Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2025

Gemeente Ridderkerk · geldt sinds 7 februari 2025

Aanhef

Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2025;

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk;

overwegende dat:

-deze beleidsregels en de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2025 een nadere uitwerking vormen voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2022 en hiermee onlosmakelijk verbonden zijn;

gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 2.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2022;

besluit vast te stellen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2025.

Inleiding

Met de Wmo 2015 kreeg de gemeente meer taken op het gebied van zorg en ondersteuning als gevolg van de decentralisatie van (delen van de) de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Deze beleidsregels vormen een nadere uitwerking van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2022 en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en zijn hiermee onlosmakelijk verbonden.

In de Wet is het uitgangspunt dat de gemeente zorg draagt voor maatschappelijke ondersteuning en kwaliteit en continuïteit van voorzieningen. Wanneer een inwoner met een beperking op eigen kracht, met behulp van de inzet van sociale netwerken en het gebruik van algemene en/of voorliggende voorzieningen onvoldoende zelfredzaam is of onvoldoende kan participeren, draagt de gemeente zorg voor maatschappelijk ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening.

Om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten helder te krijgen dient er een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden. Hierin wordt nagegaan wat de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg of met behulp van zijn sociaal netwerk kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren. Vervolgens wordt bekeken of een voorliggend of algemene voorziening een oplossing kan bieden.

Als al deze mogelijkheden zijn onderzocht en geen uitkomst bieden voor het probleem dat de cliënt ervaart wordt een maatwerkvoorziening ingezet.

Hoofdstuk 5. Hulp bij het huishouden

5.3 Maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden

5.3.1. Hulp bij het huishouden (licht)

Omschrijving

De inwoner die vanwege beperkingen niet meer zelfredzaam is en een beroep doet op hulp bij het huishouden kan, als er geen sprake is van mogelijkheden vanuit de eigen kracht, gebruikmaken van hulp bij het huishouden (licht).

Resultaatgebieden (limitatief)

1Schoon en leefbaar huis.

2Wasverzorging.

3Optioneel: bij bijzondere omstandigheden in te zetten als tijdelijke respijtzorg voor mantelzorgers indien dit uit het onderzoek noodzakelijk blijkt.

Persoonlijk functioneren

Inwoners met somatische klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), psychogeriatrische aandoeningen of beperkingen, verstandelijke beperkingen, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen, of een combinatie daarvan.

Vereisten en kenmerken van de voorziening

Hulp bij het huishouden (licht) heeft alleen betrekking op een schoon en leefbaar huis en wasverzorging.

5.3.2 Hulp bij het huishouden (zwaar)

Omschrijving

De dienst Hulp bij het huishouden (zwaar) is gericht op het realiseren van een schoon en leefbaar huis voor inwoners die dit niet op eigen kracht of met behulp van iemand in het sociale netwerk dit kunnen realiseren, en die geen gebruik kunnen maken van Hulp bij het huishouden (licht) om dit te realiseren.

Resultaatgebieden (limitatief)

1Schoon en leefbaar huis.

2Wasverzorging.

3Boodschappen.

4Maaltijden.

Persoonlijk functioneren

Inwoners met zware somatische klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperkingen, verstandelijke beperkingen, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen, of een combinatie daarvan. Kenmerkend voor de doelgroep waarvoor Hulp bij het Huishouden (zwaar) kan worden ingezet is ook een ontregeld huishouden.

Vereisten en kenmerken van de voorziening

-Hulp bij het huishouden (zwaar) kan alleen ingezet worden wanneer Hulp bij het huishouden (licht) ontoereikend is;

-Hulp bij het huishouden (zwaar) heeft betrekking op schoon en leefbaar huis, wasverzorging, boodschappen en maaltijdverzorging.

5.3.3 Persoonlijke Dienstverlening

Omschrijving

Persoonlijke dienstverlening vormt geen zelfstandige vorm van dienstverlening, maar kan enkel als arrangement in combinatie met Hulp bij het huishouden (zwaar) worden ingezet. Persoonlijke dienstverlening is gericht op het behouden van regie over het huishouden, het aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis, wasverzorging, het doen van boodschappen en maaltijdenverzorging. Daarnaast kan de voorziening worden ingezet voor de verzorging van minderjarige kinderen die onderdeel uitmaken van het huishouden.

Resultaatgebieden (limitatief)

1Regie/organisatie, advies, instructie en voorlichting

2Kindzorg

Persoonlijk functioneren

Inwoners met zware somatische klachten, niet aangeboren hersenletsel (NAH), psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperkingen, verstandelijke beperkingen, lichamelijke of zintuiglijke beperkingen, of een combinatie daarvan. Kenmerkend voor de doelgroep waarvoor Hulp bij het Huishouden (zwaar) kan worden ingezet is ook een ontregeld huishouden. Voor het onderdeel regie/ organisatie, advies, instructie en voorlichting, wordt de mogelijkheid tot het aanleren van nieuwe vaardigheden in kaart gebracht.

Vereisten en kenmerken van de voorziening

-Persoonlijke dienstverlening kan ingezet worden vanuit de Wmo;

-Persoonlijke dienstverlening bestaat uit planbare zorg;

-Persoonlijke dienstverlening kan alleen worden ingezet in combinatie met hulp bij het huishouden (zwaar).

5.3.4 Schematisch overzicht in te zetten dienst per resultaatgebied

Resultaat gebied schoon en leefbaar huis(1)

Resultaatgebied wasverzorging

Resultaatgebied boodschappen

Resultaatgebied regie/organisatie ALV

Resultaat gebied maaltijd

Resultaatgebied kindzorg

Hulp bij het huishouden licht(2)

+

+

-

-

-

-

Hulp bij het huishouden zwaar

+

+

+

-

+

-

Persoonlijke dienstverlening(3)

-

-

-

+

-

+

+ = in te zetten dienst per resultaatgebied

-= niet in te zetten dienst per resultaatgebied.

1) Resultaatgebieden volgens het HHM Normenkader.

2) Op basis van Dienstencatalogus Hulp bij het huishouden (versie 14 december 2021).

3) Persoonlijke Dienstverlening kan enkel als arrangement in combinatie met Hulp bij het huishouden (zwaar) worden ingezet.

Bijlage 1 Richtlijn Gebruikelijke hulp

Op welke levensdomeinen is er sprake van gebruikelijke hulp?

Huishouden

De personen die behoren tot het huishouden van een persoon die een beroep doet op de Wmo blijven altijd primair verantwoordelijk voor het functioneren van het huishouden. Dat betekent dat van alle meerderjarige personen binnen dat huishouden wordt verwacht dat, bij uitval van één van de leden van dat huishouden, gestreefd wordt naar herverdeling van de huishoudelijke taken. Onder huishoudelijke taken vallen zowel de uitstelbare als de niet-uitstelbare taken. Niet-uitstelbare taken zijn: maaltijd verzorgen, de kinderen verzorgen, afwassen en opruimen. Wel-uitstelbare taken zijn: boodschappen doen, wasverzorging, bed verschonen en schoonmaken.

Gebruikelijke zorg en een fulltime baan

Iedere volwassen burger wordt verondersteld naast een volledige baan of opleiding een huishouden te kunnen voeren. Bij een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een normale baan of het volgen van een opleiding het leveren van gebruikelijke hulp niet in de weg. Gebruikelijke hulp gaat vóór op andere activiteiten van personen binnen één huishouden in het kader van hun maatschappelijke participatie. Bij fulltime werk (en twee uur reistijd per dag) wordt als norm gehanteerd dat de partner op werkdagen twee uur per dag aan niet-uitstelbare taken besteedt. In de weekenden kunnen de uitstelbare taken worden verricht.

Opvang en verzorging van kinderen

Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger) normaal gesproken geeft aan een kind, onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind. Dit is inclusief de zorg bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de kinderen over.

Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind.

Eigen oplossingen gaan voor. Indien nodig dient de ouder gebruik te maken van de voor hem of haar geldende regeling voor zorgverlof. De klantmanager onderzoekt, in geval er mantelzorg aanwezig is, wat in redelijkheid met mantelzorg kan worden opgevangen. Is dit niet mogelijk, dan dient de ouder gebruik te maken van (een combinatie van) crèche, opvang op school, buitenschoolse opvang, gastouder et cetera, dus de zogenaamde algemeen gebruikelijke voorliggende voorzieningen. Het verplichte gebruik van alternatieve opvangmogelijkheden voor kinderen is redelijk, onafhankelijk van de financiële omstandigheden. Opvang is niet structureel een Wmo-zorg.

Ook als er sprake is van uitval van de ouder in een eenoudergezin, of beide ouders ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen, dan wordt eerst nagegaan wat de mantelzorgers opvangen en wat vrijwilligers als vervangende mantelzorg, voorliggende voorzieningen en algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen opvangen.

Oppas en opvang van gezonde kinderen zijn in principe geen Wmo voorziening. Daarvoor zijn andere, algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen voorhanden. Wel is er een indicatie mogelijk voor de verzorging van de kinderen conform hun leeftijd. Gebruik van kinderopvang/crèche als voorliggende voorziening voor oppas en opvang van gezonde kinderen tot vijf dagen per week is redelijk.

Indien de klantmanager zich ervan heeft vergewist dat de voorliggende algemeen gebruikelijke voorzieningen niet aanwezig of niet toepasbaar zijn of zijn uitgeput, dan is bij uitval van de ouder in een eenoudergezin afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind een indicatie voor huishoudelijke hulp mogelijk tot maximaal 40 uur per week voor oppas en opvang van gezonde kinderen. Een dergelijke indicatie is in principe van korte duur (maximaal 6 weken), de periode waarin een eigen oplossing moet worden gevonden. Het gaat dan met name om het voorkomen van een crisis of verwaarlozing van jonge kinderen.

Bijdrage van kinderen aan het huishouden

Als de aanvrager thuiswonende kinderen heeft, dan gaat de klantmanager er vanuit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd, persoonskenmerken en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.

•Kinderen tot 12 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding. Veel kinderen tussen 5 en 12 jaar “helpen” met tafeldekken, speelgoed opruimen, afwassen etc. De omvang van deze kleine activiteiten is niet van invloed op de omvang van de indicatie voor hulp bij het huishouden.

•Kinderen tussen de 13 en 18 jaar kunnen worden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden, zoals opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien. Zij worden ook in staat geacht om hun eigen kamer op orde te houden, dus rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.

•Van een meerderjarige, 18 tot 21 jarige-, gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken over kan nemen voor een tweepersoons huishouden waartoe hij behoort wanneer de primaire verzorger uitvalt. Voor een 21 jarige of ouder gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze alle huishoudelijke taken kan overnemen.

Steeds moet onderzocht worden of de gebruikelijke helper ook in staat is deze taken uit te voeren. Het is van belang om alert te blijven op overbelasting van kinderen tussen de 13 en 18 jaar wiens ouders een chronische beperking hebben, omdat zij vaak ongezien ook een deel van de verzorging op zich nemen.

Individuele Begeleiding

1Van partners onderling, ouders en volwassen inwonende meerderjarige kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling kan gebruikelijke hulp verwacht worden bij begeleiding.

Kortdurende situaties (maximaal 3 maanden)

Alle begeleiding van de cliënt door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp en ondersteuning als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie, met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat een individuele voorziening daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.

Langdurige situaties (langer dan 3 maanden)

In langdurige situaties is sprake van gebruikelijk hulp als deze hulp naar algemene maatstaven in redelijkheid verwacht mag worden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt:

-Het begeleiden van de cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer (bezoek familie/vrienden, bezoek huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes, deze lijst is niet limitatief)

-Het bieden van hulp en ondersteuning bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie, regie voeren over het huishouden of het uitvoeren van huishoudelijke (schoonmaak)taken zoals schoonmaak. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd.

Van kinderen tot 18 jaar wordt in het kader van individuele begeleiding geen gebruikelijke hulp verwacht.

Gebruikelijke zorg voor kinderen

Referentiekader gebruikelijke zorg van ouders aan kinderen (afgeleid van: Beleidsregels indicatiestelling AWBZ, bijlage 3; Gebruikelijke zorg, 2014).

Kinderen van 0 tot 3 jaar:

•hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig;

•ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;

•zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 3 tot 5 jaar:

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijvoorbeeld ouder kan was ophangen in andere kamer);

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•kunnen zelf zitten en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

•hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang;

•hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

•hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

•zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Jeugdigen van 5 tot 12 jaar:

•kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijvoorbeeld kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

•hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;

•hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;

•zijn overdag zindelijk en 's nachts merendeels ook; ontvangen zo nodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;

•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Jeugdigen van 12 tot 18 jaar:

•hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

•kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;

•kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

•hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

•hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18de jaar toezicht, stimulans en controle nodig;

•hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/dagbesteding;

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bijvoorbeeld huiswerk of (de voorbereiding) bij het zelfstandig gaan wonen);

•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

•hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Jong volwassenen van 18 tot 23 jaar:

•kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

•hebben een dagbesteding in de vorm van opleiding/arbeid.

Bijlage 2 Doelstellingen voor ondersteuning met maatwerkvoorziening begeleiding

Het functioneren van de cliënt wordt in kaart gebracht middels de 11 resultaatgebieden van de gebruikershandleiding FAQT-V (zie bijlage 2). Per resultaatgebied worden er doelen geformuleerd. Deze doelen worden opgenomen in het ondersteuningsplan van de cliënt. Onderstaande lijst geeft een overzicht van mogelijke doelen per resultaatgebied. Op basis van het onderzoek kunnen andere aanvullende doelen opgesteld worden.

Persoonlijk functioneren

•Client vergroot zijn/haar zelfvertrouwen

•Client heeft inzicht in eigen problematiek

•Cliënt kan omgaan met veranderingen

•Cliënt kan omgaan met eigen problematiek en/of psychische beperkingen

•Client weet wat hij/zij kan doen om terugval te voorkomen

•Client kan een gesprek voeren

•Client kan problemen oplossen en besluiten nemen

Sociaal functioneren

•Cliënt komt afspraken na

•Cliënt kan sociale contacten aangaan en onderhouden

•Cliënt heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol

•Client kan communiceren met huisgenoten

•Cliënt staat open voor opbouw van het sociaal netwerk

•Client heeft inzicht in het functioneren in het gedrag van huisgenoten

•Cliënt kan eigen problematiek in relatie tot het sociaal netwerk hanteren

•Cliënt herkent sociale contacten die schadelijk voor hem/haar zijn

Gezondheid en zelfzorg

•Cliënt weet wat goede zelfverzorging is en kent het belang hiervan

•Cliënt beheert zelf de medicatie en neemt deze op tijd eventueel met e-hulpmiddelen

•Client is toegeleid naar gespecialiseerde hulpverlening

•Cliënt komt afspraken met zorgprofessionals na (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist)

Verplaatsen en vervoer

•Cliënt is in staat om zelfstandig het Openbaar Vervoer te gebruiken

•Cliënt is in staat om veilig aan het verkeer deel te nemen

Wonen

•Cliënt beschikt over woonvaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen

•Client houdt rekening met zijn woonomgeving (buren)

Regie bij het huishouden

•Client ontvangt ondersteuning bij het organiseren /plannen van huishoudelijke werkzaamheden

•Client beschikt over huishoudelijke vaardigheden zoals: maaltijd voorbereiden, schoonmaken

•Cliënt draagt bij aan een schone leefomgeving

Dagbesteding

•Client heeft een zinvolle dagbesteding gericht op behoud en/of ontwikkeling van vaardigheden waaronder arbeidsvaardigheden

•Cliënt heeft een dagbesteding die past bij zijn behoefte

•Cliënt verricht onbetaald/betaald arbeidsmatige activiteiten

•Mantelzorg is ontlast

Toelichting: als een cliënt ook ondersteuning krijgt of kan krijgen vanuit de Participatiewet wordt hierover afstemming gezocht met de participatieconsulenten. Deze ondersteuning is voorliggend op een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo.

Financiën/administratie

•Cliënt heeft overzicht over zijn administratie

•Cliënt heeft de thuisadministratie op orde

•Cliënt betaalt tijdig de rekeningen

•Cliënt kan formulieren invullen

•Cliënt weet naar welke instantie hij/zij met welke vraag moet

•De inkomsten en de uitgaven zijn op orde/in balans

•De schuldenproblematiek is beheersbaar en wordt verminderd

•Cliënt is toegeleid naar voorliggende voorzieningen voor overname of het aanleren van de administratie/financiën

Toelichting: bij ondersteuning bij de financiën/administratie kan, alvorens een maatwerkvoorziening in te zetten, ook gedacht worden aan inzet van een algemene of voorliggende voorziening bij het op orde brengen van de thuisadministratie. Te denken valt daarbij aan de formulierenbrigade, het invullen van belastingformulieren of de inzet van Schuldhulpmaatjes of een administratiekantoor. Bij zwaardere problematiek zoals het hebben van schulden kan een cliënt ook ondersteuning krijgen vanuit de Schuldhulpverlening of er kan bewindvoering worden ingeschakeld.

Justitie

•Cliënt veroorzaakt geen overlast

•Cliënt pleegt geen overtredingen of delicten

•Cliënt komt afspraken na met politie, justitie en reclassering.

Verslaving

•Cliënt heeft zijn/haar verslaving onder controle

•Cliënt heeft geen problemen als gevolg van de verslaving

•Cliënt erkent zijn/haar verslaving

•Cliënt kan hulp vragen wanneer de verslaving niet (meer) onder controle is

Ouders/opvoeder

•Ouders inzicht geven bij problematiek van het kind

•Ouders/opvoerder handvatten aanreiken ten aanzien van het opvoeden

•en begeleiden van hun kind

Bijlage 3 Normering huishoudelijke Hulp

Tabel 1: Activiteiten benodigd voor een schoon en leefbaar huis

Tabel 2. Frequenties benodigd voor een schoon en leefbaar huis (basisactiviteiten)

Tabel 2. Frequenties benodigd voor een schoon en leefbaar huis (basisactiviteiten) - vervolg

Tabel 3. Frequentie benodigd voor een schoon en leefbaar huis (incidentele activiteiten)

Tabel 4. Activiteiten en frequenties benodigd voor de wasverzorging

8In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van 5x per 2 weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat 2x per week.

Tabel 5. Activiteiten en frequenties benodigd voor de boodschappen

Tabel 6. Activiteiten en frequenties benodigd voor de maaltijden

* Of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.