen: 10 x

Heesterrozen: 10 x

Vaste planten: 12 x

Onkruidvrij maken verharding

Elementverharding: 2x branden + 3x borstelen

Ongebonden verharding 4x hete lucht, 1 keer schoffelen

Ver Verwijderen veegvuil

Elementverharding: 5x

Asfalt: 2x

Vuilbeheersing markten en Bolnes

52x

Figuur 13: overzicht frequentie onkruid- en vuilbeheersing

De frequentie voor onkruid verwijderen in beplanting in het onderhoudsbestek is gemiddeld 10 x per jaar. Dat is voldoende om in de openbare ruimte een beeldkwaliteit B te realiseren.

In het onderhoudsbestek is te zien dat de frequentie voor vegen wat lager ligt. Het verhogen van deze frequentie zou tot minder onkruid kunnen leiden. In Ridderkerk is echter gekozen voor een andere aanpak. Er heeft een proef gelopen met het verminderen van onkruid door het verwijderen van de voedingsbodem. Deze is succesvol gebleken en nu uitgerold naar de rest van de wijken. De verwachting is dat hierdoor meldingen over onkruid zullen afnemen.

6.3 Planmatig onderhoud

6.3.1 Inboet

Inboeten is het opnieuw aanplanten van bomen en planten die na aanplant niet zijn aangeslagen of door om wat voor reden zijn doodgegaan. Dit om open plekken in plantvakken en bomenrijen op te vullen.

6.3.2 Vervanging

Groen vervangen we wanneer het niet meer goed is te onderhouden of wanneer het technisch versleten is (einde van de levensduur). De vervangingsbehoefte berekenen we op basis van de gemiddelde theoretische levensduur. In dit beheerplan hanteren we voor de verschillende beheergroepen de theoretische levensduren uit tabel 5.

Vervanging van groen is afhankelijk van meer factoren dan alleen de theoretische levensduur. In een stedelijke omgeving zijn verschillende factoren van invloed op de levensduur van groen. Denk aan de bodemgesteldheid, beperkingen van de groeiplaats, (schade door) strooizout, schades en aanrijdingen, oneigenlijk gebruik, nat/droog, ziekten & plagen en nog vele andere omgevingsfactoren.

De daadwerkelijke levensduur/vervanging van het groen bepalen we op basis van de werkelijke kwaliteit en vitaliteit ervan.

Groentype

Theoretische levensduur

% vervanging per jaar

Bomen

50– 75 jaar

2% bomen in verharding

1,3% bomen in gras/beplanting

Bosplantsoen

50jaar

2%

Heesters

25jaar

4%

Vaste planten

10jaar

10%

Hagen

25jaar

4%

Gazon

25jaar

4%

Kruidenrijk/ruw gras

50jaar

2%

Tabel 5. Theoretische levensduur Ridderkerkse beheergroepen

6.3.3 Integrale aanpak groenvervanging

Bij integrale herinrichtingsprojecten buitenruimte beoordelen we vooraf of gelijktijdig het openbaar groen (de bomen/ beplanting) gerenoveerd moet worden. Deze afweging maakt de groenbeheerder. De praktijk leert dat bij vervangingsprojecten op het gebied van riolering, verharding en/of speelvoorzieningen het groen ook gelijktijdig vervangen wordt. Hiermee pakken we meerdere onderhoudsaspecten in één keer aan, wat leidt tot een optimale inrichting en kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte.

6.4 Onderhoud per beheertype

6.4.1 Bomen

Doelstelling

Een vitaal en duurzaam bomenbestand te realiseren die de kwaliteit van onze groene leefomgeving versterkt. Dit vereist onderhoud en aandacht, vanaf aanplant tot het moment van vervanging. Niet zozeer de hoeveelheid bomen als wel de kwaliteit en diversiteit van bomen is van belang voor een volwaardige bomenstructuur. We streven naar een bomenbestand van hoge kwaliteit, wat betekent dat de bomen in goede conditie verkeren en er geen snoeiachterstanden zijn. Bomen dragen zo bij aan een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving voor onze inwoners.

Om dit te bereiken, is ons deskundig onderhoud gericht op het bevorderen van sterke, gezonde bomen en duurzame instandhouding. We zetten in op regelmatige inspecties, gepaste snoei en zorgvuldige verzorging. Door vroegtijdige detectie en aanpak van ziekten, plagen en gebreken borgen we de vitaliteit van onze bomen en minimaliseren daarmee potentiële risico's.

Dagelijks onderhoud

De gemeente inspecteert en onderhoudt haar bomen in een cyclus van 3 jaar. Alle attentiebomen en bomen met een verhoogde gevaarzetting (essen, populieren en wilgen ouder dan 40 jaar) laten we ieder jaar inspecteren. Conform het Handboek Bomen 2022 worden de bomen tijdens de inspectie beoordeeld op veiligheid en snoeibeeld. Met deze driejaarlijkse controle- en snoeicyclus voldoen we aan de landelijke richtlijn. Jonge bomen worden begeleid in hun ontwikkeling en meestal opgekroond (verwijderen onderste takken) om de wettelijke vrije doorgang te bereiken). Onderhoudssnoei vindt plaats bij de oudere bomen waarbij alleen dode, onveilige of verkeerd gegroeide takken worden verwijderd.

De huidige achterstand in het snoeibeeld (ongeveer een derde van het totale aantal) is ongewenst. Als een boom vanuit de inspectie het advies ‘vellen’ krijgt, kappen we deze boom binnen de gestelde termijn en streven we naar herplant op dezelfde locatie (of in de nabije omgeving).

Planmatig onderhoud

Jaarlijks worden om meerdere redenen bomen vervangen. Op basis van de inspectie en meldingen vervangen we dode en ernstig zieke bomen. Bomen kunnen in slechte conditie zijn, onveilig of ziek. Dat kan aanleiding te zijn om te vervangen. Daarnaast worden bomen vervangen als ze aan het einde van hun levensduur zijn.

Ridderkerk wil het huidige bomenbestand behouden en versterken. In de Groenvisie 2020-2024 is de volgende herplantnorm opgenomen:

•elke gekapte boom wordt gecompenseerd;

•de biomassa (bladoppervlak) op termijn toeneemt (meer grote bomen);

Bij de herplant wordt gekeken naar de meerwaarde die de herplant kan opleveren voor de omgeving en de mensen die er wonen.

De vervanging aan het einde van de levensduur betreft de structurele vervanging die jaarlijks nodig is om het bomenbestand duurzaam in stand te houden. Figuren 13 en 15 laten de leeftijd en leeftijdsopbouw van de bomen zien.

Figuur 14: leeftijd bomen

Figuur 15: leeftijdsopbouw bomenbestand

Het bomenbestand is relatief oud, iets meer dan de helft van de bomen is 40 jaar of ouder. Ruim 9500 bomen komen binnen 25 jaar naar verwachting aan het einde van hun theoretische levensduur. De groeiplaats van oudere bomen is vaak nog niet optimaal. De verwachting is dat deze vervanging een piek gaat opleveren. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de bomen in de wijken West en Drievliet. De gemeente gaat uit van resultaatgericht beheer, waarbij alleen vervangen wordt wat daadwerkelijk nodig is. (Bron: Beheerplan Openbare Ruimte 2020 – 2024).

In Ridderkerk worden per jaar circa 125 bomen vervangen. Dit betreft de vervanging die voorkomt uit de BVC en de inboet naar aanleiding van meldingen en eigen waarnemingen circa 20%. De overige vervanging betreft de vervanging in verband met afschrijving (levensduur), dit is circa 80% (Bron: HvW/KL).

De theoretische vervangingsopgave einde levensduur betreft jaarlijks 260 bomen. Waar mogelijk wordt in projecten vervanging van bomen en groen meegenomen, dit is echter niet toereikend om invulling te geven aan de benodigde structurele vervanging. Meer dan de helft van de bomen is 40 jaar of ouder. Op langere termijn moet vanwege de veroudering van het areaal rekening gehouden worden met een sterke stijging in de vervangingskosten. Het is wenselijk om jaarlijks voldoende budget te reserveren voor deze vervanging.

Om de ambities uit de Groenvisie te borgen bij geplande (herinrichtings) projecten wordt hiervoor budget per project toegevoegd. Dit is voor behoud, vervanging en/of uitbreiding van groen. Dit wordt met ingang van 2022 toegepast. Om vervangingspieken in de toekomst af te vlakken, wordt aangeraden om daarnaast jaarlijks structureel een deel van het totale bomenbestand te vervangen.

Het kan voorkomen dat een boom langer leeft dan zijn theoretische levensduur maar vaak wordt deze leeftijd niet bereikt vanwege reconstructies, ophogingen, graafwerkzaamheden kabels & leidingen en andere factoren. Gezonde oude bomen proberen we zo lang mogelijk te behouden.

6.4.2 Solitairen

Doelstelling

Ook het beheer van onze solitairen is gericht op duurzame instandhouding. Anders dan bij bomen worden solitairen niet geïnspecteerd uit oogpunt van veiligheid. Dit omdat ze qua grootte geen gevaar vormen voor de veiligheid van de woon- en leefomgeving.

Dagelijks onderhoud

Het dagelijks onderhoud aan solitairen is minimaal. Dagelijks onderhoud bestaat uit het bijmaaien van gras rondom de solitair en het om de zoveel jaar snoeien.

Planmatig onderhoud

Dode en zieke solitairen vervangen we tijdens het plantseizoen (grofweg november–maart).

6.4.3 Bosplantsoen

Doelstelling

Het bevorderen van natuurlijke (inheemse) en gemengde vegetatie met een zoom–mantel–kern opbouw. Kruidengroei, gefaseerd maaien en het periodiek laten liggen van plantaardig materiaal, stimuleert de biodiversiteit. Bij het beheer van bosplantsoen kunnen verschillende eindbeelden worden gerealiseerd zoals struweel, bossingel, hakhout of bos (zie bijlage 6 voor meer toelichting).

We bepalen de komende jaren per bosplantsoenvak het gewenste eindbeeld. Bij het wegwerken van de achterstanden in het bosplantsoen zetten we een eerste stap naar dat gewenste eindbeeld.

Struweel

Bossingel

Hakhout

Bos

Dagelijks onderhoud

De randen van het bosplantsoen maaien we 2x per jaar uit. Jonge aanplant (<3 jaar) wordt geschoffeld. Daarnaast dunnen we –in een cyclus van 8 jaar– het bosplantsoen om boomvormers te verwijderen en de diversiteit aan soorten te behouden.

Planmatig onderhoud

Bosplantsoen heeft een theoretische levensduur van 50 jaar. Hierna kijken we of de vegetatie nog vitaal en functioneel is of moet worden vervangen. Uitgevallen jong bosplantsoen boeten we meestal in maar kiezen soms ook om niet in te boeten om kruidengroei te bevorderen.

6.4.4 Heesters

Doelstelling

Heesters hebben een decoratieve functie en voegen visuele en ecologische waarde toe aan de omgeving. We streven naar gesloten plantvakken met een verzorgd uiterlijk en een kwaliteitsniveau B. Een beperkte mate van snoeiachterstand beschouwen we als acceptabel. Langs verharding en gras zijn de randen van de beplantingsvakken redelijk zichtbaar en zijn er weinig storende of overhangende takken. Kaal oppervlak is slechts in beperkte mate toegestaan en ook zwerfafval is beperkt aanwezig.

Dagelijks onderhoud

Onkruid houden we onder controle door regelmatig te schoffelen (10x per jaar) en enkele keren de onkruidresten uit te ruimen. Zwerfafval wordt opgeruimd tijdens periodieke rondes waarbij indien nodig ook grofvuil wordt verwijderd. In het najaar ruimen we het gevallen blad op. Daarnaast snoeien we onze heesters om te voorkomen dat het groen te ver buiten de plantvakken groeit. De soort en type heester bepalen de snoeiwijze (specifieke verjongingssnoei of heel het plantvak kortzetten).

Planmatig onderhoud

Bij planmatig onderhoud van heestervakken streven we naar het behoud van een gezonde en verzorgde beplanting. Inboet en vervanging van oude of zieke heesters is gericht op het verbeteren van de beeldkwaliteit van de groene openbare ruimte. Hierbij kijken we zorgvuldig naar de juiste plantkeuze en houden we rekening met factoren als groeiomstandigheden, gewenste beplantingsstructuur en sier- en ecologische waarde.

6.4.5 Vaste planten

Doelstelling

Vaste planten spelen een prominente rol in het creëren van een aantrekkelijke en biodiverse openbare ruimte. We concentreren ons voornamelijk op zichtlocaties en prominente plekken in de openbare ruimte waar vaste planten optimaal kunnen bijdragen aan de esthetische beleving en het creëren van een levendige sfeer. We streven naar een beheerpraktijk die ecologisch verantwoord is en bijdraagt aan het behoud en bevordering van de biodiversiteit. De planten zien er verzorgd uit, zijn compact beplant en onkruiden zijn nauwelijks aanwezig.

Dagelijks onderhoud

Vaste planten houden we onkruid- en zwerfafvalvrij. Eenmaal per jaar worden de vaste planten afgeknipt of gemulchd om hergroei te bevorderen. Mulchen heeft als voordeel dat het natuurlijke materiaal wordt gerecycleerd en dient als een natuurlijke bemesting voor de planten. Dit bevordert de gezonde groei en bloei van de vaste planten en draagt bij aan een duurzaam onderhoudsbeleid.

Planmatig onderhoud

Vaste planten hebben een theoretische levensduur van 10 jaar. Bemesten en regelmatig vervangen zijn de belangrijkste planmatig onderhoudswerkzaamheden. Bij de aanplant van vaste planten streven we naar een evenwichtige en diverse samenstelling en houden we rekening met kleur, bloeiperiode, groeivorm en bijdrage aan biodiversiteit.

6.4.6 Hagen

Doelstelling

Het beheer van hagen is gericht op het in stand houden van een gesloten lijnvormige beplanting, die zorgt voor verkeersbegeleiding of bijdraagt aan de aankleding van de openbare ruimte en biodiversiteit. We streven naar een beeldkwaliteit B voor het onderhoud van de hagen en naar minimale aanwezigheid van gaten in de haag, zodat de strakke lijnen van de haag goed zichtbaar blijven.

Dagelijks onderhoud

Voor een verzorgd uiterlijk, schoffelen we 10x per jaar het onkruid en verwijderen we het zwerfvuil uit de haagvoet. Daarnaast snoeien we de hagen een aantal keer per jaar om uitstekende takken of scheuten weg te nemen en rechte lijnen te creëren. Ook borgen we hierbij het uitzicht bij oversteekplaatsen en kruisingen.

Planmatig onderhoud

Bij het ontstaan van kale plekken en grootschalige uitval kijken we of herplant op duurzame wijze mogelijk is. Indien nodig verbeteren we de kwaliteit van de groeiplaats door de bodemstructuur te verbeteren of voedingsstoffen aan te vullen. Een goede groeiplaats draagt immers bij aan de vitaliteit en het duurzaam in stand houden van de hagen.

6.4.7 Gazon

Doelstelling

Onze gazons zien er verzorgd uit en zijn functioneel, toegankelijk en aantrekkelijk voor recreatie en gebruik. De grasmat is gezond en heeft een nette uitstraling conform B-kwaliteit. Vanaf 2020 wordt een deel van het areaal ecologisch onderhouden ter verhoging van de biodiversiteit. In 2023 is in het kader van ‘biovriendelijk maaien’ het beheer van een aanzienlijk areaal gazon gewijzigd naar kruidenrijk gras. Hierdoor beheren we nu meer kruidenrijk gras en minder gazon. De doelstelling is om 70% van het gazon om te vormen naar kruidenrijk gras. Het areaal kruidenrijk gras en ruw gras ligt voornamelijk langs de hoofdwegen, op de dijken en in de buitengebieden.

Vanuit de visie op ecologie is het de ambitie om vanaf 2024 begrazing in te zetten. Naast de esthetische waarde, vergroot begrazing ook de biodiversiteit. Gevarieerd en extensief zijn hierbij overigens wel belangrijke aandachtspunten.

Dagelijks onderhoud

Onze gazons maaien we minimaal 22x per jaar. De obstakels worden minder frequent bijgemaaid. Daarnaast ontdoen we het gazon regelmatig van zwerfafval en verwijderen we in het najaar het afgevallen blad om verstikking te voorkomen. De randen van de gazons langs verharding en beplanting steken we en maaien we 2x per jaar.

Planmatig onderhoud

Als gazons niet meer voldoen aan de technische kwaliteit vanwege kale plekken of ongelijkheid, frezen we de grasmat. Vervolgens egaliseren en profileren we het terrein en zaaien het in met een geschikt gazonmengsel.

De theoretische vervangingsopgave einde levensduur betreft jaarlijks circa 30.000 m2 gazon. Met het oog op de slechte kwaliteit van de gazons, zal de komende jaren op plaatsen waar dat nodig is, renovatie van de grasmat plaatsvinden.

Gezien de doelstelling om 70% van het gazon om te vormen naar kruidenrijk gras neemt het planmatig onderhoud van gazons in m2 jaarlijks af.

6.4.8 Kruidenrijk (Bloemrijk) en ruw gras

Doelstelling

Het ontwikkelen en behouden van een divers en ecologisch waardevol grasland dat bijdraagt aan de biodiversiteit en natuurlijke processen. We streven naar een gezonde grasvegetatie met een rijke variatie aan grassen, kruiden en bloeiende planten. Door het maaien op specifieke momenten, bevorderen we de ontwikkeling van een robuuste grasvegetatie dat zorgt voor een aantrekkelijke leefomgeving voor planten, insecten en andere dieren.

Kruidenrijk gras is waardevoller maar niet overal mogelijk. Praktische zaken als in te zetten materieel, kleine oppervlakken en uitzichthoeken betekent soms frequent maaien en niet opruimen.

Dagelijks onderhoud

Maaien vindt plaats in periodieke rondes. Frequentie varieert van 1 tot 5x per jaar. Bij kruidenrijk gras voeren we het maaisel af; ruw gras blijft liggen nadat het is geklepeld. Daarnaast ruimen we regelmatig zwerfafval en wordt een meterstrook langs verharding frequenter gemaaid. Dit in het kader van de toegankelijkheid en verkeersveiligheid.

Planmatig onderhoud

Bloemrijk gras wordt frequent doorgezaaid. Gemiddeld eens per 5 jaar.

6.6 Ziekte en plagenbestrijding

6.6.1 Boomziekten

Als gemeente lopen wij een risico met bomen die aangetast zijn door ziekten. In sommige gevallen is het noodzakelijk om zo snel mogelijk over te gaan tot het kappen van de bomen en de vervanging ervan (bijvoorbeeld in woonwijken). Op andere locaties waar het risico minder hoog is, kan volstaan worden met monitoring.

Elke boomziekte is anders en heeft zijn eigen kenmerken, gevolgen en dus ook wijze van aanpak.

Essentaksterfte (ETS)

Circa 10% van ons bomenbestand bestaat uit essen, ruim 1900 stuks. Met name de gewone es (Fraxinus excelsior) is heel gevoelig voor de schimmel die essentaksterfte veroorzaakt. Dit betreft 80% van deze essen, ruim 1500 stuks. Eén derde van de essen vertoont symptomen van de ziekte, 180 zijn in slechte conditie.

De gevolgen van deze schimmel zijn ernstig, delen van de es sterven langzaam af. In gebieden waar essen langs de kant van de weg staan, kan dit gevaar opleveren omdat takken kunnen afbreken. We monitoren de ontwikkeling van ETS sinds 2019 op 16 locaties. Hoewel de aangetaste essen zich op deze locaties lijken te herstellen, zien we bij de veiligheidsinspecties een toename in het aantal aangetaste essen. Regelmatig moeten we essen kappen en vervangen om de veiligheid van de woon-en leefomgeving te borgen.

Kastanjebloedingsziekte

Op de bast van een aangetaste paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) ontstaan bruine vochtige plekken die gaan bloeden waarbij een stroperige vloeistof vrijkomt. De bruine vlekken verspreiden zich snel over de stam. Bij ernstige aantasting neemt de conditie van de boom af en neemt het risico van takbreuk toe. Verzwakte exemplaren worden vaak ook aangetast door zogenaamde ‘secundaire’ plagen zoals honingzwam, fluweelpootje of oesterzwam. In ons bomenbestand zijn 154 paardenkastanjes opgenomen waarvan er 62 zijn aangetast en verkeren 13 bomen in slechte conditie.

Iepziekte

Om de verspreiding van de iepziekte tegen te gaan, passen we preventieve maatregelen toe. Bijna al onze Hollandse iepen ( Ulmus x hollandica) laten we ieder jaar injecteren om iepziekte te voorkomen. Zieke iepen verwijderen we zo spoedig mogelijk om verspreiding te voorkomen. Hiermee streven we naar een gezond iepenbestand en minimaliseren de impact van deze besmettelijke ziekte.

Andere boomziekten

Ook andere (dodelijke) ziekten zoals watermerkziekte en roetschorsziekte komen in mindere mate voor. De verwachting is dat als gevolg van de klimaatverandering het aantal boomziekten en plagen toeneemt. Dit resulteert in een hoger sterftecijfer en meer boomvervangingen. Deze ontwikkeling leidt tot een toename van kosten.

6.6.2 Plagen

Invasieve exoten

Exoten zoals Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw komen maar op enkele plaatsen voor in Ridderkerk. Reuzenberenklauw bestrijden we actief door extra maaien of uitsteken. Bij de bestrijding van Japanse duizendknoop zetten we naast maaien/afruimen chemische middelen in.

Eikenprocessierups

De eikenprocessierups gebruikt voornamelijk bladeren van zomereiken als voedsel. Bij een ernstige plaag wordt zelfs de hele boom kaalgevreten. De brandharen van de rups vormen een gevaar voor de volksgezondheid. Eikenprocessierups bestrijden wij preventief en curatief. Bekende nestplaatsen worden op voorhand behandeld met nematoden De nesten worden op basis van de inspectie, of op basis van meldingen van bewoners verwijderd via een zuigtechniek. Met het vergroten van de biodiversiteit streven we naar een natuurlijke bestrijding van de eikenprocessierups. In het ultieme geval nemen natuurlijke vijanden als gaasvliegen en koolmezen de bestrijding van eikenprocessierupsen van ons over.

Luizen - Honingdauw

De plaag van luizen is met name actief in de Tilia x europaea. De ‘kwetsbaarheid’ is afhankelijk van de standplaats. Een linde met luis in gazon of bosplantsoen geeft meestal geen overlast. Is de standplaats een parkeerplaats dan is er vaak overlast van honingdauw. Bij een deel van de lindes in verharding en gazon worden de luizen jaarlijks bestreden door het uitzetten van larven van lieveheersbeestjes. Lieve heersbeestjes en bladluizen zijn immers vijanden van elkaar.

Bijlage 1: Wettelijk kader (uitgebreid)

Omgevingswet

De Omgevingswet bevat regels voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Daaronder vallen onderwerpen als natuur en milieu maar ook water, wonen, infrastructuur en de inrichting van de buitenruimte. Naast de wet zelf zijn ook een viertal Besluiten belangrijk, te weten het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In de laatste twee besluiten staan regels voor bedrijven & burgers en staat beschreven hoe het zit met bijvoorbeeld vergunningen. Momenteel wordt binnen de gemeente gewerkt aan de Verordening fysieke leefomgeving (Vfl). Details met betrekking tot het groen zijn op het moment van schrijven van dit plan nog niet bekend.

De nieuwe Omgevingswet moet zorgen voor minder en duidelijkere regels en tegelijk voor meer samenhang in de benadering van de fysieke leefomgeving. Doordat er meerdere vergunningstelsels aan de omgevingsvergunning worden toegevoegd, kunnen initiatiefnemers voor alle relevante wetgeving terecht bij één loket. Lokaal gaat de wet voor meer afwegingsruimte en flexibiliteit zorgen. Zo mag een gemeente zelf ruimere of strengere regels stellen en dus individueel maatwerk bieden aan gebruikers van de leefomgeving. Als gemeente pas je deze regels zelf aan zodat ze aansluiten bij de lokale situatie.

De datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet is 1 januari 2024.

Omgevingsvisie

De Structuurvisie van de provincie Zuid-Holland is recent vervangen door de Omgevingsvisie (Omgevingsvisie Zuid-Holland (ruimtelijkeplannen.nl)). Hierin staat de visie op de ruimtelijke ordening met relevante trends & ontwikkelingen en de belangen van de provincie waaronder klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik.

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

Voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening gelden wettelijke eisen die zijn vastgesteld in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Uitgangspunt van het BBV is dat de begroting en jaarstukken allereerst voldoen aan de informatiebehoefte van de gemeenteraad. Dit is ook van toepassing op het groenbeheer. Groen is namelijk een van de genoemde kapitaalgoederen in artikel 12 BBV.

Wet natuurbescherming

Volgens de Wet natuurbescherming mag er geen schade worden toegebracht aan vogels en andere beschermde dieren of planten bij werkzaamheden in de buitenruimte. Het bevoegd gezag voor de Wnb is de provincie waar het project of de handeling plaatsvindt; ontheffingsaanvragen lopen via Omgevingsdienst Haaglanden. Om te voorkomen dat voor alle groenwerkzaamheden apart ontheffingen moeten worden aangevraagd, kan gewerkt worden conform vastgestelde gedragscodes (Gedragscodes natuurbescherming (rvo.nl)).

Burgerlijk wetboek

Naast de algemene zorgplicht vanuit de Wnb geldt ook een zorgplicht voor eigenaren van bomen. De oorsprong van deze zorgplicht ligt in artikel 6.162 Burgerlijk wetboek (onrechtmatige daad). Deze zorgplicht betekent dat de boomeigenaar zijn boom regelmatig moet (laten) inspecteren en onderhouden ten behoeve van de veiligheid.

Europese verordening ‘Invasieve Uitheemse soorten’ en Europese Unielijst invasieve exoten

Een exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt. Als een soort schadelijk is voor de natuur noemen we ze invasieve exoten. Voorbeelden zijn Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw. Per 2 augustus 2022 telt de Unielijst zo’n 90 soorten. De provincies zijn verantwoordelijk voor de aanpak van de invasieve exoten die op de Unielijst staan (bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming). Uitgezonderd een aantal soorten waarvoor het ministerie van LNV verantwoordelijk is. Van belang voor gemeenten:

•Als een soort op de Unielijst staat, is het verboden deze te verhandelen, kweken, vervoeren of importeren;

•Verplicht om in de natuur aanwezige populaties op te sporen en te verwijderen. Als dat niet lukt, moet de populatie zodanig beheerd worden dat verspreiding en schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Bijlage 3 Inspectie huidige kwaliteit groen Ridderkerk

Voor het opstellen van het beheerplan is in oktober 2022 een quick-scan gedaan door DG groep op diverse beeldmeetlatten van de CROW. Ook de gemeente zelf doet inspecties van de openbare ruimte via bureau Cyber. Voor de technische staat groen zijn in september 2022 door Cyber enkele beeldmeetlatten meegenomen in hun inspectie. In totaal beschikken we daarmee over 324 waarnemingen op 8 beeldmeetlatten om een beeld te geven van de huidige kwaliteit. De gewenste kwaliteit in Ridderkerk is B-niveau.

Het volgende valt op:

•Gemiddeld voldoet de technische staat van de geïnspecteerde beplanting Ridderkerk aan de gewenste ambitie, namelijk beeldkwaliteit B. Echter, de grootste beheergroep, bodembedekkende heesters, is niet op het gewenste niveau. Daar is namelijk C vastgesteld, wat B had moeten zijn.

•Er is weinig beschadiging van het geïnspecteerde groen, hiervoor is de beeldkwaliteit een A.

•De technische staat van de bodembedekkende heesters is lager dan de ambitie. Circa 20% van de vakken is onder niveau, waarvan circa 6% ernstig.

•Hoewel de heesters voldoen aan de gewenste beeldkwaliteit, is 7% niet in voldoende conditie. Ook lijkt er een snoeiachterstand te zijn in een deel van de heestervakken.

•De beeldkwaliteit van de vaste planten is lager dan de gewenste kwaliteit. In de data van Cyber is te zien, dat een deel van de beoordeelde vakken geen vaste planten betrof maar andere beplanting (Bron: Apptimize). Dit zal invloed hebben op de score, maar niet duidelijk is hoe groot dat effect is. Volgens toezichthouders zijn de vaste planten vakken wel op de gevraagde kwaliteit, namelijk B.

Mogelijke maatregelen om de betreffende vakken op het gewenste niveau te krijgen zijn: achterstallige snoei, inboeten beplanting, renovatie heestervakken. Deze zijn indicatief opgenomen in de raming. Een volledige inspectie van alle vakken wordt aangeraden om een goed beeld te krijgen van de renovatieopgave. Welke maatregelen per groenvak nodig zijn is aan het oordeel van de toezichthouder /groenbeheerders.

Voorbeeld uit Inspectie Cyber: vaste planten sluiting

In het vak wordt iets anders aangetroffen dan wat in het systeem (op de tablet) staat. Cyber beoordeelt dit met een D – kwaliteit. Hoe een inspecteur met dit soort situaties omgaat is afhankelijk van de gemaakte afspraken met de gemeente.

Meetlocaties DG - groep

Bijlage 4: Toelichting onderhoudsactiviteiten

Beheer betreft alle onderhoudsactiviteiten die ondernomen worden om het bestaande groen in stand te houden, inclusief vervanging aan het einde van de levensduur.

Regulier (dagelijks onderhoud/hoogfrequent)

Onderhoudsmaatregelen die één of meerdere keren per jaar worden uitgevoerd om het groen gedurende de levensduur in goede staat te houden. Dit omvat zowel verzorgend onderhoud als zwerfafval verwijderen onkruid beheersen (schoffelen). Maar ook technisch onderhoud zoals het maaien van gras, scheren van hagen, verwijderen van overhangende takken of stam¬opschot. Ook het serviceonderhoud en afhandelen van klachten en meldingen is een onderdeel van dagelijks onderhoud.

Cyclisch (groot onderhoud/laagfrequent)

Periodiek onderhoud dat met een cyclus van meerdere jaren wordt uitgevoerd om het groen te begeleiden in de ontwikkeling en duurzaam en vitaal in stand te houden. Bijvoorbeeld snoeien van bomen, snoeien/terugzetten van heesters, dunnen van bosplantsoen, herstel gazons e.d.

Vervanging

Vervanging is het één op één vervangen van het groen aan het eind van de technische levensduur. Daarnaast worden bomen vervangen als gevolg van BVC-controles en ziekten.

In de begroting staan de volgende beheer- en onderhoudsbudgetten (fcl):

Openbaar groen dagelijks (regulier en cyclisch) – budget 656005

Dagelijks onderhoud bomen (regulier en cyclisch)- budget 656002

Openbaar groen beplanting (vervanging)- budget 656000

Planmatig onderhoud bomen (vervanging)- budget 656001

Bijlage 5: Streefbeelden

Door gebruik te maken van de streefbeelden, maken we zichtbaar hoe we de inrichting van de groene buitenruimte voor ons zien. Voor verschillende groentypen hebben we streefbeelden ontwikkeld.

Hierop is een beschrijving te vinden van het groentype en de maatregelen die nodig zijn om het gewenste (eind)beeld te realiseren.

Bomen

Een boom is een houtig gewas met enkele, stevige, houtige en zich secundair verdikkende, overblijvende stam die zich op zekere hoogte boven de grond vertakt met een of meerdere stammen. Geplant in een boomspiegel of boomkrans omringd door verharding (asfalt, elementen- of halfverharding), in beplanting, gazon of ruw/kruidenrijk gras.

Boom in verharding

Boom in beplanting

Boom in gazon

Boom in ruw-/kruidenrijk gras

Eindbeeld

Boom met aanvaard boombeeld waarbij de omgeving voorwaarden stelt aan het eindbeeld en waarbij een takvrije zone of een takvrije stam wordt voorgeschreven.

Snoeiwijze

Begeleidingssnoei -> snoei in de tijdelijke kroon totdat beoogde opkroonhoogte is bereikt (tijdig opkronen en voorkomen van te dikke takken)

Onderhoudssnoei -> gericht op het duurzaam behoud van de blijvende kroon zonder probleemtakken

Toepassing

Als laanbeplanting aan een of beide zijden van de weg (herkenbare linten), in groepen of als solitair.

Functie

Dragen (groen)structuur, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, vergroten sierwaarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Boomspiegel

Bedekking onkruid per boomspiegel: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)

Hoogte gazon rondom boom: <75 mm (A-kwaliteit) en <120 mm (B-kwaliteit)

Bosplantsoen

Bosplantsoen is hoog opgaande beplanting van inheemse houtige gewassen met struik- en boomvormers die extensief wordt beheerd. Soms in smalle stroken maar bij voldoende ruimte opgebouwd uit een kruiden-zoom-mantel-kern. De onderbegroeiing bestaat voornamelijk uit schaduwminnende beplanting.

Afhankelijk van de gekozen beheermethode kan bosplantsoen zicht ontwikkelen tot verschillende eindbeelden waaronder struweel, bomensingel of bos.

Eindbeeld

Inheemse struiken zonder bomen (struweel), bomen met onderbeplanting (bossingel) of hoog opgaande bomen (bos)

Struweel

Bossingel

Bos

Snoeiwijze

Snoei is gericht op begeleiden van bosplantsoen naar volle wasdom in gevarieerde samenstelling (snoeien voor de veiligheid en dunnen/verwijderen boomvormers is afhankelijk van het gewenste eindbeeld).

Toepassing

Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; natuurlijke overgang tussen open landschap en bebouwing; robuuste groenelementen in parken en buitengebieden.

Functie

Dragen (groen)structuur, verbeteren woonkwaliteit, afscherming, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Beplantingen

Afzetbeplanting: voornamelijk monocultuur struikbeplanting en heesters met zowel een halfhoge en/of bodembedekkende groeiwijze (hoogte varieert van 25 – 125 cm.)

Sierplantsoen: sierheesters (monocultuur of gemengd) met zowel een halfhoge als opgaande groeiwijze (hoogte varieert van 50 – 250 cm.)

Heesterrozen: monocultuur van rozenbeplanting met zowel een kruipende als opgaande groeiwijze (hoogte varieert van 25 – 100 cm.)

Vaste planten: planten die langer dan twee jaar leven, in het voorjaar uitlopen, in de zomer bloeien, in de herfst afsterven terwijl wortels overblijven om weer in het voorjaar uit te lopen.

Afzetbeplanting

Sierplantsoen

Heesterrozen

Vaste planten

Snoeiwijze

De snoei is gericht op het verkrijgen van een gesloten en/ of bodembedekkende beplanting (afzetbeplanting), op het verkrijgen van een continu beeld, bloei en/ of vruchtdracht (verjongingssnoei sierplantsoen) of op het bevorderen van de bloei (heesterrozen). Vaste planten worden 1x per jaar afgeknipt of gemulchd om hergroei te bevorderen.

Toepassing

Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; natuurlijke overgang tussen open landschap en bebouwing; robuuste groenelementen in woonwijken, parken, bedrijventerreinen en buitengebieden.

Functie

Zorgen voor afscheiding, aankleden openbare ruimte, verbeteren woonkwaliteit, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Beeldkwaliteit

Kaal oppervlak: <5% per 100 m² (A-kwaliteit) en <10% per 100 m² (B-kwaliteit)

Bedekking onkruid beplantingsvak: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)

Hagen

Lijnvormige beplanting die aan de bovenkant en zijkant(en) wordt geknipt/geschoren in de diverse breedtes (haag tot 1,20 meter – blokhaag van 1,20 tot 2,50 meter) en hoogtes (tot 5,00 meter).

Eindbeeld

Een strakke lijn van beplanting.

Snoeiwijze

De snoei is gericht op het verkrijgen van een strakke en gesloten lijnvormige beplanting (knipfrequentie is afhankelijk van locatie en structuurelement).

Toepassing

Verkeersbegeleiding langs wegen en/of fietspaden; harde overgang tussen open landschap en bebouwing; lijnvormige groenelementen in woonwijken en op bedrijventerreinen.

Functie

Zorgen voor afscheiding, bijdragen aan structuur in de openbare ruimte, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Beeldkwaliteit

Gaten in de haag: weinig (A-kwaliteit) en beperkte mate (B-kwaliteit)

Bedekking onkruid haagvoet: <20% (A-kwaliteit) en <30% (B-kwaliteit)

Klimplanten

Wintergroene of bladverliezende planten die ondersteuning nodig hebben om omhoog te groeien. Zelfhechtende soorten klimmen door middel van hechtworteltjes aan de nieuwe uitlopers. Rankende klimplanten draaien ergens omheen en hebben ondersteuning nodig van een rek of voorgespannen staaldraden (wanneer ze niet worden ondersteund, nemen ze een kruipende groeivorm aan.

Eindbeeld

Afhankelijk van plantsoort, groeiplaats en ondersteuningsconstructie.

Snoeiwijze

Knippen/scheren/leiden/vlechten (afhankelijk van eindbeeld)

Toepassing

Meestal ingezet om gevels te vergroenen of elementen aan het zicht te onttrekken.

Functie

Zorgen voor afscherming, vergroenen van gevels, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Gras

Een kruidachtige begroeiing op zowel vlak als talud die –afhankelijk van de functie– intensief of extensief wordt gemaaid.

Eindbeeld

Is afhankelijk van functie, maaiwijze en –frequentie. Gazon wordt intensief gemaaid, ruw gras 2 of 6x per jaar geklepeld (maaisel blijft liggen) en kruidenrijk gras maximaal 1, 2 of 3x per jaar gemaaid waarbij het maaisel wordt afgevoerd.

Gazon

Ruw gras

Kruidenrijk gras

Bloemrijk gras wordt 1x per jaar gemaaid en het maaisel afgevoerd.

Bloemrijk gras

Toepassing

Ruimte en openheid in de woonwijken en het landschap, langs wegen/fietspaden en op bedrijventerreinen.

Functie

Mogelijkheden voor verblijven, recreëren en spelen, creëren van ruimte en openheid, bevorderen biodiversiteit, versterken ecologische waarde en bijdragen klimaatadaptatie.

Beeldkwaliteit

Maaifrequentie gazon: 26x per jaar (A-kwaliteit) en 22x per jaar (B-kwaliteit)

Kaal oppervlak gazon: <2% per 100 m² (A-kwaliteit) en <5% per 100 m² (B-kwaliteit)

Bijlage 6 : Toelichting normkosten

Normkosten worden opgesteld om een indicatie te kunnen geven van de beheerkosten van het gemeentelijk groen. Bij het opstellen van normkosten gaat men uit van werkpakketten met de meest voorkomende werkzaamheden. Er worden IMAG-normen (Instituut voor Milieu en AGritechniek) gebruikt om tot een tijdsindicatie van de werkzaamheden te komen. Met marktconforme uurtarieven (GWW /Archidat) worden dan de normprijzen berekend.

Er wordt gewerkt met gemiddelden om een totaalbeeld van een beheergroep te geven. Voorbeeld: de kosten van het snoeien van bomen zijn afhankelijk van de hoogte van de boomhoogte/boomsoort. Dit is terug te zien in de inschrijfstaten van de aannemer die per type boom en snoeiwerk een prijs afgeeft. Zo gedetailleerd zijn normprijzen meestal niet. Wel wordt vaak onderscheid gemaakt in de locatie van een boom. Een boom in verharding heeft een ander werkpakket dan een boom in gras.

Ter illustratie twee werkpakketten.

Bomen in verharding - dagelijks onderhoud

Bomen in gras - dagelijks onderhoud

Controles (algemeen, boomveiligheid e.d.)

NTO en trekproef

NEN Inspectie

Waterlot / opschot verwijderen

Snoeien (met hoogwerker)

Kanten boomspiegel steken

Schoffelen boomspiegel

Klachtafhandeling

Stormschade ruimen

Controles (algemeen, boomveiligheid e.d.)

NTO en trekproef

NEN Inspectie

Waterlot / opschot verwijderen

Snoeien (met hoogwerker)

Maaien gras rondom bomen

Klachtafhandeling

Stormschade ruimen

Met normprijzen wordt een beeld verkregen van de totale beheerkosten van het groenonderhoud. De normprijzen zijn niet zomaar vergelijkbaar met inschrijfprijzen van een aannemer. De normprijzen zijn de theoretische prijzen gebaseerd op het daadwerkelijke werk. Een vergelijking van prijzen kan alleen plaatsvinden als de onderliggende werkpakketten per beheergroep in detail worden vergeleken. Het kan zijn dat de aannemer zijn tarieven op activiteiten aanpast om met een goede prijs te kunnen komen, dat kan een vertekend beeld geven.

Voor dit beheerplan is het normkostenmodel van DG Groep gebruikt om tot een aangepast ‘eigen’ kostenmodel te komen. De werkpakketten zijn aangepast voor de situatie in Ridderkerk en in meer detail uitgewerkt om ze te laten aansluiten op het onderhoudsbestek.

Bijlage 7: Werkpakketten

Werkpakketten bomen

Boom in gazon – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

Boomveiligheidscontrole

40

1

Controle boomvoorzieningen

5

1

NEN inspectie

33

1

NTO en trekproef

0,1

1

Schoffelen boomspiegel

25

5

Opschot verwijderen

30

1

Kanten steken boomspiegel

100

2

Snoeien met hoogwerker

75

0,2

Waterlot verwijderen

50

1

Boom in ruw gras/kruidenrijk gras – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

Boomveiligheidscontrole

40

1

Controle boomvoorzieningen

5

1

NEN inspectie

33

1

NTO en trekproef

0,1

1

Maaien gras rondom boom

100

9

Opschot verwijderen

30

1

Snoeien met hoogwerker

75

0,2

Waterlot verwijderen

50

1

Boom in beplanting – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

Boomveiligheidscontrole

40

1

Controle boomvoorzieningen

5

1

NEN inspectie

33

1

NTO en trekproef

0,1

1

Opschot verwijderen

30

1

Snoeien met hoogwerker

75

0,2

Waterlot verwijderen

50

1

Boom in verharding – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

Boomveiligheidscontrole

40

1

Controle boomvoorzieningen

5

1

NEN inspectie

33

1

NTO en trekproef

0,1

1

Schoffelen boomspiegel

70

10

Opschot verwijderen

30

1

Snoeien met hoogwerker

75

0,2

Waterlot verwijderen

50

1

Werkpakketten heesters

Bodembedekkers – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Schoffelen beplantingsvak

60

10

Uitharken/verzamelen onkruidresten

60

3

Inboet opnemen

100

1

Inboeten beplanting

2

1

Zwerfvuil ruimen

15

1

Terugzetten beplanting met klepelmaaier

100

1

Bijmaaien obstakels

10

1

Afzetbeplanting – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Schoffelen beplantingsvak

60

10

Uitharken/verzamelen onkruidresten

60

3

Inboet opnemen

100

1

Inboeten beplanting

2

1

Zwerfvuil ruimen

15

1

Terugzetten beplanting

100

1

Verzamelen en afvoeren snoeihout

10

1

Sierheesters – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Schoffelen beplantingsvak

60

10

Uitharken/verzamelen onkruidresten

60

3

Inboet opnemen

100

1

Inboeten beplanting

2

1

Zwerfvuil ruimen

15

1

Terugzetten beplanting handmatig

75

0,33

Terugzetten beplanting machinaal

25

0,33

Verzamelen en afvoeren snoeihout

10

0,33

Heesterrozen – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Schoffelen beplantingsvak

60

10

Uitharken/verzamelen onkruidresten

60

3

Inboet opnemen

100

1

Inboeten beplanting

2

1

Zwerfvuil ruimen

15

1

Terugzetten beplanting machinaal

100

0,33

Verzamelen en afvoeren snoeihout

10

0,33

Werkpakketten gras

Gazon – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Slepen

60

1

Maaien met gazonmaaier

100

22

Afzoeken

100

1

Bijmaaien obstakels

100

8

Zwerfvuil ruimen

5

22

Ruw gras – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Schouw flora en fauna

50

1

Maaien met klepelmaaier

100

2-6

Bijmaaien obstakels

5

2-6

Zwerfvuil ruimen

15

2-6

Kruidenrijk gras – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Schouw flora en fauna

50

1

Maaien met maaibalk

100

1-3

Bijmaaien obstakels

5

1-3

Zwerfvuil ruimen

15

1-3

Bloemrijk gras – kwaliteitsniveau B

Maatregel

Bewerkingspercentage (%)

Frequentie (per jaar)

NEN inspectie

33

1

Schouw flora en fauna

50

1

Maaien met maaibalk

100

1

Wiersen

100

1

Afruimen

65

1

Bijmaaien obstakels

1

1

Zwerfvuil ruimen

15

1

Bijlage 8: Proces areaalveranderingen en begroting

Het gaat hier om verandering in areaal van de zogenaamde kapitaalgoederen zoals wegen, civiele kunstwerken, groen, speelvoorzieningen, riolering, oppervlaktewater etc. Het beheerareaal wijzigt door onderhoudswerk, herinrichting, nieuwbouw, bestemmingsplanwijzigingen, verkoop ed. Verandering kan zijn in aantal/areaal, toegepaste materialen en/of constructie.

Deze veranderingen zijn direct van invloed op de beheer- en onderhoudsbudgetten van de openbare ruimte. Als deze areaalwijzigingen niet worden verwerkt in de begroting, komen de beheer- en onderhoudsbudgetten niet meer overeen met het te beheren areaal. Dit leidt op termijn tot achteruitgang in kwaliteit en/of kapitaalsvernietiging.

Met behulp van onderstaande routekaart zorgen we ervoor dat de areaalwijzigingen in de begroting en het beheersysteem worden verwerkt.

Stappen

Activiteit

Actienemer

Instructie

1

Vaststellen

Toezichthouder/ directievoerder/ projectleider

•Vaststellen areaalwijziging bij oplevering

•Onderhoud eerste jaar na oplevering

2

Verwerken

Groenbeheerder/ kredietbeheerder

•Overdragen nieuw areaal aan beheerder na oplevering en onderhoudsjaar

3

Doorrekenen

Groenbeheerder/ kredietbeheerder

•Doorrekenen areaalwijziging (februari)

•Bepalen gewenste indexering

•Actualiseren benodigde beheer- en onderhoudsbudgetten

•Aanleveren gegevens Kadernota/Voorjaarsnota

4

Wijzigen begroting

Beleidsadviseur

•Aanleveren begrotingswijziging via P&C-cyclus

5

Areaalwijziging beheer en onderhoud

Groenbeheerder/ kredietbeheerder

•Verwerken areaalwijziging in het beheersysteem en beheerplan

Bron: Wim Kooijman (2022)

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.