Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;
gelet op:
•Artikel 1.13 van de Wet kinderopvang;
•Artikel 7 van de Participatiewet;
•De Wet inburgering 2021;
•Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht.
overwegende dat het wenselijk is om ouders te ondersteunen bij het combineren van zorg voor jonge kinderen met werk, scholing, maatschappelijke participatie, inburgering of het opvangen van sociaal-medische problematiek, en dat kinderopvang hierbij een noodzakelijke randvoorwaarde kan zijn;
Besluit vast te stellen:
Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang Ridderkerk
Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen
Artikel 1: Begripsbepalingen
1In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;
b.traject: het door de gemeente vastgestelde plan van aanpak in het kader van de Participatiewet, de wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de wet inkomensvoorziening arbeidsongeschikten zonder arbeidsverleden (IOAZ) of het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), dan wel het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) als bedoeld in de wet inburgering 2021;
c.inburgeraar: persoon die op grond van de wet inburgering 2021 een inburgeringsplicht of -recht heeft en begeleiding ontvangt van de gemeente;
d.wet: de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz 2004 en wet inburgering 2021.
2Voor zover in deze beleidsregels begrippen worden gebruikt die niet nader zijn omschreven, wordt aangesloten bij de begripsbepalingen van de in lid 1 onder d genoemde wetten.
Artikel 2: Voorwaarden doelgroep
1Voor een tegemoetkoming komen ouders in aanmerking indien zij:
a.deelnemen aan een door het college vastgesteld traject gericht op arbeidsparticipatie, scholing of inburgering;
b.arbeid verrichten in loondienst of als zelfstandige, waaronder arbeid in deeltijd; of
c.sociaal-medische omstandigheden hebben als bedoeld in artikel 8.
2De tegemoetkoming wordt uitsluitend verleend voor kinderopvang die noodzakelijk is in verband met de in lid 1 genoemde situaties.
3De tegemoetkoming wordt verleend voor de duur van:
a.het traject, met een maximum van één jaar;
b.de periode waarin de arbeid wordt verricht en de kinderopvang noodzakelijk is; of
c.de periode waarin de sociaal-medische omstandigheden aanwezig zijn, zoals bepaald in artikel 8, met inachtneming van de in artikel 8 genoemde maximale duur en voorwaarden.
4De tegemoetkoming wordt uitsluitend verleend voor kinderopvang die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang.
5Er wordt geen tegemoetkoming verleend indien gebruik kan worden gemaakt van doelgroepplaatsen vanuit het onderwijsbeleid.
6Kinderopvangorganisaties en gastouders dienen te voldoen aan de geldende kwaliteits- en registratie-eisen, inclusief de scholings- en coachingsverplichtingen die vanaf 1 juli 2026 gelden.
7Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, bestaat alleen een recht op een tegemoetkoming kinderopvang indien een recht bestaat op kinderopvangtoeslag. Dit is niet van toepassing indien sprake is van sociaal-medische omstandigheden als bedoeld in artikel 8.
Artikel 3: Aanvraagprocedure
1Een aanvraag voor een tegemoetkoming kinderopvang wordt ingediend met gebruikmaking van het door het college vastgestelde aanvraagformulier.
2De aanvraag wordt pas in behandeling genomen indien deze volledig is.
3Indien de aanvraag onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om de aanvraag aan te vullen.
4Indien de aanvraag na deze termijn niet volledig is aangevuld, kan het college besluiten de aanvraag buiten behandeling te laten.
5De aanvraag wordt ingediend binnen acht weken nadat de kinderopvang heeft plaatsgevonden ten behoeve van het traject.
6Het college kan in de beschikking nadere voorwaarden stellen, onder andere met betrekking tot de indicatiestelling, de beoordeling van de noodzaak, de inkomensvaststelling, de herbeoordeling en de administratieve afhandeling.
Artikel 4: Inhoud van het besluit
Het besluit tot verlening van een tegemoetkoming bevat in ieder geval:
a.de vaststelling dat de ouder tot de door het college vastgestelde doelgroep behoort;
b.de naam en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
c.de naam en het adres van het kindercentrum of gastouderbureau waar de kinderopvang wordt afgenomen;
d.de periode waarvoor de tegemoetkoming wordt verleend;
e.de omvang van de kinderopvang (per week per kind) die noodzakelijk wordt geacht;
f.de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt bepaald en het bedrag dat op basis hiervan wordt verleend;
g.de wijze waarop de tegemoetkoming wordt uitbetaald.
Artikel 5: Ingangsdatum verlening van de tegemoetkoming
1De ingangsdatum van de tegemoetkoming kinderopvang wordt in de toekenningsbeschikking vastgesteld en is afgestemd op de afspraken uit het plan van aanpak, het PIP als bedoeld in de wet inburgering 2021, dan wel op de vastgestelde noodzaak bij sociaal-medische omstandigheden.
2De tegemoetkoming kan niet met terugwerkende kracht worden toegekend vóór de startdatum van het traject.
3In geval van een sociaal-medische omstandigheid als bedoeld in artikel 8 wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de noodzaak is vastgesteld.
Artikel 6: Hoogte en berekening van de tegemoetkoming (traject en arbeid)
1De gemeentelijke tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van de feitelijke kosten van de noodzakelijke kinderopvang, waarbij rekening wordt gehouden met de ontvangen kinderopvangtoeslag.
2De hoogte van de tegemoetkoming wordt vastgesteld op basis van het feitelijk benodigde aantal uren kinderopvang dat noodzakelijk is in verband met het traject zoals opgenomen in het plan van aanpak of het Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), of in verband met de arbeid.
3De gemeentelijke tegemoetkoming bedraagt maximaal het verschil tussen de feitelijke kosten van de noodzakelijke kinderopvang en de ontvangen kinderopvangtoeslag.
4Het college kan besluiten het resterende bedrag na toepassing van de kinderopvangtoeslag geheel of gedeeltelijk zoals berekend in lid 3 te vergoeden, indien dit noodzakelijk wordt geacht voor deelname aan het traject of het kunnen blijven verrichten van de arbeid.
Hoofdstuk 2 – Uitbetaling, vaststelling en handhaving
Artikel 7: Uitbetaling en vaststelling
1De tegemoetkoming bij deelname aan een traject als bedoeld in artikel 2, lid 1a, wordt als voorschot verstrekt.
2Indien sprake is van kinderopvang op basis van een sociaal-medische omstandigheid, wordt de tegemoetkoming rechtstreeks uitbetaald aan de kinderopvangorganisatie.
3De kinderopvangorganisatie dient de factuur in dat geval rechtstreeks in bij de gemeente.
4Na afloop van het kalenderjaar of na beëindiging van de kinderopvang stelt het college de tegemoetkoming definitief vast.
Hoofdstuk 3 – Sociaal-medische omstandigheden
Artikel 8: Tegemoetkoming op grond van sociaal-medische omstandigheden
1Het college kan een tegemoetkoming verlenen voor kinderopvang op grond van sociaal-medische omstandigheden indien:
a.sprake is van medische, psychische of psychosociale problematiek bij de ouder;
b.kinderopvang aantoonbaar noodzakelijk is ter ontlasting van de ouders en ter waarborging van de veiligheid, ontwikkeling of stabiliteit van het kind;
c.het eigen netwerk en de eigen kracht van het gezin ontoereikend zijn;
d.voorliggende voorzieningen, zoals kinderopvangtoeslag, peuteropvang, voorschoolse educatie (VVE), de wet langdurige zorg 2015 (Wlz), de wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) of andere wettelijke regelingen, niet passend of toereikend zijn.
2De tegemoetkoming op grond van sociaal-medische omstandigheden wordt tijdelijk verstrekt voor een maximale duur van zes maanden (26 weken). Verlenging is mogelijk indien:
a.aantoonbare voortgang wordt geboekt in het bereiken van de gestelde doelen;
b.de ouders medewerking verlenen aan de noodzakelijke ondersteuning of hulpverlening;
c.naar het oordeel van het college binnen een redelijke termijn een structurele oplossing kan worden gerealiseerd.
3De omvang van de kinderopvang wordt afgestemd op de vastgestelde noodzaak en bedraagt maximaal:
a.voor kinderdagopvang (0–4 jaar): 11 uur per dag, maximaal 3 dagen per week;
b.voor buitenschoolse opvang (4–12 jaar): maximaal 3 middagen per week.
4Gedurende de looptijd van de sociaal-medische indicatie wordt het gezin begeleid door het team Ondersteuning Jeugd en Volwassenen.
5Er wordt een ondersteuningsplan opgesteld met concrete doelen gericht op verbetering van de gezinssituatie.
6De voortgang van het ondersteuningsplan wordt periodiek gemonitord.
7Halverwege en voorafgaand aan het einde van de indicatie vindt een evaluatie plaats.
8Deelname aan arbeid, re-integratie of inburgering is bij een sociaal-medische omstandigheid geen vereiste.
9Bij kinderopvang op grond van sociaal-medische omstandigheden betalen ouders een verplichte ouderbijdrage. De hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld op basis van de kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst. De gemeentelijke tegemoetkoming bedraagt het verschil tussen de totale kosten van kinderopvang en de vastgestelde ouderbijdrage.
10De tegemoetkoming op grond van sociaal-medische omstandigheden betreft een afzonderlijke grondslag en staat los van trajecten in het kader van participatie of inburgering.
11De uitvoering vindt plaats in afstemming met het team Ondersteuning Jeugd en Volwassenen, waarbij wordt aangesloten bij de ondersteuning die vanuit dit team wordt geboden.
Artikel 9: Intrekken van het besluit en terugvorderen van de tegemoetkoming
1Het college kan de betaling van het voorschot van de tegemoetkoming tijdelijk opschorten indien de rechtmatigheid van de verstrekking nader onderzoek vergt of indien de ouder onvoldoende medewerking verleent aan het traject of de vastgestelde begeleiding.
2Het college kan de tegemoetkoming kinderopvang terugvorderen voor zover deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, met uitzondering van kosten die betrekking hebben op trajecten of voorzieningen uit het werkdeel van de Participatiewet, voor zover deze niet voor terugvordering in aanmerking komen op grond van geldende wet- en regelgeving.
3Voor reeds betaalde tegemoetkomingen op basis van sociaal-medische omstandigheden kan terugvordering alleen plaatsvinden indien deze ten onrechte is verleend of indien sprake is van onjuiste informatie door de ouder.
Artikel 10: Beëindigingsdatum
De tegemoetkoming wordt beëindigd met ingang van:
a.de datum waarop geen recht meer is op de kinderopvangtoeslag;
b.de datum waarop het traject of de uitkering wordt beëindigd of wijzigt;
c.de datum waarop de noodzaak op grond van sociaal-medische omstandigheden vervalt.
Artikel 11: Verplichtingen van de ouder
1De ouder doet het college onmiddellijk na het bekend worden daarvan uit eigen beweging schriftelijk mededeling van inlichtingen en gegevens die kunnen leiden tot de vaststelling van een lagere of hogere tegemoetkoming.
2De ouder verstrekt desgevraagd aan het college, binnen een door het college te stellen termijn, alle gegevens en inlichtingen die voor de aanspraak op en de hoogte van de tegemoetkoming van belang zijn.
3Bij een wijziging van de afname van het aantal uren kinderopvang of wijziging van de kinderopvanginstelling wordt er een aangepaste aanvraag ingediend.
4De ouder bewaart alle bewijsstukken die aan de verstrekking van de tegemoetkoming ten grondslag liggen ten minste gedurende één jaar na de vaststelling en stelt deze op verzoek ter beschikking aan het college voor controledoeleinden.
5Onder wijzigingen als bedoeld in dit artikel wordt in ieder geval verstaan wijzigingen in het traject, de uitkering, de sociaal-medische situatie, het inkomen, de ouderbijdrage, het aantal uren kinderopvang of de omstandigheid dat geen kinderopvang meer noodzakelijk is.
Hoofdstuk 4 – Slotbepalingen
Artikel 12: Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze regeling, indien de toepassing van de regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 13: Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze regeling treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. De regeling wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang Ridderkerk’.
2Met ingang van de bekendmaking van deze regeling wordt de ‘Regeling tegemoetkoming kosten kinderopvang 2023 gemeente Ridderkerk’ ingetrokken.